Naar hoofdinhoud

Elektra -02- Elektra, algemeen - TheModus Suites (Nordined)

How to - Elektra

Laatst gewijzigd op 20 mei 2021

INHOUDSOPGAVE



Elektra, algemeen


Algemene wijze van werken


Algemeen

Het plaatsen en vervangen van symbolen kan pas als eerst gekozen is voor een soort en type installatie. Het laatst gekozen symbool wordt door Elektra  onthouden, en hoeft dus niet telkens opnieuw te worden gekozen. Het nogmaals op dezelfde manier plaatsen van een symbool gebeurt met het commando <HN> gevolgd door een <Spatie> of een <Enter>

Bij het bewerken van symbolen gebeurt, waar nodig, de keuze voor soort en type installatie door het aanwijzen van een eerder getekend symbool.

Er zijn 6 mogelijke manieren om in Elektra symbolen uit iconenmenu’s te kiezen; deze zijn door elkaar te gebruiken:

  • Via een dialoogvenster (oude methode)
  • Via toolbar 'Symbolen' en vervolgvensters (oud)
  • Via een toolbar van de betreffende hoofdgroep
  • Via de gelijknamige Ribbon tabs
  • Via pull-downmenu’s
  • Via de commando’s die op de commandoregel verschijnen (welke met <Enter> kunnen worden herhaald. 

Daarna moet de tekening nog worden bewerkt

  • Symbolen bewerken (attribuutgegevens opgeven)
  • Gegevens (telstaat) naar E-Database en E-Schema

Kiezen symbolen via dialoogschermen (oude methode)

  • Keuze installatie
  1. Klik op knopof
    selecteer 'Hoofdmenu' in pull-downmenu 'Plaatsen' of 'Applicatie':
  2. Kies voor een groep installaties (opgebouwd volgens de Nl-SfB codering: Element)
    • bijv. Lichtinstallatie
  3. Kies voor een soort installatie (Nl-SfB: Variant elementgroep)
    • bijv. Standaard lichtinstallatie
  4. Kies installatie (Nl-SfB: Variant element) of symboolgroep
    • bijv. armaturen


  • Keuze symbool
  1. Kies in iconenmenu het symbool
  2. Plaats het symbool


Kiezen symbolen via toolbar Symbolen (oud)

  1. Klik op de knop voor de gewenste installatie
  2. Kies in het dialoogvenster de symboolgroep
  3. Kies het symbool in het iconenmenu
  4. Kies de wijze van plaatsen in het iconenmenu
  5. Plaats het symbool

Kiezen symbolen direct via toolbar

  1. Kies de symboolgroep in de toolbar (bijv. Licht)
  2. Kies het symbool uit het iconenvenster
  3. Plaats het symbool


Kiezen symbolen via pull-downmenu’s

  • Keuze installatie
  1. Kies een van de vijf eerste pull-downmenu’s (na menu File)
  2. Kies een installatie of symboolgroep in betreffende pull-downmenu
  • Keuze symbool
  1. Kies een symbool uit het iconenmenu
  2. Plaats het symbool


Terug naar Inhoudsopgave


Maken plattegrondtekening elektrische installatie


Algemeen

Met Elektra maakt u installatietekeningen. Deze worden getekend in een (aangeleverde of eerder gemaakte) bouwkundige plattegrond, welke als XREF-tekening aan de installatieplattegrond is gekoppeld.

Gegevens uit de installatietekeningen kunnen worden opgenomen in de  Elektra-Database, die ook de armatuurgegevens bevat. Hierbij worden gegevens klaargezet voor de installatieschema’s (E-Schema), die vervolgens automatisch kunnen worden gegenereerd en ingevuld. Het genereren en afwerken van die schema’s wordt gedaan met de applicatie E-Schema. 

  • Speciale Undo-functie  
    • Bij de start van elk commando wordt een 'Mark' geplaatst. Met deze Undo-functie kan tot de laatste 'Mark' teruggesprongen worden: alle tussenliggende acties worden dan ongedaan gemaakt.
    • Hiermee wordt voorkomen dat de Running Object Snap op ongewenste waarden komt te staan, door Undo (of <CTRL>+<Z>) stap voor stap uit te voeren. 
    • In dit verband is het zinvol om de Object Snap Settings 1x goed te zetten en vervolgens het Handige Hulp commando SOS in te tikken.
      Hiervoor moet Handige Hulp wel geactiveerd zijn, door éénmalig op de knop ‘Handige Hulp verklaringen’ in het pulldownmenu Handige Hulp te klikken en vervolgens op de knop [ Accepteren ].
Aangeraden wordt om:
De onderlegger tekening (bouwkundige plattegrond) als een z.g. XREF-tekening te koppelen aan de installatietekening.
Regelmatig de tekening te bewaren (SAVE)


Plattegrondtekening elektrische installatie maken

  1. Opstarten Elektra en bepalen papierformaat, schaal en teksthoogte
  2. Koppelen van een bouwkundige onderlegger
  3. Kies voor soort en type installatie
  4. Kies te plaatsen symbool
  5. Plaats Symbolen
  6. Bewerk symbolen
  7. Plaats goten
  8. Plaatsen teksten en maten waar nodig
  9. Maak extracten (alleen bij Database-koppeling) 
  10. Genereer sparingstekening (indien nodig) en/of groepenverklaring
  11. Printen/Plotten tekening
  12. Bewaren tekening


Terug naar Inhoudsopgave


Laagspanningsgebieden


Algemeen

Meestal werkt een installateur met afzonderlijke, op zichzelf staande projecten.

Met een referentieproject in de Database kunnen deze afzonderlijke projecten van een gemeenschappelijke armaturenlijst gebruik maken.

Bij grote complexen, zoals een ziekenhuis, een fabriek of een luchthaven, kunnen de projecten te omvangrijk en daarmee onoverzichtelijk worden. Ook komt het voor dat installaties verstrengeld zijn. 

Door het aanwijzen van laagspanningsgebieden kunnen meerdere van deze sub-projecten op één tekening voorkomen. 

Elk laagspanningsgebied wordt dan na het extract naar de database een apart (sub-) project, behorend bij het hoofdproject waaronder de tekening is opgenomen.


  • Voorbeeld van een laagspanningsgebied:
    • Dat deel van de installatie dat door één transformator wordt gevoed

Het aangeven van laagspanningsgebieden gebeurt door het opgeven van het laagspanningsgebied in combinatie met de kastnaam in het attribuut 'Voedende kast' bij de afzonderlijke symbolen. Dit geldt ook voor de verdeelkasten. Als scheidingsteken wordt “^” (caret) gebruikt (ascii-chr=94).


Laagspanningsgebied aangeven

  • Opgave combinatie laagspanningsgebied/kastnaam
  • Met alle codeer-functies in pull-downmenu 'Bewerk'
  1. Vul bij attribuut 'Voedende Kast' resp. 'Kastnaam in Database'in:
    • <Laagspanningsgebied>^<kastnaam>
      Voorbeeld:
    • Bij symbolen armaturen, wcd: 
      • Attribuut: Voedende kast:  123^HKL
    • Bij verdeelkast
      • Attribuut: Voedende kast:  123^HKL
      • Attribuut: Kastnaam in Database:  123^K25

Terug naar Inhoudsopgave


Berekening van vermogens en gelijktijdigheid


Algemeen

Voor de berekening van vermogens en gelijktijdigheid in het installatieschema moeten in de installatieplattegrond symbolen op de juiste manier worden gecodeerd.

  • Voor een aantal symbolen is in de symbolen zelf een defaultwaarde voor vermogen opgenomen.
  • Voor een aantal symbolen zijn in de E-Database default waarden opgegeven voor vermogen en gelijktijdigheid.

In de installatietekening kunnen afwijkingen op de defaultwaarden worden opgegeven. Per symbool kan een gelijktijdigheidsfactor worden opgegeven. 

Hierdoor is het mogelijk om regels toe te passen zoals:

  • Contactdozen
    • In wandgoot 50%
    • Op de gang 20%
  • Voor aansluitpunten apparaten 100%

De gegevens van de installatietekening kunnen met de functie Extract voor Database vanuit Elektra worden overgebracht naar de database. 

In E-Database wordt gerekend met het geïnstalleerd vermogen, de gelijktijdigheidsfactor en het gelijktijdig vermogen. 

In E-Schema zijn deze gegevens op te roepen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de kastnaam om de groepsgegevens op te zoeken.


Een viertal methoden voor de invulling van het totaal vermogen in het installatieschema (E-Schema) zijn beschikbaar.

  • Totaal vermogen per Soort
    • Per soort symbool is een gelijktijdigheidsfactor in de database vastgelegd;
    • Het geïnstalleerd vermogen komt uit de database, na optelling uit de tekening;
    • Het gelijktijdig vermogen wordt berekend uit geïnstalleerd vermogen en gelijktijdigheid opgegeven in de tabel in de database
    • De gelijktijdigheidsfactor bij TOTAAL wordt berekend uit de totalen van de vermogens, dus daar kan een kleine afrondingsfout voorkomen.
  • Totaal vermogen per Groep
    • Per groep is een gelijktijdigheidsfactor in de schematekening vastgelegd;
    • Het geïnstalleerd vermogen komt uit de database;
    • Het gelijktijdig vermogen wordt berekend in het schema;
    • De gelijktijdigheidsfactor bij TOTAAL wordt berekend uit de totalen van de vermogens en heeft geen relatie met de installatietekeningen of de gelijktijdigheidstabel in de database.
      Dit is een alternatieve methode die alleen geldt voor één (eind)kast.
      Er wordt niet doorgerekend naar de hoofdkast. De gelijktijdigheid kan hiermee worden overruled.
  • Totaal vermogen per Stuk
    • Per symbool is een gelijktijdigheidsfactor in de installatietekening vastgelegd;
    • Het geïnstalleerd vermogen komt uit de database;
    • Het gelijktijdig vermogen komt ook uit het symbool. 
    • Is er in het symbool geen gelijktijdigheid ingevuld, dan komt deze uit de tabel in de database; 
    • De getoonde gelijktijdigheidsfactor wordt weer berekend uit geïnstalleerd en gelijktijdig vermogen en de gelijktijdigheidsfactor bij TOTAAL wordt berekend uit de totalen van de vermogens, wat kan zorgen voor een kleine afrondingsfout.
  • Totaal vermogen per Kast
    • Per symbool is een gelijktijdigheidsfactor in de installatietekening vastgelegd;
    • Het geïnstalleerd vermogen komt uit de database;
    • Het gelijktijdig vermogen komt ook uit de database; het wordt per symbool berekend uit het geïnstalleerd vermogen en de gelijktijdigheidsfactor;
    • De getoonde gelijktijdigheidsfactor wordt berekend uit geïnstalleerd en gelijktijdig vermogen;
    • De gelijktijdigheidsfactor bij TOTAAL wordt berekend uit de totalen van de vermogens.


Gelijktijdigheidsfactor in tabel aanpassen

Deze tabel wordt gebruikt bij de functies in E-Schema, die de totaal vermogens en gelijktijdigheid per stuk en per soort weergeven. 

  1. Klik op knop of
    selecteer 'Gelijkt./Turfstaat maken' in pull-downmenu 'Tel' in het vervolgmenu 'Rapporten' 
  2. Verander gelijktijdigheidspercentages door dubbel te klikken op een percentage en die te wijzigen. 
  3. Knop [ Ok ] voert de wijziging door
    Er wordt hierna een nieuwe turfstaat gemaakt, omdat deze wijziging invloed heeft op de berekening van het gelijktijdig vermogen
    Het telvenster Vermogens overzicht wordt getoond

Terug naar Inhoudsopgave


Algemene informatie over tekening en applicatie


Algemeen

Over de applicatie en over de tekening is algemene informatie op te vragen

 

Opvragen algemene informatie

  1. Klik op knop  of
    selecteer 'About Rel...' in pull-downmenu 'Algemeen'.
  2. Klik op knop [ OK ] om het informatievenster te verlaten. 


Terug naar Inhoudsopgave



Bij Cadac maken we onderscheid tussen Sales, Service & Support. Sales & Service vinden wij vanzelfsprekend. Wij helpen u met de aanschaf van uw product, dienst, training of expert en zorgen ervoor dat u probleemloos aan de slag kunt. Gratis en voor niets. U kunt zorgeloos met uw software starten, wij zorgen ervoor dat u het meeste uit uw software kunt halen.

Loopt u tegen technische softwareproblemen aan? Dan kunt u gebruik maken van Cadac Support. Door de juiste informatie in te dienen kunnen wij u zo snel mogelijk helpen

Stel een vraag

Waar heeft u een vraag over?

Kies een locatie

Europa

Wereld