Naar hoofdinhoud

Sanitair LT -05- Functies Dubbellijnig - TheModus Suite LT (Nordined LT)

How to - Sanitair LT

Laatst gewijzigd op 20 mei 2021

INHOUDSOPGAVE



Functies Dubbellijnig

Tekenen afvoeren (dubbellijnig)


Tijdens het tekenen van de afvoer worden buizen inclusief bochten, T-stukken en verlopen getekend. De hulpstukken zijn voorzien van de artikelnummers van de fabrikant.

Als eerste moet een keuze gemaakt worden voor fabrikant en voor type riolering.

Het is niet mogelijk dit achteraf (na het tekenen) te wijzigen.

 

     

Keuze systeem

  • Selecteer  Dubbellijnig Afvoeren in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  1. Selecteer  Tekenfuncties Afvoeren in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Systeemkeuze' in het rolmenu
  3. Selecteer het afvoersysteem in venster 'Selecteer afvoersysteem'
    De keuze van het systeem bepaalt de laag waarop getekend wordt.
  4. Klik op knop [ OK ]
    Het laatst ingestelde systeem binnen de tekening wordt onthouden.


Keuze fabrikant

  • Selecteer   Dubbellijnig Afvoeren in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  1. Selecteer   Tekenfuncties Afvoeren in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Fabrikant keuze' in het rolmenu
  3. Selecteer fabrikant en soort afvoer in venster 'Fabrikant Selectie'
  4. Klik op knop [ OK ]
    De laatst ingestelde fabrikant en afvoersoort binnen de tekening wordt onthouden.


Afvoerbuis tekenen

  • Selecteer   Dubbellijnig Afvoeren in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  • Selecteer 'Fabrikant' en 'Afvoersoort' in vervolgvenster 'Fabrikant Selectie'
  • Klik op [ OK ]
    De laatst ingestelde fabrikant en afvoersoort binnen de tekening wordt onthouden.
  1. Selecteer   Tekenfuncties Afvoeren in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer de diameter in venster 'Afvoer'
  3. Selecteer knop [ Begin Buis ] in het venster 'Afvoer'
  4. Geef op de tekening het beginpunt van de buis aan
  5. Geef op de tekening het eindpunt van de buis aan
  6. Geef in venster 'Afvoer'het te gebruiken soort hulpstuk op
    • Bocht
    • T-stuk
    • Verloop
  7. Klik op de knop [ Aanzicht ] tot het goede aanzicht zichtbaar is
  8. Klik op knop [ < ] of knop [ > ]voor aangeven van de richting van de bocht of aftakking gezien in de tekenrichting
    Het richtingsteken op de knop wordt blauw.
  9. Geef het type op, en in het pop-up venster zonodig de diameters van de aftakking/verloop
    De basislijn wordt omgezet in een buis, en het hulpstuk wordt geplaatst.
  10. Geef in de tekening het volgende eindpunt van de buis
  11. Geef het volgende hulpstuk op (stap 6.)
    of
    klik op knop [ Sluit Buis ] om te stoppen


Afvoerbuis tekenen op reeds geplaatst hulpstuk

  • Indien het venster 'Afvoer'nog niet open staat:
    1. Selecteer   Tekenfuncties Afvoeren in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
    2. Selecteer 'Op Hulpstuk' in het rolmenu
  • Indien het venster 'Afvoer'al open staat
    1. Klik op knop [ Via Hulpstuk ]


  1. Selecteer het hulpstuk op de tekening
    Het aansluitpunt dat het dichtste bij het aangewezen punt zit wordt als startpunt van de basislijn genomen.
    De diameter van de nieuwe buis en het systeem worden uitgelezen uit het aangewezen aansluitpunt.
  2. Geef het eindpunt van de basislijn op
  3. Geef in venster 'Afvoer'op voor
    • Stoppen met tekenen:
      Klik op knop [ Sluit Buis ]
    • Plaatsen hulpstuk:
      Selecteer soort hulpstuk, aanzicht, aftakrichting en hulpstuk


Terug naar Inhoudsopgave


Plaatsen hulpstuk (dubbellijnig)


Hulpstukken kunnen direct op een reeds getekend hulpstuk of vrij op de tekening worden geplaatst.

 

       

Hulpstuk op hulpstuk plaatsen

  1. Selecteer   Tekenfuncties Afvoeren in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Hulpst. Op hulpst.' In het rolmenu
  3. Selecteer het hulpstuk op tekening in de buurt van het gewenste aansluitpunt.
  4. Klik op [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
  5. Selecteer uit de lijst van mogelijke hulpstukken het te plaatsen hulpstuk
  6. Bij keuze van een bocht of T-stuk in bovenaanzicht
    Geef in de tekening de richting op
  7. Klik op [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
    Het hulpstuk wordt geplaatst.
    • Voor stoppen:
      Klik op knop [ Stoppen ] in het commandovenster, of toets <F12>
    • Voor plaatsing van een zelfde hulpstuk
      Klik op knop [ Volgend ] in het commandovenster en ga verder met stap 3.
    • Voor plaatsing van een ander hulpstuk
      Klik op knop [ Hulpstuk ] in het commandovenster en ga verder met stap 5.


Hulpstuk 'vrij' plaatsen

  1. Selecteer   Tekenfuncties Afvoeren in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Hulpstuk Plaatsen' in het rolmenu
  3. Selecteer soort hulpstuk
  4. Selecteer aanzicht
  5. Dubbelklik op gewenste hulpstuk, of klik op hulpstuk en daarna op knop [ Plaats vrij ].
  6. Plaats hulpstuk op tekening en geef de rotatie op
  7. Geef eventueel in het commandovenster de spiegeling op
  8. Klik op [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>


Hulpstuk op buis plaatsen

  1. Selecteer   Tekenfuncties Afvoeren in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Hulpstuk Plaatsen' in het rolmenu
  3. Selecteer soort hulpstuk
  4. Selecteer aanzicht
  5. Kruis 'Op Buis' aan
  6. Dubbelklik op gewenste hulpstuk, of klik op hulpstuk en daarna op knop [ Plaats vrij ].
  7. Selecteer het buiseinde
  8. Klik op [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>

Terug naar Inhoudsopgave


Bewerken afvoeren (dubbellijnig)


De getekende installatie kan worden bewerkt.

  • Bochten kunnen worden gegenereerd, zonodig inclusief verloopstuk;
  • T-stukken kunnen worden gegenereerd, zonodig inclusief verloopstuk en bocht;
  • T-stukken kunnen in een buis worden ingevoegd op een te bepalen plaats; 
  • Buizen kunnen opgedeeld worden in standaard lengten; verbindingen van dubbele moffen kunnen worden ingevoegd;
  • Buizen kunnen geheeld, onderbroken, verkort en verlengd worden;
  • Diameters van buizen kunnen worden gewijzigd;
  • Hulpstukken kunnen worden verbonden (genereren van een buis);
  • Aansluitpunten kunnen alsnog worden toegekend aan geplaatste hulpstukken.

 

Bocht genereren tussen 2 buizen of buis en hulpstuk

  1. Selecteer knop [ Bewerk ] in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Bewerk Dubbellijnig' in het rolmenu
  3. Selecteer 'Genereer Bocht' in dialoogvenster 'Bewerk Afvoeren'
  4. Klik op knop [ OK ]
  5. Selecteer 2 buizen, of 1 buis en 1 hulpstuk
  6. Klik op [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
    • Indien er meerdere bochten mogelijk zijn:
      Selecteer bocht in keuzevenster
      Zonodig wordt ook een verloopstuk geplaatst.
      De applicatie controleert of een bocht van de gewenste hoek mogelijk is. Er komt een melding als de gewenste bocht niet mogelijk is.
  7. Selecteer volgende 2 buizen
    of
    klik op knop [ Stoppen ] in het commandovenster, of toets <F12>


T-stuk genereren tussen 2 of 3 buizen, 1 of 2 buizen en hulpstuk

  1. Selecteer knop [ Bewerk ] in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Bewerk Dubbellijnig' in het rolmenu
  3. Selecteer 'Genereer T-stuk' in dialoogvenster 'Bewerk Afvoeren'
  4. Klik op knop [ OK ]
  5. Selecteer eerst de doorgaande buis of buizen
  6. Selecteer de aftakkende (aansluitende) buis of hulpstuk
  7. Klik op [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
  8. Selecteer het gewenste T-stuk uit de lijst
    Let op de hoek en aftakdiameter
  9. Geef indien gevraagd de stromingsrichting van de doorgaande buis aan door te klikken in die richting
  10. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
    Zonodig wordt ook een verloopstuk en bocht geplaatst.
    De applicatie controleert of een T-stuk + bocht + verloop tussen de geselecteerde buizen mogelijk is. Er komt een melding als dat niet mogelijk is.
  11. Selecteer volgende 2 buizen
    of
    klik op knop [ Stoppen ] in het commandovenster, of toets <F12>.


T-stuk invoegen

  1. Selecteer knop [ Bewerk ] in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Bewerk Dubbellijnig' in het rolmenu
  3. Selecteer 'T-stuk invoegen' in dialoogvenster 'Bewerk Afvoeren'
  4. Klik op knop [ OK ]
  5. Selecteer de buis waarin het T-stuk moet komen door klikken:
    • op de plaats waar het T-stuk moet komen
    • en wel op wandzijde waar de aftakking moet komen.
      Het klikpunt bepaalt ook de aftakzijde van het T-stuk.
  6. Selecteer het gewenste T-stuk uit de lijst
    Let op de hoek en aftakdiameter
  7. Geef indien gevraagd de stromingsrichting van de doorgaande buis aan door te klikken in die richting
  8. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
    Het T-stuk wordt geplaatst en de buizen worden aangesloten.
  9. Selecteer volgende buis
    of
    klik op knop [ Stoppen ] in het commandovenster of toets <F12>


Buizen opdelen

  1. Selecteer knop [ Bewerk ] in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Bewerk Dubbellijnig' in het rolmenu
  3. Selecteer 'Opdelen buizen' in dialoogvenster 'Bewerk Afvoeren'
  4. Klik op knop [ OK ]
  5. Selecteer de buizen die opgedeeld moeten worden.
  6. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
    Bij deze actie wordt alles wat geselecteerd is eerst gewist, en daarna worden alleen de buizen terug gezet inclusief de mof/mof hulpstukken. Hulpstukken van de NOR-applicatie mogen wel mee geselecteerd worden omdat voor het wissen deze laag eerst gelocked wordt, hierdoor worden de hulpstukken niet gewist. Buis-afbreek symbolen worden wel gewist!


Opgaande buis plaatsen

  1. Selecteer knop [ Bewerk ] in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Bewerk Dubbellijnig' in het rolmenu
  3. Selecteer 'Opgaande buizen' in dialoogvenster 'Bewerk Afvoeren'
  4. Klik op knop [ OK ]
  5. Selecteer de opgaande bochten/T-stukken (45° of 90° omhoog)
    Let op: als ook een opgaande buis wordt geselecteerd komt de buis er dubbel te staan!
  6. Klik op knop [ OK ]
    Er wordt zonodig een extra 45°-bocht toegevoegd en een buis met standaardlengte (500).


Buizen helen

De twee buisdelen moeten in elkaars verlengde liggen
  1. Selecteer knop [ Bewerk ] in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Bewerk Dubbellijnig' in het rolmenu
  3. Selecteer 'Buis helen' in dialoogvenster 'Bewerk Afvoeren'
  4. Klik op knop [ OK ]
  5. Selecteer de twee buizen die geheeld moeten worden.
  6. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
  7. Selecteer volgende buizen
    of
    klik op knop [ Stoppen ] in het commandovenster, of toets <F12>
    De twee buisdelen worden vervangen door een hele buis.


Buizen verlengen of verkorten

De afvoerbuis wordt verlengd/verkort waarbij de aangesloten hulpstukken mee verplaatsen.
  1. Selecteer knop [ Bewerk ] in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Bewerk Dubbellijnig' in het rolmenu
  3. Selecteer 'Verlengen/verkorten buis' in dialoogvenster 'Bewerk Afvoeren'
  4. Klik op knop [ OK ]
  5. Selecteer de te verlengen/verkorten buis in de buurt van het te wijzigen eindpunt.
  6. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
    De bestaande buis wordt verwijderd
  7. Geef de nieuwe lengte aan voor de buis door tekenen eindpunt of opgave coördinaten
  8. Klik op [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
  9. Selecteer de eventueel mee te verplaatsen hulpstukken en andere buizen
  10. Klik op [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
    ook als geen hulpstukken of buizen mee verplaatst hoeven worden.
    De buis wordt op de nieuwe lengte ingevoegd en hulpstukken en geselecteerde buizen worden verplaatst.


Buis onderbreken

Deel van de afvoerbuis wordt vervangen door "onderbroken gedeelte".
  1. Selecteer knop [ Bewerk ] in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Bewerk Dubbellijnig' in het rolmenu
  3.  Selecteer 'Buis onderbreken' in dialoogvenster 'Bewerk Afvoeren'
  4. Klik op knop [ OK ]
  5. Selecteer de buis die onderbroken moet worden
  6. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
  7. Teken een lijn over het te onderbreken gedeelte 
    Lengte van de lijn bepaalt de lengte van de onderbreking.
  8. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
    Het buisdeel ter lengte van de getrokken lijn wordt vervangen
  9. Selecteer de volgende buis
    of
    klik op knop [ Stoppen ] in het commandovenster, of toets <F12>.


2 Hulpstukken verbinden

Twee in elkaars verlengde liggende hulpstukken worden verbonden door een buis. De rotatie van de hulpstukken moet ook overeenkomen.
  1. Selecteer knop [ Bewerk ] in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer Bewerk Dubbellijnig in het rolmenu
  3. Selecteer Verbind 2 hulpstukken in dialoogvenster Bewerk Afvoeren
  4. Klik op knop [ OK ]
  5. Selecteer de twee te verbinden hulpstukken.
  6. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
    De twee hulpstukken worden verbonden door een buis.
  7. Selecteer volgende twee hulpstukken
    of
    klik op knop [ Stoppen ] in het commandovenster, of toets <F12>.


Buisdiameter wijzigen

Alleen buisdiameters kunnen worden gewijzigd. Hulpstukken moeten eerst worden verwijderd om daarna door Generen Bocht en Genereren T-stuk weer geplaatst te worden.
  1. Selecteer knop [ Bewerk ] in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Bewerk Dubbellijnig' in het rolmenu
  3. Selecteer 'Wijzig diameter' in dialoogvenster 'Bewerk Afvoeren'
  4. Klik op knop [ OK ]
  5. Selecteer de te wijzigen buizen.
  6. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
  7. Selecteer in het venster de nieuwe diameter
    De diameter van de geselecteerde buizen wordt gewijzigd.
  8. Selecteer volgende twee hulpstukken
    of
    klik op knop [ Stoppen ] in het commandovenster, of toets <F12>


Buiseinde plaatsen

  1. Selecteer knop [ Bewerk ] in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Bewerk Dubbellijnig' in het rolmenu
  3. Selecteer 'Buis einde plaatsen' in dialoogvenster 'Bewerk Afvoeren' 
  4. Klik op knop [ OK ]
  5. Selecteer de buis waarop het buiseinde moet komen
  6. Klik op knop [ OK ] in het commandoveld, of toets <F11>
    Het buiseinde wordt geplaatst.
  7. Selecteer de volgende buis
    of
    klik op knop [ Stoppen ] in het commandoveld of toets <F12>


Aansluitpunten toekennen aan hulpstukken

Als een hulpstuk is geplaatst en deze plaatsing is niet met [OK] in het commandovenster of met toets <F11> afgesloten dan worden geen aansluitpunten op het hulpstuk aangebracht. 
Met de functie Aansluitpunten toekennen kunnen deze aansluitpunten alsnog worden aangebracht.
Deze functie werkt alleen met hulpstukken die met de applicatie geplaatst zijn; de gegevens voor de aansluitpunten worden namelijk uit de fabrikant databases gelezen.
Indien voor het geselecteerde symbool geen gegevens in de database staan, zal hier een melding over gegeven worden.
Er kan dan gekozen worden om wel of niet met de bewerking verder te gaan.
Indien er wel verder gegaan wordt en het resultaat is niet juist (symbolen zijn bijvoorbeeld klein terug gezet) kan met het commando <undo back> de bewerkingen ongedaan gemaakt worden.
  1. Selecteer knop [ Bewerk ] in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Bewerk Dubbellijnig' in het rolmenu
  3. Selecteer 'Aansluitpunten toekennen' in dialoogvenster 'Bewerk Afvoeren'
  4. Klik op knop [ OK ]
  5. Selecteer het hulpstuk.
  6. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
  7. Selecteer het volgende hulpstuk
    of
    klik op knop [ Stoppen ] in het commandovenster of toets <F12>

Terug naar Inhoudsopgave


Posnummering


Positienummering kan bij de buizen worden geplaatst. Deze posnummering wordt tevens gebruikt bij het aanmaken van de zaagstaat.

Geplaatste posnummering kan worden verwijderd.

 


Toekennen van posnummering

  • Selecteer knop   Tekenfuncties Afvoeren in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  1. Selecteer knop  Posnummering in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Toekennen posnummer' in het rolmenu
  3. Selecteer de te nummeren buizen in de tekening
    Alle selectie methoden zijn bruikbaar (aanklikken, <window>, <crossing>, <all>); ook opgaande buizen worden meegenomen.
  4. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
  5. Geef het beginnummer op
  6. Klik op knop [ OK ]
    De tellijst wordt in venster 'Tel Afvoeren' zichtbaar


Verwijderen van posnummering

  • Selecteer knop   Tekenfuncties Afvoeren in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  1. Selecteer knop   Posnummering in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Verwijderen Posnummer'in het rolmenu
    Alles op laag van de posnummering wordt verwijderd.

Terug naar Inhoudsopgave


Tellen afvoeren (dubbellijnig)


Hulpstukken en buizen kunnen geteld worden. Op de zaagstaat/tellijst worden tevens de artikelnummers en positienummers vermeld en worden en worden totaaltellingen gemaakt. De zaagstaat/tellijst kan worden afgedrukt, als bestand worden weggeschreven of op de tekening worden geplaatst.De telling ten behoeve van de export naar Calculatieverloopt via de functie Tel Enkellijnig.

Vanuit het venster kan MS-Excel worden gestart, waarbij de telstaat wordt ingelezen.

 


Tellen buizen en hulpstukken

  1. Selecteer knop [ Tellen ] in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer Tel dubbellijnig in het rolmenu
  3. Geef in venster Tel Afvoeren op of Hulpstukken en/of buizen geteld moeten worden
  4. Klik op knop [ Tellen ]
  5. Selecteer de te tellen hulpstukken en/of buizen in de tekening
    Alle selectie methoden zijn bruikbaar (aanklikken, <window>, <crossing>, <all>)
  6. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
    De tellijst wordt in venster Tel Afvoeren zichtbaar.
  7. Geef in venster Tel Afvoeren op wat er moet gebeuren
    • Wegschrijven naar bestand:
      1. Selecteer Bestand
      2. Klik op knop [ Exporteren ]
      3. Geef de naam van het bestand op
    • Afdrukken op printer
      1. Selecteer Printer
      2. Klik op knop [ Exporteren ]
      3. Selecteer de printer
    • Plaatsen lijst op tekening
      1. Selecteer Tekening
      2. Klik op knop [ Exporteren ]
        De tellijst komt aan de kruisdraden te hangen
      3. Plaats de tellijst op de tekening
        De tellijst wordt geplaatst met tekststijl MONOTXT.
    • Telstaatoverbrengen naar MS-Excel
      1. Selecteer MS-Excel
      2. Klik op knop [ Exporteren ]
        MS-Excel wordt gestart waarbij de telstaat wordt ingelezen.
    • Afsluiten van de tellijst
      1. Klik op knop [ Sluiten ]


Exporteren telstaat naar Calculatie

De telling voor de calculatie gebeurt vanuit het venster 'Tellen' (van Tel Enkellijnig).
Zowel de dubbellijnig als de enkellijnig getekende elementen worden geteld.
  1. Selecteer knop [ Telllen ] in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2.  Selecteer in het rolmenu
    • Tel enkellijnig, selecteer daarna 'Calculatie' in venster 'Tellen'
      of
    • Tel dubbellijnig, klik daarna op knop [ Naar Calculatie ] in venster 'Tellen Afvoeren'
  3. Klik op knop [ Tellen ]
  4. Selecteer de te tellen leidingen, buizen, hulpstukken en symbolen in de tekening
    Alle selectie methoden zijn bruikbaar (aanklikken, <window>, <crossing>, <all>)
  5. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
    De tellijst wordt in venster 'Tellen' zichtbaar.
  6. Selecteer 'Calculatie'en geef op voor welk calculatieprogramma de telstaat is
    • InstallOffice
    • Syntess
  7. Selecteer 'Cadlink'
  8. Klik op knop [ Exporteren ]
  9. Geef directory en naam van het exportbestand op, <naam>.tls, in venster 'Telstaat'
  10. Klik op knop [ Bewaar ] in venster 'Telstaat'
    Er komt de melding dat het bestand is weggeschreven.
  11. Klik op knop [ OK ] in het meldingvenster
  12. Klik op knop [ Sluiten ] voor verlaten van venster 'Tellen'

Terug naar Inhoudsopgave



Bij Cadac maken we onderscheid tussen Sales, Service & Support. Sales & Service vinden wij vanzelfsprekend. Wij helpen u met de aanschaf van uw product, dienst, training of expert en zorgen ervoor dat u probleemloos aan de slag kunt. Gratis en voor niets. U kunt zorgeloos met uw software starten, wij zorgen ervoor dat u het meeste uit uw software kunt halen.

Loopt u tegen technische softwareproblemen aan? Dan kunt u gebruik maken van Cadac Support. Door de juiste informatie in te dienen kunnen wij u zo snel mogelijk helpen

Stel een vraag

Waar heeft u een vraag over?

Kies een locatie

Europa

Wereld