Naar hoofdinhoud

Elektra -11- Extra - TheModus Suites (Nordined)

How to - Elektra

Laatst gewijzigd op 20 mei 2021

INHOUDSOPGAVE



Extra


Genereren sparingstekening (geen E-TUNNEL)


Algemeen

Met de module E-TUNNEL zijn meer mogelijkheden beschikbaar

In de woningbouw vormen verdiepingsvloeren veelal tegelijk de plafonds. Voor zowel de gietbouw, als voor de z.g. breedplaatvloeren moeten t.b.v. licht-aansluitpunten en schakelmateriaal sparingen worden opgegeven.

Op basis van de symbolen op de tekening kunnen automatisch (plafond)sparingen worden aangegeven.

  • Voor elke schakelaar- en WCD-symbool wordt op 35mm binnen de wand een sparing (rond) aangegeven;
  • Voor elk armatuur wordt midden op dat armatuur de sparing aangegeven (rechthoekig)
  • Voor overige symbolen wordt per symbool gevraagd of een sparing moet worden geplaatst. 

Zichtbaar kan worden gemaakt:

  • Alleen sparingstekening (met eventueel aanwezige bouwkundige XRef-tekening)
  • Sparingstekening plus elektra-plattegrondtekening
  • Alleen elektra-plattegrondtekening
Symbolen voor schakelmateriaal en lichtaansluitpunten zijn al geplaatst.


Aanmaken sparingstekening

  1. Selecteer knop of 'Sparing' in pull-downmenu 'Extra' en Genereren in het vervolgmenu
  2. Selecteer de symbolen waarvoor de sparingen moeten worden gegenereerd
    • Sparingen voor schakelmateriaal, lichtaansluitpunten en armaturen worden automatisch geplaatst.
    • Sparingen voor overige symbolen moeten afzonderlijk worden toegekend, vanuit het Sparing dialoogvenster dat automatisch verschijnt.
  3. Verwijder de overbodige symbolen


Zichtbaar maken tekening

  1. Selecteer 'Sparing' in pull-downmenu 'Extra' 
  2. Selecteer in het vervolgmenu 
    • Toon sparingen:
      Alleen sparingstekening + XRef-tekening zichtbaar
    • Toon installatie:
      Alleen elektraplattegrond + XRef-tekening zichtbaar
    • Toon beide:
      Sparings- + elektratekening wordt zichtbaar


Wat kan er fout gaan

  • Meerdere wandaansluitingen naast elkaar worden voor de duidelijkheid niet op schaal geplaatst: dus ook de plafondsparingen niet. Bovendien zal vaak één sparing voldoende zijn. Verwijder daar de overbodige sparingen.


Terug naar Inhoudsopgave


Genereren Groepenverklaring


Algemeen

Op basis van de installatietekening kunnen per verdeelkast aparte tekeningen worden aangemaakt. 

Deze groepenverklaringstekeningen worden in principe op A3- of A4-formaat aangemaakt, zodat een plotschaal nog moet worden aangegeven.

De bouwkundige onderlegger is meestal te complex om die d.m.v. een XRef-koppeling aan de groepenverklaring te koppelen. Indien van de tekening ook ruimtedefinities zijn gemaakt zou de ruimtedefinitietekening mogelijk als XREF-tekening gebruikt kunnen worden.

De groepenverklaringen zijn in feite kopieën van de oorspronkelijke tekening. Voor koppeling naar de database (extracten) mogen nooit de groepenverklaring gebruikt worden i.v.m. dubbeltellingen.


Aanmaken Groepenverklaring

  • Installatie-tekening gereed, Kastnaam opgegeven bij relevante symbolen.
  1. Zijn de laatste wijzigingen al bewaard? Is de tekening al bewaard?
    • Ja: Ga naar stap 2.
    • Nee: Type: SAVE, <CTRL>+<S>
      of
      klik op knop
  2. Klik op knop op toolbar of ribbon tab 'Extra' of selecteer 'Groepen' in pull-downmenu 'Extra' , en 'Opsplitsen' in het vervolgmenu
  3. Selecteer eventueel de specifieke XRef-tekeningen die moeten worden meegenomen in het telvenster en druk op knop [ Selecteer ]
    • Het volgende gebeurt:
      • Als de tekening niet is opgeslagen, wordt dit automatisch gedaan
      • Per kast wordt een (deel)tekening aangemaakt (afgesplitst)
      • De deeltekeningen worden worden in een submap van de actieve tekeningmap geplaatst met aan iedere tekening de geselecteerde XRef gekoppeld.
      • Een dialoogvenster met de afgesplitste deeltekeningen verschijnt, zodat deze gekozen kunnen worden. 
  4. Bewerk de deeltekeningen


Bewerken aangemaakte groepenverklaringen

  1. Open de deeltekening van een bepaalde kast
  2. Klik op knop of selecteer 'Groepen' in pull-downmenu 'Extra', en 'Bewerken' in het vervolgmenu
  3. Geef in dialoogvenster 'Instellingen Groepenverklaring'het Papierformaat op en dan de eerstvolgende zinvolle plotschaal
    Het scherm geeft de minimale plotschaal bij het opgegeven papierformaat nodig is.
  4. Klik op knop [ Bewerk ]
    Symbolen worden afhankelijk van de opgegeven plotschaal verschaald: de symbolen worden door eenvoudiger uitvoeringen vervangen t.b.v. de leesbaarheid.
    Attributen en symbolen zullen mogelijk moeten worden verplaatst, verschaald of gedraaid, vanwege de grotere schaal of ongelijk verschaalde symbolen.
    Met knop  of met
    'Extra', 'Conversie', 'Update Attributes' worden geselecteerde attributen die niet goed uit de conversie komen alsnog van de juiste eigenschappen voorzien.
  5. Voeg eventueel (een vereenvoudigde) bouwkundige onderlegger of ruimtedefinitie toe met: <XREF>
  6. Bewaar de tekening en ga verder met de volgende deeltekening


Aanwijzing

  • Verdeelkasten worden bij hun afgaande groepen en bij de voeding ingedeeld, mits deze zijn ingevuld.
  • De plotschaal voor een groepenverklaring hangt af van het af te beelden gebied en beschikbare papierruimte. Houdt rekening met kader, onderhoek en kastindeling.
    De rotatie wordt bepaald door de plaats waar de plot komt te hangen; opdrachtgevers kunnen hieraan eisen stellen.
    NEN2535 - Geografisch brandweerpaneel
    ... de ligging van het gebouw correspondeert met de horizontale projectie van het paneel ten opzichte van de waarnemer.
  • Wanneer verdeelkasten op meerdere tekeningen voorkomen moet van die tekeningen een verzameltekening worden samengesteld.
  • Bij het samenstellen van de groepenverklaring kan ook gebruik gemaakt worden van PAPERSPACE: Kader en snijlijnen moeten dan in PS aangemaakt worden (plot schaal 1:1).


Wat kan er fout gaan

  • De kastnaam mag geen spaties en vreemde tekens bevatten; voorste en achterste spaties vormen geen probleem.
    • De volgende "vreemde" tekens worden omgezet naar “_”:
      \\  #  @  [  ]  ~  ,  .  :  ;  !  $  %  (  )  +  -  ^  {  }  
  • De tekeningen komen in een submap van de tekeningmap te staan.
  • Het opsplitsen kan niet vanuit PAPERSPACE (TILEMODE=0): zet TILEMODE=1

Terug naar Inhoudsopgave


Conversie van symbolen en attributen


Algemeen

Symbolen uit tekeningen gemaakt met andere applicaties zijn niet zonder meer te gebruiken in Elektra. De attributen hebben meestal niet dezelfde namen, bovendien kunnen attributen ontbreken, of attributen kunnen niet uniek zijn (zelfde naam, maar met verschillende betekenis of gebruik). Ook zullen symbolen niet op de juiste lagen staan.

Conversie van alleen de laagnamen kan met het standaard AutoCAD-commando <LAYTRANS> worden uitgevoerd.
  • Conversie van symbolen, inclusief attributen:
    bestaande niet-Nordined symbolen kunnen vervangen worden door Elektra-symbolen, waarbij de attribuutwaarden worden overgenomen.
    Voor deze conversie wordt conversiebestand <tekeningnaam>-cnv.ini opgebouwd. Bij het converteren van gelijksoortige tekeningen kan dit bestand eveneens worden gebruikt.
  • Conversie van attributen:
    Het uiterlijk van het symbool blijft ongewijzigd; attributen worden vervangen door Elektra attributen. De inhoud van de attributen wordt overgenomen.
    Voor een goede werking binnen Elektra kan aanpassing van laagnamen van belang zijn.
  • Uniek maken van attributen:
    • De applicatie gaat er van uit dat attributen uniek zijn: attributen met dezelfde tagnaam krijgen bij het invullen dezelfde inhoud.
    • Met deze functie krijgen identieke tag’s een volgnummer toegevoegd
    • Deze functie alleen uitvoeren in uiterste noodzaak op bijvoorbeeld te converteren tekeningen.
  • De symbolen op de tekening kunnen tevens naar een op te geven plotschaal worden verschaald.


Conversie symbolen

  • Het kan handig zijn om eerst alle symbolen ColorByLayer te maken (HH: CBL) en daarna alle lagen op een kleur te zetten (HH: EK). Op die manier is precies te zien welke symbolen geconverteerd zijn en welke niet. 
  • Zoom in op het te vervangen symbool
  1. Klik op knop of selecteer in pull-downmenu 'Algemeen' keuze 'Tekening setup', 'Plotschaal' om de plotschaal in te stellen
  2. Selecteer het juiste Nordined symbool uit het menu en klik op knop , of selecteer 'Conversie' uit het 'Plaatsen'menu.
    Als nog geen plotschaal gekozen is, verschijnt het venster voor de keuze van de plotschaal alsnog.
  3. Selecteer het te converteren symbool
    Venster 'Converteren symbolen en attributen' verschijnt.
  4. Zo nodig kan via knop [ Selecteer symbool ] een ander vervangend symbool worden geselecteerd.
  5. Koppel in venster 'Conversie symbolen en attributen'de oude attributen aan de nieuwe.
    Als het block geen attributen bevat worden de teksten in het block getoond.
    • Selecteer onder 'Conversie attributen' het te wijzigen attribuut of tekst.
    • Selecteer onder 'Beschikbare attributen'het attribuut waarin het gegeven geplaatst moet worden.
      Hierdoor worden de attribuutgegevens of de tekstgegevens overgenomen. Er vindt geen controle plaats op type of inhoud van het gegeven.
  6.  Klik op knop [ OK ]
  7. Geef de rotatie op
  8. Geef de verplaatsing op:
    Voor verplaatsing 0,0: type een @
  9. Klik in het pop-up venster met de vraag: alle symbolen vervangen?
    • Knop [ Ja ]:
      alle symbolen worden vervangen
    • Knop [ Nee ]:
      alleen geselecteerde symbool wordt vervangen
      Conversiebestand <Tekeningnaam>-cnv.ini is aangemaakt of aangepast in dezelfde map als waarin de tekening staat.
      Hierin zijn items opgenomen die er als volgt uitzien:

      [E_GLOEI;E_63101-_ARMATUREN]
      ARMCODE=A_CODE
      GROEPNR=GROEP
      SCODE=SCHAK
      VOEDKAST=KAST
      OMS=DOEL
      VERMOGEN=VERMOGEN
      #BL=EK3G19;EL63101-_LICHT-ARM;6311
      #AD=0;0;0

      Dit conversiebestand kan worden gebruikt om meer tekeningen te converteren aan de hand van de opgegeven waarden.


Alle symbolen converteren m.b.v. conversiebestand

  • Conversiebestand aangemaakt
  1. Klik op knop of selecteer 'Conversie' in pull-downmenu 'Extra', en 'Uitvoeren' in het vervolgmenu
  2. Selecteer in venster 'Volgens welke tabel'het te gebruiken conversiebestand: <tekeningnaam>-cnv.ini
    De <tekeningnaam>-cnv.ini bestanden kunnen worden gecombineerd (openen met Notepad en de inhoud kopiëren naar een verzamelbestand); zo kan een conversiebestand voor meerdere tekeningen worden gebruikt.
  3. Klik op knop [ Open ]
De in het conversiebestand opgenomen symbolen worden in de tekening geconverteerd naar Elektra-symbolen, waarbij de inhoud van de attributen wordt overgenomen.


Converteren attributen

  1. Klik op knop of selecteer 'Conversie' in pull-downmenu 'Extra', en in het vervolgmenu 'Tagnaam naar NOR'
  2. Selecteer het te converteren symbool (referentie)
  3. Selecteer in dialoogvenster 'Tag te wijzigen' het te converteren attribuut
  4. Klik op knop [ OK ]
  5. Selecteer in dialoogvenster 'Nieuwe tagnaam' voor tag de juiste Nordined-attribuut
  6. Klik op knop [ OK ]
  7. Selecteer de te converteren symbolen.
    Na bevestiging van de selectie verschijnt dialoogvenster 'Tag te wijzigen' weer.
  8. Selecteer de volgende te wijzigen tag en klik op knop [ OK ]
    of
    klik op knop [ Annuleren ]om te stoppen
    Symbolen kunnen dan vervangen worden door symbolen zonder dat gegevens verloren gaan.


Uniek maken van attributen

Alleen gebruiken in geval van te converteren tekeningen.
  1. Type: UNIEKA
    Identieke tag's krijgen een volgnummer aan de tagnaam toegevoegd.

Vervangen symbool

Zie 'Bewerken Symbolen'


Verschalen alle symbolen van de tekening

  • Stel voor de tekening de nieuwe plotschaal in
  1. Klik op knop of selecteer in pull-downmenu 'Algemeen' keuze 'Tekening setup', 'Plotschaal'
  2. Kies de gewenste plotschaal in het dialoogvenster
  3. Klik op knop [ OK ]
  4. Klik op knop of selecteer 'Conversie' in pull-downmenu 'Extra', en 'Verschalen naar plotschaal' in het vervolgmenu
  5. Selecteer de te verschalen symbolen
    of
    toets <Enter> voor gehele tekening


De meeste symbolen worden t.o.v. het eigen invoegpunt verschaald.
Wandarmaturen, contactdozen en aansluitpunten worden t.o.v. het wandpunt verschaald
Het kan nodig zijn de plaats van de symbolen en attributen te corrigeren


Kleur van de symbool-elementen zetten op BYLAYER

Deze functie is toepasbaar voor NOR-tekeningen en veel andere tekeningen.
  1. Toets het Handige Hulp commando CBL  (ColorByLayer)
    • Alle elementen binnen symbolen worden Color Bylayer.
    • De blockdefinitie wordt aangepast, met uitzondering van de Unnamed Blocks.
      • Met knop of met 'Extra', 'Conversie', 'Update Symbolen' worden de applicatie- symbolen weer Color Byblock;
      • Met knop of met 'Extra', 'Conversie', 'Update Attributes' worden de attributen van de applicatiesymbolen weer op de oorspronkelijke plaats, rotatie, kleur en teksthoogte gezet.


Terug naar Inhoudsopgave


Update van symbolen en attributen


Algemeen

Nordined-symbolen die met een oudere versie zijn geplaatst kunnen worden geconverteerd naar de laatste versie.

Met de functie 'Update Attributen' worden ontbrekende attributen aan een symbool toegevoegd; de bestaande attributen blijven ongewijzigd.

Met de functie 'Update symbolen' wordt de grafische informatie aangepast, terwijl de attributen onveranderd blijven.


Update symbolen

  1. Klik op knop op toolbar of ribbon-tab 'Extra' of selecteer 'Conversie' in menu 'Extra', en 'Update Symbolen'in het vervolgmenu
    Van alle symbolen waarvan de blocknaam voldoet aan het filter wordt het grafische deel vervangen. Aan de attributen wordt niets gewijzigd.
    Symbolen die niet goed geconverteerd zijn worden gesignaleerd in een (tel)venster en kunnen worden gemarkeerd. Deze symbolen kunnen "met de hand" worden geconverteerd door ze te vervangen door nieuwe uit het symbolenmenu.
    Blocks binnen een block worden niet geconverteerd en daarom worden deze symbolen gesignaleerd.


Update attributen

  1. Klik op knop of selecteer 'Conversie' in menu 'Extra', en 'Update Attributen' in het vervolgmenu
  2. Selecteer de symbolen waaraan attributen moeten worden toegevoegd
  3. Geef in het venster aan of de positie van de attributen moet worden gehandhaafd
  4. Klik op knop [ Ja ] voor het handhaven van de eigenschappen
    of
    op knop [ Nee ]voor de standaard eigenschappen van de attributen
    Van alle symbolen waarvan het laagnummer of de blocknaam voorkomt in de lijst in %APPDATA%\Cadac Group\Techniek 10.x\ep\i\attpos.ini worden de attributen gecontroleerd en aangepast.
    Attributen worden zo nodig toegevoegd en eventueel in hun oorspronkelijke positie, rotatie, kleur en teksthoogte teruggebracht.


Terug naar Inhoudsopgave


Ruimtedefinitie algemeen


Algemeen

Ruimtedefinities zijn polylijnen die langs de randen van de ruimten worden getekend. Per ruimte zijn feitelijk 2 polylijnen nodig voor het onderscheid tussen bruto (inclusief helft binnenwanden) en netto (vloerbedekking) oppervlak. Deze polylijnen zijn te genereren binnen een tekening die is aangemaakt in Onderlegger. Zie hiervoor de Handleiding Onderlegger.

Het genereren van ruimtedefinities is een voorbereiding op vervolgapplicaties, zoals Ruimtebeheer / Middelbeheer en Elektra / CV&Lucht.

Voor Elektra is het hiermee mogelijk tellingen per ruimte te maken.

Vanuit pull-downmenu 'Extra' zijn de functies beschikbaar.

Vervolgmenu Ruimte in pull-downmenu 'Extra'

  • Ruimtenummer toekennen
    Aan symbolen worden ruimtenummers toegekend, die in de met Onderlegger gemaakte XRef-tekening staan.
    Alle ruimten moeten zichtbaar zijn op de tekening in verband met de selectie.
  • Ruimtenummer verwijderen
    Ruimtenummers die aan symbolen zijn toegekend worden verwijderd.
  • Ruimtenummer handmatig Opgeven van een ruimtenummer en ruimtesoort en dat koppelen aan te selecteren symbolen.
  • Extract voor Database, per tekening , of batchmatig
    Voor extract inclusief de ruimtenummers
  • Tel aantallen per tekening , of batchmatig
    Voor tellen symbolen met ruimtenummer en ruimtesoort i.p.v. per laag.


Terug naar Inhoudsopgave


Genereren extract per ruimte


Algemeen

Als er ruimtenummers en ruimtedefinitielijnen beschikbaar zijn in de bouwkundige onderlegger (gemaakt met Onderlegger) kunnen telstaten aan de hand van ruimtenummers aangemaakt. Als in de labels met de ruimtenummers tevens een ruimtesoort is opgegeven zullen deze in de telstaat worden getoond.

Deze ruimtenummers en ruimtedefinitielijnen moeten in de (bouwkundige) XREF-tekening staan.

Vervolgens moeten ruimtenummers worden toegekend aan symbolen.

  • Bij wijziging van ruimtenummers en ruimtesoort zullen eerst de bestaande toewijzing aan de symbolen moeten worden verwijderd; daarna kunnen de actuele gegevens worden toegekend aan de symbolen 
Ruimtenummers en ruimtedefinitielijnen aanwezig in de XRef-tekening.

Als er geen ruimtenummers en ruimtedefinitielijnen beschikbaar zijn kunnen deze handmatig aan symbolen worden toegekend.

Het is mogelijk om met de functie 'Batch Tellen Symbolen' over meerdere tekeningen te tellen. Hiervoor zal eerst de functie 'Batchgegevens verzamelen' uitgevoerd moeten worden.


Toekennen ruimtenummers aan symbolen

  • XRef-tekening met ruimtedefinitielijnen en ruimtenummers aanwezig.
  1. Klik op knop of selecteer 'Ruimte' in pull-downmenu 'Extra', en 'Ruimtenummers toekennen'in het vervolgmenu
    De ruimtenummers worden toegevoegd.


Handmatig toekennen ruimtenummers en ruimtesoort

  1. Klik op knop of selecteer 'Ruimte' in pulldownmenu 'Extra', en 'Ruimtenummers Handmatig' in het vervolgmenu
  2. Geef het ruimtenummer op
    of
    toets <Enter> voor de defaultwaarde
  3. Geef de ruimtesoort op
    of
    toets <Enter> voor de defaultwaarde
  4. Selecteer de symbolen
  5. Geef het volgende ruimtenummer op
    of
    toets <Esc> om de functie te beëindigen


Verwijderen ruimtenummers uit symbolen

  1. Klik op knop of selecteer 'Ruimte' in pull-downmenu 'Extra', en 'Ruimtenummers verwijderen' in het vervolgmenu

Extract voor database op actieve tekening

Alleen indien E-Database aanwezig en geactiveerd.
  1. Klik op knop of selecteer 'Ruimte' in pull-downmenu 'Extra', en 'Extract voor Database' in het vervolgmenu


Extract voor database over meerdere tekeningen

Alleen indien E-Database aanwezig en geactiveerd.
  1. Klik op knop of selecteer 'Ruimte' in pull-downmenu 'Extra', en 'Extract Batch' in het vervolgmenu


Symbolenlijst per ruimte op actieve tekening

  • Ruimtenummers toegekend
  1. Klik op knop of selecteer 'Ruimte' in pull-downmenu 'Extra', en 'Tel aantallen symbolen' in het vervolgmenu
  2. Selecteer de te tellen symbolen
    of
    Toets <Enter>voor alle symbolen
    Venster met de symbolen en de ruimten waarin ze voorkomen verschijnt


Symbolenlijst per ruimte over meerdere tekeningen

  • Ruimtenummers toegekend in alle tekeningen
  • Functie 'Batch Tellen' / 'Batch gegevens verzamelen' uitgevoerd
  1. Klik op knop of selecteer 'Ruimte' in pull-downmenu 'Extra' , en 'Batch tellen symbolen'in het vervolgmenu
    Telvenster met de symbolen en de ruimten waarin ze voorkomen verschijnt.


Wat kan er fout gaan

  • Ruimtenummers niet toegekend aan symbolen.
  • Nadat ruimtenummers zijn toegekend zijn symbolen gekopieerd naar andere ruimte:
    Eerst opnieuw functie 'Ruimtenummers toekennen' gebruiken
  • De tekeningen moeten gekoppeld zijn aan één project in de database in verband met het vertalen van armatuurcodes.


Terug naar Inhoudsopgave



Bij Cadac maken we onderscheid tussen Sales, Service & Support. Sales & Service vinden wij vanzelfsprekend. Wij helpen u met de aanschaf van uw product, dienst, training of expert en zorgen ervoor dat u probleemloos aan de slag kunt. Gratis en voor niets. U kunt zorgeloos met uw software starten, wij zorgen ervoor dat u het meeste uit uw software kunt halen.

Loopt u tegen technische softwareproblemen aan? Dan kunt u gebruik maken van Cadac Support. Door de juiste informatie in te dienen kunnen wij u zo snel mogelijk helpen

Stel een vraag

Waar heeft u een vraag over?

Kies een locatie

Europa

Wereld