Naar hoofdinhoud

E-Schema -04- Opzetten schema - TheModus Suites (Nordined)

How to - E-Schema

Laatst gewijzigd op 7 juli 2021

INHOUDSOPGAVE

INHOUDSOPGAVE



Opzetten schema


Automatisch generen installatieschema


Algemeen

Voor de meeste kasten kan automatisch het installatieschema worden gegenereerd, als:

  • de installatietekening gereed is, en
  • de gegevens daarvan in de database zijn opgenomen

De schema’s worden voor een bepaald project gegenereerd:

  • Als in de tekeningmap van de betreffende schematekening ook een installatietekening van een project voorkomt. De bestanden met de gegevens uit de database moeten dan eveneens zijn klaargezet, wat automatisch gebeurt wanneer er een extract voor de database gemaakt wordt.
  • Als er in de tekeningmap van de actuele schematekening geen installatietekeningen voorkomen wordt (eenmaal) gevraagd bij welk project deze map hoort; tenzij het programma op een andere manier kan bepalen waar de tekening bij hoort.

De volgende acties worden dan automatisch uitgevoerd:

  1. Bepalen van het aantal groepen uit de turfstaat
  2. Plaatsen van de rail(s)
  3. Plaatsen van de groepen
  4. Plaatsen van de voeding(en)
  5. Plaatsen en invullen van het kastkader
  6. Toekennen van de groepsnummers
  7. Invullen van de gegevens uit de turfstaat (vermogenstelstaat)
  8. Totaal vermogen plaatsen en invullen

Voordat een schema gegenereerd kan worden moet de turfstaat gemaakt zijn. Dit gebeurt automatisch

 

Installatieschema genereren

  • Begin met een lege tekening in de applicatie E-Schema en sla deze op met een zinvolle naam in een herkenbare map, behorend bij het juiste project.
NB: de tekening mag niet gepurged worden, want bij het beginnen van een nieuwe tekening in E-Schema worden onderdelen aangemaakt die nodig zijn voor het genereren van het schema!
Het is dus ook mogelijk om een bestaande tekening te nemen, die op te slaan onder een andere naam en de zichtbare objecten uit de tekening te verwijderen. 
  1. Klik op knop of selecteer 'Automatisch' in pull-downmenu 'Opzet'
    Als de tekening, of de map waarin de tekening zich bevindt, nog niet bekend zijn bij een project in de database, zal er een venster verschijnen waarin het project gekozen kan worden waarbij de tekening moet gaan horen.
    Het dialoogscherm verschijnt, met daarin een lijst van de in de turfstaat aanwezige kasten, het nummer en de naam van het project waarbij de tekening hoort, de datum en de tijd waarop de turfstaat van dat project gemaakt is.
    Is het onduidelijk of de gegevens in de turfstaat recent genoeg zijn, dan kan vanuit dit venster een Extract Update worden uitgevoerd. Klik daarvoor op de gelijknamige knop. De aan het project gekoppelde installatietekeningen worden dan opnieuw gedumpt en de turfstaat wordt opnieuw gemaakt.
    Zijn er recent wijzigingen aangebracht in de E-Database-tabellen Vermogenssoort, Projectarmaturenlijst of Elektrasymbolen (zie handleidingen E-Database en Elektra), dan is het wellicht noodzakelijk om de knop [ Turfstaat maken ] aan te klikken.
  2. Selecteer in het veld 'Kasten'de gewenste kast.
    In het veld 'Groepen' verschijnt een lijst van de groepen van de geselecteerde kast.
  3. Gebruik de knoppen in veld Actie om het schema in te richten
    • [ Verwijder ]  om de geselecteerde groep (regel in veld Groepen) te verwijderen (het kan voorkomen dat er bijvoorbeeld een onbekende groep in staat)
    • [ Doorlus ] komt alleen vrij wanneer meerdere kasten op 1 groep zijn aangesloten, waardoor de symboliek van een doorlussing wenselijk kan zijn.
    • [ Res.Voor ] plaatst een reservegroep (een lege groep) voor de geselecteerde groep.
    • [ Res.Achter ] plaatst een reservegroep (een lege groep) achter de geselecteerde groep.
    • [ Scheiding ] maakt ruimte vrij ter grootte van één groep, vóór de geselecteerde groep.
    • [ Knip ] knipt de rail vóór de geselecteerde groep in tweeën. Aan de rail die dan ontstaat wordt een nieuwe voeding gekoppeld, die zichtbaar wordt in het veld Voeding.
    • [ Wissel ] zet alle groepen vanaf en met de geselecteerde groep bovenaan de lijst. 
    • [ Vul aan ]vult alle ontbrekende groepen tussen de aangewezen regel en de regel daaronder, mits dit een logische reeks betreft. 
      Bijvoorbeeld tussen 8 en 12 zullen groepen 9, 10 en 11  worden aangemaakt, maar tussen 12 en K1 zal geen logische reeks gevormd kunnen worden.
  4. Selecteer één of meer regels van de groepen, waaraan een symbool moet worden toegekend en klik op het tweede plaatje van boven, aan de rechterkant van het dialoogscherm.
    Het dialoogscherm voor de keuze  van het groepsymbool verschijnt
  5. Selecteer stroomstelsel in vak 'Systeem'
    • 1+N; één fase met nul
    • 2f; tweefasen (zonder nul)
    • 3fdriefasen (zonder nul)
    • 3+Ndriefasen met nul
  6. Selecteer 'Pagina' om 'Automaten' of 'Veiligheden' te kunnen kiezen
  7. Selecteer schakeling en beveiliging van de groep via de omschrijving of iconvak
    Het dialoogscherm verandert en toont de bovenkant (afgaande kant) van de groep
  8. Selecteer vervolgens het vervolg van de groep via de omschrijving of iconvak
    • een groep (leiding) - basis
    • met trafo
    • met één, twee of drie relais
    • de volgende keuzes zijn niet zinvol, omdat die maar eenmalig voorkomen
      • met netwachter
      • overspanningsafleider
      • voeding voor volgende rail
      • voltmeter
  9. Klik op knop [ OK ]
  10. Herhaal punten 4 t/m 9 voor de overige groepen.
  11. Selecteer een voeding en herhaal punten 4 t/m 9
    NB: Selecteer echter het tweede plaatje van rechtsonder voor het selecteren van het voedingssymbool. hierbij worden andere plaatjes getoond - voor voedingen - maar de werking is gelijk aan die hierboven beschreven.
    Wanneer er twee of meer voedingen zijn, kan er gekozen worden voor twee korte voedingen, door voor het vervolgsymbool van alle voedingen een aftakking te selecteren (het plaatje met de rode streep: ).
    Dit heeft tot gevolg dat er een rail onder geplaatst wordt, met daaronder nog een voeding. Die extra voeding kan in een later stadium vervangen worden door een ander symbool.
    Is nog ten minste één van de voedingen lang, dan wordt er wel een rail geplaatst, maar geen extra voeding daaronder.
  12. Controleer of alle groepen en voedingen voorzien zijn van het juiste symbool.
  13. Klik op knop [ OK ]om het schema te genereren.
    Het schema wordt getekend, de gegevens worden ingevuld er wordt een  venster getoond met de naam Bestemmingen / gelijktijdigheden handhaven of uit turfstaat
    Dit venster toont alle verschillen tussen het reeds getekende schema en de turfstaat aan te geven en eventueel bestaande informatie te behouden. Dit laatste is echter in dit stadium niet zinvol, omdat alle informatie nieuw is. Het venster vervult in dit stadium slechts de rol van informatieverstrekker.
     
  14. Klik op knop [ Uitvoeren ]
    De aantallen, bestemmingen en vermogens worden ingevuld.
    In venster TOTALEN worden de gegevens getoond zoals die zijn gevonden in de turfstaat en zoals die op tekening worden ingevuld:

    a. Groen vlak: aantallen groepen gelijk en vermogens gelijk;
    b. Geel vlak: aantallen groepen gelijk of vermogen gelijk;
    c. Rood vlak: Aantallen ongelijk.
    d. Bij ontbreken van groepen worden deze in het telvenster 
    'Gesignaleerd' vermeld.
  15. Klik (eventueel 2x - bij 'TOTALEN' en 'Gesignaleerd') op knop [ OK ]
    Eventueel bij blokschema opgegeven kabels worden ingevuld
    Er is tevens een totaal vermogen-blokje geplaatst: De instelling voor het automatisch plaatsen van dit symbool wordt gedaan configuratiebestand eschema.ini.
    Wijziging via pull-downmenu 
    'Applicatie''Instellingen', in venster 'Instellingen Onderdeel:' Tekenen, Onderwerp: Plaats en Soort van Totaal Vermogen, Sleutel: AUTO:
    - 0 = [Totaal Vermogen per Stuk] (defaultinstelling)
    - 1 = [Totaal Vermogen per Soort]
    - 2 = [Totaal Vermogen per Groep]
    - 3 = [Totaal Vermogen per Kast]
    - 9 = [Totaal Vermogen oude blokje]


Specifieke functie van Verkortingen

Verkortingen worden bewaard in %APPDATA%\Cadac Group\Techniek 10.x\ep\i\dialogen.ini onder het kopje DOELKORT. Daar zou het volgende kunnen staan:


[DOELKORT] 

AC=Airco;2100

DV=Diepvriezer;1300

KF=Koffieautomaat;1000

KK=Koelkast;250


Deze waarden zijn in het dialoogscherm met tabellen in Elektra toegevoegd of aangepast (zie handleiding Elektra).

Bij het lezen van de turfstaat in E-Schema wordt de verkorting omgezet in de langere beschrijving erachter. Bvb. “AC” in het symbool wordt “Airco” in de bestemming van de betreffende groep in E-schema.

Installatieschema railkoker genereren

  1. Klik op knop of selecteer 'Railkokersysteem genereren' in pull-downmenu 'Opzet'
  2. Selecteer in het venster de rail waarvoor het schema getekend moet worden
  3. Klik op knop [ OK ]
    Het symbool voor Totaal Vermogen wordt geplaatst en ingevuld.

Wat kan er fout gaan

  • Vermogenstelstaat is niet klaargezet vanuit E-Database:
    Zet de vermogenstelstaat klaar
    In E-Database via menu 'Rapport', keuze 'Vermogens-telstaat', knop [ Uitvoer naar E-Schema ],
    of
    in E-Schema via knop of menu 'Bewerk', 'Turfstaat maken'
  • Groepnummers komen niet overeen met gegevens uit de installatietekening:
    Groepnummers moeten exact hetzelfde zijn in installatietekening en in installatieschema
  • Groepnummers zijn niet opeenvolgend:
    1. Ken opnieuw de groepnummers toe
    2. Lees de turfstaat opnieuw in
  • Eén of meer groepen moeten afwijkend zijn:
    Vervang de groep(en)


Terug naar Inhoudsopgave


Uitbreiding schema naar Belgisch voorschrift


Algemeen

Als het schema is opgezet, of automatisch is gegenereerd, kunnen de takken worden getekend. Hiervoor is een speciale functie beschikbaar.

Deze functie zal in de meeste gevallen de symbolen in de juiste volgorde tekenen en met de juiste symbolen.

In een aantal gevallen zal dit echter een onjuist resultaat geven; bijvoorbeeld bij een hotelschakeling. In deze gevallen moet

  • Bij een eenmalige situatie
    het ééndraadsschema handmatig worden aangepast
  • Bij een vaker voorkomende situatie
    de nieuwe combinatie worden gedefinieerd met de functie 'Takken definiëren'
    Zie: Definiëren takken voor Belgisch schema

De functie houdt rekening met de standaardsymbolen en met de usersymbolen van E-Schema en Elektra. Als een symbool toch niet wordt gevonden wordt een vervangend symbool geplaatst.

Het tekenen van takken kan ook gebruikt worden voor domotica-tekeningen. Hierbij zal dan in de installatietekening een eigen coderingsystematiek zijn toegepast.

Automatisch takken tekenen op kringen (groepen)  

  • In het situatieschema (de installatietekening) moeten symbolen volgens Belgisch voorschrift zijn gecodeerd;
  • De situatieschema’s moeten ingelezen zijn in de database
  • In de database moet de vermogens-telstaat zijn klaar gezet voor E-Schema
  • De rail, kringen (groepen) en bord (kast) moeten zijn geplaatst op de eendraadsschema-tekening
  1. Klik op knop of selecteer 'Takken Tekenen' in pull-downmenu 'Opzet'
    Indien reeds takken geplaatst zijn wordt gevraagd of takken vervangen moeten worden.
    Klik dan op knop [ Ja ] of [ Nee ]
  2. Selecteer het bord (kast) in venster 'Kies bord'
  3. Klik op knop [ OK ]
    De takken worden getekend; op de takken worden symbolen geplaatst overeenkomstig het bepaalde in eschema.ini.

Handmatig takken tekenen op kringen (groepen)

  • De kring (= Groep) is reeds getekend
  1. Teken de leiding horizontaal; begin bij een verticale lijn.
  2. Selecteer de symbolen
  3. Plaats de symbolen
    De leiding wordt onderbroken.
  4. Herhaal het selecteren en plaatsen van symbolen
  5. Verwijder de overbodige leidingdelen
  6. Bewaar de tak desgewenst als usersymbool met de functie 'Aanmaken Usersymbool' (knop  )


Terug naar Inhoudsopgave


Plaatsen rail


Algemeen

Meerdere rails kunnen op een tekening worden geplaatst. Bij meerdere rails kunnen ook meerdere kastkaders worden geplaatst. 

N.b.: niet met de functie Kast-auto.

De rail(s) wordt, na opgave van de afstand tussen de groepen en het aantal groepen, op een vaste plaats op de tekening gezet; alle rails worden op een vaste hoogte geplaatst.

De default-instelling voor de afstand tussen de groepen is 15 mm
Voor schema’s die aan de Belgische voorschriften moeten voldoen is een afstand van 30 mm bruikbaar. Dit is in te stellen via menu 'Applicatie''Instellingen' en in venster 'Configuratie' bij 'Instellingen voor de Rail' voor de sleutel=Afstand de 1e waarde (15) veranderen in 30 en deze wijziging via knop [ Opslaan ] vastleggen.

Bij het plaatsen van de eerste rail wordt gelijktijdig een renvooi voor de turfstaat geplaatst.

Het renvooi is afwijkend t.o.v. het renvooi uit versie 5.0 en daarvoor. Wilt u de oude renvooi blijven gebruiken, dan moet u de volgende bestanden hernoemen:
-   ..\..\Cadac Group\techniek 10.x\Es\s\Es630228-oud.dwg in Es630228.dwg
-   ..\..\Cadac Group\techniek 10.x\Es\i\Attpos-oud.ini in Attpos.ini

 

Rails plaatsen

  1. Klik op knop , of selecteer 'Rail' in pull-downmenu 'Opzet'
  2. Geef in venster 'Plaatsen rail'op:
    • de afstand tussen de groepen [mm]
      15mm (30 mm voor België) is meestal voldoende
    • het aantal groepen
  3. Klik op knop [ OK ]
    Rail(s) getekend en Renvooi symbolen voor turfstaat getekend.
    <SNAP> (op 2.5mm) en <GRID> (op 5mm) worden automatisch 
    'aan' gezet.

Wat kan er fout gaan

  • Rail past niet op tekening
    • Kies ander tekening formaat, of
    • Kies andere afstand tussen de groepen
    • Verdeel over meerdere bladen
  • Als er meerdere rails op de tekening geplaatst moeten worden:
    1. plaats eerst de groepen op de eerste rail. De groepen komen dan automatisch (default) op de juiste plaats.
    2. plaats vervolgens de volgende rail en de groepen daarop
  • Voor schema-tekeningen volgens de Belgische eisen moet de afstand tussen de kringen (groepen) groter worden genomen i.v.m. de aanduiding van schakelaars, aansluitpunten, etc.
    Tevens moet het renvooi worden verwijderd.


Terug naar Inhoudsopgave


Renvooi aanpassen


Algemeen

Bij het opzetten van het schema wordt een standaard renvooi voor de takken geplaatst.

Na plaatsing kunnen vanuit de plattegrondtekening / database wijzigingen worden doorgevoerd in aantallen.

Met de functie Renvooi Aanpassen worden de aantallen aangepast aan de laatste wijzigingen worden de rubrieken waarvoor geen aantallen zijn ingevuld onzichtbaar gemaakt in het renvooi. Zonodig worden onzichtbaar gemaakte rubrieken weer zichtbaar gemaakt.

Lege rubrieken verwijderen uit renvooi

  • Schema is ingevuld
  1. Klik op knop of selecteer 'Renvooi aanpassen' in pull-downmenu 'Bewerk'
    Het renvooi wordt aangepast aan de telling.
    Rubrieken waarvoor geen aantallen zijn ingevuld worden onzichtbaar gemaakt in het renvooi.
    Zonodig worden onzichtbaar gemaakte rubrieken weer zichtbaar gemaakt.
    Als een waarde is ingevuld worden in dit block verklarende tekst geplaatst voor:
    - Kabellengte [m]
    - Ib (Ontwerpstroom) [A]
    - Iz (Maximaal toelaatbare stroom van kabel) [A]


Terug naar Inhoudsopgave


Wijzigen rail


Algemeen

Een getekende rail kan naderhand worden aangepast.

De doorsteek is standaard de helft van de groepsafstand;
Bij een koppelschakelaar wordt automatisch gecorrigeerd;
Rail komt horizontaal onder laagste groep; bij voedingen dus onder laagste voeding;
Bij 1e plaatsing van een rail worden tegelijk de symbolen voor de turfstaat geplaatst. Bij aanpassing van de rail worden de turfstaatsymbolen niet mee aangepast.


Raillengte wijzigen bij groepen

  • Rail getekend
  • Groepen op rail getekend
  1. Klik op knop of selecteer 'Rail-lengte bij Groepen' in menu 'Opzet'
  2. Wijs de te wijzigen rail aan
  3. Selecteer de eerste groep
  4. Selecteer de laatste groep


Raillengte aanpassen

  • Rail getekend
  • Groepen op rail getekend
  1. Klik op knop of selecteer 'Rail-lengte aanpassen' in menu 'Opzet'
  2. Wijs het einde van de rail aan
  3. Wijs het nieuwe einde van de rail aan


Rail knippen

  • Rail getekend
  • Groepen op rail getekend
  1. Klik op knop of selecteer 'Rail knippen' in menu 'Opzet'
  2. Wijs de rail aan op het punt waar het midden van de knip moet komen
    Zet hierbij de SNAP aan.
    De grootte van de knip is 15mm
    De knip wordt niet automatisch gemaakt bij het genereren van het schema.


Rail aanhelen

  • Rails getekend (of geknipt)
  • Groepen op rail getekend
  1. Klik op knop of selecteer 'Rail aanhelen' in menu 'Opzet'
  2. Selecteer de ene rail
  3. Selecteer de andere rail
    De beide rails worden tot één rail gemaakt.


Wat kan er fout gaan

Als de eerste of laatste groep niet op het scherm zichtbaar is wordt de rail foutief aangepast.



Terug naar Inhoudsopgave


Plaatsen en/of verschalen kast en kastscheiding


Algemeen

Het kastkader wordt automatisch getekend om alle geselecteerde rails; bij de rail moeten ook de betreffende groepen en voeding worden geselecteerd.

De kasten kunnen met afbreeklijnen worden getekend.

Kastscheidingen kunnen horizontaal en verticaal worden aangebracht.

Indien groepen of rails worden bijgeplaatst kan de kast worden aangepast.

Bij het plaatsen of aanpassen van de kast kan de kastnaam worden ingevuld.

Ook kan een kast om symbolen worden getekend.

Kast (NL) = Bord (B)


Plaatsen kast om alle rails op de tekening

  • rail(s) geplaatst
  • groepen geplaatst
  • voeding geplaatst
  1. Selecteer de knoppen of items in pull-downmenu 'Opzet'
    •  Kast Normaal
    •  Kast Breek Links
    •  Kast Breek Rechts
    • Kast Breek Beide
      Programma vraagt om de rails te selecteren.
  2. Toets <Enter>
  3. Geef eventueel de kastnaam op.


Plaatsen kast om een van de rails op de tekening

  • rails geplaatst
  • groepen geplaatst
  • voeding geplaatst
  1. Selecteer de knoppen of items in pull-downmenu 'Opzet' 
    •  Kast Normaal
    •  Kast Breek Links
    •  Kast Breek Rechts
    • Kast Breek Beide
      Programma vraagt om de rails te selecteren.
  2. Selecteer de betreffende rail inclusief de bijbehorende groepen en voeding
  3. Geef eventueel de kastnaam op.
  4. Herhaal dat voor de andere kasten.


Plaatsen kast om symbolen

  • Symbolen (groepen, voedingen, etc,) geplaatst
  1. Klik op knop of selecteer 'Kast om symbolen' in pull-downmenu 'Opzet'
  2. Selecteer de symbolen waar de kast omheen moet worden getekend
  3. Geef in venster 'Kastnaam' de naam van de kast op
  4. Klik op knop [ OK ]
    De kast wordt volledig om de symbolen getekend; een eventueel aanwezige kast wordt verwijderd.


Verschalen kast

  1. Klik op knop of selecteer 'Verschalen' in pull-downmenu 'Opzet'
  2. Wijs kast(rand) aan
  3. Geef twee (nieuwe) tegenoverliggende hoekpunten op: eerst links-onder en dan rechtsboven
    Bij het opgeven van andere hoekpunten gaat het verschalen fout!
  • Bij het verschalen van de kast wordt de kastscheiding niet aangepast:
    • Pas eerst de raillengte aan; plaats daarna het kastkader.
    • Bij het plaatsen van een nieuw kastkader wordt het aanwezige oude kastkader automatisch verwijderd; de kastscheiding blijft staan. De kastscheiding zal moeten worden verwijderd en/of opnieuw geplaatst of aangepast moeten worden.


Aanbrengen kastscheiding

  1. Klik op knop of selecteer 'Kast-scheiding' in pull-downmenu 'Opzet'
  2. Wijs plaats op rand kast aan
    • Als de linker- of rechterkant van de kast wordt aangeklikt wordt een horizontale lijn geplaatst;
    • Als op de boven- of onderrand van de kast wordt geklikt wordt een verticale lijn geplaatst.
      Kastscheidingen kunnen worden verwijderd met het standaard AutoCAD-commando <Erase>.


Terug naar Inhoudsopgave


Kastaanzicht tekenen


Voor het tekenen van een kastaanzicht zijn de volgende hulpmiddelen beschikbaar.

  • Tekenen contouren van kast (op speciale laag)
  • Usermenu, voor maken en plaatsen van symbolen

Als het kastaanzicht direct op de schematekening wordt gemaakt zal rekening moeten worden gehouden met een verschaalde plaatsing.

Als het kastaanzicht middels <XREF> aan de schematekening wordt gekoppeld zal de afweging gemaakt moeten worden of de verschaling bij het tekenen of bij de koppeling moet gebeuren.


Tekenen kastcontouren

  1. Klik op knop of selecteer 'Lijn kastaanzicht' in menu 'Blokschema'
  2. Teken de kast


Aanmaken aanzichtsymbolen

Indien nog geen eigen aanzichtsymbolen gemaakt:
  1. Teken aanzichtsymbolen
  2. Maak daarvan usersymbolen
    via knop of met 'Aanmaken' in pull-downmenu 'Usermenu'
    Bepaal of de aanzichtsymbolen wel of niet verschaald getekend moeten worden, of dat verschaling bij plaatsing dient te gebeuren.


Plaatsen aanzichtsymbolen

  1. Klik op knop of selecteer 'Plaatsen' in pull-downmenu 'Usermenu'
  2. Selecteer het te plaatsen symbool
  3. Plaats het symbool op de tekening


Terug naar Inhoudsopgave


Plaatsen groepen


Algemeen

Voor het plaatsen van afgaande groepen is er keus uit uit 4 stroomstelsels. In iconenmenu’s kunnen groepen en schakelsymbolen worden gekozen.

Groep (NL) = Kring (B).

 

Aanwijzing:

Aangeven aders: via pull-downmenu 'Bewerk', keuze 'Aders' of

Tekenen leidingen: onder pull-downmenu 'Symbool', keuze 'Leiding' of


Groepen plaatsen

  • Rail getekend
  1. Klik op knop of selecteer 'Groepen' in pull-downmenu 'Opzet'
  2. Selecteer stroomstelsel in vak 'Systeem'
    • 1+N: één fase met nul
    • 2f: twee fasen (zonder nul)
    • 3f: drie fasen (zonder nul)
    • 3+Ndrie fasen met nul
      Bij gelijkstroom kiezen voor 2f of 1+N
  3. Selecteer schakeling en beveiliging van de groep via de omschrijving of iconvak
  4. Selecteer vervolg groep via de omschrijving of iconvak
    • een groep (leiding)
    • met één, twee of drie relais
    • met trafo
    • met netwachter
    • overspanningsafleider
    • voltmeter
    • voeding voor volgende rail
  5. Klik op knop [ Plaats ]
  6. Geef in het dialoogvenster de afstand tussen de groepen en het aantal groepen op
    DEFAULT-minimumafstand en -aantal kunnen worden ingesteld.
  7. Klik op knop [ OK ]


Terug naar Inhoudsopgave


Vervangen groepen


Algemeen

Groepen kunnen worden vervangen. De nieuwe groep wordt eerst gekozen in een iconenmenu.

Aanwijzing:

Aangeven aders: via pull-downmenu 'Bewerk', keuze 'Aders' of

Tekenen leidingen: onder pull-downmenu 'Symbool', keuze 'Leiding' of


Groepen vervangen

  1. Klik op knop of selecteer 'Groepen' in pull-downmenu 'Opzet'
  2. Selecteer stroomstelsel in vak 'Systeem'
    • 1+Néén fase met nul
    • 2ftwee fasen (zonder nul)
    • 3fdrie fasen (zonder nul)
    • 3+Ndrie fasen met nul
      Bij gelijkstroom kiezen voor 2f of 1+N
  3. Selecteer schakeling en beveiliging van de groep via de omschrijving of iconvak
  4. Selecteer vervolg groep via de omschrijving of iconvak
    • een groep (leiding)
    • met relais
    • met trafo
    • met netwachter
    • overspanningsafleider
    • voltmeter
    • voeding voor volgende rail
  5. Klik op knop [ Vervang ]
  6. Selecteer de te vervangen groep(en).
    De gegevens (attributen) van een te vervangen groep worden automatisch overgenomen door de nieuwe groep.


Terug naar Inhoudsopgave


Plaatsen voeding


Algemeen

Voor het plaatsen van de voeding kunt u kiezen uit 4 stroomstelsels.

Daarna kunt u het voedingssymbool kiezen uit iconenmenu’s.

De voeding zal onder op de rail, of links van de te voeden rail geplaatst worden.

 

Aanwijzing:

Aangeven aders: via pull-downmenu 'Bewerk', keuze 'Aders' of

Tekenen leidingen: onder pull-downmenu 'Symbool', keuze 'Leiding' of

Invullen gegevensonder pull-downmenu 'Bewerk'

Voeding plaatsen

  • Rail getekend; zonder rail kan geen voeding worden geplaatst.
  1. Klik op knop of selecteer 'Voeding' in pull-downmenu 'Opzet'
  2. Selecteer het voedingssysteem in vak 'Systeem'
    • 1+Néénfase met nul
    • 2ftweefasen (zonder nul)
    • 3fdriefasen (zonder nul)
    • 3+Ndriefasen met nul
      Bij gelijkstroom kiezen voor 2f of 1+N
  3. Selecteer schakeling en beveiliging van de voeding via de omschrijving of het iconvak
  4. Selecteer vervolg voeding via de omschrijving of het iconvak
    • alleen voedingsleiding, van onder of zijwaarts
    • met kWh-meter
    • met aftakking op andere voeding
      (verbinding naar andere voeding zelf te tekenen)
  5. Klik op knop [ Plaats ]
  6. Selecteer rail
    • Bij aanwijzen in buurt van het midden:
      de voeding wordt in het midden van de rail geplaatst;
    • Bij aanwijzen elders op rail: de voeding wordt daar geplaatst.


Wat kan er fout gaan

  • De voeding staat op ongewenste plaats op de rail:
    verplaats de voeding met AutoCAD commando <MOVE>


Terug naar Inhoudsopgave


Vervangen voeding


Algemeen

Voedingen kunnen worden vervangen. De nieuwe voeding wordt eerst gekozen in een iconenmenu.

Een stijgleiding kan alleen worden vervangen door de onderdelen te vervangen.

Aanwijzing:

Aangeven aders: via pull-downmenu 'Bewerk', keuze 'Aders' of

Tekenen leidingen: onder pull-downmenu 'Symbool', keuze 'Leiding' of

Voeding vervangen

  1. Klik op knop of selecteer 'Voeding' in pull-downmenu 'Opzet'
  2. Selecteer het voedingssysteem in vak 'Systeem'
    • 1+Néénfase met nul
    • 2ftweefasen (zonder nul)
    • 3fdriefasen (zonder nul)
    • 3+Ndriefasen met nul
      Bij gelijkstroom kiezen voor 2f of 1+N
  3. Selecteer schakeling en beveiliging van de voeding via de omschrijving of het iconvak
  4. Selecteer vervolg voeding via de omschrijving of het iconvak
    • alleen voedingsleiding, van onder of zijwaarts
    • met kWh-meter
    • met aftakking op andere voeding
  5. Klik op knop [ Vervangen ]
  6. Selecteer de te vervangen voedingen
    De gegevens van een te vervangen voeding (attributen) worden automatisch overgenomen door de nieuwe voeding.


Wat kan er fout gaan

  • Andere symbolen mee geselecteerd


Terug naar Inhoudsopgave


Bewerken gegevens van groepen, collectief


Algemeen

Bij het opzetten van het schema kunnen de algemene groepsgegevens collectief worden opgegeven.

Achteraf kunnen gegevens van de afzonderlijke groepen apart worden bewerkt.

Voor kabeltypen is een landinstelling mogelijk (Nederlands of Belgisch)


   


Verwijzing

Invullen turfstaat vanuit installatietekening


Groepsnummers opgeven

  1. Klik op knop of selecteer 'Groepsnummers' in pull-downmenu 'Bewerk'
  2. Selecteer de groepen en toets <Enter>
    het aantal aangewezen groepen bepaalt het verschil tussen eerste en laatste nummer
  3. Vul gegevens in dialoogvenster 'Groepsnummers' in
  4. Klik op knop [ OK ]
    De turfstaat-gegevens kunnen nu worden ingevuld.


Opgeven I-Nominaal

  1. Klik op knop of selecteer 'Inom.' in pull-downmenu 'Bewerk'
  2. Vul gegevens in venster in
  3. Klik op knop [ OK ]
  4. Selecteer de groepen en toets <Enter>


Landinstelling lijst kabeltypen NL / BE

  1. Klik op knop of selecteer 'Kabeltype' in pull-downmenu 'Bewerk'
  2. Selecteer in het keuzelijstje voor kabeltype in venster 'Kabeltype'
    • (BE) voor de Belgische lijst met kabeltypes
    • (NL) voor de Nederlandse lijst met kabeltypes
      De lijst van kabeltypen wordt vervangen door de lijst van het gekozen land.


Opgeven kabeltype

  1. Klik op knop of selecteer 'Kabeltype' in pull-downmenu 'Bewerk'
  2. Selecteer gegevens in venster 'Kabeltype'
    • aantal kabels
    • kabeltype
    • aantal aders
    • aderdoorsnede
  3. Vul eventueel nog extra gegevens in in de edit-box 'Kabel'
  4. Klik op Knop [ OK ]
  5. Selecteer de groepen en toets <Enter>


Opgeven reservegroepen

  1. Klik op knop of selecteer 'Reserve-groepen' in pull-downmenu 'Bewerk'
  2. Selecteer de groepen en toets <Enter>
    Aantallen, vermogens en patroonwaarde worden leeg gemaakt, tekst RESERVE (als bestemming) wordt geplaatst.


Wat kan er fout gaat

  • Kabeltype wordt met of alleen hoofdletters of met alleen kleine letters ingevuld:
    Via menu 'Applicatie', 'Instellingen Att' in venster 'Presentatie Attributen:'
    • instellen op B = Bewaakt of blanco
    • Niet instellen op K = Kapitaal (hoofdletter) of O = onderkast (kleine letter)


Terug naar Inhoudsopgave


Invullen/wijzigen groepsgegevens via groepenlijst


Algemeen

Een groepenlijst van (een selectie van ) groepen kan worden aangemaakt en als bestand worden opgeslagen, geprint of als lijst op tekening worden gezet.

Vanuit de groepenlijst is het mogelijk om voor 1 of meer groepen tegelijk de gelijktijdigheid, de kabelgegevens en I-nominaal op te geven.

Tevens is het mogelijk om de gegevens rechtstreeks in de groepenlijst aan te passen . De wijzigingen worden dan verwerkt bij de groepen.

De in de groepenlijst geselecteerde groepen kunnen op tekening gemarkeerd worden.

De volgorde van de kolommen in de lijstvensters kan worden aangepast: Versleep de kolomkop naar de gewenste positie. Na klikken op knop [OK] wordt de kolomindeling, en de venstergrootte, onthouden.

 

 

Groepenlijst maken

  1. Klik op knop of selecteer 'Groepenlijst' in menu 'Bewerk'
  2. Selecteer de op te nemen groepen
    (Toets <Enter>om alle groepen direct te selecteren)
    De groepenlijst verschijnt in venster 'Groepenlijst'

U wilt …Doe . . .
3aGroepen op tekening markeren
  1. Selecteer in venster te markeren groep(en) symbolen
  2. Klik op knop [ Markeer ]
    Op de tekening worden de symbolen gemarkeerd met een cirkel.
    Eerder geplaatste markeringen worden automatisch verwijderd.
  3. Toets <Enter> voor terugkeren naar het venster
3bMarkering (cirkels) verwijderen
  1. Klik op Knop [ Schoon ]
3cGroepenlijst als bestand wegschrijven 
  1. Klik op knop [ Bestand ]
  2. Selecteer de juiste map
  3. Geef de bestandsnaam op
  4. Klik op knop [ Save ] 
3dGroepenlijst naar printer versturen
  1. Klik op knop [ Printer ]
  2. Geef in venster 'Print Telstaat'zonodig
    • kop- en voetteksten op
    • font en lettergrootte
    • marges
    • printerinstellingen (landscape/portrait)
  3. Klik op knop [ Print ]
  4. Klik in het printervenster op knop [ OK ]
3eTotaal van aantal groepen bekijken
  1. Selecteer in venster de te totaliseren groep(en)
  2. Klik op knop [ Totaal ]
    Venster 'Totalen' verschijnt met teksten achter elkaar en getallen opgeteld.
    Gegevens kunnen niet gewijzigd worden
  3. Klik op knop [ OK ] 


Terug naar Inhoudsopgave


Invullen turfstaat vanuit installatietekening


Algemeen

Bij het maken van een installatietekening in Elektra worden gegevens overgebracht naar een database. In E-Schema zijn deze gegevens direct uit de database op te roepen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de kastnaam om de groepsgegevens op te zoeken.

Eerst zal een turfstaat vanuit de database aangemaakt moeten worden; dit kan vanuit E-Schema gebeuren.

Vervolgens kan de turfstaat voor de betreffende kast worden ingelezen.

Indien alle schematekeningen zijn opgezet, kunnen de gegevens in batchverwerking worden ingevuld. Bij het invullen worden geconstateerde verschillen in een log-bestand vermeld.

Het verdient aanbeveling de eerste keer dat het schema wordt ingevuld dit per stuk te doen. Er is dan directe controle mogelijk; verschillen kunnen dan onmiddellijk worden gecorrigeerd. Wijzigingen in de gegevens kunnen dan in batch verwerking worden verwerkt.

De getotaliseerde gegevens van aantallen en vermogens kunnen vanuit de database ingevuld worden in het installatieschema.

  • Gegevens invullen:
    • Gegevens vanuit installatietekening gedumpt naar de database
    • Installatieschema bevat alle groepen en groepnummers
    • Database is actief
  • Plaats van de gegevens:
    In E-Database kan worden opgegeven in welke map (directory) de tussenbestanden worden geplaatst. De default map is C:\NorTemp. De eerste keer dat gegevens van een tekening worden gedumpt – in Elektra – of turfstaat gegevens worden opgevraagd – in Elektra of in E-Schema – wordt E-Database geopend.
  • Project en pad:
    Telkens als vanuit E-Schema de databasegegevens worden benaderd, worden de projectgegevens opgevraagd. Als bij een map geen project bekend is, zal worden gevraagd een project uit de database te selecteren. De map wordt dan toegevoegd aan de projectgegevens in de database.

Turfstaat invullen vanuit E-Database

Tekening heeft een naam (is opgeslagen <SAVE>)
De groepen zijn genummerd en bij het kastkader is de kastnaam ingevuld.
  1. Klik op knop of selecteer 'Turfstaat maken' in pull-downmenu 'Bewerk'
    Venster 'Gelijktijdigheidsfactor' verschijnt.
  2. Pas zonodig de gegevens aan
  3. Klik op knop [ OK ]
    De turfstaat wordt aangemaakt.
  4. Klik op knop of selecteer 'Turfstaat Lezen' in pull-downmenu 'Bewerk'
  5. Kies de kast in dialoogvenster 'Turfstaat'
    Bij groepen waar bestemming, ruimtenummer- of omschrijving in het schema al zijn ingevuld of waar deze in de turfstaat zijn gegenereerd verschijnt per groep een venster.
    Indien teksten in beide gevallen gelijk zijn verschijnt dit venster niet.
  6. Kies voor tekst in dialoogvenster 'Bestemming groep'
    • Huidige tekst
    • Tekst uit turfstaat
      of
      pas tekst aan
  7. Klik in venster 'Bestemming groep'op knop
    • [ 1x Turfstaat ]
      Om bij de onderhanden groep de bestemming in te vullen, zoals die in de turfstaat staat vermeld.
    • [ Alles Turfstaat ]
      Om bij de onderhanden groep en alle volgende groepen de bestemming in te vullen, zoals die in de turfstaat staat vermeld.
    • [ 1x Handhaven ]
      Om bij de onderhanden groep reeds ingevulde bestemming te handhaven en niet te overschrijven met de bestemming volgens de turfstaat.
    • [ Alles Handhaven ]
      Om bij de onderhanden groep en alle volgende groepen de reeds ingevulde bestemming te handhaven en niet te overschrijven met de bestemming volgens de turfstaat.
      Venster Totalen geeft informatie over het totaal vermogen en aantal groepen, zoals dat in de turfstaat was opgenomen en wat in de schematekening is gevonden.
      groen = gelijk
      geel = aantal of vermogen verschillend
      rood = beide verschillend
  8. Klik op [ OK ] in venster 'Totalen'
    Gegevens uit Turfstaat op schematekening ingevuld.


Turfstaat invullen van uit E-Database, batch-gewijs

Tekeningen zijn opgeslagen, een van de tekeningen is actief
E-Database is actief.
  1. Klik op knop of selecteer 'Turfstaat maken' in pull-downmenu 'Bewerk'
    Venster 'Gelijktijdigheidsfactor' verschijnt.
  2. Pas zonodig de gegevens aan
  3. Klik op knop [ OK ]
    De turfstaat wordt aangemaakt.
  4. Klik op knop of selecteer 'Turfstaat batch' in pull-downmenu 'Bewerk'
  5. Stel de lijst van te verwerken kasten samen in dialoogvenster
    Bij groepen waar bestemming, ruimtenummer- of omschrijving in het schema al zijn ingevuld of waar deze in de turfstaat zijn gegenereerd verschijnt geen venster: alles wordt Default (volgens turfstaat) ingevuld/overschreven.
  6. Klik op knop [ OK ]
    Alle schematekeningen waarop kasten voorkomen worden ingevuld. Hierbij verschijnen geen dialoogvensters.
    Bij blokschema's en andere tekeningen wordt wel een venster getoond.


Wat kan er fout gaan

  • Vanuit database geen tussenbestand aangemaakt t.b.v. de turfstaat.
  • In AutoCAD: er staan meerdere tekeningen open:
    • Bij Batch: één schema-tekening mag geopend zijn; sluit de overige tekeningen.
  • Via de registry kan worden ingesteld, dat een logfile getoond moet worden. 


Terug naar Inhoudsopgave


Invullen totaal vermogen per kast en per fase


Algemeen

Bij het maken van een installatietekening  in Elektra worden gegevens overgebracht naar een database. In E-Schema zijn deze gegevens op te roepen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de kastnaam om de groepsgegevens op te zoeken.

In de database wordt gerekend met het geïnstalleerd vermogen, de gelijktijdigheidsfactor en het gelijktijdig vermogen. In Elektra kan per symbool een gelijktijdigheidsfactor worden opgegeven. 

Hierdoor is het mogelijk om regels toe te passen zoals bijvoorbeeld:

  • Contactdozen
    • In wandgoot 50%
    • Op de gang 20%
    • Voor apparaten 100%

Het is mogelijk om bij verschillende projecten een verschillende reeks gelijktijdigheidsfactoren te hanteren. Deze worden opgeslagen in een apart configuratiebestand en kunnen worden gewijzigd en ingelezen in het venster bij het maken van de turfstaat.


Soms wordt in een bestek voorgeschreven om met een mogelijke uitbreiding van groepen en vermogen rekening te houden. Dit extra vermogen kan zichtbaar gemaakt worden.

De plaats van het block van de vermogensopgave kan door de gebruiker worden opgegeven. Als er een vermogensblok op tekening aanwezig is, wordt dit vervangen.

Als het schema automatisch wordt gegenereerd wordt ook het block voor 'Totaal vermogen per Soort' automatisch geplaatst. De positie is vastgelegd in  %APPDATA%\Cadac Group\Techniek 10.x\Es\i\Eschema.ini: via menu 'Applicatie', 'Instellingen', Onderdeel: Tekenen, Onderwerp: 'Plaats en Soort Totaal Vermogen' aan te passen. De plaats is mede afhankelijk van de grootte van de kast


Een viertal methoden voor de invulling van het totaal vermogen zijn beschikbaar.

  • Totaal vermogen per Soort
    • Per soort symbool is een gelijktijdigheidsfactor in de database vastgelegd;
    • Het geïnstalleerd vermogen komt uit de database;
    • De gelijktijdigheidsfactor bij 'TOTAAL' komt uit de tabel in de database;
      De gelijktijdigheidsfactor wordt berekend uit de som van geïnstalleerd vermogen en de som van het gelijktijdig vermogen
    • Het gelijktijdig vermogen wordt berekend met de gelijktijdigheidsfactor
      Deze methode werd in de voorgaande versies toegepast, maar was toen nog niet in de database opgenomen en kende slechts 3 soorten, n.l. LICHT, WCD en ASP.
  • Totaal vermogen per Groep
    • Het geïnstalleerd vermogen komt uit de database;
    • Het gelijktijdig vermogen komt uit de database;
    • De gelijktijdigheidsfactor wordt hieruit berekend
    • De gelijktijdigheidsfactor kan worden "overruled", maar wordt bij 'Turfstaat Lezen' overschreven
    • De gelijktijdigheidsfactor bij 'TOTAAL'wordt berekend uit de totalen van de vermogens.
      Dit is een alternatieve methode die alleen geldt voor één (eind)kast.
      Er wordt niet doorgerekend naar de hoofdkast. De gelijktijdigheid kan hiermee worden overruled.
  • Totaal vermogen per Stuk
    • Per symbool is een gelijktijdigheidsfactor in de installatietekening vastgelegd – bij ontbreken van een waarde wordt de waarde uit de tabellen Elektra-symbool en Vermogenssoort toegepast;
    • Het geïnstalleerd vermogen komt uit de database;
    • Het gelijktijdig vermogen komt ook uit de database; het wordt per symbool berekend uit het geïnstalleerd vermogen en de gelijktijdigheidsfactor;
    • De gelijktijdigheidsfactor bij 'TOTAAL'wordt berekend uit de totalen van de vermogens.
      Deze methode is vanaf versie 6.0 van Elektra, E-Database en E-Schema beschikbaar en is de meest nauwkeurige berekening.
  • Totaal vermogen per kast
    • Per symbool is een gelijktijdigheidsfactor in de installatietekening vastgelegd. Bij het ontbreken van een waarde wordt de waarde uit de tabellen Elektra-symbool en Vermogenssoort toegepast
    • Het geinstalleerde vermogen komt uit de database
    • Het gelijktijdig vermogen komt ook uit de database; het wordt per symbool berekend uit het geinstalleerd vermogen en de gelijktijdigheidsfactor
    • De gelijktijdigheidsfactor bij TOTAAL wordt berekend uit de totalen van de vermogens.
  • Totaal vermogen – alleen totaal vermogen
    • Per symbool is een gelijktijdigheidsfactor in de installatietekening vastgelegd. Bij het ontbreken van een waarde wordt de waarde uit de tabellen Elektra-symbool en Vermogenssoort toegepast
  • Totaal vermogen – terug gewonnen vermogen
    • Per symbool is een gelijktijdigheidsfactor in de installatietekening vastgelegd. Bij het ontbreken van een waarde wordt de waarde uit de tabellen Elektra-symbool en Vermogenssoort toegepast

Totaal vermogen - per Soort

  • Gegevens van de installatietekeningen aanwezig in de database.
  1. Klik op knop of selecteer 'Totaal vermogen - Soort' in menu 'Bewerk'
  2. Selecteer de kastnaam in venster 'Kies kast'
    Default wordt de kastnaam van het kastkader genomen.
  3. Klik op knop [ OK ]
    of
    <dubbelklik> op de kast
    of
    toets <Enter>
  4. Pas in venster 'Totaal Vermogen'eventueel de factoren aan
    Aangepaste waarden worden niet doorgerekend naar de hoofdkast. 
  5. Klik op knop [ OK ]
    of
    toets <Enter>
  6. Geef zonodig de plaats van de tabel op:
    bij de eerste keer plaatsen; bij de volgende keer vervangt de nieuwe tabel automatisch de oude.
    De tabel wordt automatisch ingevuld:
    - Geïnstalleerd Vermogen per soort en Totaal
    - Gelijktijdigheidsfactor per soort en uit Totaal
    -  Gelijktijdig Vermogen per soort en Totaal


Totaal vermogen – per Groep

  • Gegevens van de installatietekeningen aanwezig in de database.
  1. Klik op knop of selecteer 'Totaal vermogen - Groep' in menu 'Bewerk'
  2. Selecteer de groepen die in de lijst moeten verschijnen
    Met <Enter> worden alle groepen geselecteerd.
  3. Selecteer de kastnaam in venster 'Kies kast'indien er meerdere kasten op de tekening staan
    Default wordt de kastnaam van het kastkader genomen.
  4. Pas in venster 'Totaal Vermogen' eventueel de factoren aan
  5. Klik op knop [ OK ]
    of
    toets <Enter>
    Venster 'Totaal Vermogen' verschijnt
  6. Klik op Knop [ OK ]
    of
    toets <Enter>
    De tabel wordt automatisch ingevuld:
    - Geïnstalleerd Vermogen per groep en Totaal
    - Gelijktijdigheidsfactor per groep en uit Totaal
    -  Gelijktijdig Vermogen per groep en Totaal


Totaal vermogen – per Stuk

  • Gegevens van de installatietekeningen aanwezig in de database.
  1. Klik op knop of selecteer 'Totaal vermogen - Stuk' in menu 'Bewerk'
  2. Selecteer de kastnaam in venster 'Kies kast' indien er meerdere kasten op de tekening staan
  3. Klik op knop [ OK ]
    of
    toets <Enter>
  4. Pas in venster 'Totaal Vermogen' eventueel de factoren aan
  5. Klik op knop [ OK ]
    of
    toets <Enter>
    De tabel wordt automatisch ingevuld:
    - Geïnstalleerd Vermogen per groep en Totaal
    - Gelijktijdigheidsfactor per soort en uit Totaal
    -  Gelijktijdig Vermogen per groep en Totaal


Totaal vermogen – per Kast

  • Gegevens van de installatietekeningen aanwezig in de database.
  1. Klik op knop of selecteer 'Totaal vermogen - Kast' in menu 'Bewerk'
    Venster met vraag: Tekening bewaren? verschijnt
    Dit venster verschijnt bij elk telvenster. Afhankelijk van wat allemaal geteld moet worden kan dit enige minuten duren.
    • [ Ja ]
    • [ Nee ]
    • [ Altijd ]
    • [ Nooit ]
    • [ Annuleren ]
  2. Selecteer de kastnaam in venster 'Kies kast' indien er meerdere kasten op de tekening staan
  3. Klik op knop [ OK ]
    of
    toets <Enter>
  4. Pas in venster 'Totaal Vermogen' eventueel de factoren aan
  5. Klik op knop [ OK ]
    of
    toets <Enter>
    De tabel wordt automatisch ingevuld:
    - Geïnstalleerd Vermogen per kast en Totaal
    - Gelijktijdigheidsfactor uit de kast en uit Totaal
    -  Gelijktijdig Vermogen per kast en Totaal


Totaal vermogen – Totaal

  • Gegevens van de installatietekeningen aanwezig in de database.
  1. Selecteer 'Totaal vermogen - Totaal' in menu 'Bewerk'
    Venster met vraag: "Tekening bewaren?" verschijnt.
    Dit venster verschijnt bij elk telvenster. Afhankelijk van wat allemaal geteld moet worden kan dit enige minuten duren.


Totaal vermogen – Terug Kast

  • Gegevens van de installatietekeningen aanwezig in de database.
  1. Selecteer 'Totaal vermogen - Terug' in menu 'Bewerk'
    Venster met vraag: "Tekening bewaren?" verschijnt.
    Dit venster verschijnt bij elk telvenster. Afhankelijk van wat allemaal geteld moet worden kan dit enige minuten duren.
    • [ Ja ]
    • [ Nee ]
    • [ Altijd ]
    • [ Nooit ]
    • [ Annuleren ]
  2. Selecteer de kastnaam in venster 'Kies kast' indien er meerdere kasten op de tekening staan
  3. Klik op knop [ OK ]
    of
    toets <Enter>


Vermogen per fase toekennen

Vul eerst de turfstaat-gegevens in. 
  1. Klik op knop of selecteer 'Faseletter toekennen' in menu 'Bewerk'
  2. Selecteer de groepen
  3. Vul gegevens in venster 'Faseletter'in
    • Fase 1
      • L1, dan fase 2 en 3 automatisch L2 en L3
      • R, dan fase 2 en 3 automatisch S en T
    • Aantal groepen/fase
      • Alleen voor 1-fase groepen
      • 1 groep/fase: verdeling L1, L2, L3, L1, L2, L3, L1, L2, etc. 
      • 2 groepen/fase: verdeling L1, L1, L2, L2, L3, L3, L1, L1, etc. 
      • 3 groepen/fase: verdeling L1, L1, L1, L2, L2, L2, L3, L3, etc.
        Bij 3-fase groepen gebeurt de faseverdeling telkens binnen de groep.
  4. Klik op knop [ OK ]
    of
    toets <Enter>
    De faseletters worden toegekend; de vermogens worden getoond in venster 'Faseletters'.
  5. Klik op knop [ OK ]
    of
    toets <Enter>
  6. Plaats tabel op de tekening (positie en rotatie)
    Bij een volgende keer (update) wordt de tabel vervangen.


Faseletter verwijderen

  1. Klik op knop of selecteer 'Faseletter verwijderen' in menu 'Bewerk'
    De faseletters en de bijbehorende vermogens worden verwijderd bij de groepen.
    De tabel met vermogens per fase wordt verwijderd.


Update tabel Vermogen per fase

  1. Klik op knop of selecteer 'Faseletter toekennen' in menu 'Bewerk'
  2. Toets <Enter>(= niets selecteren)
    Venster met 'Vermogen per fase per kast' verschijnt.
  3. Klik op knop [ OK ]
    of
    toets <Enter>
    Dit venster verschijnt voor iedere kast.
    De vermogens worden in de tabellen ingevuld.


Opgave Gelijktijdigheidsvermogen per project

  1. Klik op knop of selecteer 'Gelijktijdigheid' in menu 'Bewerk' of 'Opzet'
    Telvenster 'Gelijktijdigheidsfactor' verschijnt.
  2. Pas de gelijktijdigheidsfactor aan
    • Door aanpassen afzonderlijke gelijktijdigheidsfactor:
      1. Dubbelklik op een aan te passen gelijktijdigheidsfactor
      2. Wijzig de waarde
      3. Herhaal bovenstaande 2 stappen voor aanpassing van andere soorten
      4. Klik op knop [ OK ]
      5. Klik eventueel op knop [ Opslaan ] om de wijzingen als project-instellingen op te slaan
      6. Klik op knop [ OK ]
        Database wordt gestart. Melding (in de database) dat de wijzigingen zijn opgeslagen in een algemene tabel in de database.
      7. Klik op knop [ OK ](in het database-venster)
        De gewijzigde factor wordt opgeslagen in een algemene tabel in de database.
    • Door inlezen configuratiebestand
      1. Klik op knop [ Inlezen ]
        Vanuit een eerder bij het project opgeslagen configuratiebestand worden de waarden ingelezen.
      2. Klik op knop [ OK ]
        Database wordt gestart. Melding (in de database) dat de wijzigingen zijn opgeslagen in een algemene tabel in de database.
      3. Klik op knop [ OK ](in het database-venster)
        De gewijzigde factor wordt opgeslagen in een algemene tabel in de database.


Coderingen aanpassen vanuit de groepenlijst

  1. Klik op knop of selecteer 'Groepenlijst' in menu 'Bewerk'
  2. Selecteer de op te nemen groepen
    (Toets <Enter>om alle groepen direct te selecteren)
    De groepenlijst verschijnt in venster 'Groepenlijst'
  3. Dubbelklik op de te wijzigen codering
  4. Wijzig de codering
  5. Als alle wijzigingen zijn gemaakt,
    Klik op knop [ OK ] om de wijzigingen op te slaan


Gelijktijdigheid aanpassen vanuit de groepenlijst

  1. Klik op knop of selecteer 'Groepenlijst' in menu 'Bewerk'
  2. Selecteer de op te nemen groepen
    (Toets <Enter>om alle groepen direct te selecteren)
    De groepenlijst verschijnt in venster 'Groepenlijst'
  3. Selecteer de te wijzigen groepen
    • Één groep: klikken
    • meerdere: <Ctrl>+klikken
    • reeks: 1e groep klikken, laatste groep: <Shift>+klikken
  4. Klik op knop [ Gelijktijdig ]
  5. Selecteer in venster 'Kies Gelijktijdigheid' een waarde, of type een waarde in
  6. Klik op knop [ OK ] in venster 'Kies Gelijktijdigheid'
  7. Klik op knop [ OK ] in venster 'Groepenlijst' om de wijzigingen vast te leggen


Kabel/I-nominaal aanpassen vanuit de groepenlijst

  1. Klik op knop of selecteer 'Groepenlijst' in menu 'Bewerk'
  2. Selecteer de op te nemen groepen
    (Toets <Enter>om alle groepen direct te selecteren)
    De groepenlijst verschijnt in venster 'Groepenlijst'
  3. Selecteer de te wijzigen groepen
    • Één groep: klikken
    • meerdere: <Ctrl>+klikken
    • reeks: 1e groep klikken, laatste groep: <Shift>+klikken
  4. Klik op knop [ Kabel ]
  5. Selecteer in venster 'Kabel en Beveiliging'waarden, of type een waarden in
    De waarden worden alleen doorgevoerd bij de aangevinkte groepen (Kabeltype en/of I-nominaal)
    Het kabeltype wordt ook in de kabellijst vastgelegd als één (1) groep is geselecteerd en de kabel reeds in de kabellijst voorkomt 
  6. Klik op knop [ OK ] in venster 'Kabel en Beveiliging' 
  7. Klik op knop [ OK ] in venster 'Groepenlijst' om de wijzigingen vast te leggen


Terug naar Inhoudsopgave


Kastenlijst, Kastenrapport, Dumprapport


Algemeen

De installatietekening waarop de kast voorkomt kan worden geopend vanuit een selectievenster.

Per kast worden in E-Database de bestandsnaam van het installatieschema, de bijwerkdatum en de inlogcode bijgehouden bij

  • het automatisch genereren van het installatieschema, 
  • turfstaat invullen vanuit de Database
  • turfstaat invullen vanuit de Database, batchgewijs

Met de functie 'Kastenrapport' kunnen van het gekoppelde project de inleesgegevens opgevraagd worden.

Met de functie 'Kastenlijst' worden de gegevens van de kasten getoond: de voedende kast en voedende groep, de kastnaam en de tekening waarop de kast voorkomt. Bij foutieve of ontbrekende gegevens kan dan de betreffende tekening geopend worden

Met de functie 'Dumprapport' worden de dumpgegevens getoond: de tekeningnaam van de installatietekening, de datum van dumpen naar de database en de inlognaam van de tekenaar.

De volgorde van de kolommen in de lijstvensters kan worden aangepast: Versleep de kolomkop naar de gewenste positie. Na klikken op knop [ OK ] wordt de kolomindeling, en de venstergrootte, onthouden.

 

Tonen gegevens en openen installatietekening

  • Gegevens van de installatietekeningen klaar gezet met 'Extract voor Database' vanuit 'Elektra'
  1. Klik op knop of selecteer 'Kastenlijst' in menu 'Opzet'
    Telvenster verschijnt;
    Dit is een selectie van onbewerkte gegevens uit E-Database.
    Hier worden de kasten getooond die in de installatietekeningen (plattegronden) voorkomen. U kunt hier controleren of gegevens juist en volledig zijn ingevuld.
    Om gegevens aan te passen moet de installatietekening worden geopend.
  2. Selecteer de kast en tekening in de lijst
  3. Klik op knop [ Open tekening ]
  4. Bewerk de installatietekening
  5. Sla de tekening op


Kastenrapport aanmaken

  1. Klik op knop of selecteer 'Kastenrapport' in menu 'Opzet'
    Telvenster 'Kastenrapport <projectnaam>' verschijnt. Hierop worden de kasten getoond met de datum en tijd waarop het schema is ingevuld.
  2. Klik op knop [ OK ] om het venster te verlaten


Dumprapport over dump Installatie naar Database tonen

  1. Klik op knop of selecteer 'Dumprapport' in menu 'Opzet'
    Telvenster '<projectnaam>' verschijnt met dumpgegevens van de installatietekeningen van het project naar de database (Bestandsnaam installatie tekening, datum dump naar database en inlogcode)
  2. Klik op knop [ OK ] om het venster te verlaten


Terug naar Inhoudsopgave


Overzicht vermogens tonen


Algemeen

In E-Database zijn de vermogens per project en per groep beschikbaar. Indien deze daar zijn klaargezet voor E-Schema kunnen deze gegevens heel snel vanuit E-Schema worden opgevraagd.

De volgorde van de kolommen in de lijstvensters kan worden aangepast: Versleep de kolomkop naar de gewenste positie. Na klikken op knop [ OK ] wordt de kolomindeling, en de venstergrootte, onthouden.

   

Tonen vermogensoverzicht

  1. Klik op knop of selecteer 'Vermogens overzicht' in menu 'Opzet'
    Venster 'Vermogens Project' verschijnt met daarin per kast van het project de vermogens en gelijktijdigheid.
  2. Selecteer de kast in het venster
  3. Klik op knop [ Groepen ]
    Venster 'Vermogens Groepen' verschijnt met daarin van de geselecteerde kast per groep het totaal vermogen en de gelijktijdigheid.
  4. Klik op knop [ OK ] om het venster 'Vermogens Groepen' te verlaten
  5. Klik op knop [ OK ] om de functie af te sluiten


Terug naar Inhoudsopgave


Invullen gegevens per groep


Algemeen

Per groep kunnen gegevens worden opgegeven of gewijzigd. Een aantal van deze gegevens kunnen eerder collectief zijn opgegeven, of rechtstreeks uit de database zijn ingelezen.

Het is mogelijk om alle gegevens van een symbool (groep) over te nemen:


Verwijzing:

Bewerken gegevens van groepen, collectief

Invullen turfstaat vanuit installatietekening

Invullen totaal vermogen per kast en per fase

Nummeren van symbolen


Invullen gegevens

Aanwijzing: Vul groepsnummers en algemene gegevens collectief in. 
  1. Klik op knop of selecteer 'Block Invullen…' in menu 'Attributen'
  2. Vul de gegevens in het invulscherm in
    • voor volgende gegeven:
      Klik in veld
      of
      toets <Enter>
    • voor vervolgscherm:
      Klik op [ Volgend ]
    • terug naar vorig scherm:
      Klik op knop [ Vorig ]
    • voor vastleggen gegevens:
      Klik op [ OK ] 
    • voor niet vastleggen gegevens:
      Klik op [ Annuleren ]


1 Attribuut wijzigen

Er vindt geen controle plaats op ingevulde waarden!
  1. Klik op knop of selecteer '1 Invullen' in menu 'Attributen'
  2. Selecteer het te wijzigen attribuut
  3. Wijzig de waarde in het dialoogvenster
  4. Klik op knop [ OK ]


Waarde van een attribuut overnemen (gelijk maken)

  1. Klik op knop of selecteer '1 Gelijk in' menu 'Attributen'
  2. Selecteer het attribuut waarvan de waarde moet worden overgenomen (Lezen)
  3. Selecteer het attribuut of block waarin de waarde moet worden gewijzigd (Schrijven)
    Bij overnemen van attribuut naar attribuut wordt de waarde gewoon overgenomen zonder controle of de attributen gelijksoortig zijn.
    Bij overnemen van attribuut naar block wordt de waarde in het gelijksoortige attribuut geschreven.
    Bij Att.>Block worden de Att. Instellingen wel toegepast.
  4. Selecteer het volgende paar attributen
    of
    toets <Enter> om te stoppen.


Alle gegevens van 1 symbool overnemen (gelijk maken) 

Hiermee worden ook de groepsnummers gelijk gemaakt! Alleen als attributen gelijke “Tag-namen” hebben worden gegevens overgenomen.
  1. Klik op knop of selecteer 'Block Gelijk…' in menu 'Attributen'
  2. Selecteer het symbool waarvan gegevens moeten worden overgenomen (Lezen)
  3. Selecteer het symbool waarvan de gegevens moeten worden gewijzigd (Schrijven)
    De Instelling Att wordt toegepast.
  4. Selecteer het volgende paar groepen
    of
    toets <Enter> om te stoppen.


Terug naar Inhoudsopgave


Attributen verplaatsen, roteren of uitlijnen


Algemeen

Voor de leesbaarheid van de tekening kan het noodzakelijk zijn attributen te verplaatsen, te roteren en/of uit te lijnen.

Het kan wenselijk zijn om de gewijzigde plaats van de attributen bij de groepen vast te leggen voor gebruik voor toekomstige (nieuwe) tekeningen vast te leggen.


Verplaatsen attributen

  1. Klik op knop of selecteer 'Verplaatsen' in menu 'Attributen'
  2. Wijs betreffende attribuut aan
  3. Verplaats attribuut
  4. Geef gebied aan waarin overige attributes verplaatst moeten worden.
    met <window> of <crossing>-optie
  5. Sluit selectie af met <Enter>
    Filter op blocknaam wordt toegepast. Bij alle groepen die worden geselecteerd worden de attributen verplaatst.


Roteren attributen

  1. Klik op knop of selecteer 'Roteren' in menu 'Attributen'
  2. Wijs betreffende attribuut aan
  3. Roteer attribuut
  4. Geef gebied aan waarin overige attributes geroteerd moeten worden.
    met <window> of <crossing>-optie
  5. Sluit selectie af met <Enter>
    Filter op blocknaam wordt toegepast. Bij alle groepen die worden geselecteerd worden de attributen geroteerd.


Roteren en verplaatsen attribuut

  1. Klik op knop of selecteer 'Roteren en Verplaatsen' in menu 'Attributen'
  2. Wijs het te roteren en te verplaatsen attribuut aan
  3. Geef de rotatie op
  4. Geef de verplaatsing op
  5. Selecteer de aan te passen symbolen.
    Filter op blocknaam wordt toegepast.


Uitlijnen en verplaatsen attribuut

  1. Klik op knop of selecteer 'Uitlijnen en Verplaatsen' in menu 'Attributen'
  2. Wijs het uit te lijnen attribuut aan
  3. Geef de manier van uitlijnen op in venster 'Uitlijning'
  4. Klik op knop [ OK ]
  5. Selecteer de aan te passen symbolen.
    Filter op blocknaam wordt toegepast.


Vastleggen gewijzigde positie voor nieuwe tekeningen

  • Voor de betreffende groep zijn de attributen reeds verschoven en/of geroteerd.
  1. Selecteer 'Opslaan Attpos.' in menu 'Applicatie'
  2. Selecteer de betreffende groep.
    Er wordt dan een filter gezet op de blocknaam.
    De gewijzigde positie en rotatie voor het geselecteerde symbool wordt weggeschreven in het configuratiebestand %APPDATA%\Cadac Group\Techniek 10.x\Es\i\Attpos.ini


Wat kan er fout gaan

  • Groepen en voeding worden tegelijk geselecteerd. Dit zijn ongelijksoortige symbolen.


Terug naar Inhoudsopgave


Teksthoogte/-kleur attributen aanpassen


Algemeen

De teksthoogte en de tekstkleur van de bij de symbolengeplaatste attributen (coderingen) kunnen worden aangepast.

Voor de bewerking kan een gebied worden opgegeven.

Alleen de symbolen van hetzelfde type worden bewerkt.

 


Aanpassen teksthoogte

  1. Klik op knop of selecteer 'Teksthoogte' in menu 'Attributen'
  2. Wijs het attribuut aan waarvan de teksthoogte moet worden aangepast
  3. Geef in venster 'Teksthoogte' de nieuwe teksthoogte op
  4. Klik op knop [ OK ]
  5. Selecteer de aan te passen symbolen.


Aanpassen tekstkleur

  1. Klik op knop of selecteer 'Tekstkleur' in menu 'Attributen'
  2. 2.    Wijs het attribuut aan waarvan de tekstkleur moet worden aangepast
  3. Geef in venster 'Select Color' de nieuwe tekstkleur op
  4. Klik op knop [ OK ]
  5. Selecteer de aan te passen symbolen.


Terug naar Inhoudsopgave


Attributen synchroniseren


Algemeen

Als eigenschappen van een attribuut zijn aangepast is het mogelijk om voor gelijksoortige attributen bij andere symbolen de wijzigingen over te nemen.

De volgende synchronisaties zijn mogelijk

  • Positie (t.o.v. het oorspronkelijke invoegpunt)
  • Rotatie
  • Uitlijnen (links, rechts, gecentreerd)
  • Teksthoogte
  • Tekstkleur
  • Tekststyle
  • Width factor (breedte-factor)
  • Cursief/rechtop
  • Zichtbaarheid
De inhoud van de attributen wordt niet aangepast.


Synchroniseren attributen

  1. Klik op knop of selecteer 'Att. Synchroniseren' in menu 'Attributen'
  2. Wijs het referentie symbool aan
  3. Vink in het dialoogvenster aan welke gegevens overgenomen worden bij het synchroniseren
  4. Klik op knop [ OK ]
  5. Selecteer de symbolen waarvan de eigenschappen van de attributen moeten worden aangepast.



Terug naar Inhoudsopgave


Plaatsen symbolen aders en leidingaanleg


Algemeen

Vanuit icon-menu’s kunnen symbolen worden geplaatst:

  • symbolen voor aders bij de groepen en rails
  • symbolen voor leidingaanleg

 

Plaatsen symbolen, aders bij groepen

  1. Klik op knop of selecteer 'Aders…' in menu 'Bewerk'
  2. Kies symbool in Icon-menu
  3. Geef plaats van eerste symbool (op een groep)
  4. Selecteer groepen waar symbool moet komen en toets <Enter>
    Snapmode wordt aangezet (= 1)


Plaatsen symbolen, aantal en functie rails op rails

  1. Klik op knop of selecteer 'Aders…' in menu 'Bewerk'
  2. Kies symbool in Icon-menu
    uit de linker kolom (geel) – deze symbolen zijn groter.
  3. Geef plaats van symbool op rail


Plaatsen symbolen, leidingaanleg op groep

  1. Klik op knop of selecteer 'Leidingaanleg…' in menu 'Bewerk',
  2. Kies symbool in Icon-menu
  3. Geef plaats van eerste symbool op groep
  4. Selecteer groepen waar symbool moet komen en toets <Enter>


Terug naar Inhoudsopgave


Symbolen algemeen


Algemeen

Binnen E-Schema bestaan verschillende symboolbibliotheken. Deze worden vanuit de verschillende (pull-down)menu’s opgeroepen.

  • Plaatsen en vervangen standaard symbolen
    • (pull-down)menu: Opzet
      Dit menu bevat de basis-symbolen en –functies voor het tekenen van het installatieschema van een verdeelkast.
      • Voedingsymbolen voor voeding
      • Groepensymbolen voor groepen
    • (pull-down)menu en toolbar 'Symbool'
      aanvullende symbolen voor voeding, groepen en takken
    • (pull-down)menu en toolbar 'Stuurstroom'
      symbolen voor eenvoudige stuurstroomschema’s
      Deze zijn niet compatible met Stroomkringschema.
    • (pull-down)menu en toolbar 'Blokschema'
      symbolen en functies voor blokschema’s
  • Maken en plaatsen eigen symbolen
    Het is mogelijk een eigen symbolenbibliotheek op te bouwen en de symbolen te plaatsen vanuit een eigen iconenmenu.
    Voor het plaatsen van deze symbolen in de tekening wordt automatisch een iconenmenu aangemaakt. Dit alles gebeurt vanuit het Pulldownmenu Usermenu.
    • (pull-down)menu: Usermenu
      • Aanmaken:
        Hiermee wordt een usersymbool gedefinieerd door aanwijzen van een of meer reeds getekende elementen. Opgegeven kan worden in welke groep het symbool thuishoort, op welke laag het symbool geplaatst moet worden en of het symbool bij plaatsing geëxplodeerd en/of verschaald moet worden.
      • Plaatsen:
        Voor het plaatsen van de User-Symbolen wordt gebruik gemaakt van de standaard E-Schema-plaatsingsfuncties.
      • Verwijderen:
        Voor het verwijderen van User-Symbolen uit het menu.
      • Ontvlechten:
        Voor het achteraf exploderen van (samengestelde) user-symbolen. Hierbij blijven de oorspronkelijke symbolen, en attributen, beschikbaar.


Terug naar Inhoudsopgave


Plaatsen aanvullende symbolen


Algemeen

Naast de standaardsymbolen voor de voeding, groepen en stuurstroomschema’s kunnen nog aanvullende symbolen nodig zijn

Elke menukeuze geeft een bijbehorend iconenmenu, waaruit een symbool gekozen kan worden.

  • Kasten, voedingen en groepen reeds geplaatst
  • <SNAP> aan, <GRID> aan

 


Tekenen leidingen of railkoker

  1. Klik op knop of of selecteer 'Leiding' of 'Railkoker' in menu 'Symbool'
  2. Wijs startpunt van lijn aan
  3. Wijs volgende punt van lijn
  4. Eindigen tekenen lijn met <Enter>
Het tekenen van lijnen kan met:
  • Symbool, Leiding        (komt op vaste laag)
  • Stuurstroom, Draad    (komt op vaste laag)
  • Blokschema, Kabel    (komt op vaste laag)
  • Symbool, Railkoker    (komt op vaste laag)


Plaatsen schakelaars, aansluitpunten, contactdozen, apparaten

  1. Selecteer in menu 'Symbool':
    •  Schakelaar
    •  Aansluitpunten
    •  Contactdozen
    •  Apparaten
  2. Selecteer symbool in het betreffende iconenmenu 
  3. Wijs punt aan waar het symbool geplaatst moet worden (in een lijn)
  4. Zelfde symbool nogmaals plaatsen?
    • Ja
      1. Toets <Enter> (herhalen commando)
      2. Ga naar Stap 3.
Bij het plaatsen van schakelaars, aansluitpunten, contactdozen en apparaten wordt alleen de zelf getekende doorgaande lijn onderbroken; een lijn binnen een block wordt niet onderbroken.
Aanwijzing:
Plaatsen van schakelaars etc.:
NL    schakelaars in verticale lijn van groepen;
B    schakelaars, aansluitpunten en apparaten in horizontale lijn van takken op groepen;
B    Contactdozen tegen verticale lijn bij groepen;


Plaatsen patronen

  1. Klik op knop of selecteer 'Patronen' in menu 'Symbool'
  2. Selecteer symbool in iconenmenu 'Patronen'
  3. Wijs punt aan waar patroon geplaatst moet worden (insertionpoint)
    Het patroon wordt geroteerd in de richting van de lijn.
  4. Zelfde patroon nogmaals plaatsen?
    • Ja
      1. Toets <Enter>    (herhalen commando)
      2. Ga naar Stap 3.


Plaatsen meters

  1. Klik op knop of selecteer 'Meters' in menu 'Symbool'
  2. Selecteer symbool in iconenmenu 'Meters' 
  3. Wijs punt aan waar meter geplaatst moet worden (insertionpoint)
    De meter wordt rechtop geplaatst.
  4. Zelfde meter nogmaals plaatsen?
    • Ja
      1. Toets <Enter>    (herhalen commando)
      2. Ga naar Stap 3.
        lijn wordt onderbroken, symbool wordt rechtop geplaatst.


Plaatsen klemmen

  1. Klik op knop of selecteer 'Klemmen' in menu 'Symbool'
  2. Selecteer symbool in iconenmenu 'Klemmen'
  3. Wijs punt op lijn aan
  4. Volgende plaatsen
    • Ja
      1. Toets <Enter>    (herhalen commando)
      2. Ga naar Stap 4.


Vervangen klemmen in aan te geven gebied

  1. Klik op knop of selecteer 'Klemmen' in menu 'Symbool'
  2. Selecteer symbool in iconenmenu 'Klemmen' 
  3. Selecteer 'Vervangen' in het 'Plaatsen' menu
  4. Selecteer de te vervangen symbolen en toets <Enter>
    alle symbolen in de selectie worden vervangen.


Plaatsen aardrail met bijbehorende symbolen

  1. Klik op knop of selecteer 'Aarding' in menu 'Symbool'
  2. Selecteer symbool in iconenmenu 'Veiligheidsaarding'
    • Aardrail:
      1. Geef aantal klemmen op aardrail
      2. Wijs punt aan waar de aardrail geplaatst moet worden (insertion point)
      3. Geef de rotatiehoek op
    • Aardingssymbolen:
      1. Wijs punt aan waar het symbool geplaatst moet worden (insertion point)
      2. Geef de rotatiehoek op


Aangeven aders

  1. Selecteer in menu'Symbool':
    • Aders    (= enkele, bijzondere ader)
    • Aders (groep)    (= meerdere aders bij een groep)
  2. Selecteer in iconenmenu 'Aders'
  3. Plaats symbool op rail of leiding
    Voor meerdere groepen tegelijk zie menu 'Bewerk', menukeuze 'Aders'


Plaatsen kabelvlaggen

  1. Klik op knop of selecteer 'Vlaggen' in menu 'Symbool'
  2. Selecteer symbool in iconenmenu 'Kabelvlaggen'
    • enkele vlag
      Als voor het plaatsen van een enkelvoudige vlag een kabelbundel wordt geselecteerd/gedetecteerd wordt automatisch een meervoudige vlag geplaatst. Deze wordt ook ingevuld indien deze kabelbundel in de kabellijst voor komt. (dit gebeurt alleen bij blokschema's)
    • meervoudige vlag en geef aantal kabels op
  3. Plaats een enkelvoudige vlag (symbool) op de leiding of een meervoudige vlag (symbool) bij een leidingbundel
    Als de kabel automatisch is getekend en een kabeltype is ingevuld wordt het kabeltype in de vlag geschreven.
  4. Vul eventueel kabelnummer(s) in 
    • Voor de enkele vlag:
      klik op knop of selecteer 'Nummeren' in menu 'Attributen' 
    • Voor de meervoudige vlag:
      klik op knop of selecteer 'Block invullen' in menu 'Attributen' 
      Opmerking: maximaal 26 kabels per vlag)
Bij het automatisch genereren van het schema wordt het kabeltype automatisch ingevuld, met gegevens uit de kabellijst, bij de voeding en de groepen.


Plaatsen toevoegsymbool

  1. Klik op knop of knop of selecteer 'Bediening' of 'Beveiliging' in menu 'Symbool'
  2. Selecteer symbool in iconenmenu 'Toevoegsymbool'
  3. Plaats symbool


Terug naar Inhoudsopgave


Gegevens schema zichtbaar via Tooltips

Algemeen

Aan symbolen zijn gegevens gekoppeld.


Het is mogelijk om deze gegevens als z.g. tooltips zichtbaar te maken: door met de muis even boven het symbool te zweven worden de gegevens dan getoond.

De functie kan worden aangeroepen voor de gewone schematekening en voor het blokschema; deze geven wel verschillende diepgang van de informatie. Bij het aanroepen van een volgende functie, of met <Esc> wordt de functie Tooltips automatisch weer uitgeschakeld.


Door instellingen in %APPDATA%\Cadac Group\Techniek 10.x\Es\i\Tellen.ini wordt bepaald welke gegevens worden getoond. (Via Applicatie, Instellingen, Onderdeel: Tooltips.)


Symboolgegevens zichtbaar maken via tooltips

  1. Klik op knop of selecteer 'Tooltips' in menu 'Bewerk' of in menu 'Blokschema'
  2. Wijs de betreffende leiding aan (zonder te klikken op een toets)
    De gegevens worden getoond.
Met <Esc> wordt de functie 'Tooltips' uitgeschakeld. 


Terug naar Inhoudsopgave



Bij Cadac maken we onderscheid tussen Sales, Service & Support. Sales & Service vinden wij vanzelfsprekend. Wij helpen u met de aanschaf van uw product, dienst, training of expert en zorgen ervoor dat u probleemloos aan de slag kunt. Gratis en voor niets. U kunt zorgeloos met uw software starten, wij zorgen ervoor dat u het meeste uit uw software kunt halen.

Loopt u tegen technische softwareproblemen aan? Dan kunt u gebruik maken van Cadac Support. Door de juiste informatie in te dienen kunnen wij u zo snel mogelijk helpen

Stel een vraag

Waar heeft u een vraag over?

Kies een locatie

Europa

Wereld