Naar hoofdinhoud

Stroomkringschema LT -10- Eigen symbolen - TheModus Suite LT (Nordined LT)

How to - Stroomkringschema LT

Laatst gewijzigd op 20 mei 2021

INHOUDSOPGAVE



Eigen symbolen

Eigen symbolen maken


Eigen symbolenzijn aan te maken en in een eigen symbolenmenu te zetten.

Vanuit dit eigen symbolenmenu kunnen de symbolen op tekening worden geplaatst.

 

 

Aanmaken nieuw symbool

  • Teken het symbool
    Tip: neem de attributen over van een soortgelijk standaard symbool van de applicatie
  1. Selecteer knop [ Eigen ] in Knoppenbalk NOR-Stroomkringschema LT
  2. Selecteer menukeuze 'Symbolen toevoegen'
    Gevraagd wordt: Eigen Symbool aanmaken uit tekening ?.
  3. Klik op knop [ Ja ]
  4. Selecteer alle elementen van het te maken symbool en de elementen die op de afbeelding in het iconenmenu moeten komen te staan.
  5. Klik op [ OK ] in het commandovenster
    of
    toets <F11>.
    Deze selectie is nu als enige zichtbaar op het scherm
  6. Vul in venster 'Eigen symbool' aanmaken de gegevens in
    • Symboolnaam en omschrijving, die in het plaatsingsmenu moet komen
      NB: Voor contacten van een thermisch relais moet in de omschrijving de tekst “Thermisch” voorkomen, om door de applicatie herkend te worden als contact van een thermisch relais.
    • Menu en submenu waarin symbool getoond moet worden; eventueel nieuwe menu of submenu aanmaken via knop [ Nieuw ] bij respectievelijk 'Menu' en 'Submenu'
      Zie ook: Eigen symbolenmenu wijzigen
      Omdat bij het aanmaken van een submenu ook om een slide wordt gevraagd of een slide wordt aangemaakt, is het aan te raden om het submenu eerder of later aan te maken.
      In het laatste geval kan een symbool altijd verplaatst worden naar het nieuwe submenu.
  7. Klik op knop [ Aanmaken ]
  8. Geef het invoegpunt van het symbool op tekening aan.
    Voor een enkelvoudig symbool kan deze het beste ter hoogte van de meest rechtse (of de enige) draad en ter hoogte van het midden van het symbool geplaatst worden.
  9. Klik op knop [ OK ]
  10. Selecteer alle elementen van het te maken symbool
  11. Klik op knop [ OK ]
  12. Geef gebied aan voor maken afbeelding
  13. Klik op knop [ OK ]
  14. Geef nu in het dialoogvenster 'Wijzigen extra parameters eigen symbolen' het volgende in:
    • Voor een enkelvoudig symbool:
      1. Klik in het veld ‘opbreekafstand’ achter het betreffende symbool en geef de lengte in waarover een lijn moet worden opgebroken als dit symbool erin geplaatst wordt.
        Standaard wordt in dit veld de waarde getoond, die ingesteld is in de Algemene Instellingen
        (knop
        [ Opties ], bij het veld ‘Standaard opbreeklengte bij Eigen Symbolen’)
      2. Klik in het veld ‘aantal lijnen’ en geef het aantal lijnen op dat moet worden opgebroken als het symbool erin geplaatst wordt (gelijk aan het aantal polen van het symbool).
        Standaard staat deze op 1
      3. Laat het veld 'Exploderen' op 'False' staan. 
      4. Voor het veld 'Soort Symbool':
        • Als het symbool een relaisspoel, contact, automaat/schakelaar betreft, selecteer deze omschrijving dan uit de lijst bij 'Soort symbool' onderin het dialoogvenster. Klik op [ Ja ]bij de vraag “Symboolsoort van ..... wijzigen in ....?”
          Hierdoor worden de zelf aangemaakte symbolen voor wat betreft plaatsen, coderen en verwijzen door de applicatie gezien als contacten,  spoelen, etc.  
        • Als het symbool niet voorkomt in de lijst bij 'Soort symbool', laat dan het veld 'Soort symbool' leeg.
          Als hierbij de attributen Ek-oms, Ek-Fab, Ek-mtl en Ek-mat aan het eigen symbool zijn toegevoegd kunnen gegevens voor deze symbolen worden ingevuld via “Overige symbolen”. Hierdoor kunnen ook type en afmetingen worden ingevuld. Deze laatste zijn van belang voor de kastindeling.
          Als
          “Soort symbool” leeg is en bovengenoemde attributen zijn niet aanwezig worden gegevens ingevuld via het venster 'Edit Attributes'.
    • Voor een eigen groep symbolen:
      1. Klik in het veld 'Exploderen'.
        Deze verandert nu van 'False'  in 'True'. De groep zal nu bij plaatsing worden geëxplodeerd, zoals dit ook gebeurt bij de standaard aanwezige hoofd- en stuurstroomgroepen. 
        • Het veld ‘Soort symbool’ moet leeg blijven. De overige velden zijn niet van belang.
NB: Als de afzonderlijke symbolen van een eigen aangemaakte groep  van te voren  zijn gecodeerd met de functie Waarden, dan blijven de gegevens (fabrikaat, type, enz.) behouden na plaatsing van de groep.

Opnemen bestaand symbool

Deze optie werkt het beste met symbolen die al zijn aangemaakt met NOR-Sklt. Er wordt hierbij ook van uitgegaan dat een slide van dit symbool (<>.sld) aanwezig is.
  • Symbool is al op de harde schijf/server aanwezig
  1. Selecteer knop [ Eigen ] in Knoppenbalk NOR-Stroomkringschema LT
  2. Selecteer menukeuze 'Symbolen toevoegen'
    Gevraagd wordt of een symbool uit de tekening moet worden aangemaakt.
  3. Klik op knop [ Nee ]
  4. Selecteer 'Symbool van schijf' en klik op knop [ Ophalen ]
  5. Selecteer 1 of meerdere symbolen van schijf
  6. Vul in venster 'Eigen symbool aanmaken' per symbool de overige gegevens in:
    1. Symboolomschrijving, die in het plaatsingsmenu moet komen
    2. Menugroep waarin symbool getoond moet worden; eventueel nieuwe groep aanmaken
    3. Laag waarop symbool geplaatst moet worden; eventueel via knop [ Selecteren ]
  7. Klik op knop [ Aanmaken ]
    Het symbool wordt opgenomen in het menu.

Aanmaken eigen klem-symbool voor gebruik met eigen klemtype

  1. Maak via knop [ Relaties ], 'Eigen Type', 'Klemmen' een eigen type klem aan
    Zie 'Eigen typen symbolen maken/wijzigen'
  2. Teken het klem-symbool 
  3. De volgende attributen moeten daarbij geplaatst worden
    • EK_K0
    • EK_K1
    • EK_MTL
    • EK_OMS
    • EK_FAB
      Tip: neem de attributen over van een soortgelijk standaard symbool van de applicatie. Kopieer die en wijzig de naam en tag van deze kopieën in de ontbrekende attribuut namen en tags.
  4. Selecteer knop [ Eigen ] in Knoppenbalk NOR-Stroomkringschema LT
  5. Selecteer menukeuze 'Symbolen toevoegen'
    Gevraagd wordt: Eigen Symbool aanmaken uit tekening ?.
  6. Klik op knop [ Ja ]
  7. Selecteer alle elementen van het te maken symbool en de elementen die op de afbeelding in het iconenmenu moeten komen te staan.
  8. Klik op [ OK ] in het commandovenster
    of
    toets <F11>.
    Deze selectie is nu als enige zichtbaar op het scherm
  9. Vul in venster 'Eigen symbool aanmaken' de gegevens in
    • Symboolnaam en omschrijving, die in het plaatsingsmenu moet komen
    • Menugroep waarin symbool getoond moet worden; eventueel nieuwe groep aanmaken
  10. Klik op knop [ Aanmaken ]
  11. Geef het invoegpunt van het symbool op tekening aan.
    Deze kan het beste ter hoogte van de meest rechtse (of de enige) draad en ter hoogte van het midden van het symbool geplaatst worden.
  12. Klik op knop [ OK ]
  13. Selecteer alle elementen van het te maken symbool
  14. Klik op knop [ OK ]
  15. Geef gebied aan voor maken afbeelding
  16. Klik op knop [ OK ]
    dialoogvenster 'Wijzigen extra parameters eigen symbolen' verschijnt.
  17. Klik in het veld ‘opbreekafstand’ achter het betreffende symbool en geef de lengte in waarover een lijn moet worden opgebroken als dit symbool erin geplaatst wordt.
    Standaard wordt in dit veld de waarde getoond, die ingesteld is in de Algemene Instellingen
    (knop
    [ Opties ], bij het veld ‘Standaard opbreeklengte bij Eigen Symbolen’).
  18. Klik in het veld ‘aantal lijnen’ en geef het aantal lijnen op dat moet worden opgebroken als het symbool erin geplaatst wordt (gelijk aan het aantal polen van het symbool).
    Standaard staat deze op 1
  19. Laat het veld 'Exploderen' op 'False' staan. 
  20. Voor het veld 'Soort Symbool':
    • Selecteer "Klemmen" uit de lijst bij 'Soort symbool' onderin het dialoogvenster. Klik op [ Ja ] bij de vraag “Symboolsoort  wijzigen in "Klemmen"?”
      Hierdoor worden de zelf aangemaakte symbolen voor wat betreft plaatsen, coderen en verwijzen door de applicatie gezien als klemmen.
      Bij de klemmenstrookcodering kan nu type en fabrikaat worden toegewezen aan zo'n eigen klemsymbool.
      Bij het plaatsen van de klem op de kastindeling zal de klem met de afmeting van het ingegeven type worden geplaatst. Zie ook Plaatsen materialen.


Terug naar Inhoudsopgave


Eigen symbolenmenu wijzigen


Bij het aanmaken van de eigen symbolen wordt het een eigen symbolenmenu opgebouwd. Dit eigen symbolenmenu is achteraf aan te passen.

De volgende wijzigingen zijn mogelijk:

  • Wijzigen van de naam van een menu en submenu
  • Toevoegen van een nieuw eigen menu en submenu
  • Verplaatsen van symbolen naar ander menu/submenu
  • Verwijderen van symbolen
  • Wijzigen extra parameters

 


Symbolenmenu en submenu wijzigen, toevoegen of verwijderen

  1. Selecteer knop [ Eigen ] in Knoppenbalk NOR-Stroomkringschema LT
  2. Selecteer menukeuze 'Wijzigen menu'
  • Aanmaken nieuw menu
    1. Klik in vak 'Huidig menu wijzigen' op knop [ Nieuw menu ]
    2. Geef de naam op in het popup venster
    3. Klik op knop [ OK ]
  • Menunaam wijzigingen
    1. Selecteer linksboven in het venster het te wijzigen menu 
    2. Klik in vak 'Huidig menu wijzigen' op knop [ Menunaam wijzigen ]
    3. Geef de nieuwe naam op in het popup venster
    4. Klik op knop [ OK ]
  • Aanmaken nieuw submenu
    1. Vink midden boven in het venster 'Submenu' aan
      Onder in het venster worden submenu gegevens en knoppen zichtbaar.
    2. Klik in vak 'Huidig submenu wijzigen' op knop [ Nieuw submenu ]
    3. Geef in het popup venster 'Submenu toevoegen' op:
      • de omschrijving van het nieuwe menu
      • in welk menu het submenu moet worden aangemaakt
      • geef op of de slide van schijf moet komen, dat de slide moet worden aangemaakt
    4. Klik op knop [ Aanmaken ]
  • Submenunaam aanpassen of submenu verwijderen
    1. Vink midden boven in het venster 'Submenu' aan
      Onder in het venster worden submenu gegevens en knoppen zichtbaar.
    2. Selecteer rechtsboven het aan te passen submenu
    3. Klik in vak 'Huidig submenu wijzigen' op knop [ Submenunaam wijzigen ]
    4. Geef in het popup venster op
      • Voor een nieuwe naam:
        Geef de nieuwe naam op en klik op [ OK ]
      • Voor verwijderen:
        Maak veld leeg en klik op [ OK ] en bevestig dit in het vervolgvenster
  • Volgorde submenu's in menu aanpassen
    1. Vink midden boven in het venster 'Submenu' aan
      Onder in het venster worden submenu gegevens en knoppen zichtbaar.
    2. Selecteer boven in het venster het menu en vervolgens het submenu
    3. Klik in vak 'Huidig submenu wijzigen' op knop [ Volgorde ]
    4. Geef in het popup venster 'Volgorde binnen menu 'x'' het volgnummer op
    5. Herhaal stap 2 t/m 4 voor elk submenu
  • Submenu verplaatsen naar ander menu
    1. Vink midden boven in het venster 'Submenu' aan
      Onder in het venster worden submenu gegevens en knoppen zichtbaar.
    2. Selecteer boven in het venster het menu en vervolgens het submenu
    3. Selecteer in vak 'Huidig submenu wijzigen' het menu waar het actieve submenu moet worden verplaatst 
    4. Klik in vak 'Huidig submenu wijzigen' op knop [ Verplaats submenu ]


Symbolen in menu en submenu wijzigen of verwijderen

  1. Selecteer knop [ Eigen ] in Knoppenbalk NOR-Stroomkringschema LT
  2. Selecteer menukeuze 'Wijzigen menu' 
  3. Selecteer in venster 'Wijzigen eigen menu' de menugroep en vervolgens het te wijzigen symbool
    • Met knop [ Verwijder symbolen ]wordt het symbool uit het menu verwijderd;
      Als het aankruisvak 'Ook van schijf' ‘aan’ staat wordt het symbool ook van schijf verwijderd!
    • Na keuze ander menu verplaatsen van symbool met knop [ Verplaats symbool ];
    • Na klikken op symbool kunnen Omschrijving en Verschaling (True/False) aangepast worden.
    • Na aanklikken van knop [ Extra Gegevens ] wordt het dialoogvenster 'Wijzigen extra parameters eigen symbolen' getoond. De gegevens kunnen hierin gewijzigd worden.
      Zie hiervoor Eigen symbolen maken.
      Voor NOR-Stroomkringschema LT kan de Laagnaam niet aangepast worden!
  4. Klik op knop [ Sluiten ]

Terug naar Inhoudsopgave


Eigen symbolen plaatsen


De eigen symbolen zijn vanuit aparte eigen symbolenmenu’s te plaatsen. Het menu 'Algemeen' is standaard aanwezig. 

 


Plaatsen eigen symbolen

1.    Selecteer knop [Eigen] in Knoppenbalk NOR-Stroomkringschema LT

2.    Selecteer (een) eigen menu

3.    Selecteer het gewenste symbool in het iconenvenster 

Of selecteer een submenu (herkenbaar aan het folder-icon) en daarin het gewenste symbool

Gebruik knop [Hoofdmenu] om vanuit een submenu terug te gaan

4.    De optie In lijn moet worden aangevinkt als het symbool in lijn geplaatst moet worden.

Het aantal lijnen en de afstand waarover deze worden opgebroken kan worden gewijzigd in het dialoogvenster Wijzigen extra parameters eigen symbolen (knop [Eigen], menukeuze Wijzigen menu, knop [Extra gegevens])

5.    Klik op knop [Plaatsen]

6.    Geef het insertiepunt op in de tekening

7.    Bepaal de rotatie (niet nodig als optie In Lijn is aangevinkt)

8.    Klik op knop [OK]

9.    Het symbool kan nu via dezelfde dialoogvensters als bij het plaatsen van de standaard symbolen en groepen worden gecodeerd:

    Coderen per groep, als een groep symbolen wordt geplaatst

(in het dialoogvenster Extra parameters eigen symbolen  is bij het aanmaken van de groep het veld Exploderen op True gezet).

    Coderen volgens de functie Waarden, als een enkelvoudig symbool is geplaatst. 

(in het dialoogvenster Extra parameters eigen symbolen  is bij het aanmaken van de groep het veld Exploderen op False gezet).

10.    Zelfde symbool nogmaals plaatsen?

    Ja        Klik op knop [Volgend]

    Nee    Klik op knop [Stoppen]

Het symbool wordt automatisch op de juiste laag van het huidige blad geplaatst 

Wat kan er fout gaan

  • Na plaatsen van een eigen groep wordt de groep niet geëxplodeerd in losse onderdelen
    • In het dialoogvenster 'Extra parameters eigen symbolen' staat het veld 'Exploderen' op 'False' voor deze groep
      1. Ga naar het dialoogvenster 'Extra parameters eigen symbolen'
        (knop [ Eigen ], menukeuze 'Wijzigen menu', knop [ Extra gegevens ])
      2. Klik op het veld 'Exploderen' achter de te plaatsen groep.
        De waarde van dit veld verandert nu van 'False' in 'True'
      3. Verwijder de geplaatste groep en plaats deze opnieuw
    • Er is na plaatsing niet op de knop [ OK ] geklikt, maar op de knop [ Stoppen ]
      1. Verwijder de geplaatste groep en plaats deze opnieuw
  • Bij het plaatsen van een eigen groep komt deze niet aan de kruisdraden te hangen, maar wordt de muiswijzer een selectievierkantje.
    • De optie 'In Lijn'in het iconenmenu was aangevinkt bij plaatsing
      1. Sluit het commandovenster via de knop [ Stoppen ]
      2. Plaats de eigen groep opnieuw, met de optie 'In Lijn' niet aangevinkt


Terug naar Inhoudsopgave


Eigen stempel


Bij het starten van een nieuwe tekening kunt u uw eigen stempel automatisch plaatsen. 

Welk stempel geplaatst wordt is op te geven in het dialoogvenster 'Algemene Instellingen' in het vak 'Stempel'.

Het stempel is opgebouwd uit twee .dwg-bestanden.

  • Het algemeen gedeelte met de lijnen, vignet en vaste teksten
    Dit stempeldeel wordt slechts eenmalig in de tekening geplaatst, als block of als xref
  • Het variabele gedeelte bevat de attributen van het stempel.
    Dit stempeldeel wordt voor elk blad opnieuw op de tekening geplaatst

Een voorbeeld-stempel staat in map C:\Program Files (x86)\Cadac Group\LT 7\SKLT\S en bestaat uit StmpAlg.dwg (het algemeen gedeelte) en StmpAtt.dwg (het variabele attribuut gedeelte).


Binnen de installatie-tekening kunnen alleen de variabele teksten worden gewijzigd; andere wijzigingen moeten in de .dwg-bestanden zelf worden aangepast.

 


Aanpassen bestaand stempel, Algemeen deel en Attribuut deel

  1. Sluit de applicatie NOR-Sklt af
  2. Start in AutoCAD LT vanuit map C:\Program Files (x86)\Cadac Group\LT 7\SKLT\S tekening:
    • StmpAlg.dwg
      1. Wijzig en/of teken vaste gegevens met standaard AutoCAD-commando’s in StmpAlg.dwg
      2. Sla de tekening op met commando <SAVE> in map C:\ProgramData\Cadac\LT\7\NOR-Stroomkringschema  LT\U
        of
        sla de tekening op met <SAVEAS> op in een map. Dit voorkomt dat uw stempel wordt overschreven bij installatie van een nieuwe Lt versie.
    • StmpAtt.dwg, afhankelijk van welk deel moet worden aangepast.
      • Voeg attributen toe (menu Draw, keuze Block, Define Attributes… of met <DDATTDEF>)
      • Wijzig attributen met commando <DDMODIFY> >)
        1. Sla de tekening op met commando <SAVE> in map C:\ProgramData\Cadac\LT\7\NOR-Stroomkringschema  LT\U
          of
          sla de tekening op met <SAVEAS> op in een map. Dit voorkomt dat uw stempel wordt overschreven bij installatie van een nieuwe Lt versie.
  3. Start NOR-Stroomkringschema LT
  4. Selecteer via [ Opties ], [ Alg. Instellingen ], tabblad 'Stempel' de gewijzigde stempel-bestanden met de knoppen [<<] bij 'Alg.deel' en 'Attribuut deel'


Maken nieuw stempel voor het algemene deel

  • Stroomkringschema LT moet niet zijn gestart
  1. Start in AutoCAD LT nieuwe tekening.
  2. Teken lijnen, plaats vaste teksten en symbolen met standaard AutoCAD-commando’s.
  3. Maak stempel-symbool aan
  4. Selecteer in menu Draw, keuze Block, Make, optie DWG File
    of
    type commando <WBLOCK>
  5. Geef een naam voor het algemeen gedeelte op in map C:\ProgramData\Cadac\LT\7\NOR-Stroomkringschema  LT\U
    bijvoorbeeld AlgemeenDeel.dwg
  6. Blockname:
    toets <ENTER>
  7. Selecteer alle elementen van het stempel
  8. Geef als invoegpunt op de rechter benedenhoek
    Hierna verdwijnt het stempel uit de tekening, en wordt weggeschreven naar de harde schijf.
  9. Start NOR-Stroomkringschema LT
  10. Selecteer via [ Opties ], [ Alg. Instellingen ], tabblad 'Stempel' de nieuwe stempel-bestand met de knop [<<] bij 'Alg.deel' 

Maken nieuw stempel voor het attribuut deel

  • Stroomkringschema LT moet niet zijn gestart
  1. Start in AutoCAD LT nieuwe tekening.
  2. Voeg attributen toe (menu Draw, keuze Block, Define Attributes… of met <DDATTDEF>)
  3. Maak stempel-symbool aan
  4. Selecteer in menu Draw, keuze Block, Make, optie DWG File
    of
    type commando <WBLOCK>
  5. Geef een naam op voor het attribuut deel in map C:\ProgramData\Cadac\LT\7\NOR-Stroomkringschema LT\U
    bijvoorbeeld AttribuutDeel.dwg
  6. Blockname:
    toets <ENTER>
  7. Selecteer alle elementen van het stempel
  8. Geef als invoegpunt op de rechter benedenhoek
    Hierna verdwijnt het stempel uit de tekening, en wordt weggeschreven naar de harde schijf.
  9. Start NOR-Stroomkringschema LT
  10. Selecteer via [ Opties ], [ Alg. Instellingen ], tabblad 'Stempel' de nieuwe stempel-bestand met de knop [<<] bij 'Attribuut deel' 

Opmerkingen

  1. Het algemeen gedeelte van het stempel wordt automatisch geplaatst
    • op laag EL$4A---_STEMPEL.
    • alle elementen in het stempel die op Laag 0 waren getekend/geplaatst krijgen de kleur en lijntype van de laag waarop het stempel wordt geplaatst.
  2. Indien verscheiden kleuren en/of lijntypes nodig zijn kan dit op 2 manieren gebeuren:
    • Kleur en lijntype per element bepalen
      of
    • Extra lagen aanmaken met eigen kleuren, b.v.:
      • EA$4A---_STEMPEL voor arceringen
      • ET$4A---_STEMPEL voor (vaste) teksten


Terug naar Inhoudsopgave



Bij Cadac maken we onderscheid tussen Sales, Service & Support. Sales & Service vinden wij vanzelfsprekend. Wij helpen u met de aanschaf van uw product, dienst, training of expert en zorgen ervoor dat u probleemloos aan de slag kunt. Gratis en voor niets. U kunt zorgeloos met uw software starten, wij zorgen ervoor dat u het meeste uit uw software kunt halen.

Loopt u tegen technische softwareproblemen aan? Dan kunt u gebruik maken van Cadac Support. Door de juiste informatie in te dienen kunnen wij u zo snel mogelijk helpen

Stel een vraag

Waar heeft u een vraag over?

Kies een locatie

Europa

Wereld