Naar hoofdinhoud

Afvoeren -08- Standaard instellingen - TheModus Suites (Nordined)

How to - Afvoeren

Laatst gewijzigd op 20 mei 2021

INHOUDSOPGAVE



Standaard instellingen


Afvoeren


Algemeen

Het programma maakt gebruik van een groot aantal instellingen en standaard waarden. Deze kunnen worden aangepast en/of aangevuld vanuit een centraal venster: NOR-Options. Tijdens het werken met de applicatie worden ook de laatst opgegeven instellingen in een aantal aparte bestanden opgeslagen. 

  • Algemeen:
    • Afschot, wordt gebruikt voor de berekening van de buislengte
    • Afronding van lengten bij de zaagstaat
    • Lengte van de verwijslijn bij het posnummer
    • De wijze van uitvoeren van een 90°-bocht tijdens het tekenen zonder te kiezen voor een standaard hulpstuk:
      • 90°-bochtstuk
      • 2x45°-bochtstuk, zonder buis
      • 2x45°-bochtstuk met buis
  • Buizen:
    • Smeltlengte per diameter
  • Bochten:
    • Pijplengte bij bochttype  '2x45° met buis'
  • Sparingen:
    • Afmeting en vorm sparing bij buisdiameter
  • Lagen:
    • Laagkleuren en lijntype


Standaard instellingen Afvoeren aanpassen

  1. klik op knop
    of
    selecteer 'Algemeen' in menu 'Applicatie' en in het vervolgmenu 'Instellingen'
  2. Selecteer rechtsboven de applicatie waarvoor de instellingen moeten worden aangepast:
    Default is de actieve applicatie geselecteerd
    • Afvoeren voor de NOR-Afvoeren instellingen
    • Algemeen voor de algemene instellingen
  3. Wijzig de gewenste gegevens
  4. Klik op knop
    • [ OK ] voor opslaan wijzigingen en het vervolgens verlaten van het venster. 
    • [ Apply ] om wijzigingen op te slaan; het instellingenvenster blijft geopend
    • [ Cancel ] om de wijzigingen ongedaan te maken
    • [ Herstellen ] om de instellingen vanuit het configuratiebestand terug te zetten
    • [ Ini file openen ]om het betreffende configuratiebestand te openen
      Hierbij worden de registry-instellingen aangepast, en bij nieuw te plaatsen diameters op de tekening zullen de nieuwe aanduidingen worden gebruikt. Reeds geplaatste aanduidingen worden niet aangepast. Deze zullen eerst moeten worden verwijderd en vervolgens opnieuw geplaatst moeten worden.


Toevoegen van defaultwaarden

  • Betreffende tabblad in venster Nordined Options geopend
  1. Toets in de vakken onderin de toe te voegen waarde(n) in
  2. Klik op knop
  3. De waarde(n) worden geplaatst in de er boven staande lijst
  4. Klik op knop [ Apply ] om de gegevens op te slaan


Terug naar Inhoudsopgave


Lagen


Algemeen

In de applicatie zijn voor alle lagen de kleur en het lijntype vastgelegd in configuratiebestand W-lagen.ini. Deze instelling is aan te passen, terug te zetten naar de "fabrieksinstelling" of over te nemen van oudere versies van de applicatie.

Indien de instellingen zijn gewijzigd zullen deze voor nieuwe tekeningen gebruikt worden.

Om deze instellingen in bestaande tekeningen doorgevoerd te krijgen moet in elke tekening de functie 'Volgens W-lagen.ini' (uit menu 'Bewerk', 'Weergave') worden uitgevoerd.

Aanpassen laaginstelling

  1. klik op knop:

    • of
      selecteer 'Algemeen' in menu 'Applicatie' en in het vervolgmenu 'Instellingen'
    •  
      of
      selecteer 'Lagen' in menu 'Applicatie' en in het vervolgmenu 'Instellingen'
      Venster 'Nordined Opties versie 10.x.x : <Applicatie>' of 'Nordined Laag Instellingen' verschijnt.
  2. Selecteer rechtsboven in het venster de applicatie waarvoor de laaginstellingen moeten worden aangepast
    • Lucht
    • CV&Koeling
    • Sanitair
    • Sprinkler
    • Technische Ruimte
    • Afvoeren
    • Prefab
    • Userlagen
  3. Selecteer de aan te passen laag
  4. Wijzig de laagkleur en/of het lijntype in de onderste vakken
  5. Herhaal stappen 2. en 3. voor andere aan te passen laag
    • Om alle wijzigingen terug te draaien:
      Klik op knop [ Herstellen ] 
  6. Klik op knop [ Update ] om de wijzigingen op te slaan (in configuratiebestand W-lagen.ini)
  7. Klik op knop [ Tonen ] om de wijzigingen in de tekening te verwerken
  8. Klik op knop [ Sluiten ]om het venster te verlaten
    De standaard instellingen zijn nu aangepast en in de tekening verwerkt.
    In nieuwe tekeningen zullen de gewijzigde instellingen worden gebruikt.
    Voor bestaande tekeningen moet per tekening de functie  
    'Volgens W-lagen.ini' (uit 'Bewerk', 'Weergave') worden uitgevoerd.


Terugzetten van de fabrieksinstellingen

  1. klik op knop:

    • of
      selecteer 'Algemeen' in menu 'Applicatie' en in het vervolgmenu 'Instellingen'
    •  
      of
      selecteer 'Lagen' in menu 'Applicatie' en in het vervolgmenu 'Instellingen'
      Venster 'Nordined Opties versie 10.x.x : <Applicatie>' of 'Nordined Laag Instellingen' verschijnt.
  2. Selecteer rechtsboven in het venster de applicatie waarvoor de laaginstellingen moeten worden aangepast
  3. Klik op knop [ Nordined ]
    Melding dat de laaginstellingen worden vervangen door de oorspronkelijk applicatie instellingen. Moeten de instellingen worden vervangen?
  4. Klik op knop [ Ja ]
    De oorspronkelijke laaginstellingen worden teruggezet.
  5. Klik op knop [ Tonen ] om de wijzigingen in de tekening te verwerken
  6. Klik op knop [ Sluiten ]om het venster te verlaten
    De standaard instellingen zijn nu aangepast en in de tekening verwerkt.
    In nieuwe tekeningen zullen de gewijzigde instellingen worden gebruikt.
    Voor bestaande tekeningen moet per tekening de functie  
    'Volgens W-lagen.ini' (uit 'Bewerk', 'Weergave') worden uitgevoerd.


Overnemen instelling van oude versie

  1. klik op knop:

    • of
      selecteer 'Algemeen' in menu 'Applicatie' en in het vervolgmenu 'Instellingen'
    •  
      of
      selecteer 'Lagen' in menu 'Applicatie' en in het vervolgmenu 'Instellingen'
      Venster 'Nordined Opties versie 10.x.x : <Applicatie>' of 'Nordined Laag Instellingen' verschijnt.
  2. Selecteer rechtsboven in het venster de applicatie waarvoor de laaginstellingen moeten worden aangepast
  3. Klik op knop [ Conversie ]
    Venster verschijnt met melding dat instellingen kunnen worden overgenomen. Vraag of de huidige instellingen vervangen moeten worden. 
  4. Klik op knop [ Ja ]
  5. Selecteer bestand W-lagen.ini
    • Bijvoorbeeld:
      C:\Program Files (x86)\Cadac Group\Techniek 10.2\Lib\W-lagen.ini
  6. Klik op knop [ Open ]
    De laaginstellingen zijn overgenomen en weggeschreven in W-lagen.ini.
  7. Klik op knop [ Tonen ] om de wijzigingen in de tekening te verwerken
  8. Klik op knop [ Sluiten ]om het venster te verlaten
    De standaard instellingen zijn nu aangepast en in de tekening verwerkt.
    In nieuwe tekeningen zullen de gewijzigde instellingen worden gebruikt.
    Voor bestaande tekeningen moet per tekening de functie  
    'Volgens W-lagen.ini' (uit 'Bewerk', 'Weergave') worden uitgevoerd.


Gewijzigde laaginstellingen in tekening toepassen

  1. Klik op knop
    of
    selecteer 'Volgens W-lagen.ini' in menu 'Bewerk' en in het vervolgmenu 'Weergave'
    De instellingen uit W-lagen.ini worden in de tekening verwerkt.


Terug naar Inhoudsopgave


Algemene instellingen


Algemeen

Via het instellingenvenster voor 'Algemeen' zijn in te stellen:

  • Tekstkleur:
  • Tekstfont bij de standaard tekststijlen:
  • Laaginstellingen van de algemene lagen:
  • Peilmaten bij:
    • Ronde kanalen
    • Rechthoekige kanalen
    • Ronde leidingen
  • Opbouw coderingen bij Sparingen:
  • Opstarten menu's en applicaties
    • Basismenu (altijd Acad)
    • Of menu's moeten worden ontladen bij wisselen van applicatie


Tekstkleur instellen

  1. klik op knop
    of
    selecteer 'Algemeen' in menu 'Applicatie' en in het vervolgmenu 'Instellingen'
  2. Selecteer rechtsboven in venster: 'Algemeen' 
  3. Open tabblad 'Tekstkleur'
  4. Selecteer de teksthoogte
  5. Wijzig in het vakje onderin de tekstkleur (nummer)
  6. Klik op knop
    De gewijzigde tekstkleur wordt in het grote vak vastgelegd.
  7. Klik op knop:
    • [ OK ] voor opslaan wijzigingen en het vervolgens verlaten van het venster. 
    • [ Apply ] om wijzigingen op te slaan; het instellingenvenster blijft geopend
    • [ Cancel ] om de wijzigingen ongedaan te maken
    • [ Herstellen ] om de instellingen vanuit het configuratiebestand terug te zetten
    • [ Ini file openen ]om het betreffende configuratiebestand te openen met Notepad


Tekstfont instellen

  1. klik op knop
    of
    selecteer 'Algemeen' in menu 'Applicatie' en in het vervolgmenu 'Instellingen'
  2. Selecteer rechtsboven in venster: 'Algemeen'
  3. Open tabblad 'Tekstfont'
  4. Wijzig de Fontstyle, teksthoek en tekstbreedte (Width) voor de volgende tekststijlen:
    • NORATT voor attribuutteksten
    • NORDIM voor dimensioneringsteksten
    • NORTXT voor teksten
    • NORCDE voor
    • NORRNV voor 
  5. Klik op knop:
    • [ OK ] voor opslaan wijzigingen en het vervolgens verlaten van het venster. 
    • [ Apply ] om wijzigingen op te slaan; het instellingenvenster blijft geopend
    • [ Cancel ] om de wijzigingen ongedaan te maken
    • [ Herstellen ] om de instellingen vanuit het configuratiebestand terug te zetten
    • [ Ini file openen ]om het betreffende configuratiebestand te openen met Notepad


Peilmaten instellen

  1. klik op knop
    of
    selecteer 'Algemeen' in menu 'Applicatie' en in het vervolgmenu 'Instellingen'
  2. Selecteer rechtsboven in venster: 'Algemeen'
  3. Open tabblad 'Peilmaten'
  4. Geef voor Ronde kanalen, Rechte kanalen en/of Ronde leidingen de instellingen op:
    • Methode
      • Bovenkant
      • Hart
      • Onderkant
    • Voorvoegsel
    • Achtervoegsel
    • Met/zonder Ovaal
  5. Klik op knop:
    • [ OK ] voor opslaan wijzigingen en het vervolgens verlaten van het venster. 
    • [ Apply ] om wijzigingen op te slaan; het instellingenvenster blijft geopend
    • [ Cancel ] om de wijzigingen ongedaan te maken
    • [ Herstellen ] om de instellingen vanuit het configuratiebestand terug te zetten
    • [ Ini file openen ]om het betreffende configuratiebestand te openen met Notepad


Instellen algemene lagen

  1. klik op knop
    of
    selecteer 'Algemeen' in menu 'Applicatie' en in het vervolgmenu 'Instellingen'
  2. Selecteer rechtsboven in venster: 'Algemeen'
  3. Open tabblad 'Lagen'
  4. Selecteer de te wijzigen laaginstelling
  5. Selecteer onder in het venster de nieuwe laagkleur en/of het nieuwe lijntype
  6. Klik op knop:
    • [ OK ] voor opslaan wijzigingen en het vervolgens verlaten van het venster. 
    • [ Apply ] om wijzigingen op te slaan; het instellingenvenster blijft geopend
    • [ Cancel ] om de wijzigingen ongedaan te maken
    • [ Nordined ] om de standaard instellingen terug te zetten
    • [ Conversie ] om de laaginstelling te converteren m.b.v. een laaginstellingenbestand
    • [ Herstellen ] om de instellingen vanuit het configuratiebestand terug te zetten
    • [ Ini file openen ]om het betreffende configuratiebestand te openen met Notepad


Codering sparingen instellen

  1. klik op knop
    of
    selecteer 'Algemeen' in menu 'Applicatie' en in het vervolgmenu 'Instellingen'
  2. Selecteer rechtsboven in venster: 'Algemeen'
  3. Open tabblad 'Sparing'
  4. Geef voor voor- en achtervoegsels op voor
    • Vloersparingen
    • Wandsparingen
  5. Geef het aantal numerieke posities voor de code op
  6. Klik op knop:
    • [ OK ] voor opslaan wijzigingen en het vervolgens verlaten van het venster. 
    • [ Apply ] om wijzigingen op te slaan; het instellingenvenster blijft geopend
    • [ Cancel ] om de wijzigingen ongedaan te maken
    • [ Herstellen ] om de instellingen vanuit het configuratiebestand terug te zetten
    • [ Ini file openen ]om het betreffende configuratiebestand te openen met Notepad


Basismenu en wisselen menu's instellen

  1. klik op knop
    of
    selecteer 'Algemeen' in menu 'Applicatie' en in het vervolgmenu 'Instellingen'
  2. Selecteer rechtsboven in venster: 'Algemeen'
  3. Open tabblad 'Menu'
  4. Geef de instelling op:
    • Basismenu:
      Dit moet het Acad menu zijn
    • Ontlaad menu:
      • Aangevinkt:
        Bij het wisselen van applicatie worden de menugroep(en) en dus ook de toolpalettes van de oude applicatie verwijderd
      • Uitgevinkt:
        Bij het wisselen van applicatie worden de menugroep(en) en dus ook de toolpalettes van de oude applicatie niet verwijderd
        Als met Toolpalettes gewerkt wordt blijven de functies op de toolpalettes wel beschikbaar bij het wisselen van de applicatie, zelfs als de menu's worden ontladen.
  5. Klik op knop:
    • [ OK ] voor opslaan wijzigingen en het vervolgens verlaten van het venster. 
    • [ Apply ] om wijzigingen op te slaan; het instellingenvenster blijft geopend
    • [ Cancel ] om de wijzigingen ongedaan te maken
    • [ Herstellen ] om de instellingen vanuit het configuratiebestand terug te zetten
    • [ Ini file openen ]om het betreffende configuratiebestand te openen met Notepad


Instellen laagfilters

  1. klik op knop
    of
    selecteer 'Algemeen' in menu 'Applicatie' en in het vervolgmenu 'Instellingen'
  2. Selecteer rechtsboven in venster: 'Algemeen'
  3. Open tabblad 'Layer Manager'
  4. Klik op [ + ]om de boomstructuur te openen
    • Toevoegen of verwijderen van een filternaam (groepsnaam voor reeks laagfilters)
      1. Klik met de rechter muistoets op een filternaam (groepsnaam voor reeks filters)
      2. Klik in het popupvenster op
        • 'Invoegen Filternaam Boven' de aangeklikte Basismenu
        • 'Invoegen Filternaam Onder' de aangeklikte Basismenu
        • 'Delete' voor het verwijderen van de aangeklikte filternaam
    • Toevoegen of verwijderen van een laagfilter 
      1. Klik met de rechter muistoets op een filternaam (groepsnaam voor reeks filters) of een bestaand laagfilter
      2. Klik in het popupvenster op:
        • 'Toevoegen Filter' in de aangeklikte Basismenu en geef het filter (= laagnaam) op
          Wildcard zijn mogelijk:
          * = alle tekens
          ? = 1 teken alfanumeriek
          # = 1 teken numeriek
          [5-7] = reeks
          [1,4,6,8] = mogelijke waarden.
        • 'Delete' voor het verwijderen van het aangeklikte laagfilter
  5. Klik op knop:
    • [ OK ] voor opslaan wijzigingen en het vervolgens verlaten van het venster. 
    • [ Apply ] om wijzigingen op te slaan; het instellingenvenster blijft geopend
    • [ Cancel ] om de wijzigingen ongedaan te maken
    • [ Herstellen ] om de instellingen vanuit het configuratiebestand terug te zetten
    • [ Ini file openen ]om het betreffende configuratiebestand te openen met Notepad


Instellen Ventilatievoud en temperatuur per ruimtesoort

  1. klik op knop
    of
    selecteer 'Algemeen' in menu 'Applicatie' en in het vervolgmenu 'Instellingen'
  2. Selecteer rechtsboven in venster: 'Algemeen'
  3. Open tabblad 'Ventilatievoud DB'
    • Toevoegen nieuwe ruimtesoort
      1. Type de naam van de nieuwe ruimtesoort in het vak achter 'Ruimtesoort'
      2. Klik op knop
        De nieuwe ruimtesoort wordt toegevoegd aan de keuzelijst.
    • Invullen en wijzigen gegevens bij ruimtesoort
      1. Selecteer de ruimtesoort waarvan de ruimteomschrijving, ventilatievoud en temperatuur toegevoegd of aangepast moeten worden.
      2. Voeg een omschrijving toe en geef minimum en maximum ventilatievoud, en temperatuur op



Terug naar Inhoudsopgave




Bij Cadac maken we onderscheid tussen Sales, Service & Support. Sales & Service vinden wij vanzelfsprekend. Wij helpen u met de aanschaf van uw product, dienst, training of expert en zorgen ervoor dat u probleemloos aan de slag kunt. Gratis en voor niets. U kunt zorgeloos met uw software starten, wij zorgen ervoor dat u het meeste uit uw software kunt halen.

Loopt u tegen technische softwareproblemen aan? Dan kunt u gebruik maken van Cadac Support. Door de juiste informatie in te dienen kunnen wij u zo snel mogelijk helpen

Stel een vraag

Waar heeft u een vraag over?

Kies een locatie

Europa

Wereld