Naar hoofdinhoud

Elektra -04- Plaatsen van symbolen - TheModus Suites (Nordined)

How to - Elektra

Laatst gewijzigd op 20 mei 2021

INHOUDSOPGAVE



Plaatsen van symbolen


Kiezen symbolen


Algemeen

Voor het selecteren van symbolen maakt u eerst een keus voor soort en type installatie. 

Selecteer het gewenste symbool of functie uit het iconenvenster.

Na keuze van het symbool verschijnt venster 'Plaatsen'.

Kiezen uit laatste symbolenmenu

  1. Klik op knop; in toolbar Hoofdmenu
  2. Selecteer symbool of functie in iconenmenu
    Na keuze van het symbool verschijnt venster 'Plaatsen'.

Kiezen direct in het pull-downmenu

  1. Selecteer de gewenste installatie uit pull-downmenu Centraal, Kracht, Licht, Communicatie, Beveiliging of Usermenu
  2. Selecteer symbool of functie in iconenmenu
    Na keuze van het symbool verschijnt venster 'Plaatsen'.

Kiezen symbool uit de tekening

  1. Klik op knop in toolbar of Ribbon 'Plaatsen'
    of
    selecteer 'Van tekening' in pull-downmenu 'Plaatsen'
  2. Selecteer het symbool dat (nogmaals) geplaatst moet worden of waar een ander symbool door vervangen moet worden.
    Na keuze van het symbool verschijnt venster 'Plaatsen'.
    Het symbool wordt geplaatst op dezelfde laag (voor zelfde installatie!) als het eerst geselecteerde symbool.
    Het symbool wordt met de actuele plotschaal geplaatst.

Kiezen symbool uit het Favorieten-menu

  1. Klik op knop in toolbar 'Hoofdmenu', Ribbon tab 'Elektra Alg' of één van de pulldownmenu’s met symbolen. 
  2. Default staat 'Plaats Direct'geactiveerd; vink eventueel de andere optie aan:
    • Plaats Direct, voor plaatsen met opgeslagen plaatsingsmethode
    • Plaats Menu, voor bepalen andere plaatsingsmethode
  3. Selecteer het symbool in het icon-venster (met 1x klikken)

 

Opmerkingen

De keuze in het Hoofdmenu (dialoogvenster) of een pull-downmenu bepaalt op welke laag de symbolen komen te staan. Armaturen komen dus op een ander laag dan de schakelaars.

  • Consequentie:
    • Soortgelijke symbolen geplaatst vanuit 'Centraal' komen dus op een andere laag dan wanneer ze geplaatst zijn vanuit 'Licht'!
    • Deze symbolen krijgen verschillende attributen; er ontstaan verschillende blockdefinities van hetzelfde block en er kunnen dientengevolge ongewenste resultaten ontstaan bij het invullen en berekenen van de vermogens en de aantallen. (Denk hierbij o.a. aan aansluitpunten en wantcontactdozen). 
    • Het is verstandig om geen gelijksoortige symbolen uit verschillende menu’s in hetzelfde project te gebruiken!


Terug naar Inhoudsopgave


Plaatsen algemeen


Algemeen

Symbolen kunnen in verschillende patronen worden geplaatst. Deze plaatsingsmogelijkheden zijn in het pull-downmenu, de toolbar en het ribbon panel 'Plaatsen' ondergebracht.

Symbolen worden verschaald bij het plaatsen en de verschaling is afhankelijk van de ingestelde plotschaal. 

Bij TL-armaturen zijn er afzonderlijke symbolen voor de schalen 1:20, 1:50, 1:100 en 1:200. De lengte van de TL-symbolen blijft bij elke schaal hetzelfde, maar het armatuursymbool (cirkel) verschaalt mee met de plotschaal.

In het attribuut met de tag TAL (prompt: aantal contactdozen, aansluitpunten of armaturen) van één symbool kan een aantal worden vermeld. Symbolen die zo zijn ingevuld worden dan zoveel maal geteld in de database.

Terug naar Inhoudsopgave


Plaatsen 1 of meer symbolen op een wand


Algemeen

Bij het plaatsen van symbolen op een wand kan de h.o.h. afstand op de tekening worden aangegeven.

Armaturen worden voorzien van een symbool voor wandmontage.

De afstand tot de wand en onderlinge afstand zijn in te stellen in de instellingen: Rubriek Tekenen, Onderwerp Plaats op wand. 

Een symbool kan op verschillende manieren langs een wand geplaatst worden. Een ‘wand’ kan elke willekeurige lijn of polylijn in de tekening of een XRef zijn. 

  • Plaatsen 1 symbool op wand 
  • Plaatsen rij symbolen op wand (beginpunt, richting, h.o.h., aantal)
  • Plaatsen rij symbolen verdeeld op wand (begin- en eindpunt, aantal)
  • Plaatsen rij symbolen langs een willekeurige (poly)lijn, cirkel, e.d.

Drempel voor Afstand tot wand en h.o.h. is de plotschaal: Bij plotschaal 1:50 worden waarden van 1 tot 50 vermenigvuldigd met 50 in de tekening overgenomen, dat zijn de afstanden in millimeters die bij het afdrukken met de opgegeven plotschaal op papier opgemeten kunnen worden. Waarden van 50 en hoger worden zonder verschaling overgenomen, dat zijn dus werkelijke waarden in millimeters in de tekening. 

Zet ORTHO aan voor het recht plaatsen van symbolen; zet OSnap op een zinvolle waarde, of uit (eventueel opslaan met Handige Hulp functie SOS). 

 

1 symbool op wand plaatsen

  • Symbool gekozen
  • Als geen symbool is gekozen wordt het laatst gekozen symbool geplaatst.
     
  1. Klik op knop
    of
    kies 'Wand, 1x' in iconenmenu, pull-downmenu, ribbon panel of toolbar 'Plaatsen'
  2. Wijs een punt op wand aan waar het symbool moet komen (Klikpunt 1)
    Let hierbij goed op het gebruik van de OSnap functie.
  3. Geef aan aan welke zijde van de wand (Klikpunt 2)
    • Default-afstand tot wand bij armaturen: 5 mm (op papier bij opgegeven plotschaal)
    • Default-afstand tot wand bij schakelaars: 3 mm (op papier bij opgegeven plotschaal)
      Deze waarde is vastgelegd in de instellingen: : Rubriek Tekenen, Onderwerp Plaats op wand. De afstanden worden bepaald per groep symbolen, onderscheiden door filters met wildcards. Bvb. ES3?????-ES3S* - dat is elk symbool met een naam die begint met ES3, dan 5 willekeurige tekens (maakt niet uit wat daar staat), dan -ES3S en de rest maakt ook niet uit (* staat voor een willekeurige tekenreeks).
      Bovengenoemd filter beschrijft alle combinaties van schakelaars met aansluitpunten en contactdozen.
  4. Geef de ophanghoogte op in het dialoogvenster
    Per installatie wordt de ophanghoogte opgeslagen in %APPDATA%\Cadac Group\Techniek 10.x\ep\i\ep_wand.ini

Rij symbolen op wand plaatsen

  • Symbool gekozen
  • Als geen symbool is gekozen wordt het laatst gekozen symbool geplaatst.
     
  1. Klik op knop
    of
    kies 'Wand, Rij' in iconenmenu, pull-downmenu, ribbon panel of toolbar 'Plaatsen' of in venster 'Plaatsen'
  2. Wijs punt op wand aan waar eerste symbool moet komen (Klikpunt 1)
    ORTHO wordt automatisch aangezet, en de SNAPANG op de hoek van de wand.
  3. Geef aan aan welke zijde van de wand de symbolen moeten komen (Klikpunt 2).
  4. Geef richting van de overige symbolen op wand t.o.v. 1e symbool (Klikpunt 3).
  5. Geef in het venster nadere gegevens op
    • Aantal en Afstand (h.o.h). Met knop [ Pick ] is de afstand in de tekening op te geven
    • Afstand tot wand
    • Hoogte
      Per installatie wordt de ophanghoogte opgeslagen in %APPDATA%\Cadac Group\Techniek 10.x\ep\i\ep_wand.ini
  6. Klik op Knop [ OK ]

Rij symbolen verdeeld of gecentreerd op wand plaatsen

  • Symbool gekozen
  • Als geen symbool is gekozen wordt het laatst gekozen symbool geplaatst.
     
  1. Klik op knop
    of
    kies menukeuze 'Wand Verdeel' in iconenmenu, pull-downmenu, ribbon panel, of toolbar 'Plaatsen'
  2. Geef het beginpunt van de verdeling op de wand aan (Klikpunt 1)
  3. Geef het eindpunt van de verdeling (Klikpunt 2)
  4. Geef zijde van de wand op (Klikpunt 3)
  5. Geef in het venster nadere gegevens op
    • Aantal of h.o.h.-afstand. Met knop [ Pick ] is de afstand in de tekening op te geven
    • Verdelen over de afstand, of centreren
    • Afstand van symbool tot wand
    • Ophanghoogte
      Per installatie wordt de ophanghoogte opgeslagen in %APPDATA%\Cadac Group\Techniek 10.x\ep\i\ep_wand.ini
      De default afstanden worden opgeslagen in %APPDATA%\Cadac Group\Techniek 10.x\ep\i\elektra.ini
  6. Klik op Knop [ OK ]


Terug naar Inhoudsopgave


Plaatsen symbolen langs een lijn


Algemeen

Symbolen kunnen op een lijn geplaatst worden, waarbij de 'lijn' een lijn, cirkel, boog, (volledige) ellips, lwpolyline, spline of kabelgoot kan zijn. Tevens mag de lijn zich in de XRef-tekening bevinden.

De symbolen kunnen op 3 manieren lans de lijn geplaatst worden:

  • In de richting van de lijn; Keuze R=0
  • Haaks op de lijn, met het invoegpunt op de lijn; keuze R=90
  • Langs de lijn, tegen de lijn aan; keuze Wand

Voor de verdeling op de lijn zijn eveneens verschillende mogelijkheden beschikbaar.

 

Verdelen in de lijn

  • Symbool gekozen
  • Als geen symbool is gekozen, wordt het laatst gekozen symbool gebruikt
  • Lijn, boog, cirkel, spline of kabelgoot getekend


  1. Klik op knop
    of
    selecteer 'Wand, Opdelen' in pull-downmenu 'Plaatsen'
  2. Wijs de lijn, boog, cirkel, spline of kabelgoot aan waarop de symbolen moeten worden geplaatst
    De plek waar de lijn wordt aangewezen bepaalt tevens het beginpunt van het afpassen.
  3. Bepaal in het venster de aantallen of h.o.h.-afstanden en de ophanghoogte
  4. Geef de plaatsingsmethode op
    • Verdelen (Divide) 
    • Afpassen (opgave h.o.h. afstanden) (Measure)
    • Centreren (bij goot of railkoker t.b.v. lichtlijn)
  5. Geef de verdeling op en de positie R=0, 90 of Wand
  6. Geef de verdeelmethode op 
    • A-X-A-X-A = allemaal gelijke afstanden, beginnend met een afstand
    • A-X-2A-X-A = afstand, symbool, 2x afstand, … symbool, afstand
    • X-A-X-A-X = allemaal gelijke afstanden, beginnend met een symbool
  7. Druk op [ OK ]
    • geef nog de zijde van de wand op, wanneer gekozen is voor 'Wand'

Terug naar Inhoudsopgave


Plaatsen enkel symbool, of symbolen in een rij


Algemeen

Een symbool kan worden geplaatst:

  • vrij in de ruimte
  • midden in een “ruimte” door het aangeven van 2 hoekpunten.

Een reeks symbolen kan worden geplaatst:

  • op een rij

Plaatsen 1 symbool vrij in ruimte

  • Symbool gekozen
  • Als geen symbool is gekozen wordt het laatst gekozen symbool geplaatst.
     
  1. Klik op knop
    of
    kies menukeuze 'Plaats' in pull-downmenu 'Plaatsen' of in venster 'Plaatsen'
  2. Wijs punt aan waar symbool moet komen
  3. Geef de rotatie t.o.v. X-as ( muis, toetsenbord)
    (<Enter>=0°)
    Bij het plaatsen kan geen ophanghoogte worden opgegeven. Achteraf kan dit wel gebeuren.


Plaatsen 1 symbool midden in een gebied

  • Symbool gekozen
  • Als geen symbool is gekozen wordt het laatst gekozen symbool geplaatst.

 

  1. Klik op knop
    of
    kies menukeuze 'Verdelen, Midden' in pull-downmenu 'Plaatsen' of in venster 'Plaatsen'
  2. Wijs punt links-onder van gebied aan
  3. Wijs punt rechts-boven van gebied aan
    De afmetingen, diagonalen en oppervlak van het gebied worden getoond;
  4. Geef rotatie (t.o.v. X-as)
    • In het dialoogvenster:
      • Kies uit de lijst
      • Of tik de rotatie in
    • Op het scherm: Vink aan: Rotatie op scherm aangeven
      • Klik op het scherm
      • Of tik de rotatie in
        Er mogen ook andere hoeken aangewezen worden:
        het symbool wordt midden tussen de aangewezen punten geplaatst.

Plaatsen rij symbolen

  • Symbool gekozen
  • Als geen symbool is gekozen wordt het laatst gekozen symbool geplaatst.
  1. Klik op knop
    of
    kies menukeuze 'Matrix, Rij' in pull-downmenu 'Plaatsen' of in venster 'Plaatsen'
  2. Wijs punt op tekening aan waar eerste symbool moet komen
  3. Geef richting aan waar rest van symbolen moeten komen
    De afstand tussen het eerste punt (klikpunt 1) en het richtingspunt (klikpunt 2) geeft een aantal
    - standaard aantal = afstand gedeeld door de lengte van het armatuur
    -  of 1800 bij andere symbolen
  4. Accepteer of wijzig het aantal symbolen
  5. Geef afstand tussen symbolen
  6. Geef rotatie (t.o.v. de X-as)
    (Default = richting aangegeven punten)
    • In het dialoogvenster:
      • Kies uit de lijst
      • of type de rotatiewaarde in
    • Op het scherm: 
      • Vink aan: Rotatie op scherm aangeven
      • Klik op het scherm
      • of type de rotatiewaarde in
        de kruisdraden draaien mee met de opgegeven richting.


Terug naar Inhoudsopgave


Plaatsen symbolen in een rechthoekig patroon


Algemeen

De symbolen zijn te verdelen over een aan te geven rechthoekig gebied:

  • Verdelen over aan te geven gebied.
  • Centreren in aangeven in een gebied
  • In een matrix

Verdelen, Haaks

  • Symbool gekozen
  • Als geen symbool is gekozen wordt het laatst gekozen symbool geplaatst.         
  1. Klik op knop
    of
    kies menukeuze 'Verdelen, Haaks' in pull-downmenu 'Plaatsen' of in venster 'Plaatsen'
  2. Wijs punt links-onder van gebied aan
  3. Wijs punt rechts-boven van gebied aan
    Afmetingen (x,y), diagonalen, oppervlak van het gebied en de straal van de bereikcirkel worden getoond;
  4. Bepaal in venster:
    • de aantallen
      Hieruit worden de afstanden berekend (minimaal lengte armatuur, of default 1800mm).
    • Rotatie (t.o.v. X-as)
    • Ophanghoogte
      Eventueel kan hier gewisseld worden tussen 'Verdeel' en 'Centreer'.

Centreren, Haaks

  • Symbool gekozen
  • Als geen symbool is gekozen wordt het laatst gekozen symbool geplaatst.
     
  1. Klik op knop
    of
    kies menukeuzes 'Centreer, Haaks' in pull-downmenu 'Plaatsen'  of in venster 'Plaatsen'
  2. Wijs punt links-onder van gebied aan
  3. Wijs punt rechts-boven van gebied aan
    Afmetingen (x,y), diagonalen, oppervlak van het gebied en de straal van de bereikcirkel worden getoond;
  4. Bepaal in venster:
    • de aantallen
    • de afstanden, welke ook met ‘Pick’ in de tekening ‘opgemeten’ kunnen worden.
      Default afstand is de grootste lengte van het armatuur, of 1800mm. Deze standaardmaat is niet instelbaar.
    • Rotatie (t.o.v. X-as)
    • Ophanghoogte
      Eventueel kan hier gewisseld worden tussen 'Verdeel' en 'Centreer'.

Matrix, Haaks

  • Symbool gekozen
  • Als geen symbool is gekozen wordt het laatst gekozen symbool geplaatst.
     
  1. Klik op knop
    of
    kies menukeuzes 'Matrix, Haaks' in pull-downmenu 'Plaatsen' of in venster 'Plaatsen'
  2. Wijs (hoek)punt van patroon aan:
    Ref (referentiepunt)
  3. Bepaal in het venster:
    • de aantallen
    • de afstanden
      Default is de grootste lengte van het armatuur, of 1800mm.
    • Rotatie (t.o.v. X-as)
    • Ophanghoogte
      Een negatieve afstand betekent: in de negatieve X- of Y-richting.


Terug naar Inhoudsopgave


Plaatsen symbolen in parallellogramvormig patroon


Algemeen

De symbolen zijn te verdelen over een parallellogramvormig gebied:

  • Verdelen over aan te geven gebied.
  • Centreren in aangeven in een gebied
  • In een matrix

Verdelen, Schuin

  • Symbool gekozen
  • Als geen symbool is gekozen wordt het laatst gekozen symbool geplaatst.
     
  1. Klik op knop
    of
    kies menukeuze 'Verdelen, Schuin' in pull-downmenu 'Plaatsen'
  2. Wijs punt links-onder van gebied aan (Klikpunt 1)
  3. Wijs punt rechts-onder van gebied aan (Richting 1) (Klikpunt 2)
  4. Wijs punt links-boven van gebied aan (Richting 2) (Klikpunt 3)
    Afmetingen (x,y), diagonalen, oppervlak van het gebied en de straal van de bereikcirkel worden getoond;
    Rotatie in het dialoogvenster wordt bepaald door Richting 1.
    Maximaal aantal wordt gegeven op basis van armatuurlengte.
  5. Bepaal in venster:
    • de aantallen
      Hieruit worden de afstanden berekend (grootste lengte armatuur, of 1800mm).
    • Rotatie (t.o.v. X-as, wordt bepaald door Richting 1)
    • Ophanghoogte


Centreren, Schuin

  • Symbool gekozen
  • Als geen symbool is gekozen wordt het laatst gekozen symbool geplaatst.
     
  1. Klik op knop
    of
    kies menukeuze 'Centreer, Schuin' in pull-downmenu 'Plaatsen'
  2. Wijs punt links-onder van gebied aan (Klikpunt 1)
  3. Wijs punt rechts-onder van gebied aan (Richting 1) (Klikpunt 2)
  4. Wijs punt links-boven van gebied aan (Richting 2) (Klikpunt 3)
    Afmetingen (x,y), diagonalen, oppervlak van het gebied en de straal van de bereikcirkel worden getoond;
    het maximaal aantal wordt gegeven op basis van armatuurlengte, of op stramienmaat=1800mm.
  5. Bepaal in venster:
    • de aantallen
    • de afstanden
      Default = grootste lengte van het armatuur of stramien=1800mm.
    • Rotatie (t.o.v. X-as, wordt bepaald door Richting 1)
    • Ophanghoogte
      Eventueel kan hier gewisseld worden tussen Verdeel en Centreer.


Matrix, Schuin

  • Symbool gekozen
  • Als geen symbool is gekozen wordt het laatst gekozen symbool geplaatst.
     
  1. Klik op knop
    of
    kies menukeuze 'Matrix, Centreer, Schuin' in pull-downmenu 'Plaatsen'
  2. Wijs punt links-onder van patroon aan (Klikpunt 1)
  3. Wijs richting onderkant patroon aan (Richting 1) (Klikpunt 2)
  4. Wijs richting linkerkant patroon aan (Richting 2) (Klikpunt 3)
    De afstanden tussen de Klikpunten 1 en 2 en tussen 1 en 3 bepalen de default aantallen.
  5. Bepaal in het venster:
    • de aantallen
      Wordt berekend uit afstand van de klikpunten (en de default afstand).
    • de afstanden
      Default = grootste lengte van het armatuur, of 1800mm.
    • Rotatie (t.o.v. X-as, wordt bepaald door Richting 1)
    • Ophanghoogte

Terug naar Inhoudsopgave


Plaatsen symbolen in een rond patroon


Algemeen

Bij een ronde verdeling worden de symbolen tussen twee concentrische bogen verdeeld. Daarbij zijn twee keuzes mogelijk

  • Op begin en eindstraal, daartussen verdelen
  • Verdelen tussen de begin- en eindstraal
  • Klikpunten
    1. Middelpunt patroon
    2. Richting straal 1.
    3. Richting straal 2.
    4. Lengte straal binnenste boog
    5. Lengte straal buitenste boog

 

Verdelen in een rond patroon

  • Symbool gekozen
  • Als geen symbool is gekozen wordt het laatst gekozen symbool geplaatst.
  1. Klik direct op de betreffende knop of selecteer menukeuze 'Verdelen, Rond' in pull-downmenu 'Plaatsen'en in vervolgmenu precieze verdelingspatroon:
    • Op = armaturen op Begin- en Eindstraal, daartussen verdeeld
    • Tussen = alle armaturen tussen Begin- en Eind-straal
  2. Wijs middelpunt van patroon aan
    • OSNAP functies
    • Ref (Referentiepunt)
  3. Wijs richting Beginstraal aan (Richting 1)
  4. Wijs richting Eindstraal aan (Richting 2., tegen de klok in!)
  5. Geef lengte van de straal van de binnencirkel aan
  6. Geef lengte van de straal van de buitencirkel aan
    Ingesloten hoek, afstand en oppervlak worden getoond.
  7. Geef in dialoogvenster op
    • aantal op de boog 
    • aantal op de straal 
    • hoek tussen de rijen/stralen
    • afstand h.o.h. langs de straal
    • ophanghoogte
    • de rotatie
      • t.o.v. straal (0º) of boog (90º) rotatie wordt bepaald door de boog, op het punt waar de straal de boog raakt.
      • op het scherm
        Geef rotatie op met muis
        de kruisdraden draaien mee met de opgegeven richting.
Eventueel kan hier gewisseld worden tussen 'Verdeel' en 'Centreer'.

Terug naar Inhoudsopgave


Plaatsen en invullen kasten


Algemeen

Kasten kunnen voor 8 soorten installaties worden geplaatst en er zijn 5 verschillende soorten symbolen. Elk van die symbolen kan gebruikt worden voor de installaties. De betekenis van het kastsymbool moet beschreven worden in een renvooi. 

 

Door bij de kasten en andere objecten de relatie met de voedende kast (kastnaam plus groep) aan te geven kunnen in de database de aangesloten en gelijktijdige vermogens van hoofd- en onderverdeelkasten worden berekend.


Plaatsen kast

  1. Selecteer juiste installatie via de toolbars of via de menubalk:
    • Pull-downmenu Centraal:
      •  Voeding Noodstroom
      •  Voeding Hoogspanning
      •  Voeding Laagspanning
      • Railkokersysteem
    • Pull-downmenu Kracht
      •  Hoogspanning
      • Kracht-Verdeelkast
      • Railkokersysteem
      • Kracht Bewaakt
      • Regeling Klimaat
    • Pull-downmenu Licht:
      • Licht-Verdeelkast
      • Railkokersysteem
      • Nood-Licht-Verdeelkast
      • Licht Bewaakt
  2. Selecteer de gewenste kast in het iconen-venster Verdeelkasten
  3. Plaats de kast.


Invullen kastgegevens

  1. Klik op knop in toolbar of ribbon-tab 'Bewerk'
    of
    selecteer 'Block Att - Invullen' in pull-downmenu
  2. Selecteer de in te vullen kast
  3. Geef in het dialoogvenster de gegevens op:
    • Vermogen kast (attribuut staat standaard op onzichtbaar)
      Het vermogen voor de kast is default 1 VA (voor de herkenning bij het tellen en verwaarloosbaar als hij toch wordt meegeteld).
      Wel invullen als de kast een aansluitpunt is en er verder geen andere aansluitpunten naar verwijzen.
      Voor kasten zonder aansluitpunten (zoals regelkasten) hier het totaal vermogen (in VA) invullen
      Indien de turfstaat een vermogen voor de kast genereert (= via database): hier niets invullen (dus op 1 laten staan).
    • Voedende kast (attribuut staat standaard op onzichtbaar)
      Opgave kastnaam van voedende kast. Deze kastnaam moet gelijk zijn aan de Kastnaam in Database bij de voedende kast: Voorbeeld: HKL
    • Voedende groep (attribuut staat op zichtbaar)
      Mag de kastnaam bevatten, maar dan moet de code een scheidingsteken bevatten. Elk scheidingsteken is toegestaan (altijd 1 teken): Voorbeeld: HKL/5 of 5/HKL
    • Kastcode zichtbaar (attribuut staat op zichtbaar - tag: CODE)
      Wordt gebruikt bij het genereren van de groepenverklaring. Zal onder normale omstandigheden gelijk zijn aan Kastcode (naar database) te zijn: Voorbeeld: K7
      Dit hoeft niet als er niets (meer) op de kast aangesloten is,
      Bijvoorbeeld voor een regelkast.
    • Kastcode naar database (attribuut op onzichtbaar - tag: DOEL)
      Deze code bij voorkeur gelijk aan de Kastcode (zichtbaar) nemen. (Verschillend zouden ze kunnen zijn als de TAG CODE = “BMC” en de TAG DOEL = “Brandmeldcentrale” - deze laatste komt dan in de database terecht; de code op de tekening neemt dan minder ruimte in beslag).
      Wordt gebruikt door de database voor het doorrekenen van het vermogen voor het installatieschema. Aansluitpunten met deze kastcode worden door E-Database tot deze kast gerekend. Bijvoorbeeld: K7
    • Ruimtenummer/Bestemming (attribuut staat op onzichtbaar)
    • Materiaalcode (attribuut staat op onzichtbaar)
      • Groepnummer inwendig (attribuut staat op onzichtbaar)
      • Vermogen inwendig (attribuut staat op onzichtbaar)
      • Bestemming inwendig (attribuut staat op onzichtbaar)
        Als Eigen Vermogen niet mag worden verwaarloosd, of als er een aansluitpunt IN de kast zit. Gegeven wordt in de Database opgenomen bij een apart record met objectsoort = ASP.
    • Gelijktijdigheid in procenten (attribuut staat op onzichtbaar)
      Alleen invullen als het afwijkt van de tabel (E-Database). En werkt alleen als Kast wordt gebruikt als aansluitpunt.
    • Aantal voedingen (attribuut staat op onzichtbaar)
    • Montagehoogte (attribuut staat op onzichtbaar)


Voor een goede verwerking van de gegevens is het noodzakelijk dat ieder symbool (hoofdkast, sub-kast, aansluitpunt, contactdoos of armatuur) waarvan het vermogen moet meetellen een verwijzing heeft naar zijn voedende kast. Die voedende kast moet daarvoor dan ook ingevuld zijn in het gelijknamige attribuut Voedende Kast (tag: KAST) van dat symbool en moet exact overeenkomen met de naam die ingevuld is in het attribuut Kastcode naar Database (tag: DOEL) in het symbool van de voedende kast. 

Terug naar Inhoudsopgave


Tekenen kastscheiding


Algemeen

In de plattegrond kan (met een lijn) aangegeven worden waar de kastscheiding is. Door plaatsing van een kastscheidingssymbool kunnen tevens de kasten worden aangeduid.

Kastscheidingen kunnen voor meerdere installaties worden aangegeven.


Kastscheiding tekenen

  1. Selecteer juiste installatie via de toolbars of via de menubalk:
    • Pull-downmenu Centraal:
      •  Voeding Noodstroom
      •  Voeding Hoogspanning
      •  Voeding Laagspanning
      • Railkokersysteem
    • Pull-downmenu Kracht
      •  Hoogspanning
      • Kracht-Verdeelkast
      • Railkokersysteem
      • Kracht Bewaakt
      • Regeling Klimaat
    • Pull-downmenu Licht:
      • Licht-Verdeelkast
      • Railkokersysteem
      • Nood-Licht-Verdeelkast
      • Licht Bewaakt
  2. Selecteer 'Kastscheiding' in het iconen-venster 'Verdeelkasten'
  3. Teken de kastscheiding
De kastscheiding voor zwakstroominstallaties (communicatie en beveiliging) kan getekend worden via keuze 'Klemmenkast'.
NB. Deze kastscheiding heeft geen effect op gegevens in de database. Voor de database geldt de waarde bij het symbool!

Plaatsen symbool kast-namen bij kastscheiding

  1. Selecteer juiste installatie via de toolbars of via de menubalk:
    • Pull-downmenu Centraal:
      1.  Voeding Noodstroom
      2.  Voeding Hoogspanning
      3.  Voeding Laagspanning
      4. Railkokersysteem
    • Pull-downmenu Kracht
      1.  Hoogspanning
      2. Kracht-Verdeelkast
      3. Railkokersysteem
      4. Kracht Bewaakt
      5. Regeling Klimaat
    • Pull-downmenu Licht:
      1. Licht-Verdeelkast
      2. Railkokersysteem
      3. Nood-Licht-Verdeelkast
      4. Licht Bewaakt
  2. Selecteer kast-namen in het iconen-venster Verdeelkasten
  3. Plaats symbool op kastscheiding
    De laag van het symbool Kast-namen wordt afgeleid van de laag van de lijn.


Voeg kastnamen toe aan symbool kastscheiding

  1. Klik op knop in toolbar of ribbon-tab 'Attributen'
    of
    selecteer menukeuze 'Block Att Invullen' in pull-downmenu 'Bewerk',
  2. Selecteer te coderen kastscheidingssymbool
  3. Geef de kastcodes op


Kastnamen overnemen van kast naar kastscheiding

  1. Klik op knop in toolbar of ribbon-tab 'Attributen'
    of
    selecteer menukeuze '1 Att Gelijk' in pull-downmenu 'Bewerk'
  2. Selecteer het (zichtbare) attribuut 'Kastnaam' van de eerste kast (lezen)
  3. Selecteer het kastscheidingssymbool (schrijven)
  4. Selecteer in het invulscherm het attribuut:
    • Kast-1
      of
    • Kast-2
  5. Klik op knop [ OK ]
  6. Toets <Enter> om de functie af te sluiten
  7. Toets <Enter> om de functie te herhalen
  8. Selecteer het (zichtbare) attribuut Kastnaam van de tweede kast (lezen)
  9. Selecteer het kastscheidingssymbool (schrijven)
  10. Selecteer in het invulscherm het attribuut:
    • Kast-1
      of
    • Kast-2
  11. Klik op knop [ OK ]
  12. Toets <Enter> om de functie af te sluiten

Terug naar Inhoudsopgave


Tekenen leidingen


Algemeen

Het soort leiding hangt af van de gekozen installatie:

  • Aardleidingen
  • Sterkstroomleidingen
  • Zwakstroomleidingen

De leidingen zijn te vinden via knoppen , , , of via

  • Pull-downmenu Centraal:
    • Bij Voeding en Aarding
  •     Pull-downmenu Kracht:
    • Bij Kasten
  • Pull-downmenu Licht:
    • Bij Kasten
  • Pull-downmenu Communicatie:
    • bij alle keuzen
  •  Pull-downmenu Beveiliging:
    • bij alle keuzen 

De leidingen kunnen op 3 manieren worden getekend:

  • In het platte vlak (2D) met één vaste hoogte
  • In 3D, door het overnemen van positie en montagehoogte van aangewezen symbolen en goten:
    Lengte is verschil in montagehoogten plus kortste afstand in het platte vlak tussen de twee symbolen
  • In 3D, door het overnemen van positie en montagehoogte van aangewezen symbolen en tevens de plafondhoogte:
    Lengte is afstand montagehoogte tot plafond van beide symbolen plus kortste afstand in het platte vlak tussen de twee symbolen.

Hierbij kan gebruik gemaakt worden van 2 tekenwijzen 

  • Tekenwijze: 3D Polyline
    Alle leidingdelen van het trace worden als één 3D-polyline getekend. Hierdoor kan de leiding (leiding tracé) later makkelijk aangepast worden, maar ze hebben geen zichtbare linetype.
  • Tekenwijze: geen 3D Polyline (vinkje uit)
    Als de leiding niet als 3D Polyline wordt opgezet, worden de leidingen tussen de symbolen als losse polylijnen getekend in een gedraaid UCS. Hierdoor kunnen de leidingen wel een zichtbare linetype hebben.

De leidinglengte kan worden geteld.

De leidingsoort kan worden uitgelezen en bijgeschreven op de tekening.

      

Leidingaanleg tekenen

  1. Selecteer juiste installatie via knop (Licht), (Kracht),  (Nood) in de menubalk en pull-downmenu’s
  2. Geef in het dialoogvenster 'Leidingaanleg' op:
    • Soort leiding: kabel/buis of beide
    • Montagehoogte, vinkjes uit, vaste hoogte invullen
    • Tekenwijze: 3D Polyline of niet
  3. Klik op knop [ OK ]
  4. Teken de leiding

Leidingaanleg van symbool naar symbool

  1. Selecteer juiste installatie via knop (Licht), (Kracht),  (Nood) in de menubalk en pull-downmenu’s
  2. Geef in het dialoogvenster 'Leidingaanleg' op:
    • Soort leiding en montagewijze
    • Hoogte overnemen van symbool
    • Soort leiding en montagewijze
    • Tekenwijze: 3D Polyline of niet
  3. Klik op knop [ OK ]
  4. Wijs het symbool aan, van waaruit de leiding moet beginnen
    Dit symbool bepaalt de laag, verticale lengten en eventueel het kabelnummer;
    Het beginpunt van de leiding start automatisch op het <insertionpoint> van het symbool.
  5. Wijs opeenvolgend de symbolen aan
    • De symbolen dienen geplaatst te zijn met opgave van hoogte
    • De leiding loopt van symbool naar symbool
    • De laag wordt bepaald door het symbool met de hoogste laagnaam.
    • Bij aanwijzen van een goot wordt de leiding haaks op de goot getekend.
      De laag wordt bepaald door het symbool dat het eerst wordt aangewezen.


Leidingaanleg via plafond in 3D tekenen

  1. Selecteer juiste installatie via knop (Licht), (Kracht),  (Nood) in de menubalk en pull-downmenu’s
  2. Geef in het dialoogvenster 'Leidingaanleg' op:
    • Soort leiding en montagewijze
    • Hoogte overnemen van symbool en bij Via Hoogte een waarde invullen.
    • Tekenwijze: 3D Polyline of niet
  3. Klik op knop [ OK ]
  4. Wijs het symbool aan, van waaruit de leiding moet beginnen
    Dit symbool bepaalt de laag, verticale lengten en eventueel het kabelnummer;
    Het beginpunt van de leiding start automatisch op het <insertionpoint>
  5. Wijs opeenvolgend de symbolen aan
    • De symbolen dienen geplaatst te zijn met een hoogte
    • De leiding loopt van symbool naar symbool, via de opgegeven hoogte
    • Bij aanwijzen van een goot wordt de leiding haaks op de goot getekend (dus recht naar de goot toe). Wordt er daarna nog een goot aangewezen, dan gaat de lijn naar het snijpunt van de twee goten, na het aanklikken van een symbool verlaat de lijn de goot weer, haaks van de goot af. 


Terug naar Inhoudsopgave


Bij Cadac maken we onderscheid tussen Sales, Service & Support. Sales & Service vinden wij vanzelfsprekend. Wij helpen u met de aanschaf van uw product, dienst, training of expert en zorgen ervoor dat u probleemloos aan de slag kunt. Gratis en voor niets. U kunt zorgeloos met uw software starten, wij zorgen ervoor dat u het meeste uit uw software kunt halen.

Loopt u tegen technische softwareproblemen aan? Dan kunt u gebruik maken van Cadac Support. Door de juiste informatie in te dienen kunnen wij u zo snel mogelijk helpen

Stel een vraag

Waar heeft u een vraag over?

Kies een locatie

Europa

Wereld