Naar hoofdinhoud

Techline -10- Bewerken

How to

Laatst gewijzigd op 20 mei 2021

INHOUDSOPGAVE



Bewerken leiding/kanaal/goot en aansluitingen


Op getekende leidingen, kanalen en goten kunnen verschillende bewerkingen worden uitgevoerd:

  • Genereer bocht tussen twee leidinguiteinden. Als de leidingen niet in hetzelfde vlak liggen worden verschillende verbindingsvarianten aangeboden
  • Een leiding kan worden aangesloten op een doorgaande leiding. Als de leidingen niet in hetzelfde vlak liggen worden verschillende verbindingsvarianten aangeboden
  • Sprong genereren tussen twee evenwijdige leidingen
    (niet voor rechthoekig lucht)
  • Wijzigen van Leidingtype, Leidingsysteem, Tracé
  • Wijzigen Afmetingen en Peilmaat
  • Wijzigen Appendages en Hulpstukken (met aansluitende delen)
  • Kopiëren, Verplaatsen en Draaien van onderdelen
  • Helen en Breken van leidingen
  • Stretchen van leidingen en secties


In het vervolg worden alleen leidingen genoemd, echter hetzelfde geldt voor Kanalen en Goten.

Indien de bewerking niet voor een bepaald type leiding/kanaal/goot geschikt is wordt dit vermeldt.


Terug naar Inhoudsopgave


Genereer bocht

  1. Open in Toolpalette Cadac-Techline het tabblad 'Bewerk'

  2. Open menu 'Bewerk'
  3. Selecteer 'Genereer bocht'
  4. Selecteer de twee leidingen
  5. Toets <Enter>
    • Standaard hulpstuk
      • Toets <Enter>
        of
        voor Standaard

        De aansluiting wordt gemaakt met het standaard hulpstuk.
        Als er geen standaard hulpstuk is geformuleerd wordt het venster 'Hulpstukken' geopend om een hulpstuk te selecteren.
        Als er meer varianten mogelijk zijn wordt de eerste verbindingsvariant getoond met een groene verbindingslijn met mogelijke hoeken.

      • Toets <Enter> om de volgende variant te zien
        of
        toets A en <Enter> om de optie te accepteren

        De bocht wordt gemaakt volgens het gekozen tracé.


    • Hulpstuk uit Hulpstukdialoog
      • Toets  h  gevolgd door <Enter> om het hulpstukdialoog op te roepen,
      • Selecteer het gewenste hulpstuk in het dialoogvenster
      • Klik op knop [Plaatsen]

        De bocht wordt gemaakt volgens het gekozen tracé.

Het bochtstuk wordt geplaatst, de leidingen worden indien nodig aangepast (ingekort of verlengd).


Terug naar Inhoudsopgave


Genereer bocht: Afvoerleiding met verticale leiding

  1. Open in Toolpalette Cadac-Techline het tabblad 'Bewerk'
  2. Open menu 'Bewerk'
  3. Selecteer 'Genereer bocht'
  4. Selecteer de twee leidingen
  5. Toets <Enter>
  6. Toets ST voor STandleiding
  7. Toets <Enter>
    of
    voor Standaard

    Als er meer varianten mogelijk zijn wordt de eerste verbindingsvariant getoond met een groene verbindingslijn met mogelijke hoeken.

  8. Toets <Enter> om de volgende variant te zien
    of
    toets A en <Enter>om de optie te Accepteren


    De gegenereerde bocht voldoet aan de Norm; 2x45° met buis.

Terug naar Inhoudsopgave


Genereer T aansluiting (leiding op doorgaande leiding)

  1. Open in Toolpalette Cadac-Techline het tabblad 'Bewerk'
  2. Open menu 'Bewerk'
  3. Selecteer 'Genereer T aansluiting'
  4. Selecteer de twee leidingen
  5. Toets <Enter>
    • Aftakking (voornamelijk bij ronde kanalen)
      • Toets gevolgd door <Enter>om het hulpstukdialoog op te roepen

        Het dialoog staat reeds ingesteld op Aftakking

      • Selecteer de gewenste aftakking

        De aansluiting wordt gemaakt met de gekozen aftakking

    • Standaard hulpstuk
      • Toets <Enter> of Svoor Standaard

        De aansluiting wordt gemaakt met het standaard hulpstuk.

    • Hulpstuk uit Hulpstukdialoog
      • Toets gevolgd door <Enter> om het hulpstukdialoog op te roepen,
      • Selecteer het gewenste Type hulpstuk
      • Selecteer het gewenste hulpstuk
      • Klik op knop [ Plaatsen ]

        De aansluiting wordt gemaakt met het gekozen hulpstuk.

    • Rechthoekige aftakking (alleen bij RH kanalen)
      • Toets RE gevolgd door <Enter>om de aansluiting middels een rechthoekige aftakking (bijv. zadelstuk) te creëren

        Indien het gaat over een rechthoekig kanaal

    • Ronde aftakking (alleen bij combinatie RH en Ronde kanalen)
      • Toets RO gevolgd door <Enter>om aansluiting middels een ronde aftakking (bijv. zadelstuk) te creëren

        Als er meer varianten mogelijk zijn wordt de eerste verbindingsvariant getoond met een groene verbindingslijn met mogelijke hoeken.

      • Toets <Enter> om de volgende variant te zien
        of
        toets A en <Enter>om de optie te accepteren

        De aansluiting wordt gemaakt  volgens het gekozen tracé.

Terug naar Inhoudsopgave


Genereer T aansluiting (Afvoeren onder afschot/opschot)

  1. Open in Toolpalette Cadac-Techline het tabblad 'Bewerk'
  2. Open menu 'Bewerk'
  3. Selecteer 'Genereer T aansluiting'
  4. Selecteer de twee afvoerleidingen
  5. Toets <Enter>
    • Standaard hulpstuk
      • Toets <Enter>
        of
        S voor Standaard
    • Hulpstuk uit Hulpstukdialoog
      • Toets H gevolgd door <Enter> om het hulpstukdialoog op te roepen,
      • Selecteer het gewenste Type hulpstuk
      • Selecteer het gewenste hulpstuk
      • Klik op knop [ Plaatsen ]
  6. Als van de aansluitende leiding;
    • de peilmaat tussen de onder- en bovenkant van de hoofdleiding ligt, zal de aansluitende leiding zo verlegd worden dat een excentrische aansluiting volgens de norm ontstaat.
      Hulpstukken en buizen aan de andere zijde van de aansluitende buis kunnen meeverplaatst worden. Het programma vraagt daarom.
      • Selecteer de extra te verleggen onderdelen (inclusief de aansluitende leiding

        Het T-stuk wordt met de juiste stromingsrichting in de hoofdbuis geplaatst; de aansluitende buis en overige geselecteerde elementen worden verlegd naar de bovenzijde van de hoofdbuis (T-stuk)

    • de peilmaat buiten de onder- en bovenkant van de hoofdleiding ligt zullen mogelijke verbindingsvarianten worden getoond. Met de <Enter>-toets kan door de mogelijkheden gebladerd worden. Bij acceptatie van een variant wordt, indien gewenst, de aansluitende leiding zo verlegd worden dat een excentrische aansluiting volgens de norm ontstaat. Hulpstukken en buizen aan de andere zijde van de aansluitende buis kunnen meeverplaatst worden. Het programma vraagt daarom.
      • Toets <Enter> om de volgende variant te zien
        of
        toets A en <Enter> om de optie te accepteren
      • Selecteer de extra te verleggen onderdelen (inclusief de aansluitende leiding) indien gevraagd door het programma

        Het T-stuk wordt met de juiste stromingsrichting in de hoofdbuis geplaatst; de aansluitende buis met hulpstukken en overige geselecteerde elementen worden verlegd naar de bovenzijde van de hoofdbuis (T-stuk).

Terug naar Inhoudsopgave


Genereer T aansluiting: Afvoeren niet onder afschot/opschot

  1. Open in Toolpalette Cadac-Techline het tabblad 'Bewerk'
  2. Open menu 'Bewerk'
  3. Selecteer 'Genereer T aansluiting'
  4. Selecteer de twee leidingen
  5. Toets <Enter>
    • Standaard hulpstuk
      • Toets <Enter>
        of
        S voor Standaard
      • Geef de gewenste aftak/stromingsrichting op.
    • Hulpstuk uit Hulpstukdialoog
      • Toets H gevolgd door <Enter> om het hulpstukdialoog op te roepen,
      • Selecteer het gewenste Type hulpstuk
      • Selecteer het gewenste hulpstuk
        Klik op knop [ Plaatsen ]
      • Geef de gewenste aftak/stromingsrichting
  6. Als van de aansluitende leiding;
    • de peilmaat tussen de onder en bovenkant van de hoofdleiding ligt zal de aansluitende leiding zo verlegd worden dat een excentrische aansluiting volgens de norm ontstaat.
      Hulpstukken en buizen aan de andere zijde van de aansluitende buis kunnen meeverplaatst worden. Het programma vraagt daarom.
      • Selecteer de extra te verleggen onderdelen (inclusief de aansluitende leiding

        Het T-stuk wordt met de juiste stromingsrichting in de hoofdbuis geplaatst; de aansluitende buis en overige geselecteerde elementen worden verlegd naar de bovenzijde van de hoofdbuis (T-stuk)

    • de peilmaat buiten de onder- en bovenkant van de hoofdleiding ligt zullen mogelijke verbindingsvarianten worden getoond.
      Met de <Enter>-toets kan door de mogelijkheden gebladerd worden. Bij acceptatie van een variant wordt, indien gewenst, de aansluitende leiding zo verlegd worden dat een excentrische aansluiting volgens de norm ontstaat. Hulpstukken en buizen aan de andere zijde van de aansluitende buis kunnen meeverplaatst worden. Het programma vraagt daarom.
      • Toets <Enter> om de volgende variant te zien
        of
        toets A en <Enter> om de optie te accepteren
      • Selecteer de extra te verleggen onderdelen (inclusief de aansluitende leiding) indien gevraagd door het programma

        Het T-stuk wordt met de juiste stromingsrichting in de hoofdbuis geplaatst; de aansluitende buis met hulpstukken en overige geselecteerde elementen worden verlegd naar de bovenzijde van de hoofdbuis (T-stuk).

Terug naar Inhoudsopgave


Genereer Sprong

  • De te verbinden leidingen moeten parallel/evenwijdig lopen.
    Rechthoekige kanalen mogen niet EN in peilmaat EN in horizontale richting verspringen.
  1. Open in Toolpalette Cadac-Techline het tabblad 'Bewerk'
  2. Open menu 'Bewerk'
  3. Selecteer 'Genereer sprong'
  4. Selecteer de twee leidingen
  5. Toets <Enter>

    Als er meer varianten mogelijk zijn wordt de eerste verbindingsvariant getoond met een groene verbindingslijn met mogelijke hoeken.

  6. Toets <Enter> om de volgende variant te zien
    of
    toets A en <Enter>om de optie te Accepteren

    Er volgt een vraag bij RH-kanalen met afwijkende peilmaten of horizontale afstand:		
    Wilt u de lengte aanpassen aan het maximum?
    • Klik op knop [ Ja ] om de maten aan te passen tot de maximum maten. Zonodig zullen de buizen worden ingekort of verlengd
    • Klik op knop [ Nee ] om een sprongstuk te maken, waarbij de buis/kanaallengten niet worden aangepast.

      Er volgt een vraag bij RH-kanalen met afwijkende peilmaten of horizontale afstand:
      Wilt u de hoek aanpassen aan het maximum? (LUKA – 35°)

    • Klik op knop [ Ja ] om de maten aan te passen tot de maximum maten. Zonodig zullen de buizen worden ingekort of verlengd
    • Klik op knop [ Nee ] om een sprongstuk te maken, waarbij de buis/kanaallengten niet worden aangepast.


Het sprongstuk wordt geplaatst.
Als de kanalen niet evenwijdig zijn (met gelijke peilmaat) kan geen sprongstuk worden geplaatst. Met de functie Genereer bocht kan de verbinding wel gemaakt worden, afhankelijk van de technische mogelijkheden



Terug naar Inhoudsopgave


Wijzig leidingtype

  1. Open in Toolpalette Cadac-Techline het tabblad 'Bewerk'
  2. Open menu 'Bewerk'
  3. Selecteer 'Wijzigen leidingtype'
    • Selecteer de te wijzigen leidingen en hulpstukken
      Selecteer in venster 'Selecteer leidingsysteem' een ander Leidingtype
    • Selecteer de te wijzigen leiding/hulpstuk (één enkel deel)
      Selecteer in venster 'Selecteer leidingsysteem' een ander Leidingtype en eventueel een ander Leiding Systeem
  4. Klik op knop [ Selecteren ]


De geselecteerde leidingen en hulpstukken worden op een andere AutoCAD-laag overgebracht, en daarmee is het leidingtype gewijzigd. Er worden geen andere hulpstukken geplaatst.



Terug naar Inhoudsopgave


Wijzig leidingsysteem

  1. Open in Toolpalette Cadac-Techline het tabblad 'Bewerk'
  2. Open menu 'Bewerk'
  3. Selecteer 'Wijzigen leidingsysteem'
  4. Selecteer het eerste onderdeel
    Er wordt een selectievoorstel gedaan.
    • Kies A en <Enter> voor Accepteren van de huidige selectie
    • Kies O en <Enter> voor Opnieuw om een nieuwe selectie te maken
    • Kies T en <Enter> voor Toevoegen om onderdelen aan de selectie toe te voegen
    • Kies V en <Enter> voor Verwijderen om onderdelen uit de selectie te verwijderen
  5. Kies A en <Enter> voor Accepteren van de huidige selectie
  6. Selecteer in venster 'Leidingsystemen':
    • 'Welk' Leidingsysteem geconverteerd moet worden
    • 'Naar' welk Leidingsysteem geconverteerd moet worden
    • 'welke' afmeting geconverteerd moet worden
    • 'Naar' welke afmeting geconverteerd moet worden
  7. Klik op knop [ OK ]



De geselecteerde leidingen en hulpstukken worden gewijzigd.
Deze functie werkt niet voor rechthoekige lucht kanalen.



Terug naar Inhoudsopgave


Wijzig afmeting

  1. Open in Toolpalette Cadac-Techline het tabblad 'Bewerk'
  2. Open menu 'Bewerk'
  3. Selecteer 'Wijzig afmeting'
  4. Selecteer de leiding(en) en hulpstuk(ken)
  5. Geef de nieuwe afmeting(en) op
Alleen de geselecteerde leiding(en) krijgen de nieuwe afmeting(en);
eventueel geselecteerde hulpstukken blijven ongewijzigd.


Terug naar Inhoudsopgave


Wijzig tracé (incl. hulpstukken)

  1. Open in Toolpalette Cadac-Techline het tabblad 'Bewerk'
  2. Open menu 'Bewerk'
  3. Selecteer 'Wijzig tracé'
  4. Selecteer het eerste onderdeel

    Er wordt een selectievoorstel gedaan.
    • Kies A en <Enter> voor Accepteren van de huidige selectie
    • Kies O en <Enter> voor Opnieuw om een nieuwe selectie te maken
    • Kies T en <Enter> voor Toevoegen om onderdelen aan de selectie toe te voegen
    • Kies V en <Enter> voor Verwijderen om onderdelen uit de selectie te verwijderen
  5. Kies en <Enter> voor Accepteren van de huidige selectie
  6. Geef de nieuwe afmeting(en) op


De geselecteerde leidingen en hulpstukken krijgen de nieuwe afmeting;
De aansluitingen worden bijgewerkt.




Terug naar Inhoudsopgave


Wijzig appendage

  1. Open in Toolpalette Cadac-Techline het tabblad 'Bewerk'
  2. Open menu 'Bewerk'
  3. Selecteer 'Wijzig appendage tracé'
  4. Selecteer de appendage

    Er wordt een selectievoorstel gedaan.
    • Kies A en <Enter> voor Accepteren van de huidige selectie
    • Kies O en <Enter> voor Opnieuw om een nieuwe selectie te maken
    • Kies T en <Enter> voor Toevoegen om onderdelen aan de selectie toe te voegen
    • Kies V en <Enter> voor Verwijderen om onderdelen uit de selectie te verwijderen
  5. Kies A en <Enter>voor Accepteren van de huidige selectie

    Het venster 'Appendages' wordt getoond.
    De huidige appendage is rood gekleurd.


  6. Selecteer de gewenste appendage
  7. Kies [ Selecteren ] om deze te ‘gebruiken’


De geselecteerde appendage wordt aangepast.
Aansluitende leidingen en hulpstukken worden aangepast.

Terug naar Inhoudsopgave


Wijzig hulpstuk

  1. Open in Toolpalette Cadac-Techline het tabblad 'Bewerk'
  2. Open menu 'Bewerk'
  3. Selecteer 'Wijzig hulpstuk'
  4. Selecteer het hulpstuk

    Er wordt een selectievoorstel gedaan.
    • Kies A en <Enter> voor Accepteren van de huidige selectie
    • Kies O en <Enter> voor Opnieuw om een nieuwe selectie te maken
    • Kies T en <Enter> voor Toevoegen om onderdelen aan de selectie toe te voegen
    • Kies V en <Enter> voor Verwijderen om onderdelen uit de selectie te verwijderen
  5. Kies A en <Enter>voor Accepteren van de huidige selectie

    Het venster 'Hulpstukken' wordt getoond.
    Het huidige hulpstuk is rood gekleurd.

  6. Selecteer het gewenste hulpstuk
  7. Kies [ Invoegen ] of [ Plaatsen ] om deze te ‘gebruiken’


Het geselecteerde hulpstuk wordt aangepast. Aansluitende leidingen en hulpstukken worden aangepast.

Terug naar Inhoudsopgave


Wijzig peilmaat

  1. Open in Toolpalette Cadac-Techline het tabblad 'Bewerk'
  2. Open menu 'Bewerk'
  3. Selecteer 'Wijzig peilmaat'
  4. Selecteer de aan te passen leidingen/hulpstukken/appendages
  5. Geef op wat de nieuwe peilmaat moet worden,
    of
    geef op hoe de peilmaat gewijzigd moet worden
    • Kies A en <Enter> voor Als, om een onderdeel te selecteren met de juiste peilmaat
    • Kies H en <Enter> voor Hoger, om een afstand op te geven
    • Kies L en <Enter> voor Lager, om een afstand op te geven
    • Kies O en <Enter> voor Onder, om de peilmaat t.o.v. de onderkant van een te selecteren element.
      Eventueel met opgave tussenruimte
    • Kies B en <Enter> voor Boven, om de peilmaat t.o.v. de bovenkant van een te selecteren element.
      Eventueel met opgave tussenruimte
    • Kies D en <Enter> voor onDerkant, om de peilmaat t.o.v. de onderzijde op te geven
    • Kies V en <Enter> voor boVenkant, om de peilmaat t.o.v. de  bovenzijde op te geven

Terug naar Inhoudsopgave


Kopieren

  1. Open in Toolpalette Cadac-Techline het tabblad 'Bewerk'
  2. Open menu 'Bewerk'
  3. Selecteer 'Kopieren'
  4. Selecteer de te kopiëren leidingen/hulpstukken/appendages
  5. Selecteer het aansluitpunt

    De onderdelen komen aan de kruisdraden te hangen.

    of
    • Kies M en <Enter> voor Meermaalskopieren, om de selectie meerdere keren te kunnen kopiëren
  6. Selecteer een aansluitpunt

    De onderdelen worden georiënteerd aan de connectorrichting.

    of
    • Kies A en <Enter> voor Aansluitpunt, om een aansluitpunt te selecteren
    • Kies I en <Enter> voor Invoegpunt, om het invoegpunt te wijzigen
  7. Specificeer een rotatiehoek

    Over deze rotatiehoek kan de selectie één of meer keren geroteerd worden (om de connector-as).
    De selectie wordt vervolgens over deze hoek geroteerd
    • Toets een of meer keren <Enter> om de selectie verder te roteren met de opgegeven rotatiehoek
    • Toets <Esc> om het commando af te sluiten

Terug naar Inhoudsopgave


Verplaatsen

  1. Open in Toolpalette Cadac-Techline het tabblad 'Bewerk'
  2. Open menu 'Bewerk'
  3. Selecteer 'Verplaatsen'
  4. Selecteer de te verplaatsen leidingen/hulpstukken/appendages
  5. Selecteer het aansluitpunt

    De onderdelen komen aan de kruisdraden te hangen.


  6. Selecteer een aansluitpunt

    De onderdelen worden georiënteerd aan de connectorrichting.


    of
    • Kies A en <Enter> voor Aansluitpunt, om een aansluitpunt te selecteren
    • Kies I en <Enter> voor Invoegpunt, om het invoegpunt te wijzigen
  7. Specificeer een rotatiehoek

    Over deze rotatiehoek kan de selectie één of meer keren geroteerd worden (om de connector-as).
    De selectie wordt vervolgens over deze hoek geroteerd
    • Toets één of meer keren <Enter> om de selectie verder te roteren met de opgegeven rotatiehoek
    • Toets <Esc> om het commando af te sluiten

Terug naar Inhoudsopgave


Draaien

  1. Open in Toolpalette Cadac-Techline het tabblad 'Bewerk'
  2. Open menu 'Bewerk'
  3. Selecteer 'Draaien'
  4. Selecteer de te draaien leidingen/hulpstukken/appendages
  5. Selecteer het aansluitpunt
  6. Specificeer een rotatiehoek

    Over deze rotatiehoek kan de selectie één of meer keren geroteerd worden (om de connector-as).
    De selectie wordt vervolgens over deze hoek geroteerd
    • Toets één of meer keren <Enter> om de selectie verder te roteren met de opgegeven rotatiehoek
    • Toets <Esc> om het commando af te sluiten

Terug naar Inhoudsopgave


Helen van leidingdelen

  1. Open in Toolpalette Cadac-Techline het tabblad 'Bewerk'
  2. Open menu 'Bewerk'
  3. Selecteer 'Heel leiding'
  4. Selecteer de twee leidingen die geheeld moeten worden

    De twee leidingen worden tot 1 leiding gemaakt;
    De twee oorspronkelijke leidingen hoeven elkaar niet te raken, maar moeten wel in elkaars verlengde liggen.


Terug naar Inhoudsopgave


Breken van een leiding

  1. Open in Toolpalette Cadac-Techline het tabblad 'Bewerk'
  2. Open menu 'Bewerk'
  3. Selecteer 'Breek leiding'
  4. Geef het punt aan waar de leiding moet worden gebroken
    of
    opgave afstand vanaf een verbinding:
    • Toets A gevolgd door <Enter>
    • Selecteer een verbinding of uiteinde
    • Geef de afstand op


De leiding wordt gesplitst op het aangegeven punt.




Terug naar Inhoudsopgave


Stretch leiding

  1. Open in Toolpalette Cadac-Techline het tabblad 'Bewerk'
  2. Open menu 'Bewerk'
  3. Selecteer 'Stretch buis'
  4. Selecteer een uiteinde van leiding (de zijde die verlengd/ingekort moet worden)
  5. Versleep het uiteinde
    of
    geef een waarde op


De leiding wordt verlengd/verkort.
Nb. Kies voor het aansluiten van buis op buis de functie Genereer bocht of genereer T-aansluiting




Terug naar Inhoudsopgave


Stretch gebied

  1. Open in Toolpalette Cadac-Techline het tabblad 'Bewerk'
  2. Open menu 'Bewerk'
  3. Selecteer 'Stretch gebied'
  4. Selecteer met het ‘crossing’ venster de elementen die verplaatst/gestretcht moeten worden
  5. Versleep de elementen


Terug naar Inhoudsopgave


Samenvoegen Hulpstuk en Kanaal (Alleen Rechthoekig)

  1. Open in Toolpalette Cadac-Techline het tabblad 'Bewerk'
  2. Open menu 'Bewerk'
  3. Selecteer 'Samenvoegen'
  4. Selecteer het hulpstuk en het kanaal welke samengevoegd moeten worden. (bijvoorbeeld verlengde bocht)

    De geselecteerde onderdelen worden samengevoegd tot één hulpstuk.

Terug naar Inhoudsopgave


Verwijderen kanaalprofiel (Alleen Rechthoekig)

  1. Open in Toolpalette Cadac-Techline het tabblad 'Bewerk'
  2. Open menu 'Bewerk'
  3. Selecteer 'Verwijder kanaal profiel'
  4. Selecteer de element(en) waarvan het kanaalprofiel (verbinding) verwijderd moet worden

    De geselecteerde onderdelen worden aangepast.


Terug naar Inhoudsopgave


Toekennen kanaalisolatie

  1. Open in Toolpalette Cadac-Techline het tabblad 'Bewerk'
  2. Open menu 'Bewerk'
  3. Selecteer 'Isolatie (2D)'
  4. Maak een keuze:
    • Toets M en <Enter> voor Meerdere, om meerdere elementen te selecteren (default waarde)
    • Toets V en <Enter> voor Verwijderen, om de aangegeven isolatie te verwijderen.
    • Toets I en <Enter> voor Inwendig, om inwendige isolatie toe te kennen
    • Toets U en <Enter>voor Uitwendig, om uitwendige isolatie toe te kennen
      • Indien gekozen voor 'Inwendig' of 'Uitwendig' wordt de selectie vraag herhaald, de mogelijkheid Meerdere is dan niet meer beschikbaar.
      • Indien gekozen voor 'Meerdere' dan blijft de keuze Verwijderen, Inwendig en Uitwendig.
  5. Klik <ESC>om de functie te beëindigen

    De isolatie aanduiding is alleen zichtbaar zodra Techline weergave op 2D stand ingesteld staat.


Terug naar Inhoudsopgave



Doorsnede en aanzicht maken


De installatie wordt in 3D getekend. Van het 3D model kunnen aanzichten en doorsneden gegenereerd worden.

Hierbij wordt een vlak loodrecht op het aanzicht geplaatst door het tekenen van een lijn. Deze lijn kan via een keuze-grip ingesteld worden.

Vervolgens kan een aanzicht/doorsnede worden gegenereerd, die als block op de tekening kan worden geplaatst.

Het is ook mogelijk de "section boundary” of “Section Volume” als 3D uitsnede (block) op tekening te plaatsen.

Bij het aanmaken van de aanzichten/doorsneden (2D) worden de 3D-elementen vervangen door de 2D-representatie. Deze zijn verder te bematen.


De standaard AutoCAD functies voor het genereren van doorsneden en aanzichten levert alleen grafische informatie op (lijnen). Hierbij gaat dus veel informatie verloren.


Gegenereerde doorsneden kunnen worden bijgewerkt na wijzigingen in de installatie of wijzigingen in de positionering van de doorsnedelijn.



Maken doorsnede en aanzicht

  1. Open in Toolpalette Cadac-Techline het tabblad 'Bewerk'
  2. Open menu 'Bewerk'
  3. Selecteer 'Doorsnede'

    Als de visual style van de tekening niet op "wireframe" staat, wordt daarvan melding gemaakt.
  4. Geef begin en eindpunt van de doorsnede op (breedte van de doorsnede)
  5. Geef punt op voor de kijkrichting en de kijkdiepte van het doorsnede gebied
  6. Geef het soort doorsnede op
    • B en <Enter> voor Begrenzing (default waarde)
    • V en <Enter> voor Volume
    • L en <Enter>voor Lijn

      Het doorsnede vlak wordt getoond.
  7. Geef op of dat de doorsnede Nu of Later gegenereerd moet worden
    • <Enter> om de doorsnede nu te genereren
    • <Esc>om de doorsnede later te genereren

      Bij <Esc> wordt de functie afgesloten

  8. Geef op welke elementen mee moeten komen in de te genereren doorsnede
    • T en <Enter> voor Techline objecten
    • S en <Enter> voor Solids en techline objecten (default waarde)
    • X en <Enter>voor solids, techline objecten en Xrefs

      De doorsnede wordt gegenereerd en komt aan de kruisdraden te hangen.
  9. Geef het basispunt op om de doorsnede te plaatsen


Terug naar Inhoudsopgave


Wijzigen / Updaten van aanzicht / doorsnede



De doorsnede/aanzicht wordt niet automatisch bijgewerkt als het 3D-model wordt aangepast.
In dat geval zal de doorsnede/aanzicht moeten worden vervangen (geüpdate).


  • Wijziging van positie, breedte en kijkdiepte doorsnede
    1. Klik op de doorsnedelijn en klik op de keuze-grip
      1. Selecteer in het menu
        • Section Plane (Vlak)
        • Section Boundary (Vlak een kijkdiepte)
        • Section Volume (Blok met lengte, breedte en diepte)
      2. Verplaats de doorsnedelijn(en) eventueel met grip
      3. Wijzig de kijkrichting, indien gewenst, met grip
  • Update doorsnede
    1. Klik met de rechter muistoets op de doorsnedelijn
    2. Selecteer Techline Doorsnede, en Vervangen in het vervolgmenu

      Als de visual style van de tekening niet op "wireframe" staat, wordt daarvan melding gemaakt.
    3. Geef op welke elementen mee moeten komen in de te genereren doorsnede
      • T en <Enter> voor Techline objecten
      • S en <Enter> voor Solids en techline objecten (default waarde)
      • X en <Enter> voor solids, techline objecten en Xrefs


De doorsnede/aanzicht wordt bijgewerkt.


Terug naar Inhoudsopgave


Materialen toekennen / verwijderen

Bij het tekenen van een leidingstelsel of luchtkanalenstelsel wordt gekozen voor een leiding- en fabrikanttype. Hiermee wordt ook de materiaalkeuze vastgelegd. Voor de duidelijkheid van de tekening worden speciale kleuren toegekend aan de verschillende leidingen. Zo hebben de aanvoer- en retourleidingen een verschillende tint.

Met de functie Materialen toekennen kunnen de werkelijke materiaalkleuren worden toegepast voor bijvoorbeeld het renderen van het systeem. Deze materiaalkleuren kunnen, indien gewenst, ook verwijderd worden zodat de systeemkleuren weer zichtbaar worden.


Toekennen materiaalkleur – verwijderen systeemkleur

  1. Open in Toolpalette Cadac-Techline het tabblad 'Bewerk'
  2. Open menu 'Bewerk'
  3. Selecteer 'Materialen toekennen'
  4. Selecteer de elementen waaraan het materiaal moeten worden toegekend.

    De geselecteerde elementen krijgen de echte materiaalkleur.
    De zichtbaarheid van de materialen is afhankelijk van de Visual Style.



Verwijderen materiaalkleur - toekennen systeemkleur

  1. Open in Toolpalette Cadac-Techline het tabblad 'Bewerk'
  2. Open menu 'Bewerk'
  3. Selecteer 'Materialen verwijderen'
  4. Selecteer de elementen waarvan het materiaal moet worden vervangen door de systeemkleuren.

    De geselecteerde elementen krijgen de systeemkleuren.

Terug naar Inhoudsopgave



Enkellijnig omzetten naar Techline

Een enkellijnig leidingstelsel of (rond) luchtkanalenstelsel, welke getekend is met de Techniek software 9.x, kan omgezet worden naar een 3D tekening met Techline onderdelen.

Het enkellijnige leiding/kanaalsysteem moet voorzien zijn van diametergegevens. Deze gegevens moeten overeenstemmen met de beschikbare afmetingen binnen Techline.

Bij het omzetten moet een leidingsysteem gekozen worden.


Plaats startpunt

  1. Open in Toolpalette Cadac-Techline het tabblad 'Bewerk'
  2. Open menu 'Enkellijnig -> Techline'
  3. Selecteer 'Plaats startpunt'
  4. Geef het plaatsingspunt voor begin route (selecteer een leiding/kanaal)

    Het venster 'Plaatsen beginpunt' verschijnt.


  5. Selecteer het gewenste Leidingsysteem
  6. Klik [ OK ]
  7. Herhaal dit, indien gewenst, overige leiding/kanaal tracés

Terug naar Inhoudsopgave

Route controle


  1. Open in Toolpalette Cadac-Techline het tabblad 'Bewerk'
  2. Open menu 'Enkellijnig -> Techline'
  3. Selecteer 'Route controle'
  4. Geef het plaatsingspunt voor begin route (selecteer een leiding/kanaal)
  5. Herhaal dit, indien gewenst, overige leiding/kanaal systemen
  6. Selecteer de te controleren systemen
    of
    type ALLin op de commandoregel

    De gemarkeerde leiding/kanaaltracés zijn gecontroleerd.
    Indien de markering stopt voordat het systeem beëindigd is, zit op de overgang een nader te onderzoeken / op te lossen knooppunt.


  7. Om de markering te verwijderen:
    Type VKM, indien er een Techniek 10.x W-applicatie geladen is.

Terug naar Inhoudsopgave

Genereer 3d Techline


  1. Open in Toolpalette Cadac-Techline het tabblad 'Bewerk'
  2. Open menu 'Enkellijnig -> Techline'
  3. Selecteer 'Genereer 3d Techline'

    Het venster 'Selecteer de te verwerken leidingsystemen' verschijnt.


  4. Selecteer het gewenste leidingsysteem of selecteer meerdere leidingsystemen
  5. Klik [ OK ]om de omzetting te starten

    Het enkellijnige tracé wordt ‘opnieuw’ getekend met Techline onderdelen. Het enkellijnige tracé blijft in de tekening aanwezig.

Terug naar Inhoudsopgave


Bij Cadac maken we onderscheid tussen Sales, Service & Support. Sales & Service vinden wij vanzelfsprekend. Wij helpen u met de aanschaf van uw product, dienst, training of expert en zorgen ervoor dat u probleemloos aan de slag kunt. Gratis en voor niets. U kunt zorgeloos met uw software starten, wij zorgen ervoor dat u het meeste uit uw software kunt halen.

Loopt u tegen technische softwareproblemen aan? Dan kunt u gebruik maken van Cadac Support. Door de juiste informatie in te dienen kunnen wij u zo snel mogelijk helpen

Stel een vraag

Waar heeft u een vraag over?

Kies een locatie

Europa

Wereld