Naar hoofdinhoud

Elektra -12- Standaard instellingen - TheModus Suites (Nordined)

How to - Elektra

Laatst gewijzigd op 20 mei 2021

INHOUDSOPGAVE



Standaard instellingen


Elektra algemeen


Algemeen

In verschillende .ini-bestanden worden standaardwaarden en –instellingen opgeslagen. Deze instellingen worden deels vanuit de applicatie tijdens het werken aangepast; voor een deel kunnen de instellingen via 'Instellingen' in pull-downmenu 'Applicatie' worden aangepast.

  • In het bovenste vak is het 'Onderdeel' en het 'Onderwerp' te kiezen
  • Het linker middenvak 'Sleutel' geeft een of meer mogelijkheden
  • Het middelste middenvak 'Waarde' geeft de huidige waarden van de sleutel en kan in meerdere regels opgesplitst zijn
  • Het rechter middenvak 'Functie' geeft, indien van toepassing, de betekenis van de verschillende regels in 'Waarde' (als er geen betekenis bekend is, staat er een volgnummer)
  • In de onderste vakken kunnen wijzigingen en toevoegingen worden gemaakt.


Standaard instellingen aanpassen 

  1. Selecteer knop of 'Instellingen' in menu 'Applicatie'
  2. Selecteer het 'Onderdeel' en vervolgens het 'Onderwerp' in de bovenste vakken van 'Rubriek' van venster 'Instellingen'
  3. Selecteer in vak 'Inhoud' een 'Sleutel'
    In het middelste vak 'Waarde' verschijnt de waarde die hoort bij de sleutel. Als bij de sleutel een rij waarden hoort worden deze onder elkaar geplaatst. In dat geval wordt eventueel in het rechter vak een omschrijving getoond.
  4. Selecteer de waarde in het middelste vak
    • Als een enkele waarde mogelijk is
      1. Wijzig het gegeven onderin het venster
    • Als meerdere waarden mogelijk zijn worden deze tevens getoond in het rechter vak 'Functie'
      1. Selecteer de te wijzigen functie
      2. Wijzig de waarde onderin het venster
  5. Klik op knop [ Opslaan ] om de wijziging op te slaan
  6. Pas eventueel een andere instelling aan (stap 2 t/m 5)
    of
    klik op knop [ Stop ] om het venster te verlaten

Waarde toevoegen bij standaardinstelling

  1. Selecteer 'Instellingen' in menu 'Applicatie'
  2. Selecteer het 'Onderdeel' en het 'Onderwerp' in het bovenste vak 'Rubriek' van venster 'Instellingen'
    Kijk welk scheidingsteken gebruikt wordt in het vak waarde: dit kan zijn een punt of een puntkomma. Dit scheidingsteken zal onder stap 5 gebruikt moeten worden.
  3. Selecteer in vak 'Inhoud'de aan te passen sleutel
    De sleutel laat dan in het middelste vak de bijbehorende waarde ernaast zien. Eventueel wordt in het rechter vak een omschrijving getoond.
    Als bij Functie een omschrijvende tekst staat i.p.v. een volgnummer, dan is deze volgorde/reeks van belang en mag geen waarde worden tussengevoegd.
  4. Selecteer de waarde in het middelste vak
  5. Voeg in het onderste vak achter de getoonde waarde toe:
    komma of puntkomma en dan de nieuwe waarde
  6. Klik op knop [ Opslaan ] om de wijziging op te slaan
  7. Klik op knop [ Stop ] om het venster te verlaten
Bij de installatie van Elektra, herinstallatie of nieuwe versie, zullen de gemaakte aanpassingen worden overschreven. 

Verwijderen van een standaard waarde

  1. Open het betreffende .ini-bestand in %APPDATA%\Cadac Group\Techniek 10.x\ep\i\ met Notepad.exe. Dit pad is snel te vinden door INIEDIT in te tikken op de commandoregel.
  2. In het vervolgvenster: klik met de rechter muistoets op het betreffende .ini-bestand en klik op [ Open ]
  3. Verwijder de betreffende waarde.
  4. Sla het bestand op

Toevoegen ontbrekende attributen bij symbolen

Symbolen op specifieke E-lagen moeten voorzien zijn van bepaalde attributen. Ontbreken die attributen, dan worden deze bij het plaatsen van het symbool toegevoegd volgens het recept uit configuratiebestand Attpos.ini.
  1. Selecteer 'Instellingen' in menu 'Applicatie'
  2. Selecteer in venster 'Instellingen' in vak 'Onderdeel', 'Attributen toevoegen'
  3. Selecteer in vak 'Onderwerp', 'Per laag'een recept voor attributen 
    • Per laag is aangegeven welke attributen aanwezig moeten zijn.
    • Per laagnummer (= Sleutel) wordt verwezen naar een recept (= Waarde).
    • Bij dit Recept (= Onderwerp) staan de Attributen (= Sleutel) met de Instellingen (= Waarde) vermeld.
Waarden kunnen hier aangepast, maar niet toegevoegd of verwijderd worden, daarvoor moet het bestand zelf geopend worden via INIEDIT, zoals in het vorige item beschreven

Eigen symbool voor peilmaat en attributen Goten

Voor het tonen van peilmaten wordt door Nordined een symbool meegeleverd. Het is mogelijk een eigen symbool hiervoor te gebruiken. Een aantal attributen moeten daarin zijn opgenomen en symbool en attributen moeten kenbaar gemaakt worden in configuratiebestand Ep-goten.ini onder de sectie [ALG].
  1. Selecteer 'Instellingen' in menu 'Applicatie'
  2. Selecteer onderdeel 'Goten'
  3. Selecteer onderwerp 'Presentatie Hoogtemaat Kabelgoot'
  4. Selecteer achtereenvolgend de sleutels
    • SymUcsPos
    • SymUcsNeg
    • SymWcsPos
    • SymWcsNeg
  5. Pas de waarde aan:
    ItemRegel in EP-GOTEN.ini

    Voorbeeld:

    • Uitgebreid
    • Standaard
    • Standaard
    • Standaard

    • [ALG]
    • SymUcsPos=("MVHOOG" ("MAAT" 42 "x" 43) ("SS" "SCHOT") ("HOOGTE"10 "+VL"))
    • SymUcsNeg=("MVHOOG" ("HOOGTE" "VL" 10))
    • SymWcsPos=("MVHOOG" ("HOOGTE"10 "+P"))
    • SymWcsNeg=("MVHOOG" ("HOOGTE" "Peil"10))
    "MVHOOG"Bestandsnaam van het symbool voor peilmaat (en attributen)
    "MAAT"Attribuut-TAG in symbool
    42DXF-code voor Y-schaal; is breedte van de goot
    "x"Tekst
    43DXF-code voor Z-schaal; is diepte van de goot
    "SS"Attribuut-TAG in symbool; wordt geschreven
    "SCHOT"Attribuut-TAG in goot; wordt gelezen
    "HOOGTE"Attribuut-TAG in symbool; wordt geschreven
    10DXF-code voor positie; Z-waarde wordt gebruikt
    "+VL"Tekst
  6.  Klik op knop [ Opslaan ] na elke wijziging
  7. Klik op knop [ Stop ] om het venster te verlaten


Terug naar Inhoudsopgave


Elektra instellingen bestand


Algemeen

Er zijn alternatieve methoden om een configuratiebestand aan te passen:


Aanpassen configuratiebestand

  1. Type commando INIEDIT
  2. Selecteer het aan te passen configuratiebestand
  3. Klik op knop [ Open ]
  4. Selecteer de Sectie 
  5. Selecteer het aan te passen veld
  6. Geef de waarde op
  7. Klik op knop [ Opslaan ]
  8. Herhaal stap 4-7
    of
    klik op knop [ Stoppen ] om het venster te verlaten


Aanpassen met Notepad / Kladblok

  1. Type commando INIEDIT
     
  2. Klik met de rechter muistoets op het betreffende .ini-bestand in het venster 'Selecteer Configuratie-Bestand' en selecteer 'Open' of 'Open with' > 'Notepad (Kladblok)'
  3. Bewerk het .ini-bestand
  4. Sla het bestand op en sluit Notepad (Kladblok)
Het aanpassen van .ini-bestanden kan ongewenste resultaten opleveren. Maak daarom altijd een kopie van de bestanden in %APPDATA%\Cadac Group\Techniek 10.x\ep\i\ alvorens ze te bewerken.


Terug naar Inhoudsopgave


Elektra attributen


Algemeen 

Per Attribuut-Tag kan de instelling van de attributen apart worden ingeregeld:

  • Hoofdletter/kleine letter
  • Zichtbaar/onzichtbaar
  • Leesbaar, rechtop
  • Teksthoogte en –kleur

Het is mogelijk om de instellingen van attributen in het configuratiebestand: 

  • Toe te passen bij invulling van (een van de ) attributen van een symbool ("klassiek")
  • Bestaande aangepaste instellingen (hoofd/kleine letter, leesbaar/rechtop, tekstkleur en –hoogte) te behouden bij invulling van (een van de) attributen van een symbool ("modern")

Deze inregeling kan op twee manieren gebeuren

  • met een speciale functie
  • met de algemene methode van instellingen aanpassen

De wijzigingen worden opgeslagen in configuratiebestand Tags_ep.ini


Presentatie attributen instellen

  1. Druk op knop of selecteer 'Instellingen Att.' in menu 'Applicatie'
  2. Selecteer het (type) symbool waarvan de attribuut presentatie moet worden aangepast
  3. Selecteer in venster 'Presentatie Attributen' de aan te passen attribuut (Tag)
  4. Klik op knop [ Instelling ]
  5. Selecteer in venster 'Instelling Attribuut' de gewenste instelling:
    • Blanco, V (Zichtbaar), I (Onzichtbaar)
    • Blanco, (Kleine letter), K (Hoofdletter), B (Bewaakt)
    • Blanco, R (Rechtop), L (Leesbaar), X (Altijd Rechtop)
    • Tekst: hoogte
    • Kleur
      Bij keuze voor 'Blanco' wordt de betreffende eigenschap bij de afzonderlijke voorkomens van het symbool niet toegepast.
  6. Klik op knop [ OK ]
  7. Herhaal stap 5-6 voor elk aan te passen attribuut
  8. Klik in venster 'Presentatie Attributen' op knop [ OK ] om de functie te beëindigen
De aangepaste attribuut-instellingen gelden voor alle symbolen waarin het attribuut voorkomt

Wijze van tonen van de attributen, verklaring codes 

In configuratiebestand Tags_ep.ini wordt vastgelegd hoe attributen moeten worden gepresenteerd:
KR, KL, OR, OL, BR, BL, BX.
Deze instelling geldt voor het betreffende attribuut in elk symbool (block) waarin het voorkomt.

  • Instelling zichtbaarheid
    • V - Zichtbaar (visible)
    • I  - Onzichtbaar (invisible)
  • Instelling letteruitvoering
    • K - Kapitaal (hoofdletters) 
    • O - Onderkast (kleine letters )
    • B- Bewaakt
      Bewaakt maakt gebruik van een woordenlijst. Als een woord wordt ingevuld dat niet in de woorden lijst voorkomt komt vraag: <woord> Schrijfwijze hoofdletters/kleine letters juist?
      • [ Ja ] het woord wordt in de woordenlijst opgeslagen en de volgende keer weer zo geschreven
      • [ Nee ] Het woord wordt niet opgeslagen; een volgende keer wordt de vraag dus weer gesteld.
  • Instelling leesrichting
    • R - Rechtop (horizontaal)
    • L - Leesbaar (meedraaiend met rotatie van het symbool)
    • X - Altijd rechtop 
  • Instelling "Altijd aanpassen"
    • Altijd aanpassen 'Aangevinkt':
      De hiervoor opgegeven instellingen voor teksthoogte, tekstkleur en rotatie hebben voorrang op de bij het symbool opgeslagen (standaard) instellingen
    • Altijd aanpassen 'Uitgevinkt':
      Alleen bij de eerste keer invullen worden de standaard instellingen van het symbool gebruikt en aangevuld met de hiervoor opgegeven instellingen voor teksthoogte, tekstkleur en rotatie. Als het symbool al ingevuld is, worden de aanvullende instellingen genegeerd


De volgorde van de letters is niet van belang.
  • Getal ervoor = minimale teksthoogte:
    • 3.5KL
      min. 3.5mm op plot, Kapitaal, Leesbaar (meedraaiend met rotatie symbool)
  • Getal erachter (met een puntkomma) geeft de tekstkleur:
    • KL;7
      Kapitaal, Leesbaar, kleur 7
      Rechtop werkt alleen bij attributen die MidCenter uitgelijnd (Justified) zijn.
      Met
      'Extra' Functies, 'Conversie''Update Attributes' kunnen de instellingen op de gehele tekening worden toegepast. 


Terug naar Inhoudsopgave


E-Database


Algemeen

De gegevens uit de tekening kunnen naar een database worden overgebracht, om van daaruit het installatieschema te vullen. 

Twee database-bestanden worden hiervoor gebruikt:

  • Hoofddatabase Nor_Elektra.mdb:
    Deze kan lokaal staan, maar zal meestal op het netwerk geplaatst worden, zodat deze vanaf meerdere werkstations bereikt kan worden;
  • Hulpdatabase Temp.mdb:
    Deze moet lokaal staan. Bij elk werkstation op eenzelfde plaats,
    Eventueel kan dit bestand op het netwerk geplaatst worden met een voor iedere gebruiker identieke maar wel persoonlijke drive-letter.

Bij conversies van vorige versies, of bij verplaatsing van de databases moeten zoekpaden daarop worden aangepast.

 


Aanpassen paden naar de database

Bij het verplaatsen van het databasebestand temp.mdb, waarin de tijdelijke waarden voor de gebruiker worden opgeslagen, moet de functie EDBPADEN worden uitgevoerd
  1. Type het commando: EDBPADEN
  2. Pas in venster 'Locatie E-database' de paden aan
  3. Klik op knop [ Uitvoeren databasekoppeling ]
    In de database worden de onderlinge verwijzingen aangepast.
Bij het verplaatsen van de hoofddatabase moet de ODBC-koppeling worden aangepast. Zie ook Handleiding E-Database.


Nieuw databasebestand

Voor een optimale werking van de database is er een nieuw databasebestand beschikbaar. Het is sinds de versie 9.4 mogelijk om symbolen samen te stellen die langere namen krijgen dan in de oude access database aankan. Hiervoor was het noodzakelijk Nor_Elektra.mdb aan te passen. Deze aanpassing kan echter niet door een conversie worden doorgevoerd op bestaande (in gebruik zijnde) databases. De acties die daarvoor ondernomen moeten worden:

  1. E-Database opstarten
  2. het exporteren van de lopende projecten
  3. E-Database afsluiten
  4. het oude databasebestand een andere naam geven
  5. het nieuwe databasebestand op de plaats van de oude zetten
  6. E-Database opnieuw starten
  7. De geëxporteerde bestanden weer importeren. 


Terug naar Inhoudsopgave



Bij Cadac maken we onderscheid tussen Sales, Service & Support. Sales & Service vinden wij vanzelfsprekend. Wij helpen u met de aanschaf van uw product, dienst, training of expert en zorgen ervoor dat u probleemloos aan de slag kunt. Gratis en voor niets. U kunt zorgeloos met uw software starten, wij zorgen ervoor dat u het meeste uit uw software kunt halen.

Loopt u tegen technische softwareproblemen aan? Dan kunt u gebruik maken van Cadac Support. Door de juiste informatie in te dienen kunnen wij u zo snel mogelijk helpen

Stel een vraag

Waar heeft u een vraag over?

Kies een locatie

Europa

Wereld