Naar hoofdinhoud

CV & Lucht LT -05- Lucht-installatie - TheModus Suite LT (Nordined LT)

How to - CV & Lucht LT

Laatst gewijzigd op 20 mei 2021

INHOUDSOPGAVE



Lucht-installatie

Tekenen luchtkanalen, rond


Na keuze voor Lucht (Groep 57) kunnen ronde of rechthoekige luchtkanalen worden getekend. 

Het luchtsysteem (Toevoer, Retour, Afzuig, Instort, Buitenlucht, Gasafvoer, Onbenoemd) kan worden ingesteld. Elk systeem wordt op een aparte laag getekend. 


Indien de loop van de kanaaldelen aaneensluitend wordt getekend worden automatisch bochtstukken geplaatst. Bij rechthoekige kanalen kan een keuze gemaakt worden uit verschillende bochttypen.

Na bevestiging met [ OK ] worden eerst de bochtstukken opgebouwd, daarna pas de kanaaldelen.


Luchtkanalen kunt u op verschillende wijzen tekenen:

  • Stuk voor stuk opbouwen
    • Kanaaldeel / Hulpstuk / Kanaaldeel / Hulpstuk etc.
      nb. Bochtstukken worden automatisch geplaatst.
  • Tracé tekenen, daarna aanpassen afmetingen en genereren hulpstukken
    • Teken 1 doorgaande streng; klik bij elke verandering van richting (voor automatische plaatsing van bochtstukken) en bij elke overgang naar andere diameter of afmeting
      • Nadat het tracé getekend is – in één diameter – wordt voor overal in het getekende tracé waar 3 klikpunten op één lijn liggen een verloopstuk geplaatst. Bij opgave van de verloopafmetingen wordt de diameter van het aansluitende kanaal aangepast. 
    • Teken aftakkende leidingen
    • Wijzig afmetingen van betreffende secties (onder knop [Bewerk]).
    • Genereer T-oplossing (onder knop [Bewerk]). Hierbij worden ook automatisch verloopstukken geplaatst.
      Met deze tweede methode kunt u sneller werken.

De afmeting(en) van de kanalen kunt u

  • Selecteren uit een lijst met afmetingen
  • Opvragen van een reeds getekend kanaal of geplaatst hulpstuk; tevens wordt het luchtsysteem uitgelezen
  • Berekenen aan de hand van max. luchtsnelheid en benodigd debiet, waarbij het debiet kan worden uitgelezen uit de geplaatste luchtroosters.
  • In dit venster kunt u ook het luchtsysteem instellen

 

    

Ronde kanalen tekenen

  • Selecteer knop  (Lucht) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  1. Selecteer knop  (Rond) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Zet in het Rolmenu gewenste type kanaal actief:
    1. Aanvoer of --Retour
  3. Selecteer menukeuze 'Kanaal ()'
  4. Bepaal in venster diameter van het kanaal door
    1. ingeven of selecteren maat
    2. opvragen kanaalmaat uit tekening met knop [ Kanaal ] of knop [ Hulpstuk ]
    3. berekenen kanaalmaat
      1. Klik op knop [ Berekening ]
      2. Geef de luchtsnelheid op
      3. Geef het debiet op, of lees het debiet in via knop [ Via Rooster ] en selecteer de betrokken roosters
      4. Als de luchtsnelheid en/of debiet niet zijn geselecteerd maar zijn ingetypt:
        Klik op knop [ Bereken afmeting ]
        De benodigde diameter wordt aangegeven. Tevens wordt de luchtsnelheid getoond.
      5. Klik op knop [ OK ]in venster 'Bereken kanaal afmeting'
        De benodigde diameter wordt naar boven afgerond geplaatst in vak Diameter
  5. Klik op knop [ OK ]
  6. Teken basislijn (opeenvolgende lijnstukken)
    • als hele (poly)lijn fout is getekend
      • klik op knop [ Opnieuw ]
    • als lijnstuk fout is getekend,
      • type:  u (undo) gevolgd door <Enter>
  7. Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>
    • Indien in het getekende tracé drie klikpunten op één lijn liggen wordt gevraagd een verloopstuk in te voegen op het middelste klikpunt en een verloopwaarde op te geven
      • Klik op knop [ Ja ]
      • Selecteer de nieuwe afmeting op in venster Selecteer nieuwe diameter
      • Klik op knop [ OK ]
      • Herhaal deze stappen voor alle volgende schermen
        De kanalen worden getekend.
  8. Klik op knop [ Stoppen ] in het commandovenster, of teken de volgende basislijn


Terug naar Inhoudsopgave


Tekenen luchtkanalen, rechthoekig


Na keuze voor Lucht (Groep 57) kunnen ronde of rechthoekige luchtkanalen worden getekend. 

De afmeting(en) van de kanalen kunt u

    Selecteren uit een lijst met afmetingen

    Opvragen van een reeds getekend kanaal of geplaatst hulpstuk; tevens wordt het luchtsysteem uitgelezen

    Berekenen aan de hand van max. luchtsnelheid en benodigd debiet, waarbij het debiet kan worden uitgelezen uit de geplaatste luchtroosters.


Indien de loop van de kanaaldelen aaneensluitend wordt getekend worden automatisch bochtstukken geplaatst. Bij rechthoekige kanalen kan een keuze gemaakt worden uit verschillende bochttypen.

Na bevestiging met [ OK ] worden eerst de bochtstukken opgebouwd, daarna pas de kanaaldelen.


Luchtkanalen kunt u op verschillende wijzen tekenen:

  • Stuk voor stuk opbouwen
    • Kanaaldeel / Hulpstuk / Kanaaldeel / Hulpstuk etc.
      nb. Bochtstukken worden automatisch geplaatst.
  • Tracé tekenen, daarna aanpassen afmetingen en genereren hulpstukken
    • Teken 1 doorgaande streng; klik bij elke verandering van richting (voor automatische plaatsing van bochtstukken) en bij elke overgang naar andere diameter of afmeting
      • Nadat het tracé getekend is – in één diameter – wordt voor overal in het getekende tracé waar 3 klikpunten op één lijn liggen een verloopstuk geplaatst. Bij opgave van de verloopafmetingen wordt de diameter van het aansluitende kanaal aangepast. 
    • Teken aftakkende leidingen
    • Wijzig afmetingen van betreffende secties (onder knop [Bewerk]).
    • Genereer T-oplossing (onder knop [Bewerk]). Hierbij worden ook automatisch verloopstukken geplaatst.
      Met deze tweede methode kunt u sneller werken.

     

 


Rechthoekige kanalen tekenen

  • Selecteer knop  (Lucht) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  1. Selecteer knop  (Rechthoekig) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Zet in het Rolmenu gewenste type (--Aanvoer of --Retour) actief
  3. Selecteer menukeuze 'Kanaal []'
  4. Bepaal in venster breedte en hoogte kanaal door
    • ingeven of selecteren maat
    • opvragen kanaalmaat uit tekening met knop [Kanaal] of knop [Hulpstuk]
    • berekenen kanaalmaat
      • Klik op knop [ Berekening ]
      • Geef de luchtsnelheid op
      • Geef het debiet op, of lees het debiet in via knop [ Via Rooster ] en selecteer de betrokken roosters
      • Als de luchtsnelheid en/of debiet niet zijn geselecteerd maar zijn ingetypt:
        Klik op knop [ Bereken afmeting ]
        De benodigde diameter wordt aangegeven. Tevens wordt de luchtsnelheid getoond.
        • Selecteer de kanaalhoogte; dan wordt de benodigde kanaalbreedte (naar boven afgerond) en luchtsnelheid getoond;
        • Selecteer de kanaalbreedte; dan wordt de benodigde kanaalhoogte (naar boven afgerond) en de luchtsnelheid getoond.
      • Klik op knop [ OK ]in venster Bereken kanaal afmeting.
        De breedte en hoogte worden geplaatst in vak Breedte en Hoogte.
  5. Bepaal bochttype
    • Klik op knop [ Bochttype ]
    • Kies bochttype
    • Klik op knop [ OK ] in venster 'Bochtinstellingen'
  6. Klik op knop [ OK ] in venster 'Kanalen'
  7. Teken basislijn (opeenvolgende lijnstukken)
    • als hele (poly)lijn fout is getekend
      • klik op knop [ Opnieuw ]
    • als lijnstuk fout is getekend
      • type:  u (undo) gevolgd door <Enter>
  8. Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>
    Indien in het getekende tracé drie klikpunten op één lijn liggen wordt gevraagd een verloopstuk in te voegen op het middelste klikpunt en een verloopwaarde op te geven
    • Klik op knop [ Ja ]
    • Selecteer de nieuwe breedte op in venster 'Selecteer nieuwe breedte'
    • Klik op knop [ OK ]
    • Herhaal deze stappen voor alle volgende schermen
      De kanalen worden getekend.
  9. Klik op knop [ Stoppen ] in het commandovenster, of teken de volgende basislijn

Terug naar Inhoudsopgave


Plaatsen hulpstukken

De hulpstukken kunt u 'los' plaatsen, of op een kanaal. Als u het hulpstuk op een kanaal plaatst kunt u dat invoegen (inbrengen) of op een eindpunt van het kanaal plaatsen.

Via knop [ Bewerk ], Bewerk Lucht kunnen bochten en T-stukken tussen twee leidingen worden gegenereerd. Dit is eenvoudiger dan het handmatig plaatsen van deze hulpstukken.

 


Hulpstukken

  • Selecteer knop  (Lucht) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  1. Selecteer knop (Rond) of  (Rechthoekig)
  2. Zet in het Rolmenu gewenste type kanaal actief:
    1. --Aanvoer of --Retour
  3. Selecteer menukeuze 'Hulpstukken'
  4. Bepaal in venster het type hulpstuk door klikken op betreffende Tab-tekst
    • Aftakkingen
    • Bochten
    • Verlopen
  5. Bepaal gegevens en plaatsingswijze van het hulpstuk.
    • Afmetingen, knop [ Via kanaal ]: voor bepaling (aansluit-afmeting) van het hulpstuk. Het hulpstuk zal op het dichtstbijzijnde eindpunt van het aangewezen kanaal worden geplaatst
    • Checkbox 'In kanaal'
      • Inbreng: hulpstuk komt in het kanaal op het aangewezen punt. Met 'Tracking' of 'From Point' is nauwkeuriger positioneren mogelijk
      • Eindpunt: hulpstuk komt op het dichtstbijzijnde einde van het aangewezen kanaal.
  6. Klik op knop [ OK ]
  7. Bepaal plaats hulpstuk
  8. Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>

Terug naar Inhoudsopgave


Plaatsen kleppen, doorsnede, isolatie


De hulpstukken kunt u 'los' plaatsen, of op een kanaal. Als u het hulpstuk op een kanaal plaatst kunt u dat invoegen (inbrengen) of op een eindpunt van het kanaal plaatsen.

Het isolatiesymbool wordt in het kanaal geplaatst.


Kleppen

  • Selecteer knop  (Lucht) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  1. Selecteer knop (Rond) of  (Rechthoekig)
  2. Zet in het Rolmenu gewenste type (--Aanvoer of --Retour) actief
  3. Selecteer menukeuze 'Kleppen'
  4. Bepaal in venster: type klep en afmeting, en plaatsingswijze
  5. Klik op knop [ OK ] in venster 'Kleppen'
  6. Selecteer kanaal op plaats waar klep moet komen
  7. Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>


Doorsnede

  • Selecteer knop  (Lucht) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  1. Selecteer knop (Rond) of  (Rechthoekig)
  2. Zet in het Rolmenu gewenste type (--Aanvoer of --Retour) actief
  3. Selecteer menukeuze 'Doorsnede'
  4. Bepaal in venster de afmetingen
  5. Met knop [ Via Kanaal ] kunnen waarden worden uitgelezen uit de tekening
  6. Klik op knop [ OK ] in venster 'Kanaal Doorsnede'
  7. Selecteer kanaal op plaats waar doorsnede geplaatst moet worden
  8. Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>


Isolatie

  • Selecteer knop  (Lucht) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  1. Selecteer knop (Rond) of  (Rechthoekig)
  2. Zet in het Rolmenu gewenste type (--Aanvoer of --Retour) actief
  3. Selecteer menukeuze 'Isolatie'
  4. Bepaal in venster of isolatie in- of uitwendig is
    • I    inwendige isolatie
    • U    uitwendige isolatie
  5. Klik op knop [ OK ] in venster 'Isolatie'
  6. Selecteer kanaal op plaats waar isolatie-aanduiding geplaatst moet worden
  7. Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>

Terug naar Inhoudsopgave


Plaatsen roosters en pijlen


Roosters en pijlen kunnen per stuk, of in een bepaald patroon worden geplaatst.

 


Plaatsen van 1 symbool

  • Selecteer knop  (Lucht) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  1. Selecteer knop  (Roosters) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Selecteer in Rolmenu gewenste type symbool
    • Inblaas
    • Uitblaas
    • Pijlen
  3. Selecteer in venster gewenste symbool
  4. Klik op knop [ Plaats ]
  5. Plaats symbool op tekening
  6. Bepaal rotatie van symbool
  7. Klik op knop [ OK ] of [ Volgend ] in het commandovenster


Plaatsen meerdere symbolen in bepaald patroon

  • Selecteer knop  (Lucht) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  1. Selecteer knop  (Roosters) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Selecteer in Rolmenu gewenste type symbool
    • Inblaas
    • Uitblaas
    •  Pijlen
  3. Selecteer in venster gewenste symbool
  4. Klik op knop [ Plaats Speciaal ]
  5. Bepaal patroontype in venster door klikken op betreffende Tab-tekst
  6. Bepaal patroon door klikken op patroonplaatje
  7. Geef (hoek)punten van patroon op in tekening en bevestig elk hoekpunt met klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>

Terug naar Inhoudsopgave


Plaatsen apparaten

Diverse apparaten voor een lucht-installatie kunnen worden geplaatst.

Maten kunnen worden opgegeven, of worden uitgelezen uit de tekening

Apparaten kunnen op kanalen, of 'in de vrije ruimte' worden geplaatst.

 


Apparaten plaatsen, op kanaal

  • Selecteer knop  (Lucht) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  1. Selecteer knop  (Apparaten) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Selecteer in Rolmenu gewenste apparaat
    • Maat uitlezen uit kanaal in de tekening:
      • Klik op knop [ Via Kanaal ] in venster Apparaten
      • Selecteer kanaal op tekening
      • Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>
      • Klik op knop [ OK ] in venster 'Apparaten'
    • Maten zelf opgeven:
      • Geef de maten op
      • Vink 'Op Kanaal' aan
      • Klik op knop [ OK ] in venster 'Apparaten'
      • Plaats symbool op tekening en geef de rotatie op
      • Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>


Apparaten plaatsen, 'vrij' plaatsen

  • Selecteer knop  (Lucht) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  1. Selecteer knop  (Apparaten) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Selecteer in Rolmenu gewenste apparaat
  3. Geef maten in venster Apparaten op
    1. Optie 'Op Kanaal' is niet geactiveerd
  4. Klik op knop [ OK ] in venster 'Apparaten'
  5. Plaats symbool op tekening en geef de rotatie op
  6. Klik op knop [ OK ] of [ Volgend ] in het commandovenster

Terug naar Inhoudsopgave


Bewerken kanalen en roosters


Getekende kanalen en roosters kunnen worden gewijzigd.


Kanalen en roosters bewerken

  1. Selecteer knop [ Bewerk ] in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Selecteer 'Bewerk Lucht' in het Rolmenu
  3. Selecteer in venster 'Bewerk Lucht' door klikken op de Tab-tekst
    • Kanalen
    • Roosters
  4. Selecteer gewenste actie in venster 'Bewerk Lucht'
    • Diameter, Breedte of Hoogte moet ook de nieuwe afmeting worden opgegeven;
    • T-oplossing (zadel): tussen 2 kanalen, waarbij de aftakking Rond moet zijn;
    • T-oplossing: tussen 2 of 3 kanalen, er wordt automatisch een verloopstuk geplaatst;
    • Verlengen/Inkorten van een kanaal, hulpstukken en aangesloten kanaaldelen kunnen worden meeverplaatst.
      Als 2 in elkaars verlengde gelegen kanalen worden geselecteerd worden beide kanalen aangepast. Hulpstukken in een kanaal kunnen zo worden verplaatst.
  5. Klik op knop [ OK ] in venster 'Bewerk Lucht'
  6.  Voer opdrachten in commandovenster uit
  7. Klik telkens op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>


Polyline omzetten naar kanaal

  1. Selecteer knop [ Bewerk ] in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Selecteer 'Bewerk Lucht' in het Rolmenu
  3. Selecteer 'Polyline naar kanaal' op tabblad 'Kanalen' in venster 'Bewerk Lucht' 
  4. Geef kanaal op
    • Rond
    • Recht
  5. Klik op knop [ OK ]
  6. Geef de afmeting(en) op en de te gebruiken basislijn
  7. Klik op knop [ OK ] in venster Kanalen
  8. Selecteer de om te zetten polyline
  9. Klik op knop [ OK ]in het commandovenster
    De polyline wordt omgezet in kanalen en bochtstukken.
  10. Selecteer de volgende polyline of klik op knop [ Stoppen ] in het commandovenster


Kanaal (rond) omzetten naar een flexibel

  1. Selecteer knop [ Bewerk ] in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Selecteer 'Bewerk Lucht' in het Rolmenu
  3. Selecteer 'Kanaal naar flexibel' op tabblad 'Kanalen' in venster 'Bewerk Lucht' 
  4. Klik op knop [ … ]
  5. Geef de minimum lengte voor de flexibel op in venster 'Kanaal naar flexibel'
  6. Klik op knop [ OK ]
  7. Klik op knop [ OK ] in venster 'Bewerk Lucht'
  8. Selecteer het kanaal op het punt waar de flexibel moet starten
  9. Klik op knop [ OK ]in het commandovenster
    Vanaf het aangeklikte punt tot het dichtstbijzijnde kanaaleinde wordt het kanaal vervangen door de flexibel. Indien de afstand kleiner zou zijn dan de opgegeven minimum lengte wordt de minimum lengte toegepast vanaf het kanaaleinde.
    Tussen kanaal en flexibel wordt een koppelstuk geplaatst.
  10. Selecteer het volgende kanaal of klik op knop [ Stoppen ] in het commandovenster


Opdelen kanalen, automatisch

  1. Selecteer knop [ Bewerk ] in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Selecteer 'Bewerk Lucht' in het Rolmenu
  3. Selecteer 'Opdelen kanaal' op tabblad 'Kanalen' in venster 'Bewerk Lucht'
  4. Klik op knop [ OK ]
  5. Selecteer één of meer op te delen kanalen
  6. Klik op knop [ OK ]in het commandovenster
    De geselecteerde kanalen worden opgedeeld.
    De te gebruiken lengten zijn als registry instellingen vastgelegd (Menu Alg. Inst., knop [Registry Instellingen], Kanalen,Standaard_Rond of Standaard_Recht en MinLengteOpdelen).
  7. Selecteer het volgende kanaal of klik op knop [ Stoppen ] in het commandovenster


Opdelen kanalen, handmatig

  1. Selecteer knop [ Bewerk ] in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Selecteer 'Bewerk Lucht' in het Rolmenu
  3. Selecteer 'Opdelen kanaal' op tabblad 'Kanalen' in venster 'Bewerk Lucht'
  4. Vink aan: Handmatig
  5. Klik op knop [ OK ]
  6. Selecteer het kanaal op de plaats waar het kanaal gesplitst moet worden
  7. Klik op knop [ OK ]in het commandovenster
    Het kanaal wordt op de aangewezen plaats opgedeeld.
  8. Selecteer het volgende kanaal of klik op knop [ Stoppen ] in het commandovenster


Verwisselen kanaaldelen

  1. Selecteer knop [ Bewerk ] in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Selecteer 'Bewerk Lucht' in het Rolmenu
  3. Selecteer 'Verwissel kanalen' op tabblad 'Kanalen' in venster 'Bewerk Lucht' 
  4. Klik op knop [ OK ]
  5. Selecteer de twee te verwisselen kanaaldelen (deze moeten naast elkaar liggen)
  6. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster
  7. De twee kanaaldelen wisselen van plaats
  8. Selecteer de volgende twee kanaaldelen of klik op knop [ Stoppen ] in het commandovenster

Terug naar Inhoudsopgave


Tellen leidingen, kanalen en roosters


Leidingen, radiatoren, kanalen en hulpstukken, en  roosters kunnen geteld worden. Hierbij kan een gebied aangegeven worden waarbinnen geteld moet worden.

De afzonderlijke telstaten kunnen als bestand op schijf worden gezet, of worden afgedrukt op een printer.


Tevens kan een telstaat speciaal voor de calculatie (InstallOffice, Syntess) worden aangemaakt: uitvoer als CADLink-bestand.

De telstaat is tevens direct te plaatsen in MS-Excel.


Het is mogelijk om artikelnummers in de telstaat op te nemen (t.b.v. “Bergschenhoek”).

Een renvooi van te selecteren symbolen kan op tekening worden geplaatst, waarin de symbolen enkelvoudig voorkomen, voorzien van een omschrijving.

 


Opstellen telstaten

  1. Selecteer knop [ Tel ] in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Selecteer in venster 'Tellen' wat geteld moet worden
  3. Klik op knop [ Tellen ]
  4. Geef gebied aan waarbinnen geteld moet worden (crossing-optie/all)
  5. Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>
  6. Geef zonodig aan, dat artikelnummers getoond moeten worden.
  7. Geef aan wat er met het overzicht moet gebeuren
    • knop [ Bestand ] voor wegschrijven telstaat naar (ASCII-)bestand
    • knop [ Printen ] voor uitprinten telstaat
    • knop  [Tekening ]voor plaatsen tellijst op tekening
      • Selecteer te tellen symbolen
      • Klik op knop [ OK ] in het commandovenster
      • Bepaal het invoegpunt van de tekst op de tekening (linker bovenpunt van tekst)
      • Klik op knop [ OK ] in het commandovenster
    • knop [ Excel ] om MS-Excel te starten waarbij de telstaat wordt ingelezen
    • knop [ Sluiten ] voor verlaten venster 'Tellen'


Opstellen telstaten voor de calculatie

  1. Selecteer knop [ Tel ] in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Selecteer in venster 'Tellen' wat geteld moet worden
  3. Klik 'Calculatie' aan en selecteer het type calculatie
    • InstallOffice
    • Syntess
  4. Klik op knop [ Tellen ]
  5. Geef gebied aan waarbinnen geteld moet worden (crossing-optie/all)
  6. Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>
  7. Klik op knop [ CADLink ]


Verklaring coderingen

CodeRechthoekige kanalen #Ronde kanalen  ()
ABreedte1Diameter1
BHoogte1Diameter2
CBreedte2Diameter3
DHoogte2
EBreedte3
FHoogte3
GLengte hulpstukLengte hulpstuk
HArmlengte (=mof)
IHoekHoek
JStraalStraal
KSprong
L
Fikt.lengte (drsn.< 315)
MOppervlakOppervlak (drsn.> 315)
NAantalAantal

        

Plaatsen renvooi

  1. Selecteer knop [ Tel ] in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Klik in venster 'Tellen' op knop [ Renvooi ]
  3. Selecteer in de tekening met optie <window> of <crossing> de symbolen waarvoor een renvooi moet worden opgemaakt
  4. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
    Het renvooi komt aan de kruisdraden.
  5. Plaats het renvooi op de tekening
    Het venster 'Tellen' wordt weer getoond.
  6. Klik in venster 'Tellen' op knop [ Sluiten ]


Plaatsen renvooi van leidingen

  1. Selecteer knop [ Tel ] in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht L
  2. Selecteer 'Renvooi leidingen' in het rolmenu
  3. Selecteer de leidingen op de tekening
  4. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster
  5. Plaats het renvooi op de tekening


Terug naar Inhoudsopgave


Bij Cadac maken we onderscheid tussen Sales, Service & Support. Sales & Service vinden wij vanzelfsprekend. Wij helpen u met de aanschaf van uw product, dienst, training of expert en zorgen ervoor dat u probleemloos aan de slag kunt. Gratis en voor niets. U kunt zorgeloos met uw software starten, wij zorgen ervoor dat u het meeste uit uw software kunt halen.

Loopt u tegen technische softwareproblemen aan? Dan kunt u gebruik maken van Cadac Support. Door de juiste informatie in te dienen kunnen wij u zo snel mogelijk helpen

Stel een vraag

Waar heeft u een vraag over?

Kies een locatie

Europa

Wereld