Naar hoofdinhoud

Stroomkringschema LT -03- Beschrijving functies - TheModus Suite LT (Nordined LT)

How to - Stroomkringschema LT

Laatst gewijzigd op 20 mei 2021

INHOUDSOPGAVE



Beschrijving functies

Starten / Stoppen


NOR-Stroomkringschema LT wordt opgestart vanuit het Start-menu van Windows

 

 


Starten nieuwe tekening

  1. Klik op icon Stroomkringschema LT op het werkblad of via [ Start ], Cadac Group, Stroomkringschema LT V7 
  2. Klik op knop [ Nieuwe tekening ]
  3. Geef tekeninginstellingen op in venster
  4. Klik op knop [ OK ]
    De tekening wordt aangemaakt, met – indien aangevinkt – een kader en onderhoek.
    Venster voor het aanmaken van de bladen verschijnt.
  5. Klik op knop [ Openen ]


Starten bestaande tekening van schijf

  1. Klik op icon Stroomkringschema LT op het werkblad of via [ Start ], Cadac Group, Stroomkringschema LT V7 
  2. Klik op knop [ Bestaande tekening ]
  3. Selecteer tekening in venster
    of
    Klik op [ Browse ] om de tekening op te zoeken
  4. Klik op knop [ OK ]
    De tekening wordt geopend.
    Venster voor het aanmaken van de bladen verschijnt.
  5. Selecteer het gewenste blad
  6. Klik op knop [ Openen ]


Starten NOR-Stroomkringschema LT met actieve tekening

  1. Klik op icon Stroomkringschema LT op het werkblad of via [ Start ], Cadac Group, Stroomkringschema LT V7 
  2. Klik op knop [Huidige tekening]
  3. Selecteer het gewenste blad
  4. Klik op knop [ Openen ]


Stoppen

  1. Klik op knop [ Einde ]in de Knoppenbalk en geef achtereenvolgend op:
    • NOR LT Afsluiten? Klik op knop:
      [ Ja ]
      of
      [ Nee ]
    • AutoCAD LT ook afsluiten? Klik op knop:
    • [ Ja ]
      of
      [ Nee ]
    • Tekening opslaan? Klik op knop:
      [ Ja ]
      of
      [ Nee ]


Terug naar Inhoudsopgave


Blad toevoegen, kopiëren, verplaatsen; bladeren


Alle bladen van een Stroomkringschema staan in hetzelfde CAD-bestand. Elk blad omvat een aantal lagen.

Het is mogelijk bladen af te splitsen naar aparte tekening-bestanden (.dwg).

Bladen zijn te kopiëren, in een andere volgorde te plaatsen, en te verwijderen.

De gegevens Tag, Omschrijving1 en Omschrijving2 zijn aan te passen.

Het is mogelijk om de bladnummering automatisch te laten gebeuren, of zelf de nummering te bepalen.

Om een blad te bewerken moet het betreffende blad worden geopend.

Het bladnummer is op 4 manieren zichtbaar:

  • als bladnummer in het stempel, als deze is ingevuld
  • in de laagnaam (bv. EL000003 = blad 003)
  • in de knoppenbalk van NOR-Stroomkringschema LT
  • in het stramiennummer indien is gekozen voor Stramienindeling in 10 kolommen.
In de Algemene Instellingen wordt aangegeven of de bladindeling 10- dan wel 20-koloms is en welk stempel gebruikt wordt.
In de Algemene instellingen kan worden opgegeven of het menu Overig beschikbaar is in venster Inhoudsopgave.

 

 

Toevoegen nieuw blad

  1. Klik op knop  
  2. Selecteer 'Inhoudsopgave' in het rolmenu
  3. Klik op knop [ Nieuw ]
  4. Geef de omschrijving op in het pop-up venster
  5. Klik op knop [ OK ]
Als "Bladen automatisch nummeren" in menu Project/Bladen in venster 'Inhoudsopgave' niet is aangevinkt kan een willekeurig bladnummer worden opgegeven in het pop-up venster dat vóór de omschrijving wordt getoond.

Selecteren blad

  1. Klik op knop
  2. Selecteer 'Inhoudsopgave' in het rolmenu
  3. Selecteer het gewenste bladnummer
  4. Klik op knop [ Openen ]


Bladeren

  1. Klik op knop
    • Links klikken: naar vorige blad
    • Rechts klikken: naar volgende blad.


Kopiëren blad

  1. Klik op knop
  2. Selecteer 'Inhoudsopgave' in het rolmenu
  3. Selecteer het te kopiëren blad
  4. Klik op knop [ Kopie ]
    Moet de inhoud van het blad worden gekopieerd?
  5. Klik op knop
    • [ Ja ] om de bladinhoud ook te kopiëren
    • [ Nee ] om de bladinhoud niet te kopiëren
  6. Geef in het pop-up venster de omschrijving op
  7. Klik op knop [ OK ]


Verplaatsen blad

  1. Klik op knop
  2. Selecteer 'Inhoudsopgave' in het rolmenu
  3. Selecteer het te verplaatsen blad
  4. Klik op knop [ Verplaatsen ]
  5. Geef in het pop-up venster op achter welk blad het te verplaatsen blad geplaatst moet worden
  6. Klik op knop [ OK ]
De bladen worden zonodig automatisch hernummerd als de optie "Bladen automatisch nummeren" is aangevinkt in rolmenu Project/Bladen in venster Inhoudsopgave.


Bladnummer wijzigen

  1. Klik op knop
  2. Selecteer 'Inhoudsopgave' in het rolmenu
  3. Selecteer het blad waarvan het bladnummer moet worden gewijzigd
  4. Klik op knop [ Wijzig bladnr. ]
  5. Geef het nieuwe bladnummer op
  6. Klik op knop [ OK ]
    Het bladnummer wordt gewijzigd.
Als de optie automatisch "Bladen automatisch nummeren" was aangevinkt in rolmenu Project/Bladen in venster Inhoudsopgave, wordt deze optie automatisch uitgeschakeld. De optie kan pas weer worden ingeschakeld als de bladen zodanig zijn verplaatst dat de bladnummers weer in de goede volgorde staan.


Verwijderen blad

  1. Klik op knop
  2. Selecteer 'Inhoudsopgave' in het rolmenu
  3. Selecteer het te verwijderen blad
  4. Klik op knop [ Verwijderen ]
  5. Klik op knop [ Ja ] in het pop-up venster
  6. Klik op knop [ OK ]
De bladen worden zonodig automatisch hernummerd als de optie "Bladen automatisch nummeren" is aangevinkt in rolmenu Project/Bladen in venster Inhoudsopgave.


Afsplitsen bladen

  1. Klik op knop
  2. Selecteer 'Inhoudsopgave' in het rolmenu
  3. Selecteer menukeuze 'Afsplitsen bladen' in rolmenu 'Project/Bladen'
  4. Selecteer in het venster de af te splitsen bladen
  5. Klik op knop [ OK ]
  6. Geef de map op waarin de afgesplitste bladen moeten komen
    Default is de map van de hoofdtekening
  7. Klik op knop [ Save ]
    De afgesplitste tekeningen krijgen de naam van hoofdtekening aangevuld met een volgnummer; deze afzonderlijke bladen kunnen niet meer tot een volwaardige NOR-Sklt-tekening worden samengevoegd.
    De betrokken bladen blijven in de hoofdtekening.


Bekijken blad

  1. Klik op knop
  2. Selecteer 'Inhoudsopgave' in het rolmenu
  3. Open het te bekijken blad
  4. Klik op knop of selecteer Plot Preview in AutoCAD menu File
    De tekening wordt in het Plot Preview venster getoond.
    Als er geen (goede) printer/plotter via de PageSetup is gekoppeld kan geen preview worden getoond.
  5. Toets <Esc> om het preview te verlaten


Inhoudsopgave op tekening plaatsen

  • Blad waarop de inhoudsopgave moet komen te staan is actief
  • Als er reeds een inhoudsopgave is geplaatst zal deze eerst moeten worden verwijderd.
  1. Klik op knop
  2. Selecteer 'Inhoudsopgave' in het rolmenu
  3. Selecteer menu 'Project/Bladen' in venster 'Inhoudsopgave'
  4. Selecteer menukeuze 'Inhoudsopgave op huidig blad plaatsen'
  5. Selecteer de bladen die opgenomen moeten worden
  6. Klik op knop [ OK ]
  7. Geef het plaatsingspunt (linker bovenpunt) van de tekst op de tekening op


Terug naar Inhoudsopgave


Invullen stempel


Het stempel bestaat uit twee gedeelten

  • Vaste teksten, lijnen en vignet
  • Variabele teksten (attributen)

Omdat de tekening uit meerdere bladen bestaat zullen sommige stempelgegevens (attributen) voor alle bladen gelden, andere gegevens gelden voor een specifiek blad.

Een aantal opvolgende vensters biedt de mogelijkheid om aan te geven:

  • Welke gegevens uit de inhoudsopgave moeten worden overgenomen;
  • Welke gegevens gewijzigd moeten worden (aanvinken aan linkerzijde venster);
  • Wat gewijzigd moet worden (waarde);
  • Of dit geldt voor:
    • alle bladen ("per blad" niet aangevinkt); 
    • het actieve blad ("per blad" wel aangevinkt).
In de algemene instellingen is opgegeven welk stempel gebruikt wordt.
De gegevens die voor alle bladen hetzelfde zijn ("per blad" niet aangevinkt) hoeven dus maar 1x ingevuld te worden. Dit kan alleen gedaan worden in het stempel op het eerste blad.
Op de volgende bladen hoeven deze gegevens dus niet meer ingevuld te worden. 

 

 


Koppeling stempel met gegevens inhoudsopgave instellen

  1. Klik op knop [ Opties ]
  2. Klik op knop [ Alg. instellingen ]
  3. Open tabblad 'Stempel' in venster 'Algemene instellingen'
  4. Klik op knop [ Koppeling Inhoudsopgave - Stempel ]
  5. Geef in het dialoogvenster op welk attribuut gekoppeld moet worden aan resp. 
    • Bladnummer
    • Omschrijving 1
    • Omschrijving 2
    •  Tag
  6. Klik op knop [ Instellen ]
    Deze gegevens worden dan voor elk blad automatisch ingevuld in het dialoogvenster 'Wijzig Attributen van stempel'.

Stempelgegevens op de tekening automatisch bijwerken

  1. Klik op knop [ Opzet ]
  2. Selecteer 'Inhoudsopgave' in het rolmenu
  3. Selecteer menu 'Project/Bladen' in venster 'Inhoudsopgave'
  4. Klik op 'Stempelgegevens automatisch bijwerken'om deze optie aan te vinken
    Na elke wijziging van de inhoudsopgave worden de stempelgegevens op alle bladen bijgewerkt.

Stempelgegevens op de tekening bijwerken

  1. Klik op knop [ Opzet ]
  2. Selecteer 'Koppeling inhoud-stempel'in het rolmenu
    • Voor bijwerken alle bladen: 
      1. klik op 'Alle bladen bijwerken'
        Vraag of de tekening moet worden bijgewerkt op alle bladen (reeds ingevulde velden worden overschreven).
      2. Klik op knop [ Ja ]
        Alle bladen worden bijgewerkt.
    • Voor bijwerken huidige blad:
      klik op 'Huidig blad bijwerken'
Tip: Deze functie ook uit te voeren na aanmaken van een nieuw blad of na verplaatsing of verwijdering van een blad.

Overige stempelgegevens invullen/wijzigen

  • Ga naar blad 000
  1. Klik op knop [ Opzet ]
  2. Selecteer 'Stempel invullen' in het rolmenu
  3. Geef in het eerste venster op:
    • Welke gegevens gewijzigd moeten worden (aanvinken aan linkerzijde venster)
    • Wat gewijzigd moet worden (waarde)
    • Of dit voor:
      • alle bladen (niet aangevinkt aan de rechterzijde) geldt
      • voor het actieve blad (wel aangevinkt aan de rechterzijde) geldt.
  4. Klik op knop [ OK ] voor het volgende venster 
  5. Herhaal stappen 4 en 5 voor alle volgende vensters die bij dit stempel horen
  6. Maak het volgende blad actief voor het aanpassen van de specifieke gegevens voor dat blad.
    Het invullen van de gegevens van het stempel op de volgende bladen gebeurt dus altijd  "per blad". Die opties zijn dan ook niet meer aan te vinken.


Terug naar Inhoudsopgave


Plaatsen en vervangen rail


Op een blad kunnen een of twee railsystemen van gelijk of verschillend type worden geplaatst.

 

   

 

Rail plaatsen/vervangen

  1. Selecteer met knop  het blad waarop de rail(s) moet worden geplaatst of vervangen.
  2. Klik op knop [ Openen ] om het geselecteerde blad te activeren.
    of
    gebruik Knop  om naar het betreffende blad te bladeren.
  3. Klik op knop en selecteer 'Rail' in het rolmenu
  4. Bepaal in venster 'Indeling Rails'welke rails, waar en over welke lengte geplaatst moeten worden. 
    De getallen achter "Beginnen bij" en "Eindigen bij" komen overeen met de stramiennummers van de tekening.
  5. Als de voeding geplaatst moet worden:
    • Vink aan dat de voeding geplaatst moet worden
    • Wijzig eventueel de tekst die bij de rail geplaatst moet worden (bijv. 3N in 230VAC) via menu 'Instellingen'
    • Geef eventueel de horizontale positie op via menu 'Instellingen'
  6. Als tekst (bij de voeding) bij elke lijn geplaatst moet worden (L1, L2, L3, N):
    • Vink aan dat tekst geplaatst moet worden
    • Geef eventueel de tekst op via menu 'Instellingen'
    • Geef eventueel de horizontale positie op via menu 'Instellingen'
    • Geef eventueel een nieuwe verticale afstand tot de lijn van de rail waar de tekst bij hoort
  7. Als bij het plaatsen van een rail een railverwijzing moet worden geplaatst:
    • Vink aan dat een railverwijzing moet worden geplaatst
  8. Klik op knop [ OK ]
    • Als reeds rails op dit blad aanwezig waren wordt gevraagd:
      • Bestaande rail op dit blad vervangen?
      • Alle teksten bij de rails op dit blad vervangen? Ja/Nee
      • Als “Railverwijzing plaatsen bij rail” is aangevinkt wordt het dialoogvenster voor verwijzingen bij rail getoond.
      • Als bij de algemene instellingen "Hoogte invoegpunt rails zelf ingeven" is aangevinkt wordt gevraagd de hoogte op te geven waarop de rails in de tekening moeten worden geplaatst. 
  9. Klik op knop [ Ja ]
    De rails wordt/worden geplaatst.
    De coördinaten en ingevulde gegevens van de teksten die bij de rail worden geplaatst worden per rail per positie (links/rechts) opgeslagen, zodat deze gegevens de volgende keer niet opnieuw hoeven worden ingevuld.


Wijzigen instelling positie van geplaatste voeding of tekst

  1. Selecteer met knop  het blad waarop de positie van voeding of tekst bij de rail(s) moet worden gewijzigd.
  2. Klik op knop [ Openen ] om het geselecteerde blad te activeren
    of
    gebruik Knop  om naar het betreffende blad te bladeren.
  3. Klik op knop en selecteer 'Rail' in het rolmenu
  4. Kies in menu 'Instellingen' in venster 'Indeling Rails'
    • Positie tekst voeding
    • Positie overige tekst
  5. Selecteer de gewenste optie in het vervolgmenu
  6. Geef de positie bij de rail aan
    Voor de voeding wordt exact de opgegeven positie overgenomen. Voor de overige tekst wordt gevraagd de relatieve positie op te geven ten opzichte van elke raillijn.
  7. Klik op knop [ OK ] om de gewenste rail te plaatsen of te vervangen op het huidige blad.
  8. Klik op knop [ OK ] in het dialoogvenster 'Indeling Rails' om de rails opnieuw te plaatsen


Terug naar Inhoudsopgave


Plaatsen voeding


De hoofdstroom rail kan worden voorzien van een voedingsdeel. Een aantal standaardgroepen zijn hiervoor beschikbaar.

Na het plaatsen kan een groepnummer worden opgegeven, waarna de groep gecodeerd kan worden.

De voeding kan op een willekeurige positie op de rail worden geplaatst. 

De aansluiting op de rail kan worden aangepast.

 


Voeding plaatsen

  • Menu Hoofdstroom is actief
  1. Selecteer knop
  2. Selecteer de gewenste voeding in het rolmenu
    • 3+N
    • 3f
    • 2f
    • 1+N
  3. Plaats de voeding op de bovenste lijn van de hoofdstroom rail en geef de rotatie op.
  4. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster
    of
    toets <F11>
  5. Geef in het dialoogvenster een groepnummer op
    of
    klik op knop […] om de code uit een symbool op tekening op te halen
  6. Klik op knop [ Coderen ]
  7. Selecteer de te coderen symbolen met de <crossing>-optie en sluit de selectie af met <Enter>
    Als "incl. klemmen"  niet is aangevinkt worden in de selectie de klemmen niet mee gecodeerd.
  8. Klik op knop [ OK ] in het commando venster

Wat kan er fout gaan

  • Na plaatsing van de voeding is de voeding nog steeds 1 symbool, dus niet geëxplodeerd tot losse draden en contacten.
  • Attributen van de voeding zijn op meerdere bladen zichtbaar.
    • Na plaatsen van de voeding is niet op knop [ OK ]in het commandoblok geklikt:
      • Verwijder de voeding en plaatst deze opnieuw. 
      • Klik dan op knop [ OK ] in het commandoblok.


Terug naar Inhoudsopgave


Plaatsen standaard groepen


Een groot aantal groepen zijn standaard ter beschikking.

  • Voor hoofdstroomschema's zijn 4 soorten groepen mogelijk:
    • 6 typen motorgroepen
    • Toestelgroepen in 4 voedingssystemen
    • Reservegroepen in 4 voedingssystemen
  • Stuurstroomgroepen in 2 typen
    • 4 typen

Nadat de groep geplaatst is wordt automatisch gevraagd naar een groepnummer.

 


Hoofdstroom-groep plaatsen

  • Menu Hoofdstroom is actief
  1. Klik op knop
  2. Selecteer in het rolmenu
    • Motor
    • Toestel
    • Reserve
    • Stuurstroom
  3. Selecteer in het vervolgmenu het gewenste type
  4. Klik op knop [ Plaats ]
  5. Plaats de groep op de bovenste draad van de rail en geef de rotatie op.
  6. Klik op knop [ OK ] in het commando venster
  7. Geef in venster 'Coderen' een groepnummer op
    of
    klik op knop […] om de code uit een symbool op tekening op te halen
  8. Klik op knop [ Coderen ]
  9. Selecteer de te coderen groepen
    Als "incl. klemmen"  niet is aangevinkt worden in de selectie de klemmen niet mee gecodeerd.
  10. Klik op knop [ OK ] in het commando venster

Wat kan er fout gaan

  • Na plaatsing is de groep is de groep nog steeds 1 symbool, dus niet geëxplodeerd tot losse draden en contacten.
  • Attributen van de groep zijn op meerdere bladen zichtbaar.
    • Na plaatsen van de groep is niet op knop [ OK ]in het commandoblok geklikt:
      • Verwijder de groep en plaatst deze opnieuw
      • Klik dan op knop [ OK ] in het commandoblok.


Terug naar Inhoudsopgave


Plaatsen standaardgroep stuurstroom


Motorgroepen voor stuurstroomschema's zijn te plaatsen


Stuurstroom-(motor)groep plaatsen

  • Menu Stuurstroom is actief.
  1. Selecteer knop  (Motorgroep)
  2. Selecteer in het iconenvenster het gewenste type
  3. Klik op knop [ Plaats ]
  4. Plaats de groep op de bovenste draad van de rail en geef de rotatie op.
  5. Klik op knop [ OK ] in het commando venster
  6. Geef in venster 'Coderen'op
    • Methode van coderen
    • Gegevens voor gekozen coderingsmethode
  7. Klik op knop [ Coderen ]
    of
    klik op knop […] om de code uit een symbool op tekening op te halen, bijvoorbeeld van de bijbehorende Hoofdstroomgroep
  8. Selecteer de te coderen groep
    Als "incl. klemmen"  niet is aangevinkt worden in de selectie de klemmen niet mee gecodeerd.
  9. Klik op knop [ OK ] in het commandoblok


Wat kan er fout gaan

  • Na plaatsing is de groep is de groep nog steeds 1 symbool, dus niet geëxplodeerd tot losse draden en contacten.
  • Attributen van de groep zijn op meerdere bladen zichtbaar.
    • Na plaatsen van de groep is niet op knop [ OK ]in het commandoblok geklikt:
      • Verwijder de groep en plaatst deze opnieuw
      •  Klik dan op knop [ OK ] in het commandoblok.


Terug naar Inhoudsopgave


Samenstellen groep Hoofdstroom


Als de standaardgroepen niet toereikend zijn kan een specifieke groep worden samengesteld.

Eerst zal de aansluiting op de rail getekend moeten worden, daarna worden de onderdelen van de groep op de aansluiting geplaatst. De aansluiting wordt automatisch ter plaatse van het onderdeel onderbroken

Zet de opties ORTHO en SNAP zonodig aan.

 


Tekenen aansluiting op rail

  • Menu 'Hoofdstroom' is actief.
  1. Selecteer knop
  2. Selecteer te tekenen voeding in het rolmenu
    1. 2 F lijn
    2. 3 F lijn
    3. 4 F lijn
  3. Teken de basislijn(stukken)
    Begin de lijn op de bovenste draad van de rails
  4. Klik op knop [ OK ]in het commando venster
    De tweede en volgende (fase)lijnen worden rechts van en boven de basislijn geplaatst.
  5. Sluit de (fase)lijnen aan op de rails


Plaatsen onderdelen van de groep

  • Menu 'Hoofdstroom' is actief.
  1. Selecteer knop
  2. Selecteer het soort onderdeel in het iconenvenster
  3. Klik op knop [ OK ]
  4. Selecteer het type onderdeel in het vervolg-iconenvenster
  5. Klik op knop [ Plaats ]
  6. Plaats het onderdeel op de meest rechtse draad van de aansluiting
  7. Klik op knop [ OK ] in het commando venster
Als het aankruisvak "In lijn" is aangevinkt worden de lijnen ter plaatse van het onderdeel onderbroken en wordt het onderdeel geplaatst.
Als het aankruisvak "Na plaatsen dit scherm weer tonen" is aangevinkt komt u na stap 7 weer terug in het iconenmenu.


Terug naar Inhoudsopgave


Samenstellen groep Stuurstroom


Als de standaardgroepen niet toereikend zijn kan een specifieke groep worden samengesteld

Eerst zal de aansluiting op de rail getekend moeten worden, daarna worden de onderdelen van de groep op de aansluiting geplaatst. De aansluiting wordt automatisch ter plaatse van het onderdeel onderbroken.

Zet de opties ORTHO en SNAP zonodig aan.

 


Tekenen aansluiting op rail

  • Menu 'Stuurstroom' is actief.
  1. Selecteer knop  (Draad)
  2. Teken de draad en sluit af met <Enter>
  3. Klik in het commando venster op:
    • Knop [ Volgende ] om een nieuwe draad te tekenen
    • Knop [ Opnieuw ] om de laatst getekende draad te wissen, en opnieuw te tekenen
    • Knop [ Stop ] om de functie te stoppen

Plaatsen symbolen op/in de draad

  • Menu 'Stuurstroom' is actief.
  1. Selecteer knop  (Symbolen)
  2. Selecteer het type symbool in venster 'Symbolen'
  3.  Klik op knop [ OK ]
  4. Selecteer het symbool door klikken op omschrijving of icon
  5. Klik op knop [ Plaats ]
  6. Plaats het symbool op de draad
  7. Klik op knop [ OK ] in het commando venster
Als het aankruisvak "In lijn" is aangevinkt worden de lijnen ter plaatse van het onderdeel onderbroken en wordt het onderdeel geplaatst.
Als het aankruisvak "Na plaatsen dit scherm weer tonen" is aangevinkt komt u na stap 7 weer terug in het iconenmenu.


Tekenen mechanische verbindingen

  • Menu 'Stuurstroom' is actief.
  1. Selecteer knop  (Mechanische verbinding)
  2. Teken de verbinding en sluit af met <Enter>
  3. Klik in het commando venster op:
    • Knop [ Volgende ] om een nieuwe verbinding te tekenen
    • Knop [ Opnieuw ] om de laatst getekende verbinding te wissen, en opnieuw te tekenen
    • Knop [ Stop ] om de functie te stoppen


Terug naar Inhoudsopgave



Bij Cadac maken we onderscheid tussen Sales, Service & Support. Sales & Service vinden wij vanzelfsprekend. Wij helpen u met de aanschaf van uw product, dienst, training of expert en zorgen ervoor dat u probleemloos aan de slag kunt. Gratis en voor niets. U kunt zorgeloos met uw software starten, wij zorgen ervoor dat u het meeste uit uw software kunt halen.

Loopt u tegen technische softwareproblemen aan? Dan kunt u gebruik maken van Cadac Support. Door de juiste informatie in te dienen kunnen wij u zo snel mogelijk helpen

Stel een vraag

Waar heeft u een vraag over?

Kies een locatie

Europa

Wereld