Naar hoofdinhoud

BHV -06- Algemene instellingen - TheModus Suites (Nordined)

How to - BHV (BedrijfsHulpVerlening)

Laatst gewijzigd op 20 mei 2021

INHOUDSOPGAVE

INHOUDSOPGAVE



Algemene instellingen


BedrijfsHulpVerlening


Algemeen

Een reeks aan configuratie bestanden worden binnen de applicatie gebruikt voor het opgeven van standaard instellingen voor de opzet van nieuwe tekeningen, omschrijvingen bij de legenda etc.

Deze instellingen kunnen vanuit de applicatie worden aangepast, of door rechtstreekse aanpassing van de .ini-bestanden in de C:\Gebruikers\<usernaam>\AppData\Roaming\Cadac Group\Techniek 10.x\Bhv\i\, ..\Lib\ of ..\Nk\i mappen met tekstverwerker NotePad.exe.


 

Configuratiebestand aanpassen

  1. Klik op knop    
    of
    selecteer 'Instellingen…' in menu 'BHV' of pull-downmenu 'Applicatie'
  2. Selecteer de juiste directory in venster 'Selecteer Configuratiebestand'
  3. Selecteer het gewenste configuratiebestand
  4. Zoek de sectie op
  5. Selecteer het item in vak 'Veld'
  6. Wijzig in het vak rechtsonder de waarde
  7. Wijzig zonodig andere waarden
    of
    klik op knop [ Opslaan ]
    De waarde wordt opgeslagen; het scherm wordt nog niet ververst. Pas bij aanklikken ander veld wordt het scherm ververst.
  8. klik op knop [ Stoppen ] om het venster te verlaten


Terug naar Inhoudsopgave


Inregelen standaard renvooi


Algemeen

Bij het plaatsen van een standaard renvooi is er een keuze van één of meer renvooien. 

Standaard wordt een A3-renvooi uitgeleverd: Renvooi_A3PS.dwg met daarin een kader, afmeting 75x156 mm en de tekst RENVOOI. Dit kader wordt ingevuld met de gevonden symbolen waarbij voor de precieze plaatsing instellingen uit het configuratiebestand Bv_sym.ini worden gebruikt

Extra renvooien zijn toe te voegen en in te regelen.

Nieuw aangemaakte symbolen moeten worden geplaatst in map C:\Program Files (x86)\Cadac Group\Techniek 10.x\BHV\S\




Aanmaken renvooi-symbool (.dwg)

  1. Teken in een nieuwe tekening een kader (vanaf 0,0) en plaats een tekst voor plaatsing op de layout
    Bij plaatsing van de renvooi in Modelspace zal automatisch een verschaling plaats vinden.
  2. Voeg eventueel algemene teksten en symbolen toe
  3. Sla de tekening op in map:
    C:\Program Files (x86)\Cadac Group\Techniek 10.x\BHV\S\


Nieuw renvooi symbool bekend maken binnen NOR-BHV

  1. Open met Notepad configuratiebestand
    • C:\gebruikers\<user>\AppData\Cadac Group\Techniek 10.x\BHV\i\Bv_sym.ini 
  2. Voeg onder sectie [RENVOOISYM] toe:
    • <naam van het symbool zonder extensie>=<omschrijving>
      • bijv.:
        RENVOOI_A3PS-L=A3 Renvooi Liggend
  3. Kopieer de sectie [RENVOOI_A3PS] en hernoem die naar
    • [<symboolnaam>]
      • bijv.:
        [RENVOOI_A3PS-L]
  4. Wijzig zonodig de waarden bij de variabelen:
    VariabeleFormatToelichting
    Starttovip<X>,<Y>De relatieve positieve in x en coördinaten van het eerste in het renvooi te plaatsen symbool ten opzichte van het insertionpunt van het renvooisymbool
    Regelhoogte<Regelhoogte>De afstand in de y-richting tussen de insertionpunten van de symbolen in het renvooi
    Kolombreedte<Kolombreedte>De afstand in de x-richting tussen de insertionpunten van de symbolen in twee opeen volgende kolommen in het renvooi
    Maxregels<Maxregels>Het maximale aantal symbolen in een kolom van het renvooi. Zijn er meer symbolen dan wordt een nieuwe kolom aangemaakt op de afstand <Kolombreedte> van de vorige kolom
    Predefined<Symboolnaam1>;<symboolnaam2>;de symbolen die al standaard voorgedefinieerd zijn in het renvooisymbool en die dus niet meer als losse symbolen in het renvooi geplaatst hoeven te worden
    teksttovsym<X>,<Y>de relatieve afstand in x en coördinaten tussen het insertionpunt van het symbool en het beginpunt van de bijbehorende tekst
    Teksthoogte<Tekshoogte>de toe te passen teksthoogte voor plaatsing in PS (op papier). Bij plaatsing in MS wordt de verschalingsfactor USERR1 gebruikt
    Txtstyle<code uit Nordind.ini>

    De toe te passen textstyle. De hier op te geven code wordt via de sectie [BHV-TXTSTYLE] uit de Nordined.ini vertaald naar een AutoCAD tekststyle. 

    Mogelijke waardes voor TXTSTYLE zijn: ATT, DIM, TXT, CDE en RNV

    Symscale
    De extra toe te passen verschaling voor de symbolen (niet voor de teksten). Dit komt naast de standaard verschaling. Deze is schaal ‘1’ indien het renvooi in een layout geplaatst is. De schaal die in de sectie [SCHAAL] in de bv_sym.ini voor het symbool gedefinieert is wordt toegepast als het renvooi in modelspace geplaatst is.
    Toepassing

    Als niets ingevuld, dan alle symbolen. 

    Als alleen symbolen van bepaalde symboolgroepen gewenst zijn, dan de sectienaam van de symboolgroepen opgeven, gescheiden door puntkomma's:

    ONTRUIM1414;AANVGEBOUW1414;…

  5. Sla het bestand op


Wijzigen van instellinggegevens

  1. Klik op knop
    of
    selecteer 'Instellingen…' in menu 'BHV' of pull-downmenu 'Applicatie'
  2. Selecteer bestand 'Bv_sym.ini'
  3. klik op knop [ Open ]
  4. Selecteer de selectie en het veld in de vakken linksboven en midden boven
  5. Wijzig de waarde in het vak rechtsonder
  6. Klik op knop [ Wijzig ] om de wijzigingen op te slaan
  7. Wijzig zonodig andere waarden
    of
    klik op knop [ Stoppen ] om het venster te verlaten


Terug naar Inhoudsopgave


Userformaat voor Nor-Kader opgeven


Algemeen

Voor formaten die afwijken van de A-formaten zullen via de configuratie-bestanden Norkdpap.ini en Norkdstm.txt in %AppData%\Cadac Group\Techniek 10.x\Nk\i\ basisafmetingen moeten worden opgegeven, tevens zal moeten worden aangegeven welk stempel geplaatst moet worden.




 

Toevoegen eigen formaat

  1. Open met Notepad.exe het configuratiebestand Norkdpap.ini in %AppData%\Cadac Group\Techniek 10.x\Nk\i\ 
  2. Voeg de eigen formaten toe aan sectie [ALGEMEEN]
  3. Voeg per eigen formaat een sectie toe (b.v. door kopie van een bestaande formaat)
    • geef de naam van het formaat als sectienaam op (tussen [ ])
    • geef de naam van het formaat op als papierformaat=
    • pas de breedte en hoogte aan (let op: bij portrait stand!)
    • geef de afstanden tussen de vouwlijnen op (gerekend vanaf rechtsonder eerst de horizontale afstanden, dan “;” en vervolgens de verticale afstanden.
      Als de regels met vouwlijnen worden weggelaten zal de keuze om vouwlijnen te plaatsen voor dit formaat vervallen.
  4. Sla het bestand Norkdpap.ini op


Stempel beschikbaar maken voor formaat

  • In ..\Norkdpap.ini is het eigen formaat reeds toegevoegd.
  1. Open met Notepad.exe het configuratiebestand Norkdstm.txt in %AppData%\Cadac Group\Techniek 10.x\Nk\i\ 
  2. Voeg regels toe  (LANGA3,TEKEN,PLOTTEK;Stempel1)
    • Formaatnaam
    • , (komma)
    • Hoofdgroep (bijv, TEKEN)
    • , (komma)
    • Subgroep (bijv. PROJTEK of PLOTTEK)
    • ; (puntkomma)
    • stempelnaam (b.v. stempel1 - zonder de extensie .dwg)
      Dit stempel dient te staan in C:\Program Files (x86)\Cadac Group\Techniek 10.x\Nk\S\ om door het programma gevonden te worden.
      Voor automatische invulling van een aantal velden moeten in het stempel attributen met tag-namen zijn opgenomen die voorkomen in %AppData%\Cadac Group\Techniek 10.x\Nk\i\Norkdstd.ini
  3. Sla het bestand Norkdstm.txt op


Koppelen eigen formaat aan AutoCAD Custom formaat

  1. Klik met de rechter muistoets ergens op de layout
  2. Selecteer in het popup menu 'NOR Kader', 'Plaats kader'
    of
    klik op knop
  3. Selecteer tabblad 'Filter papiersoorten' in venster 'Instellingen kader'
  4. Selecteer een AutoCAD papiersoort
  5. Selecteer een formaat (configuratiebestand Norkdpap.ini wordt hiervoor gebruikt)
  6. Klik op knop [ Sla op ] om de combinatie vast te leggen (in configuratiebestand Norkdpap.ini)
    Op tabblad 'Plaats Kader' wordt het formaat beschikbaar gesteld en zijn tevens de keuzen voor stempel, en vouwlijnen beschikbaar.


Terug naar Inhoudsopgave


Printen/Plotten tekening


Algemeen

De keuze voor een bepaalde printer of plotter heeft consequenties voor de mogelijke papierformaten en kleurinstellingen.

  • Een A4-printer kan alleen A4 formaten printen;
  • Een A3-printer kan afhankelijk van de beschikbare papierbakken A4 en/of A3 formaten aan;
  • Plotters met losse vellen, en A4- en/of A3-printers kunnen niet het volledige papieroppervlak gebruiken: een marge van 4 tot 10mm rondom kan niet gebruikt worden; deze printer/plotters hebben een specifiek maximaal afdrukbereik dat kleiner is dan de standaard A-formaten.
  • Er bestaan kleuren- en zwart/wit-plotters;
    De Beveiligingstekening moet in kleur worden geplot. Indien U geen kleurenplotter ter beschikking heeft zal het printen moeten worden uitbesteed. De plotservice-centra vragen meestal een z.g. plot-file. Die maakt u aan door naar bestand te plotten met de plotinstellingen van een kleurenplotter.


Om de arceringen en lijnen onder de beveiligingssymbolen onzichtbaar te maken moeten enkele speciale AutoCAD-commando’s worden uitgevoerd.


Het plotten of printen van een tekening gebeurt met het AutoCAD-commando <PLOT>

Dit kan op twee manieren gebeuren:

  1. Plotten op plotschaal in MODELSPACE
  2. Plotten 1:1 in PAPERSPACE

Met NOR-BHV moeten kleurenplots worden gemaakt: behalve de pendikte is ook de penkleur van belang. In C:\Program Files (x86)\Cadac Group\Techniek 10.8\BHV\B\ is het bhv.ctb-bestand opgenomen, die tijdens het PLOT-commando kan worden ingelezen: hiermee worden peninstellingen ingelezen.

De volgende laaginstellingen bestaan:

  • Standaard kleurnummers 0 t/m 8    voor zwart, met standaard lijndiktes
  • Voor onderstaande kleurnummers moeten pendiktes worden opgenomen in de plotterdefinitie of door inlezen van b.v. C:\Program Files (x86)\Cadac Group\Techniek 10.8\BHV\B\Bhv.ctb


KleurnummerPennr./KleurPendikte
KleurnummerPennr./KleurPendikte
17 - zwart0.13
8063,255,0 - groen 0.01
27 - zwart0.18
8241,165,0 - groen 0.01
37 - zwart0.25
903 - groen0.01
47 - zwart0.35
1103 - groen0.01
57 - zwart0.50
1160,76,38 - donkergroen0.01
67 - zwart0.70
1400,191,255 - lichtblauw0.01
77 - zwart0.18
1505 - blauw0.01
87 - zwart0.01
1540,63,127 - blauw0.01
9192,192,192 - grijs0.01
1600,63,255 - blauw0.01
201 - rood0.01
1705 - blauw0.01
30255,127,0 - oranje0.01
1905 - blauw0.18
402 - geel0.01
2401 - rood0.01
502 - geel0.01
2501 - rood0.01
512 - geel0.01
253252,252,252 - wit0.01
602 - geel0.01
254254 - grijs0.01
703 - groen0.01
255252,252,252 - wit 0.01

                  

1.    Modelspace

Bij het starten van de tekening is opgegeven of kader en stempel in MODELSPACE of in PAPERSPACE gezet moeten worden en er is al rekening gehouden met de plotschaal en tekeningformaat. 

Bij in MODELSPACE worden de afmetingen van tekeningkader en teksten voor het plaatsen vermenigvuldigd met de opgegeven plotschaal. Verder wordt alles in schaal 1:1 getekend.

Tekst en kader zijn dus tijdens het plaatsen op de tekening verschaald; de tekening zelf is 1:1

Als bij het plotten een andere plotschaal wordt opgegeven zullen teksthoogte, formaat en een deel van de stempelinformatie niet meer juist zijn.

Plotten vanuit ModelSpace

  1. Klik op knop
    of
    selecteer 'Plot...' in menu 'Bestand'
  2. Selecteer in het venster de juiste plotterconfiguratie en lees eventueel de pen-instelling (.PCP-bestand) in.
  3. Selecteer het juiste papierformaat
  4. Geef de juiste schaal op
  5. Selecteer wat geplot moet worden (Display, Extends etc.)
  6. Selecteer 'Hide lines' om arceringen/lijnen onder symbolen onzichtbaar te maken
  7. Controleer de plot met knop [ Preview ], optie 'Full preview'
  8. Klik op knop [ OK ]


2.    Paperspace / Layout

Bij het starten van de tekening is opgegeven of kader en stempel in MODELSPACE of in PAPERSPACE gezet moeten worden en er is al rekening gehouden met de plotschaal en tekeningformaat. Bij plaatsing in PAPERSPACE worden de afmetingen van tekeningkader en stempel 1:1 geplaatst en wordt een venster geopend. De echte tekening wordt in MODELSPACE eveneens 1:1 getekend.

Het venster in PAPERSPACE laat de tekening verschaald zien.


Er wordt altijd 1:1 geplot vanuit PaperSpace

Er moet gezorgd worden dat arceringen en lijnen onderbroken worden t.p.v. de geplaatste symbolen.


Wat kan er fout gaan

  • Alleen het venster wordt geplot, niet het Paperspace gedeelte, hoewel dat wel op het scherm zichtbaar is:
    Als de tekening in Modelspace staat, wordt alleen het 'Actieve venster' geplot.


Voorbereiden onderbreken arceringen en lijnen

  1. Type MVIEW
  2. Type H (Optie Hideplot)
  3. Type O (Optie ON)
  4. Selecteer (rand van) venster waarbinnen lijnen moeten worden verborgen.
    Zet zonodig de laag van het venster, BL$3a---_Vports, eerst aan.


Plotten

  1. Klik op knop
    of
    selecteer 'Plot...' in menu 'Bestand'
  2. Selecteer in het venster de juiste plotterconfiguratie en lees eventueel de pen-instelling (.PCP-bestand) in
  3. Selecteer het juiste papierformaat
  4. Geef als plotschaal op 1
  5. Selecteer wat geplot moet worden (Display, Extends etc.)
  6. Vink aan 'Hide objects'
  7. Controleer de plot met knop [ Preview ], optie 'Full preview'
  8. Klik op knop [ OK ]
    Zet de hulplijnen uit vóór het plotten / printen
    Let op de plotschaal:
    - Als de tekening in paperspace staat: plot 1:1
    - Als de tekening in modelspace staat: plot 1:<schaal>
    Gebruik de <preview>,<full> optie in het plotscherm.


Terug naar Inhoudsopgave



Bij Cadac maken we onderscheid tussen Sales, Service & Support. Sales & Service vinden wij vanzelfsprekend. Wij helpen u met de aanschaf van uw product, dienst, training of expert en zorgen ervoor dat u probleemloos aan de slag kunt. Gratis en voor niets. U kunt zorgeloos met uw software starten, wij zorgen ervoor dat u het meeste uit uw software kunt halen.

Loopt u tegen technische softwareproblemen aan? Dan kunt u gebruik maken van Cadac Support. Door de juiste informatie in te dienen kunnen wij u zo snel mogelijk helpen

Stel een vraag

Waar heeft u een vraag over?

Kies een locatie

Europa

Wereld