Naar hoofdinhoud

Hoe werkt TheModus Professional - E-Schema?

How to

Laatst gewijzigd op 4 maart 2022


INHOUDSOPGAVE


Introductie TheModus Professional


'TheModus Professional' biedt volledige BIM ondersteuning voor de BIM Modelleurs en de BIM Managers voor alle disciplines in het bouwproces.

'TheModus Professional' biedt een scala aan features welke samen gebruikt worden om krachtige workflows te ondersteunen, zoals bijvoorbeeld prefabriceren.

 

Met 'TheModus Professional' modelleren BIM modelleurs sneller, wordt de kwaliteit van de resultaten verhoogd en worden processen die gebruik maken van de BIM data geoptimaliseerd.

 

Met TheModus Professional:

  • Kunt u snel uw tekeningen annoteren.
  • Kunt u snel uw informatie in het project organiseren.
  • Modelleert u snelle door de productiviteitsondersteuning, waaronder een collectie bewerkfuncties voor de werktuigbouwkundig en elektrotechnisch modelleurs.
  • Heeft u toegang tot de AutoCAD toepassingen Techline en Nordined.
  • Kunt u gebruik maken van specifieke oplossingen van fabrikanten, zoals de beugelroutine Dyka Vacurain van Walraven.
  • Maakt u elektra schema's.
  • Genereert u project documentatie.
  • Beheert u sparingen.
  • Genereert u maatvoering.
  • Berekent u zwaartepunten.
  • Stelt u gebouwen samen op basis van opties.
  • Maakt u verlichtingsplannen samen met Dialux.
  • Maakt u werktuigbouwkundige berekeningen samen met VABI.
  • Maakt u werktuigbouwkundige berekeningen samen met BINK.

Dankzij TheModus Professional:

  • Kunnen de modelleurs van alle disciplines sneller en efficiënter werken.
  • Krijgt u grip op de gigantische hoeveelheid informatie welke gedurende het modelleren geproduceerd wordt.
  • Worden vele tijdrovende en complexe BIM processen geautomatiseerd.
  • Worden resultaten gecreëerd op basis van uw eigen bureaustandaarden.
  • Optimaliseert u complexe processen.
  • Verminderd u verborgen kosten.
  • Verminderd u faalkosten.
  • Versnelt u processen.

'TheModus Professional' is beschikbaar voor alle disciplines. 


Terug naar Inhoudsopgave


Elektra schema's

Bij ieder gebouw hoort een schematische weergave van de elektrische installatie. Het is een verplicht onderdeel van de oplevering. 

Het maken van een schematische weergave is weer extra werk wat uitgevoerd moet worden. En dat terwijl alle informatie in een BIM model zit. 

 

'TheModus E-schema' voorkomt dit extra werk. Nagenoeg met een druk op de knop worden schema's gegenereerd van de elektrische installatie. Dit kan voor zowel krachtstroom als zwakstroom. Om deze schema's te genereren wordt alle informatie uit het BIM model gebruikt. De gewenste layout wordt vastgelegd in sjablonen welke zorgt voor een consistente opmaak van de schema's. Behalve dat alleen informatie uit het model wordt gebruikt, kunnen meterkasten ook nog handmatig worden bijgewerkt. 

 

'TheModus E-schema' bestaat uit 2 maatgevende onderdelen: 

  • Genereren van verdeelkastschema's van krachtstroominstallaties in de vorm van installatieschema's en/of blokschema's.
  • Genereren van blokschema's voor zwakstroominstallaties. 

De volgende paragrafen geven duidelijke beschrijvingen waaraan het BIM model moet voldoen, alsmede uitgebreide uitwerkingen over het gebruik van de functionaliteit.


Terug naar Inhoudsopgave

Verdeelkastschema's voor krachtstroominstallatie

'TheModus E-schema' voor krachtstroom genereert installatieschema's en blokschema's. De installatieschema's geven een schematische weergave per kast. De blokschema's geven een schematische weergave voor het hele gebouw. Het gaat als volgend te werk:

  • Alle 'Electrical Circuit' informatie uit het BIM model worden ingelezen.
  • De data voor het genereren van een verdeelkastschema door de gebruiker worden aangevuld.
  • De verdeelkastschema's en/of blokschema's van één of meer kasten worden gegenereerd op een 'Drafting view', en indien gewenst aangevuld met: 
    • Een groepenlijst.
    • Een tabel met het totaal vermogen per vermogensclassificatie.
    • Een tabel met het totaal vermogen per fase.

Alle te ondernemen stappen worden in de volgende paragrafen uitgewerkt.


Terug naar Inhoudsopgave


Voorbereiding BIM-model

'TheModus E-schema' stelt enkele eisen aan het BIM-model. We zetten de voorwaarden op een rijtje:

  • Alleen onderdelen die behoren tot een 'Electrical Circuit' en die zijn aangesloten op een 'Panel' worden meegenomen in de analyse.
  • De vermogens van elementen uit het 'Electrical Circuit' kunnen alleen worden meegeteld bij de import, als deze elementen onderstaande parameters bevatten. Deze parameters bevinden zich in de Parameter Group “160-elektrotechniek” van de TheModus shared parameters:
    • Voor vermogensclassificatie:
      • shared parameter 'vermogensclassificatie' (type parameter) doorgekoppeld naar ‘Load classification’ connector parameter.
    • Voor schijnbaar vermogen: 
      • shared parameter 'aantal_polen' (type parameter) doorgekoppeld naar ‘Number of Poles’ connector parameter.
      • shared parameter 'schijnbaar_vermogen' (instance- of type parameter) indien niet aanwezig wordt de built-in parameter ‘Apparent Load’ uitgelezen;
        • OF: shared parameters (instance parameter):
          • schijnbaar_vermogen_L1
          • schijnbaar_vermogen_L2
          • schijnbaar_vermogen_L3
        • OF: built-in instance parameters: 
          • Apparent Load Phase A
          • Apparent Load Phase B
          • Apparent Load Phase C
    • (Balanced/Unbalanced niet nodig: als shared parameters “schijnbaar_vermogen_L1/2/3” ontbreken, dan wordt aangenomen, dat de family Balanced is, en wordt het vermogen over “number_of_poles” polen verdeeld).
  • De Bestemming van de groep wordt ingelezen uit de 'Load Name' van het 'Electrical Circuit'. Deze kan in het model worden ingevuld via de properties van het 'Electrical Circuit' of via het 'Panel schedule'. 


Let op:  

De bovenstaande shared parameters worden in het model opgezocht op basis van GUID. Deze ligt voor onze shared parameters vast binnen de template en binnen de applicatie. De parameters die moeten worden toegevoegd aan een eigen family zullen dus moeten worden geselecteerd uit de shared parameter lijst van Cadac. Simpelweg zelf een shared parameter met de juiste naam aanmaken en opnemen in de family gaat dus niet werken, omdat de GUID niet overeen zal komen met onze shared parameter ! Maak hiervoor gebruik van de Cadac Shared Parameter file: CDC_shared_parameters.txt. Deze is terug te vinden in de map %localappdata%\Cadac Group\TheModus Revit Addin\Config\Main\


Terug naar Inhoudsopgave

Minimale vereisten Revit project t.b.v. E-Schema

Voor het automatisch uittekenen van de E-Schema’s dienen een aantal zaken aanwezig te zijn in het project. Indien het project gestart is met een TheModus Template (of op een Template geleverd door Cadac) dan is deze reeds voorzien van deze vereisten.


Viewtemplates

In het project dienen de volgende viewtemplates aanwezig te zijn. Indien deze niet aanwezig zijn kunnen deze ‘overgenomen’ worden vanuit de TheModus template middels ‘Transfer Project Standards’. 

 

De vereiste viewtemplates zijn:

  • 6-_DV_Installatieschema.
  • 6-_DV_Blokschema.


Linestyles

In het project dienen de volgende Linestyles aanwezig te zijn. Indien deze niet aanwezig zijn kunnen deze ‘overgenomen’ worden vanuit de TheModus template middels ‘Transfer Project Standards’.

 

De vereiste linestyles zijn:

  • 60_kast e-schema.
  • 60_level e-schema.

Beide met LinePattern: NL_00_stippellijn middel


Load classifications

In het project dienen de volgende load classifications aanwezig te zijn. Indien deze niet aanwezig zijn kunnen deze ‘overgenomen’ worden vanuit de TheModus template middels ‘Transfer Project Standards’. 

 

De vereiste load classifications zijn:

  • Noodverlichting:
    • NV
    • TP
  • Verlichting
    • TL
    • GL
    • PL
  • WCD:
    • WCD
    • WCD2
  • WCD_Kracht:
    • WCD4
  • ASP:
    • ASP
    • ASP_Kracht
    • ASP4

De overige load classifications die zijn aangemaakt zijn niet verplicht!


Terug naar Inhoudsopgave


Instellingen en bestanden

U kunt 'TheModus E-schema' helemaal zelf inrichten naar eigen wens. Dit kan op globaal niveau en op specifiek niveau. 

Op globaal niveau slaat u instellingen op voor de applicatie en het genereren van de schema's. Voor het inrichten van de kasten kunt u standaard instellingen gebruiken, die bij het importeren worden toegepast. U kunt ook de kastinrichtingen opslaan in sjablonen, en deze later weer gebruiken. Op deze manier kunt u specifieke sjablonen inrichten, afhankelijk van installatietype of gebouwfunctie. 

 

Alle globale instellingen worden opgeslagen in het bestand 'ESchemaSettings.xml' welke staat in het pad '%localappdata%\Cadac Group\TheModus Revit Addin\Config\ESchema'. Voor de sjablonen bepaalt u zelf waar u deze opslaat en hoe de bestanden benoemd worden. Vaak worden de sjablonen op een netwerkschijf geplaatst, zodat deze gedeeld kunnen worden met de collega's binnen het bedrijf. Voor het inrichten en gebruiken van sjablonen wordt verwezen naar artikel 'Kasten, voedingen, subrails en groepen bewerken: o.b.v. sjablonen'.


Terug naar Inhoudsopgave

Inrichten van de globale instellingen

Volg onderstaande stappen voor het inrichten van de globale instellingen:

  • Ga naar de knoppenbalk [ Cadac Revit ]
  • Klik  in het paneel [ Productiviteit ] op [ Documentatie ] en klik op [ Genereer E-schema ]
    'TheModus E-schema' wordt geopend
  • Klik [ Instellingen ]
  • Verwerk alle instellingen. Zie hiervoor de onderstaande opties:
    • Klik [ Toepassen ]
      Er volgt een melding: “Instellingen opgeslagen”
    • Klik [ OK ]
    • Er volgt een vraag: “Instellingen opslaan?”:
      • Klik [ Ja ] om de instellingen op te slaan en het instellingen venster te verlaten.
      • Klik [ Nee ] om de instellingen niet op te slaan en het instellingenvenster te verlaten.
      • Klik [ Annuleren ] om de instellingen niet op te slaan en het instellingen venster geopend te laten. 

De instellingen zijn klaar voor gebruik.


Terug naar Inhoudsopgave

Overzicht van alle mogelijke instellingen voor het importeren van informatie

Verwerk onderstaande import instellingen:

  • Import. Vink 'aan' of 'uit'voor:
    • Gelijknamige kasten samenvoegen bij import.
    • Revit ruimte: Room gebruiken als Space niet aanwezig.
    • Kabellengtes importeren.
    • Kabelnummer importeren uit schedule Circuit Notes.
  • Import -> Standaard families:
  • Import -> Sjabloon instellingen:
    • Bepaal hier voor de groepen, de voedingen en de buslijnen de standaard eigenschappen welke altijd gekopieerd moeten worden. De families zijn standaard aangevinkt.


Terug naar Inhoudsopgave

Overzicht van alle mogelijke instellingen voor het exporteren van het schema

Verwerk onderstaande export instellingen:

  • Export
    • 'Textnote breedte'. Bepaal hier op basis waarvan de breedte van de tekstvelden berekend mogen worden. Kies:
      • ‘Automatisch’ als 'TheModus E-schema' deze moet berekenen.
      • ‘# mm/kar’ voor een vaste afstand per karakter. (bijv. 3).
  • Export -> Installatieschema (Vink aan wat van toepassing is): 
    • Algemeen:
      • Oriëntatie schema horizontaal. Vink deze aan om het schema altijd in horizontale richting te genereren.
      • Plaats aardsymbool tussen rails. Vink deze optie aan als u de aardsymbolen altijd tussen de rails wilt plaatsen.
    • Voeding eigenschappen:
      • Toon kabellengte. Vink deze aan als de kabellengte getoond moet worden bij de voedingen.
      • Toon Iz. Vink deze aan als de Iz-waarde getoond moet worden bij de voedingen.
    • Groep eigenschappen:
      • Faseletter bij groep
      • Geen waarde: toon '0'. Vink deze aan als het getal 0 moet worden ingevuld als er geen waarde beschikbaar is.
      • Plaats raster vermogens
      • Toon Iz. Vink deze aan als de Iz-waarde getoond moet worden bij de groepen.
      • Toon totaal gelijktijdig vermogen
      • Toon vermogen fase
      • Toon gelijktijdig vermogen fase
    • Tussenruimte. Geef hier in 'mm' de waarde op tussen de verschillende items:
      • Groep
      • SubRail
      • Voeding
      • Buslijn
      • Renvooi
    • Tabellen. Geef hier de kolombreedte op van de tabellen voor de:
      • Groepenlijst [15] [30] [15] [15] [15]
      • Vermogensklasse [15] [15] [15] [15]
      • Fasen [7] [15] [15] [15]
      • Teksthoogte [1.8]. Geef hier de teksthoogte op voor de teksten in de tabellen.
    • Export -> Blokschema
      • Positionering
        • Positie kasten: Geef aan hoe de kasten worden geplaatst ten opzichte van de hoofdverdeelkast. Keuzen zijn:
          • Links: de kasten worden geplaatst aan de linkerkant van de hoofdverdeelkast, gesorteerd op naam;
          • Rechts: de kasten worden geplaatst aan de rechterkant van de hoofdverdeelkast, gesorteerd op naam;
          • Verdeeld (L/R): de kasten worden zowel aan de linkerkant als aan de rechterkant van de hoofdverdeelkast geplaatst, gesorteerd op naam en zoveel mogelijk uitgebalanceerd qua aantal kasten links en rechts;
          • Section view volgorde: de volgorde van de kasten op de levels wordt bepaald door de positie van de kasten in een geselecteerde section view. Voor een goede schematische uitlijning kan de afronding van de positie worden opgegeven.
        • Bomen gescheiden met tussenafstand [100]. Vink deze 'aan' om bomen van het schema te scheiden als een blokschema wordt gegenereerd vanaf verschillende verdeelkasten en geef een tussenafstand op. Anders wordt alles samengevoegd tot één boom.
        • Alle levels tonen. Vink deze 'aan' om alle levels uit het model te tonen in het blokschema, of alleen de levels waarop kasten staan.
        • Voedingsgegevens tonen. Vink deze 'aan' om de voedingsinformatie wel of niet te tonen.
      • Afstand tot kast: Geef de afstanden binnen het schema op in 'mm' voor de:
        • Groep [5]
        • Voeding [10]
        • Kast [10]
        • Boom [20]
      • Minimale breedte van de kast [55]
      • Hoogte kast [15]
      • Minimale tussenafstand Levels [100]

Alle instellingen worden opgeslagen in %localappdata%\Cadac Group\TheModus Revit Addin\Config\ESchema\ESchemaSettings.xml

 

In E-Schema kunnen door de gebruiker twee soorten bestanden worden opgeslagen en geopend:

  • E-Schema project bestanden (*.espx). Een E-Schema project bestand is het bestand waarin het complete E-Schema model is opgeslagen. Hierin staan alle gegevens van alle kasten uit het E-Schema dialoogvenster. E-Schema project bestanden kunnen worden opgeslagen via de knoppen [ Opslaan ] of [ Opslaan als… ] en worden geopend met de knop [ Openen ];
  • E-Schema sjabloon bestanden (*.estx). Het E-Schema sjabloon bestand kan worden gebruikt om de structuur en de families die voor een bepaalde kast zijn ingesteld toe te passen op een andere kast. Het E-Schema sjabloon bestand kan worden gebruikt om de structuur en de families die voor een bepaalde kast zijn ingesteld toe te passen op een andere kast. Opslaan en toepassen van de sjabloonbestanden gebeurt via de opties van het rechtermuismenu van de kast in het verkennerpaneel.


Terug naar Inhoudsopgave


Krachtstroom- en Blokschema’s

Dit artikel beschrijft een aantal aspecten die u moet weten voordat u aan de slag gaat met 'TheModus E-schema'. 

 

'TheModus E-schema' maakt zoveel mogelijk gebruik van de informatie uit het BIM model. Behalve deze informatie kunt u ook eigen informatie toevoegen. Al deze informatie kunt u opslaan in een bestand. U kunt dit bestand later weer openen, updaten en wijzigen. 

 

Het is niet noodzakelijk om vanuit een bestand te werken, doch adviseren wij dit wel te doen. Indien er geen handmatige wijzigingen worden toegevoegd, dan is het BIM model 100% de bron van alle informatie, en kan het project opnieuw worden gegenereerd uit het model.


Terug naar Inhoudsopgave


E-Schema schermoverzicht

Zodra gekozen is voor:  Genereer E-Schema opent het 'TheModus E-Schema' venster. 

Dit venster is opgebouwd uit deelventers met hun eigen doel.

  • Functieknoppenbalk (1).
  • Verkennerpaneel (3) met de kastkeuze (2) en de aan die kast gekoppelde voeding, subrails, en groepen
  • Eigenschappenpaneel (4)met daarin:
    • een overzicht van de gekozen voeding of groep met bijbehorende opbouw (Het iconenpaneel).
    • een overzicht van de data-eigenschappen van de gekozen voeding of groep.
  • Groepenoverzicht (5) met de gegevens van de groepen. 

In het verkennerpaneel (3) gekozen voor:  

  • De kast; geeft het eigenschappenpaneel (4) de opbouw van de voeding en de eigenschappen van de kast. 
  • Een voeding; geeft in het eigenschappenpaneel (4) de opbouw van de aangesloten groepen en de eigenschappen van de voeding voor die rail.
  • Het selecteren van een groep geeft geen resultaat.


Terug naar Inhoudsopgave


E-Schema project opties

Bij het gebruik van E-Schema zijn volgende opties beschikbaar voor het E-Schema project:

  • Ga naar de knoppenbalk [ Cadac Revit ]
  • Klik in het paneel [ Productiviteit ] op [ Documentatie ] en klik op [ Genereer e-schema ]
    'TheModus E-schema' wordt geopend.
  • U kunt de BIM data vanuit het model importeren:
    • Klik op de knop [ Importeren groepen ]
  • U kunt het schema opslaan: 
    • Klik op de knop [ Opslaan ] of [ Opslaan als… ]
    • Kies het pad waar het bestand moet worden opgeslagen
    • Geef het bestand een naam
    • Klik [ Opslaan ]
  • U kunt een bestaand schema openen: 
    • Klik op de knop [ Openen ]
    •  Zoek naar het bestand
    • Selecteer het bestand
    • Klik [ Openen ]
  • U kunt een nieuw blanco schema genereren:
    • Klik op de knop [ + ]
      Er wordt een bestand aangemaakt met een lege kast actief.


Terug naar Inhoudsopgave

Verdeelkastschema's voor krachtstroominstallatie

'TheModus E-schema' voor krachtstroom genereert installatieschema's en blokschema's. 

De installatieschema's geven een schematische weergave per kast. De blokschema's geven een schematische weergave voor het hele gebouw. 

 

Het gaat als volgend te werk:

  • Alle 'Electrical Circuit' informatie uit het BIM model worden ingelezen.
  • De data voor het genereren van een verdeelkastschema kan door de gebruiker worden aangevuld.
  • De verdeelkastschema's en/of blokschema's van één of meer kasten worden gegenereerd op een 'Drafting view', en indien gewenst aangevuld met: 
    • Een groepenlijst.
    • Een tabel met het totaal vermogen per vermogensclassificatie.
    • Een tabel met het totaal vermogen per fase.

Alle te ondernemen stappen worden in de volgende paragrafen uitgewerkt.


Terug naar Inhoudsopgave

Importeren van gegevens uit het Revit model

'TheModus E-Schema’ maakt gebruik van de BIM data. Derhalve is de eerste stap bij het genereren van schema’s het ophalen van de BIM data vanuit het Revit model. 

Het importeren van de BIM data werkt alleen als het BIM model voldoet aan de voorwaarden.
Zie artikel 'Voorbereiding BIM-model'

 

Het importeren start met enkele controles. 

  • Als er ingelezen 'Electrical Circuits' zijn, waarbij de shared parameter 'vermogensclassificatie' bij elementen ontbreekt, dan wordt hier een melding van gegeven. De gebruiker kan de import dan nog afbreken. Als de import wordt doorgezet worden de bewuste elementen NIET meegeteld. 

Vervolgens gebeuren de volgende acties:  

  • Kasten met dezelfde kastnaam worden bij het importeren in 'TheModus E-Schema' samengevoegd indien de optie
    [ Gelijknamige kasten samenvoegen bij import ] in de instellingen van 'TheModus E-Schema' is aangevinkt. Elk van deze kasten wordt op een aparte voeding geplaatst. Tijdens de import kan een melding worden weergegeven dat één of meer kasten niet konden worden samengevoegd. Dit treedt bijv. op als de samengevoegde kast meerdere groepen zou bevatten met dezelfde code. Er kan dan nog worden gekozen om de import af te breken. Als de import wordt doorgezet worden deze kasten afzonderlijk ingelezen. De instelling voor samenvoegen die is gebruikt bij de import wordt na het importeren als projectinstelling binnen het E-Schema project opgeslagen. Mocht het schema naderhand nog ge-update worden met recentere data uit het Revit model, dan gebruikt de ‘Update’ functie deze projectinstelling voor bij het opnieuw inlezen van de kasten (ongeacht wat er op dat moment in het instellingen-dialoogvenster is ingevuld).
  • De eigenschappen 'voedende kast' en 'voedende groep' van de kast in het BIM model worden bij importeren doorgegeven aan de eigenschappen 'vanaf kast' en 'vanaf groep' van de voeding waar de groepen van de kast op worden geplaatst;
  • De vermogens van de kast worden doorgerekend naar de voedende groep van de kast;
  • Groepen die via het 'Panel Schedule' als 'Spare' zijn aangemerkt worden als ‘Reserve’ groep ingelezen;
  • Na het importeren worden de standaard families voor voedingen en groepen toegepast zoals ingesteld in het ‘Instellingen dialoogvenster’;
  • De 'load classification types' uit het BIM model worden ingedeeld in vermogensclassificatie categorieën die worden weergegeven op het schema. In de TheModus template staan 'load classification types' die standaard onder één van deze categorieën vallen. De vermogensclassificatie categorieën (met daarachter de standaard 'load classification types') zijn:
    • Noodverlichting: (load classification types “NV”, “TP”)
    • Verlichting: (load classification types “TL”, “GL”, “PL”)
    • WCD: (load classification types “WCD”, “WCD2”)
    • WCD_Kracht: (load classification types “WCD4”)
    • ASP: (load classification types “ASP”)
    • ASP_Kracht: (load classification types “ASP4”)

Eigen 'load classification types' kunnen op twee manieren aan een vermogensclassificatie categorie worden toegevoegd:

  • Door deze op te nemen in het bestand ESchemaSettings.xml
  • Door de naamgeving zodanig te kiezen, dat deze automatisch onder één van de vermogensclassificatie categorieën valt. Het format hiervoor is : - (bijv. “ASP_Kracht-wcds”).

Als een 'load classification type' van een element niet op één van de bovenstaande manieren is onderverdeeld bij een vermogensclassificatie categorie, dan worden de vermogens hiervan alleen bij de totalen opgenomen. In de 'load classification' tabel op de sheet worden deze vermogens weergegeven bij 'Overige'.


Terug naar Inhoudsopgave

Standaard instellingen

Bij het importeren van de BIM data uit het model wordt de opbouw van de kastvoeding, de afgaande groepen, subrails en buslijnen automatisch verwerkt. Deze opbouw is opgenomen in de instellingen van E-Schema. In deze voorinstellingen staat de opbouw van een kast zoals deze default uitgevoerd mag worden. Op de geïmporteerde kasten wordt het volgende toegepast: 

  • de families t.b.v. de voeding
  • de families t.b.v. de groepen
  • de families t.b.v. de subrails (indien aanwezig)
  • de families t.b.v. de buslijnen (indien aanwezig)

Bij de voorinstellingen wordt uitgegaan van een default opbouw welke achteraf handmatig voor de gewenste voeding, subrail, groep of buslijn aangepast kan worden. U kunt dus kiezen voor de meest gebruikte standaard opbouw welke voor u het minste aanpassingen nodig heeft.  

Deze voorinstelling wordt alleen gebruikt bij het importeren van BIM data uit het Revit model en het aanmaken van een nieuwe (leeg) project. 

Bij het importeren van een bestaand E-Schema project worden de instellingen zoals opgeslagen in dat project gebruikt. 


Terug naar Inhoudsopgave

 

E-Schema voorinstellingen 

Hier wordt beschreven hoe binnen E-Schema, kastvoeding, groepen, subrails en buslijnen voorzien kunnen worden van een voorinstelling. 

 

Deze instellingen kunnen gedaan worden zonder dat er BIM data vanuit het model is ingelezen.

  • Ga naar de knoppenbalk [ Cadac Revit ]
  • Klik in het paneel [ Productiviteit ] op [ Documentatie ] en klik op [ Genereer E-schema ]
    'TheModus E-schema' wordt geopend.
  • Klik op de knop [ Instellingen ]
    Het “TheModus Addin voor Revit: Instellingen” scherm verschijnt.
  • Onder het kopje “Import” kies “Standaard Families”.
    Er verschijnen 4 kolommen: “Voeding”, “Subrail”, “Groep” en “Buslijn”.
  • Voor elke kolom zijn een aantal standaard symbolen te kiezen: 
    • Voeding heeft 4 posities
    • Subrail heeft 2 posities
    • Groep heeft 4 posities
    • Buslijn heeft 3 posities
  • Dubbelklik op een positie welke gevuld worden met een standaard symbool (family).
    De TheModus bibliotheek wordt geopend.
  • Dubbelklik op het gewenste symbool om deze op de gekozen positie in te stellen.
  • Herhaal dit voor elke gewenste positie in de gewenste kolom.
  • Klik [ Toepassen ] om de instellingen te bewaren.
  • Selecteer het bestand en klik [ Openen ]
    Er volgt een melding: ‘Instellingen opgeslagen’.
  • Klik [ OK ]
  • Klik [ Annuleer ] of [ X ] om het instellingen scherm te sluiten.
    Er volgt een melding: ‘Instellingen opgeslagen’.
  • Klik [ Nee ] om de instellingen af te sluiten.
    De instellingen zijn reeds opgeslagen.


Terug naar Inhoudsopgave

Aanmaken nieuw E-Schema project

Volg onderstaande stappen voor het importeren van de (elektra) groepen uit het BIM model:

  • Ga naar de knoppenbalk [ Cadac Revit ]
  • Klik in het paneel [ Productiviteit ] op [ Documentatie ] en klik op [ Genereer E-schema ]
    'TheModus E-schema' wordt geopend.
  • U kunt nu de BIM data uit het model inlezen door te klikken op de knop  [ Importeren groepen ]
    Er volgt een melding: ‘De groepen worden ingelezen uit het model. Alles wordt hierbij overschreven. Doorgaan?’
  • Klik:
    • [ Ja ] om door te gaan.
    • [ Nee ] om te stoppen met importeren.


Terug naar Inhoudsopgave

Updaten bestaand E-Schema project

Volg onderstaande stappen voor het updaten van een bestaand E-schema project:

  • Ga naar de knoppenbalk [ Cadac Revit ]
  • Klik in het paneel [ Productiviteit ] op [ Documentatie ] en klik op [ Genereer E-schema ]
    'TheModus E-schema' wordt geopend.
  • Open het opgeslagen E-Schema project door te klikken op de knop [ Openen ]
    Browse naar het opgeslagen projectbestand (extentie .espx)
  • Selecteer het bestand en klik [ Openen ]
    Er volgt een melding: ‘E-schema project is ingelezen.’
  • Klik [ OK ]
  • Update de bestaande project data met de nieuwe BIM data door te klikken op de knop [ Updaten schema ]
    Er volgt een melding: ‘ “Project xxx” wordt ge-update met Revit model “Project xxx”. Doorgaan?’
    Klik:
    • [ Ja ]
      Er volgt een melding:
      ‘Update voltooid’
      of
      ‘Update voltooid. De volgende kasten zijn vervangen of verwijderd in het model: ’
      • Klik [ OK ] 
    • [ Nee ] om het updaten te stoppen.


Terug naar Inhoudsopgave


Kasten, voedingen, subrails en groepen bewerken

In dit artikel wordt beschreven hoe voedingen, groepen, subrails en buslijnen toegevoegd en bewerkt kunnen worden. 

 

Nadat de BIM data is geïmporteerd of ingelezen vanuit een bestaand E-Schema project kan deze worden aangepast. U kunt de kasten zelf inrichten. U kunt zelf nog groepen, subrails en lijnbussen toevoegen en bewerken in de kasten.

 

Bij het importeren van de BIM data uit het model worden alle kasten geladen in E-Schema en de kastinhoud wordt weergegeven in het verkennerpaneel. Boven dit verkennerpaneel zit een afrollijst waar alle gevonden kasten beschikbaar zijn. Op deze manier behoudt u overzicht per kast en kunt u per kast de inrichting eenvoudig bewerken. Selecteer eerst de gewenste kast. 

 

U kunt dan de kast inrichten. U kunt de kasten verder inrichten. U kunt handmatig nog groepen, subrails en lijnbussen toevoegen en bewerken in de kasten. Tevens kunt u met 'TheModus E-schema' gebruik maken van sjablonen.


Terug naar Inhoudsopgave

Kasten, voedingen, subrails en groepen bewerken o.b.v. sjablonen

In een sjabloon staat de indeling van een kast die eerder is opgeslagen. Bij het toepassen van het sjabloon wordt gecontroleerd of de geïmporteerde groepen voorkomen in het sjabloon. Op deze geïmporteerde groepen wordt het volgende toegepast:

  • de structuur van het sjabloon wordt overgenomen (voeding, evt. subrail).
  • de families uit het sjabloon worden toegepast.
  • de kastscheidingen uit het sjabloon worden overgenomen.

De eigenschappen van de groepen en voedingen blijven ongewijzigd, tenzij in de instellingen is aangegeven dat hiervoor eigenschappen uit het sjabloon moeten worden overgenomen. Voor de eigenschappen van voedingen die niet uit het sjabloon worden overgenomen geldt bovendien het volgende:

  1. Als het sjabloon meer voedingen bevat voor een prefix dan het model, dan worden voor de extra voeding(en) de eigenschappen van de laatste voeding voor deze prefix overgenomen.
  2. Als het sjabloon evenveel of minder voedingen bevat voor een prefix dan het model, dan worden voor de eerste (nieuwe) voeding de eigenschappen van de eerste voeding uit het model overgenomen, voor de tweede (nieuwe) voeding de eigenschappen van de tweede voeding uit het model, enz. Eerste en tweede slaat hierbij op de eerste en tweede voeding qua volgorde, dus niet qua code of omschrijving van de voeding!! 

De subrails komen inclusief families en eigenschappen geheel uit het sjabloon. Groepen die niet in het sjabloon voorkomen maar wel in het huidige schema staan worden, inclusief voeding en evt. subrail ongewijzigd overgenomen.

Bewerken kan door met de rechter muisknop te klikken op het item in het verkennerpaneel. U krijgt dan een dialoog met daarin alle beschikbare functies afhankelijk van het aangeklikte item. We zetten deze op een rijtje: 


Terug naar Inhoudsopgave

Bewerken van de kast

  • [ Sjabloon toepassen ]
    U gaat hier de kast inrichten op basis van een sjabloon, met daarin een bestaande inrichting. 
    • Klik [ Sjabloon toepassen ]
      Er volgt een melding: “Bij het toepassen van een sjabloon worden de structuur, de families, en de eigenschappen uit de sjablooninstellingen overschreven met de gegevens uit het sjabloon. Doorgaan?”.
      Klik: 
      • [ Ja ] om door te gaan. 
        • Selecteer het gewenste sjabloon (bestandsextentie .estx). 
        • Klik [ Openen ]
          Het sjabloon wordt geïmporteerd. Tijdens de import vinden nog enkele controles plaats. 
      • [ Nee ] om te stoppen.
  • [ Als sjabloon opslaan ]
    U gaat hier de bestaande kast indeling opslaan in een sjabloon, zodat u deze indeling vaker kunt gebruiken. 
    • Klik [ Als sjabloon opslaan ]
    • Geef de naam van het sjabloon op en kies de locatie waar u deze wilt opslaan.
    • Klik [ Opslaan ]
      Er volgt een melding: “Template opgeslagen als: <locatie>\<bestandsnaam>.estx”.
    • Klik [ OK ]
  • [ Inhoud vervangen door klembord ]
    In het eigenschappenpaneel kunnen via de knop [ Kopieer ] alle families en eigenschappen van de complete kast naar het klembord worden gekopieerd. Zie artikel 'Eigenschappen bewerken in het eigenschappenpaneel'.
    Via de optie [ Inhoud vervangen door klembord ] kunnen de families van het geselecteerde onderdeel in één keer worden vervangen door de families die op deze manier naar het klembord zijn gekopieerd. Dit geldt ook voor de eigenschappen die in het instellingen-venster bij Import - 'Sjabloon instellingen' zijn aangevinkt:
    • Klik [ Inhoud vervangen door klembord ].
    • Vink de geselecteerde eigenschappen aan.
      Klik: 
      • [ + ] om alles aan te vinken.
      • [ - ] om de selectie te verwijderen.
    • Klik [ OK ] om de geselecteerde eigenschappen te importeren.
      Er volgt een melding: “De geselecteerde eigenschappen zijn vervangen”.
    • Klik [ OK ]
  • [ Voeding Toevoegen ]
    U kunt apart voedingen toevoegen aan een kast:
    • Klik [ Voeding toevoegen ] en de nieuwe voeding wordt toegevoegd.


Terug naar Inhoudsopgave

Bewerken van de voeding (rail)

Volg onderstaande stappen voor het bewerken van de voeding:

 

Geef een rechtermuisklik op de voeding en kies:

  • [ Terug verplaatsen ]
    Om de voeding 1 positie naar voren (in de lijst naar boven) te verplaatsen.
  • [ Vooruit verplaatsen ]
    Om de voeding 1 positie naar achter (in de lijst naar onder) te verplaatsen.
  • [ Wijzig omschrijving ]
    Om de naam van de voeding (rail) te wijzigen. Bevestig de nieuwe naam met <Enter>.
  • [ Verwijder ]
    Om een lege voeding te verwijderen uit de kast.
    Er volgt een melding: Voeding ‘XXX’ verwijderen?
    Klik:
    • [ Ja ] om de voeding te verwijderen.
    • [ Nee ] om de voeding te behouden.
  • [ Inhoud vervangen door klembord ]
    In het eigenschappenpaneel kunnen via de knop [ Kopieer ] alle families en eigenschappen van een voeding naar het klembord worden gekopieerd. Zie artikel 'Eigenschappen bewerken in het eigenschappenpaneel'.
    Via de optie [ Inhoud vervangen door klembord ] kunnen de families van het geselecteerde onderdeel in één keer worden vervangen door de families die op deze manier naar het klembord zijn gekopieerd. Dit geldt ook voor de eigenschappen die in het instellingen-dialoogvenster onder Import – Sjabloon instellingen zijn aangevinkt. 
    • Vink de geselecteerde eigenschappen aan.
      Klik:
      • [ + ] om alles aan te vinken.
      • [ - ] om de selectie te verwijderen.
    • Klik [ OK ] om de geselecteerde eigenschappen te importeren.
      Er volgt een melding: De geselecteerde eigenschappen zijn vervangen.
    • Klik [ OK ]
  • [ Subrail toevoegen ]
    Om een subrail toe te voegen aan de huidige voeding. Deze wordt toegevoegd op de laatste locatie van de voeding/rail. 
  • [ Verplaatsen aangevinkte groepen ]
    Om groepen te verplaatsen over de voeding.
    • Vink de te verplaatsen voedingen aan.
    • Klik [ Verplaatsen aangevinkte groepen ]
    • Geef aan of de selectie verplaatst moet worden vóór een te selecteren groep, of ná een te selecteren groep.
    • Geef het groepsnummer waar de selectie vóór of ná geplaatst moet worden.
    • Klik [ OK ]
      De groepen worden verplaatst.
      Let op:
      Groepen kunnen ook (tijdelijk) worden verplaatst naar een voeding waarop al groepen aanwezig zijn die codes hebben met een andere voorvoegsel (bijv. groep L1 naar dezelfde voeding waarop ook groep K2 staat). Voor het toepassen van een sjabloon en bij het updaten van de gegevens met die uit het Revit model is deze situatie echter niet toegestaan!
  • [ Groepen toevoegen ]
    Om één of meerdere groepen toe te voegen aan de voeding. Zelf toegevoegde groepen zijn zgn. “User groepen”. Deze worden weergegeven met het icoon [ Pijl/Persoon ].
    In tegenstelling tot geïmporteerde groepen kunnen deze groepen ook weer worden verwijderd door de gebruiker en hebben deze groepen naast de vier families alleen de eigenschappen 'Groepsnummer' en 'Bestemming'.
    • Klik [ Groepen toevoegen ]
    • Geef op:
      • Of en welke voorvoegsel gebruikt moet worden.
      • Het nummer van de eerste groep.
      • Het aantal groepen dat u wilt toevoegen.
    • Klik [ OK ]
    • Geef aan of de nieuwe groepen gekopieerd moet worden vóór een te selecteren groep, of ná een te selecteren groep/subrail.
    • Klik [ OK ]


Terug naar Inhoudsopgave

Bewerken van de groep

Volg onderstaande stappen voor het bewerken van de groep. Geef een rechtermuisklik op de groep en kies: 

  • [ Inhoud vervangen door klembord ]
    In het eigenschappenpaneel kunnen via de knop [ Kopieer ] alle families en eigenschappen van de groep naar het klembord worden gekopieerd. Zie artikel 'Eigenschappen bewerken in het eigenschappenpaneel'.
    Via de optie [ Inhoud vervangen door klembord ] kunnen de families van het geselecteerde onderdeel in één keer worden vervangen door de families die op deze manier naar het klembord zijn gekopieerd. Dit geldt ook voor de eigenschappen die in het instellingen-dialoogvenster onder Import – Sjabloon instellingen zijn aangevinkt.
    • Vink de geselecteerde eigenschappen aan.
      Klik:
      • [ + ] om alles aan te vinken.
      • [ - ] om de selectie te verwijderen.
    • Klik [ OK ] om de geselecteerde eigenschappen te importeren.
      Er volgt een melding: De geselecteerde eigenschappen zijn vervangen.
    • Klik [ OK ]
  • [ Verwijderen ]
    Om een groep te verwijderen uit de kast. Alleen bij zelf aangemaakte groepen!
    Er volgt een melding: Groep ‘XXX’ verwijderen?
    Klik: 
    • [ Ja ] om de voeding te verwijderen.
    • [ Nee ] om de voeding te behouden.
  • [ Inhoud aangevinkte groepen vervangen ]
    In het eigenschappenpaneel kunnen via de knop [ Kopieer ] alle families en eigenschappen van de groep naar het klembord worden gekopieerd. Zie artikel 'Eigenschappen bewerken in het eigenschappenpaneel'.
    Via de optie [ Inhoud aangevinkte groepen vervangen ]kunnen de families van het geselecteerde onderdeel in één keer worden vervangen door de families die op deze manier naar het klembord zijn gekopieerd. Dit geldt ook voor de eigenschappen die in het instellingen-dialoogvenster onder Import – Sjabloon instellingen zijn aangevinkt.
    • Vink de geselecteerde eigenschappen aan.
      Klik:
      • [ + ] om alles aan te vinken.
      • [ - ] om de selectie te verwijderen.
    • Klik [ OK ] om de geselecteerde eigenschappen te importeren.
      Er volgt een melding: De geselecteerde eigenschappen zijn vervangen.
    • Klik [ OK ]
  • [ Buslijn toevoegen ]
    Om een buslijn toe te voegen aan een groep:
    • Klik [ Buslijn toevoegen ];
    • Geef op:
      • Buslijn nummer.
      • Buslijn component nummer.
      • Buslijn contact nummer.
    • Klik [ OK ]
      De buslijn wordt toegevoegd aan de gekozen groep. De buslijn wordt weergegeven met het icoon [ Contact/Persoon ].
      Deze buslijnen kunnen ook verwijderd worden.


Terug naar Inhoudsopgave

Bewerken van de subrail

Volg onderstaande stappen voor het bewerken van de subrail:

  • [ Terug verplaatsen ]
    Om de subrail 1 positie naar voren (in de lijst naar boven) te verplaatsen.
  • [ Vooruit verplaatsen ]
    Om de subrail 1 positie naar achter (in de lijst naar onder) te verplaatsen.
  • [ Wijzig omschrijving ]
    Om de naam van de subrail te wijzigen. Bevestig de nieuwe naam met <Enter>.
  • [ Verwijderen ]
    Om een lege subrail te verwijderen van de voeding/rail.
    Er volgt een melding: Subrail ‘XXX” verwijderen?
    Klik:
    • [ Ja ] om de subrail te verwijderen.
    • [ Nee ] om de subrail te behouden.
  • [ Inhoud vervangen door klembord ]
    In het eigenschappenpaneel kunnen via de knop [ Kopieer ] alle families en eigenschappen van de subrail naar het klembord worden gekopieerd. Zie artikel 'Eigenschappen bewerken in het eigenschappenpaneel'.
    Via de optie [ Inhoud vervangen door klembord ]kunnen de families van het geselecteerde onderdeel in één keer worden vervangen door de families die op deze manier naar het klembord zijn gekopieerd. Dit geldt ook voor de eigenschappen die in het instellingen-dialoogvenster onder Import – Sjabloon instellingen zijn aangevinkt.
    • Klik [ Inhoud vervangen door klembord ]
      Vink de geselecteerde eigenschappen aan.
      Klik:
      • [ + ] om alles aan te vinken.
      • [ - ] om de selectie te verwijderen.
    • Klik [ OK ] om de geselecteerde eigenschappen te importeren.
  • [ Verplaatsen aangevinkte groepen ]
    Om groepen te verplaatsen naar de subrail.
    • Vink de te verplaatsen groep(en) aan.
    • Klik [ Verplaatsen aangevinkte groepen ]
    • Geef aan of de selectie verplaatst moet worden vóór een te selecteren groep, of ná een te selecteren groep.
    • Klik [ OK ]
      De groepen worden verplaatst.
      Let op:
      Groepen kunnen ook (tijdelijk) worden verplaatst naar een voeding waarop al groepen aanwezig zijn die codes hebben met een andere voorvoegsel (bijv. groep L1 naar dezelfde voeding waarop ook groep K2 staat). Voor het toepassen van een sjabloon en bij het updaten van de gegevens met die uit het Revit model is deze situatie echter niet toegestaan!
  • [ Groepen toevoegen ]
    Om één of meerdere groepen toe te voegen aan de voeding. Zelf toegevoegde groepen zijn zgn. “User groepen”. Deze worden weergegeven met het icoon [ Pijl/Persoon ]. In tegenstelling tot geïmporteerde groepen kunnen deze groepen ook weer worden verwijderd door de gebruiker en hebben deze groepen naast de vier families alleen de eigenschappen Groepsnummer en Bestemming.
    • Klik [ Groepen toevoegen ]
      Geef op:
      • Of en welke voorvoegsel gebruikt moet worden.
      • Het nummer van de eerste groep.
      • Het aantal groepen dat u wilt toevoegen.
    • Klik [ OK ]
    • Geef aan of de nieuwe groepen gekopieerd moet worden vóór een te selecteren groep, of ná een te selecteren groep/subrail.
    • Klik [ OK ]


Terug naar Inhoudsopgave

Bewerken van de buslijn

Volg onderstaande stappen voor het bewerken van de buslijn:

  • [ Terug verplaatsen ]
    Om de buslijn 1 positie naar voren (in de lijst naar boven) te verplaatsen t.o.v. andere buslijnen.
  • [ Vooruit verplaatsen ]
    Om de buslijn 1 positie naar achter (in de lijst naar onder) te verplaatsen t.o.v. andere buslijnen.
  • [ Verwijderen ]
    Om een buslijn te verwijderen van de groep.
    Er volgt een melding: Buslijn ‘XXX” verwijderen?
    Klik:
    • [ Ja ] om de buslijn te verwijderen.
    • [ Nee ] om de buslijn te behouden.
  • [ Inhoud vervangen door klembord ]
    In het eigenschappenpaneel kunnen via de knop [ Kopieer ] alle families en eigenschappen van de buslijn naar het klembord worden gekopieerd. Zie artikel 'Eigenschappen bewerken in het eigenschappenpaneel'.
    Via de optie [ Inhoud vervangen door klembord ]kunnen de families van het geselecteerde onderdeel in één keer worden vervangen door de families die op deze manier naar het klembord zijn gekopieerd. Dit geldt ook voor de eigenschappen die in het instellingen-dialoogvenster Import – Sjabloon instellingen zijn aangevinkt.
    • Klik [ Inhoud vervangen door klembord ]
    • Vink de geselecteerde eigenschappen aan.
      Klik:
      • [ + ] om alles aan te vinken.
      • [ - ] om de selectie te verwijderen.
    • Klik [ OK ] om de geselecteerde eigenschappen te importeren.


Terug naar Inhoudsopgave


Eigenschappen bewerken in het eigenschappenpaneel

Iedere kast, voeding, subrail, groep of buslijn heeft eigenschappen. 

 

'TheModus E-schema' heeft een apart paneel voor de weergave van deze eigenschappen. We noemen deze het eigenschappenpaneel.

Als een kast, voeding, subrail, groep of buslijn wordt geselecteerd in het verkennerpaneel, worden de eigenschappen hiervan getoond in het eigenschappenpaneel. 

 

Het eigenschappenpaneel bestaat uit 2 onderdelen. 

Aan de bovenzijde de iconen. Deze zijn voor voedingen, subrails en groepen. Door te dubbel klikken kunnen iconen worden vervangen. Deze iconen zijn Autodesk Revit families en worden gedownload uit de 'TheModus Bibliotheek'. De volgende paragraaf legt meer uit over het bewerken van de iconen.

Aan de onderzijde staat de tabel met de eigenschappen. In de eigenschappenlijst worden de eigenschappen die door de gebruiker kunnen worden gewijzigd in zwart weergegeven. Dit zijn over het algemeen de eigenschappen die niet uit het model zijn geïmporteerd. Uitzondering is de kabellengte, die wel uit het model wordt ingelezen, maar die daarna nog wel is aan te passen. De geïmporteerde eigenschappen die niet mogen worden gewijzigd zijn grijs en alleen-lezen. 

 

Met de knop [Kopieer] kan de inhoud van de voeding, subrail of groep worden gekopieerd naar het klembord. Deze inhoud kan vervolgens op andere voedingen/subrails/groepen worden toegepast via de opties [Inhoud vervangen door klembord] en [Inhoud aangevinkte groepen vervangen]. Hierbij wordt de gebruiker gevraagd welke eigenschappen en/of families moeten worden vervangen door die van de voeding, subrail of groep van het klembord.


Terug naar Inhoudsopgave


Iconen bewerken in het iconenpaneel van het eigenschappenpaneel

Gedurende de samenstelling van het schema is het belangrijk om het overzicht te behouden. 

'TheModus E-schema' heeft daarom een apart paneel waar het totaaloverzicht wordt weergegeven van het geselecteerde onderdeel in het verkennerpaneel. Dit overzicht wordt opgebouwd uit iconen. Het paneel heet het iconenpaneel.

 

Afhankelijk van de selectie in het verkenner paneel wijzigt de weergave van het eigenschappenpaneel:

Selectie:

  • Kastknooppunt; getoond worden de voedingen van de kast.
  • Voeding; getoond worden de afgaande groepen en subrails.
  • Subrail; getoond worden de afgaande groepen.
  • Groep; wordt niets getoond.

Onder de iconen staan knoppen die de omschrijving van de bewuste voeding, subrail of groep weergeven. Als op deze knop wordt geklikt dan wordt dit de geselecteerde voeding/subrail/groep. Deze wordt dan weergegeven in het eigenschappenpaneel (onder). In het iconenpaneel zelf worden nu de afgaande subrails en groepen weergegeven, indien van toepassing. 

Het iconenpaneel kan dus gebruikt worden om enerzijds de iconen in te richten, maar anderzijds ook als verkenner.

 

Zowel in het eigenschappenpaneel als in het iconenpaneel kunnen de iconen direct worden vervangen door andere iconen. Iconen worden gedownload uit de 'TheModus Bibliotheek'.


Terug naar Inhoudsopgave

Plaatsen van een nieuw icoon

Volg onderstaande stappen voor het plaatsen van een nieuw icoon:

  • Zorg ervoor dat het 'TheModus E-schema' is geopend.
  • Zorg ervoor dat het project is ingelezen.
  • Dubbelklik op de plek waar het icoon is gewenst
    of
    klik met de rechtermuisknop op de plek en klik [ Selecteer family ]. Dit kan zowel in het eigenschappenpaneel als in het iconenpaneel.
    'TheModus Bibliotheek' wordt geopend met diverse filters actief.
  • Zoek naar het gewenste icoon.
  • Dubbelklik op het gewenste icoon.
    Het icoon wordt nu gedownload en geladen.
    Als er gevraagd wordt naar een type, selecteer dan het gewenste type.
    • Klik [ Laden ]


Terug naar Inhoudsopgave

Kopiëren van een icoon

Volg onderstaande stappen voor het kopiëren van een icoon:

  • Zorg ervoor dat 'TheModus E-schema' is geopend.
  • Zorg ervoor dat het project is ingelezen.
  • Klik met de rechtermuisknop op het icoon welke u wilt kopiëren en klik [ Kopieer family ]. Dit kan zowel in het eigenschappenpaneel als in het iconenpaneel.
  • Klik met de rechtermuisknop op de plek waarnaar u het icoon wilt kopiëren en klik [ Plakken family ]
    Het icoon wordt gekopieerd en geplakt.

In artikel 'Kasten, voedingen, subrails en groepen bewerken' is reeds uitgelegd hoe de inhoud van kasten, voedingen, subrailen, groepen en buslijnen kunnen worden gekopieerd. Dit kan ook direct vanuit het iconenpaneel. Volg onderstaande stappen voor de inhoud van een item te kopiëren:

  • Zorg ervoor dat 'TheModus E-schema' is geopend.
  • Zorg ervoor dat het project is ingelezen.
  • Klik met de rechtermuisknop op de knop (onder de iconen) in het iconenpaneel welke u wilt kopiëren en klik
    [ Kopieer inhoud … naar klembord ]
    Alle informatie wordt gekopieerd inclusief de iconen.
  • Klik met de rechtermuisknop op de knop waarvan u de inhoud wilt vervangen en klik [ Inhoud … vervangen door klembord ]
  • Selecteer de eigenschappen welke u wilt vervangen.
    Klik:
    • [ + ] om alles te selecteren.
    • [ - ] om de selectie ongedaan te maken.
  • Klik [ OK ]
    De inhoud wordt vervangen.

N.B.
 U kunt ook de inhoud van meerdere items vervangen:

  • Ga naar het verkennerpaneel.
  • Selecteer de items.
  • Klik rechtermuisknop en klik [ Inhoud aangevinkte groepen vervangen ]
  • Selecteer de eigenschappen welke u wilt vervangen.
    Klik:
    • [ + ] om alles te selecteren.
    • [ - ] om de selectie ongedaan te maken.
  • Klik [ OK ]
    De inhoud wordt vervangen.
    De optie ‘Inhoud aangevinkte groepen vervangen’ is alleen actief als het bron item en het doel item van eenzelfde onderdeel zijn. De inhoud van een voeding kan dus niet gekopieerd worden naar een groep.


Terug naar Inhoudsopgave


Groepenlijstpaneel

Gedurende de samenstelling van het schema is het belangrijk om het overzicht te behouden.
'TheModus E-schema' heeft daarom een apart paneel waar het totaaloverzicht wordt weergegeven van alle groepen van de actieve kast. Dit paneel heet het groepenpaneel.

 Vaak is het gewenst om een kastscheiding toe te voegen. Dit kan in dit groepenpaneel.


Kastscheiding aanmaken

Volg onderstaande stappen om een kastscheiding te maken:

  • Zorg ervoor dat 'TheModus E-schema' is geopend.
  • Zorg ervoor dat het project is ingelezen.
  • Selecteer de regel waarna de kastscheiding geplaatst moet worden.
  • Klik met de rechtermuisknop op de regel en klik [ Kastscheiding toevoegen na ….. ]
  • De kastscheiding wordt toegevoegd.


Eén kastscheiding verwijderen

Volg onderstaande stappen om een kastscheiding te verwijderen:

  • Zorg ervoor dat 'TheModus E-schema' is geopend.
  • Zorg ervoor dat het project is ingelezen.
  • Selecteer de regel met de kastscheiding (grijze regel).
  • Klik met de rechtermuisknop op de regel en klik [ Verwijder deze kastscheiding ]


Alle kastscheidingen verwijderen

Volg onderstaande stappen om alle kastscheidingen te verwijderen:

  • Zorg ervoor dat 'TheModus E-schema' is geopend.
  • Zorg ervoor dat het project is ingelezen.
  • Klik met de rechtermuisknop in de tabel en klik [ Kastscheiding Reset ]


Terug naar Inhoudsopgave


Nieuwe kast aanmaken

Zelfs als het BIM model niet volledig is uitgewerkt als elektra model, dan kan er nog altijd een schema worden samengesteld. Dit is uiteraard een handmatig proces.

 

Met 'TheModus E-schema' kunt u zelf een kast aanmaken, inrichten en het schema genereren.


Nieuwe kast aanmaken zonder BIM informatie

Zelfs als het BIM model niet volledig is uitgewerkt als elektra model, dan kan er nog altijd een schema worden samengesteld. Dit is uiteraard een handmatig proces.

Met 'TheModus E-schema' kunt u zelf een kast aanmaken, inrichten en het schema genereren.

 

Volg onderstaande stappen voor het aanmaken van een nieuwe kast zonder BIM informatie:

  • Ga naar de knoppenbalk [ Cadac Revit ]
  • Klik in het paneel [ Productiviteit ] op [ Documentatie ] en klik op [ Genereer E-schema ]
    'TheModus E-schema' wordt geopend.
  • Klik [ Nieuw ]
    Er wordt een bestand aangemaakt met een lege kast actief.
  • Richt de kast verder in zoals beschreven in de voorgaande artikelen.
  • De opbouw van de Kast, Voeding, Subrail en Buslijn geschied volgens de voorinstellingen zoals gedaan onder Instellingen -> Standaard families en is achteraf aan te passen.
  • Sla de kast op.

Let op!
Aangezien hierbij alleen user-groepen kunnen worden aangemaakt heeft deze functie verder een zeer beperkte bruikbaarheid.


Terug naar Inhoudsopgave


Genereren schema

Zodra alle data is ingelezen en aangevuld door de gebruiker kan het schema worden gegenereerd. 

 

'TheModus E-schema' genereert de schema's op 'drafting views', waar, op basis van de geselecteerde families, het hele schema wordt samengesteld en getekend. U kunt één kast genereren of een selectie van kasten. U kunt bestaande schema's updaten, of nieuwe schema's genereren als er reeds schema's zijn gemaakt.


Terug naar Inhoudsopgave


Het genereren van verdeelkastschema's

Volg onderstaande stappen voor het genereren van een verdeelkastschema:

  • Zorg ervoor dat 'TheModus E-schema' is geopend.
  • Zorg ervoor dat het project is geopend en/of ingericht.
  • Selecteer welke schema's te genereren. Er zijn een aantal mogelijkheden:
    • Installatieschema genereren voor actieve kast. Er is nog geen schema eerder gegenereerd:
      • Klik [ Installatieschema genereren van getoonde kast ]
        Er volgt een melding: “Schema van kast <kastnaam> is gegenereerd op drafting view 6-_DV_Installatieschema - <kastnaam>”.
      • Klik [ OK ]
    • Bestaand installatieschema updaten voor actieve kast. Voor deze kast is eerder een schema gegenereerd.
      U wilt het bestaande schema updaten:
      • Klik [ Installatieschema genereren van getoonde kast ]
        Er volgt een melding: “View ‘6-_DV_Installatieschema - <kastnaam>’ bestaat al. Schema op 6-_DV_Installatieschema - <kastnaam> vervangen?”.
        Klik:
        • [ Ja ] om het schema te vervangen.
          Er volgt een melding: “Schema van kast <kastnaam> is gegenereerd op drafting view 6-_DV_Installatieschema - <kastnaam>”.
          • Klik [ OK ]
            Eventueel handmatig toegevoegde annotaties blijven staan op het schema. Controleer de positie van deze aanvullingen!
        • [ Nee ] om het schema niet te vervangen.
          Er volgt een vraag: “Een nieuwe drafting view wordt aangemaakt. Doorgaan?”
          Klik:
          • [ Ja ]
            Er volgt een melding: Schema van kast <kastnaam> is gegenereerd op drafting view 6-_DV_Installatieschema - <kastnaam> _<volgnummer>”.
            • Klik [ OK ]
          • [ Nee ]
            Er volgt een melding: “Drafting view is niet aangemaakt”.
            • Klik [ OK ]
          • [ Annuleren ]
            Er volgt een melding: “Drafting view is niet aangemaakt”.
            • Klik [ OK ]
    • Nieuw installatieschema genereren voor actieve kast. Er is reeds eerder een schema gegenereerd.
      U wilt het bestaande schema behouden:
      • Klik [ Installatieschema genereren van getoonde kast ]
        Er volgt een melding: “View ‘6-_DV_Installatieschema - <kastnaam>’ bestaat al. Schema op 6-_DV_Installatieschema - <kastnaam> vervangen?”
      • Klik [ Nee ] om het schema niet te vervangen.
        Er volgt een vraag: “Een nieuwe drafting view wordt aangemaakt. Doorgaan?”.
      • Klik [ Ja ]
        Er volgt een melding: Schema van kast <kastnaam> is gegenereerd op drafting view 6-_DV_Installatieschema - <kastnaam> _<volgnummer>”. 
      • Klik [ OK ]
        Het bestaande schema wordt niet vervangen. Eventueel handmatig toegevoegde annotaties op het oorspronkelijk schema worden niet overgenomen!
    • Installatieschema's genereren van een collectie van kasten:
      • Klik [ Installatieschema’s genereren van selectie ]
      • Selecteer de gewenste kasten.
        Klik:
        • [ + ] om alles te selecteren.
        • [ - ] de selectie te verwijderen.
      • Vink 'Bestaande vervangen'
        • “AAN” als u de schema's van reeds eerder gegenereerde kasten wilt updaten. Eventueel handmatig toegevoegde annotaties blijven staan op het schema. Controleer de positie van deze aanvullingen!
        • “UIT” als u de schema's wilt genereren naar nieuwe bladen.
          Er volgt een melding: “De schema’s van alle geselecteerde kasten worden in één keer gegenereerd. Als van een kast al een schema bestaat wordt het schema op een nieuwe drafting view gegenereerd”.
      • Klik:
        • [ OK ] om de schema’s te genereren.
          Er volgt een melding: “De schema’s voor de volgende kasten zijn succesvol gegenereerd”.
          • Klik [ OK ]
        • klik [ Annuleren ] om te stoppen.


Terug naar Inhoudsopgave


Het genereren van Blokschema’s

Volg onderstaande stappen voor het genereren van een verdeelkastschema:

  • Zorg ervoor dat 'TheModus E-schema' is geopend.
  • Zorg ervoor dat het project is geopend en/of ingericht.
  • Selecteer welke blokschema's te genereren. Er zijn een aantal mogelijkheden:
    • Blokschema genereren voor gebouw. Er is nog geen blokschema gegenereerd:
      • Klik [ Blokschema genereren ]
        Er volgt een melding” Het blokschema is gegenereerd op drafting view 6-_DV_Blokschema - <kast1> + <kast2> enz.”.
      • Klik [ OK ]
    • Bestaand blokschema updaten voor gebouw. Er is reeds eerder een schema gegenereerd. U wilt het bestaande schema updaten. 
      • Klik [ Blokschema genereren ]
        Er volgt een melding: “View ‘6-_DV_blokschema - <kast1> + <kast2>’ bestaat al. Schema op 6-_DV_blokschema - <kast1> + <kast2> vervangen?”.
        Klik:
        • [ Ja ]
          Er volgt een melding: “Het blokschema is gegenereerd op drafting view 6-_DV_Blokschema - <kast1> + <kast2>”.
          • Klik [ OK ]
            Het bestaande schema wordt vervangen. Eventueel handmatig toegevoegde annotaties blijven staan op het schema. Controleer de positie van deze aanvullingen!
        • [ Nee ]
          Er volgt een melding: “Een nieuwe Drafting View wordt aangemaakt. Doorgaan?”.
          Klik:
          • [ Ja ] om het nieuwe blokschema aan te maken.
            Er volgt een melding: “Het blokschema is gegenereerd op drafting view 6-_DV_Blokschema - <kast1>+<kast2>_<volgnummer>”.
            • Klik [ OK ]
          • [ Nee ] om geen nieuw blokschema aan te maken.
            Er volgt een melding: “Het blokschema is niet gegenereerd".
            • Klik [ OK ]
        • [ Annuleren ]
          Er volgt een melding: “Het blokschema is niet gegenereerd”.
          • Klik [ OK ]
    • Nieuw Blokschema genereren voor actieve kast. Er is reeds eerder een schema gegenereerd. U wilt het bestaande schema behouden:
      • Klik [ Blokschema genereren ]
        Er volgt een melding: “View ‘6-_DV_blokschema - <kast1> + <kast2>’ bestaat al. Schema op 6-_DV_blokschema - <kast1> + <kast2> vervangen?”.
        Klik:
        • [ Nee ]
          Er volgt een melding: “Een nieuwe Drafting View wordt aangemaakt. Doorgaan?”.
          • Klik: [ Ja ]
            Er volgt een melding: “Het blokschema is gegenereerd op drafting view 6-_DV_Blokschema - <kast1>+<kast2>_<volgnummer>”.
          • Klik [ OK ]
            Het bestaande schema wordt vervangen. Eventueel handmatig toegevoegde annotaties blijven staan op het schema. Controleer de positie van deze aanvullingen!
    • Blokschema's genereren van een specifieke kast:
      • Klik [ Blokschema genereren vanaf kast ]
      • Selecteer de gewenste kast.
      • Klik [ OK ]
        Er volgt een melding: “Het blokschema is gegenereerd op drafting view 6-_DV_Blokschema - <kastnaam>”. 
      • Klik [ OK ]

Let op!
De schema's worden gegenereerd met de naamopbouw met als syntax "6-_DV_Installatieschema - <kastnaam>" of "6-_DV_Blokschema - <kastnaam>+<kastnaam>". Deze komen te staan onder 'Electrical -> Installatieschema -> Drafting Views' en 'Electrical -> Blokschema -> Drafting Views' in de projectbrowser van Revit. Deze structuur is afhankelijk van de instellingen in het Revit project.

  • Indien bestaande schema's niet worden vervangen, dan wordt de naam van 'drafting view' aangevuld met een volgnummer. De 'drafting view' met het hoogste volgnummer is het meest recent gegenereerde schema.
  • Het schema wordt volgens de instellingen uit het instellingen-dialoogvenster gegenereerd voor wat betreft:
    • Horizontale of verticale oriëntatie van het schema.
    • Tussenafstanden van groepen, subrails, voedingen en renvooi. Hierbij rekening houden dat de tussenafstanden van voedingen, subrails en groepen zijn gedefinieerd in de instellingen. In het eigenschappenpaneel van groepen bevindt zich echter ook nog de eigenschap 'Afstand tot volgende (mm)'. Als hier een waarde wordt ingevuld, dan zal dit de afstand op het schema worden tussen deze en de volgende groep, ongeacht wat er bij de instellingen staat. Als deze waarde op “Standaard” staat, dan wordt voor deze afstand gewoon de tussenafstand gehanteerd zoals opgegeven bij de instellingen.
    • Te plaatsen faseletter bij het begin van de groepsinformatie.
    • Te plaatsen tabellen bij het schema op de 'drafting view'.


Terug naar Inhoudsopgave


Verdeelkastschema's voor zwakstroominstallatie

'TheModus E-schema' voor zwakstroom genereert zwakstroom schema's. De zwakstroom schema's geven een schematische weergave per kast. De zwakstroom schema's geven een schematische weergave voor het hele gebouw. 

Het gaat als volgend te werk:

  • Alle 'Electrical Circuit' informatie uit het BIM model worden ingelezen.
  • De data voor het genereren van een zwakstroom schema kan door de gebruiker worden aangevuld.
  • De zwakstroom schema’s van één of meer Panelen worden gegenereerd op een 'Drafting view', en indien gewenst aangevuld met:
    • Een groepenlijst.
    • Een tabel met het totaal vermogen per vermogensclassificatie.
    • Een tabel met het totaal vermogen per fase. 

Alle te ondernemen stappen worden in de volgende paragrafen uitgewerkt.


Terug naar Inhoudsopgave


Voorbereiding BIM-model

TheModus E-schema' stelt enkele eisen aan het BIM-model. We zetten de voorwaarden op een rijtje:

  • Alleen onderdelen die behoren tot een 'Electrical Circuit' en die zijn aangesloten op een 'Panel' worden meegenomen in de analyse.


Minimale vereisten Revit project t.b.v. E-Schema

Voor het automatisch uittekenen van de E-Schema’s dienen een aantal zaken aanwezig te zijn in het project. Indien het project gestart is met een TheModus Template (of op een Template geleverd door Cadac) dan is deze reeds voorzien van deze vereisten.


Viewtemplates

In het project dient de volgende viewtemplate aanwezig te zijn. Indien deze niet aanwezig is kan deze ‘overgenomen’ worden vanuit de TheModus template middels ‘Transfer Project Standards’.

 Vereiste viewtemplate:

  • 6-_DV_Blokschema


Linestyles

In het project dienen de volgende Linestyles aanwezig te zijn. Indien deze niet aanwezig zijn kunnen deze ‘overgenomen’ worden vanuit de TheModus template middels ‘Transfer Project Standards’.

 Vereiste linestyles:

  • 60_kast e-schema
  • 60_level e-schema

Beide met LinePattern: NL_00_stippellijn middel.


Terug naar Inhoudsopgave


Een zwakstroom schema starten

Dit artikel beschrijft een aantal aspecten die u moet weten voordat u aan de slag gaat met 'TheModus E-schema'.

'TheModus E-schema' maakt zoveel mogelijk gebruik van de informatie uit het BIM model, dan is het BIM model 100% de bron van alle informatie, en kan het project opnieuw worden gegenereerd uit het model.

 Volg onderstaande stappen om een nieuw schema te starten:

  • Ga naar de knoppenbalk [ Cadac Revit ];
  • Klik in het paneel [ Productiviteit ] op [ Documentatie ] en klik op [ Genereer zwakstroom schema’s ]
    Het venster 'Genereer zwakstroom blokschema’ wordt geopend. Hiermee is alle BIM data vanuit het model geïmporteerd.


Zwakstroomschema schermoverzicht

Zodra gekozen is voor: ‘Genereer zwakstroom schema’s’ opent het “Genereer zwakstroom blokschema” venster.

Dit venster is opgebouwd uit deelvensters met hun eigen doel.

  • Functieknoppenbalk (1)
    • Project parameters koppelen voor zwakstroom blokschema.
    • Wijzig family mappingen.
  • Kastkeuze (2) met een onderverdeling per type
    • Brand Alarm
    • Inbraak beveiliging
    • Communicatie
    • Data
    • Zusteroproep
  • Het Schema instellingendeel (3) met daarin de:
    • Keuzelijst schematype (4met de keuze voor:
      • Brand Alarm
      • Inbraak beveiliging
      • Communicatie
      • Data
      • Zusteroproep
    • Nummer Syntax (5), waarbij de naamgeving van de onderdelen kan worden samengesteld.
      •   [ Potlood ] om de huidige syntax te wijzigen.
      •  [ Prullenbak ] om een onderdeel uit de huidige syntax te verwijderen.
    • Algemene instellingen (6) t.b.v. het schema:
      • Lus hoogte – 25
      • Groep afstand – 20
      • Onderdeel afstand – 15
      • Toevoegsymbool afstand – 10
      • Tekst hoogte normaal – 1,8
      • Tekst hoogte groot – 3,5
      • Maximaal aantal componenten in groep – 2
      • Kabelvlag richting – Links
      • Toon kabelnummer – Ja
      • Toon kabeltype – Ja
      • Toon bestemming – Ja


Terug naar Inhoudsopgave


Zwakstroom blokschema instellen

Volg onderstaande stappen om een zwakstroom blokschema in te stellen:

  • Ga naar de knoppenbalk [ Cadac Revit ]
  • Klik in het paneel [ Productiviteit ] op [ Documentatie ] en klik op [ Genereer zwakstroom schema’s ]
    Het venster 'Genereer zwakstroom blokschema’ wordt geopend. Hiermee is alle BIM data vanuit het model geïmporteerd. De laatst gebruikte instellingen zijn actief.
  • Wijzig de opbouw van de nummering in het schema:
    • Om een gekozen parameter uit de opbouw te verwijderen:
      • Selecteer de parameter.
      • Klik [ Prullenbak ] 
    • Om de gehele opbouw te wijzigen:
      • Klik [ Potlood ]
        Er verschijnt een keuze venster met alle beschikbare gegevens/parameters.
        Geef op:
        • Of en welke voorlooptekst gebruikt moet worden:
          • Geef de tekst op en klik [ + ]
          • Verwijder de opgegeven tekst door te klikken op [ Prullenbak ]
        • Welk scheidingsteken gebruikt moet worden:
          • -
          • /
          • .
        • Welke Circuit parameter(s) gebruikt moet worden:
          • Circuit nummer
          • Kabel nummer
          • Kastnaam
        •  Welke Element parameter(s) gebruikt moeten worden:
          • Groep
          • Lusnummer
          • Volgnummer
        • Indien gekoppeld; welke Project parameter(s) gekoppeld moet worden.
  • Klik [ OK ]

Onderin het scherm staat de opbouw gegeven zoals deze gekozen is.
Indien gekozen moet worden voor meerdere parameters dienen deze in de juiste volgorde gekozen worden met de <CTRL>+<Click> functie. Bijv. Circuit nummer-volgnummer-groep-bestemming.

LET OP!
Indien meerdere parameters gekozen worden dienen de onderlinge afstanden tussen de groepen aangepast worden om ruimte te maken voor de tekst.


Terug naar Inhoudsopgave


Zwakstroom blokschema genereren

Volg onderstaande stappen om een nieuw blokschema aan te maken:

  • Ga naar de knoppenbalk [ Cadac Revit ]
  • Klik in het paneel [ Productiviteit ] op [ Documentatie ] en klik op [ Genereer zwakstroom schema’s ]
    Het venster 'Genereer zwakstroom blokschema’ wordt geopend. Hiermee is alle BIM data vanuit het model geïmporteerd.
  • De laatst gebruikte instellingen zijn actief.
  • Selecteer een kast in het 'Kastkeuze' deel.
  • Selecteer in het 'Schema type' deel het bijbehorende schema.
  • Wijzig, indien gewenst, de opbouw van de nummer syntax voor het schema.
  • Wijzig, indien gewenst, de afstanden/instellingen voor het schema.
  • Klik [ OK ]
    Er wordt een nieuwe drafting view aangemaakt “6-_DV_Blokschema - <kastnaam>”.


Terug naar Inhoudsopgave


Zwakstroom blokschema vervangen

Volg onderstaande stappen om een bestaand blokschema te vervangen:

  • Ga naar de knoppenbalk [ Cadac Revit ]
  • Klik in het paneel [ Productiviteit ] op [ Documentatie ] en klik op [ Genereer zwakstroom schema’s ]
    Het venster 'Genereer zwakstroom blokschema’ wordt geopend. Hiermee is alle BIM data vanuit het model geïmporteerd. De laatst gebruikte instellingen zijn actief.
  • Selecteer de kast in het 'Kastkeuze' deel.
  • Selecteer in het 'Schema type' deel het bijbehorende schema.
  • Wijzig, indien gewenst, de overige instellingen.
  • Klik [ OK ]
    Er volgt een melding: “View ‘6-_DV_Blokschema - <kastnaam>’bestaat al. Schema op 6-_DV_blokschema - <kastnaam> vervangen ?”.
    Klik:
    • [ Ja ]
      Het bestaande schema wordt vervangen. Eventueel handmatig toegevoegde annotaties blijven staan op het schema. Controleer de positie van deze aanvullingen!
    • [ Nee ]
      Er volgt een melding: “Een nieuwe Drafting View wordt aangemaakt. Doorgaan?”.
      Klik:
      • [ Ja ] om het nieuwe blokschema aan te maken.
        Er wordt een nieuwe drafting view aangemaakt: 6-_DV_Blokschema - <kastnaam>_<volgnummer>.
      • [ Nee ] om geen nieuw blokschema aan te maken.
        De functie wordt zonder melding gestopt.
    • [ Annuleren ]
      De functie wordt zonder melding gestopt.


Terug naar Inhoudsopgave




Bij Cadac maken we onderscheid tussen Sales, Service & Support. Sales & Service vinden wij vanzelfsprekend. Wij helpen u met de aanschaf van uw product, dienst, training of expert en zorgen ervoor dat u probleemloos aan de slag kunt. Gratis en voor niets. U kunt zorgeloos met uw software starten, wij zorgen ervoor dat u het meeste uit uw software kunt halen.

Loopt u tegen technische softwareproblemen aan? Dan kunt u gebruik maken van Cadac Support. Door de juiste informatie in te dienen kunnen wij u zo snel mogelijk helpen

Stel een vraag

Waar heeft u een vraag over?

Kies een locatie

Europa

Wereld