Naar hoofdinhoud

Sanitair LT -04- Functies Enkellijnig - TheModus Suite LT (Nordined LT)

How to - Sanitair LT

Laatst gewijzigd op 20 mei 2021

INHOUDSOPGAVE

INHOUDSOPGAVE



Functies Enkellijnig

Tekenen leidingen (enkellijnig)


Leidingen kunnen enkelvoudig of gecombineerd worden getekend. Diverse leidingsoorten zijn te kiezen. Binnen de gekozen leidingsoort is een type op te geven.

Bij afvoerleidingen worden haakse bochten automatisch afgeschuind.

  • Tekenen als flexibel is mogelijk:
    als kromme (vloeiende lijn) of met afgeronde hoeken (straal op te geven)
  • 2D tekenen is mogelijk, waarbij verticale leidingen door symbolen worden aangegeven via knop [Bewerk], Zakbocht / Stijgleiding
  • 3D tekenen is mogelijk door gebruik te maken van venster Z-Waarde 
Afvoeren worden automatisch afgeschuind. Onder knop [ Opties ] kan de standaardwaarde worden opgegeven.
Als 3D wordt getekend (verticale leidingen door ingeven Z-waarden) worden bij het tellen ook de verticale leidingen meegenomen.
Als verticale leidingen alleen als (2D-)symbool worden weergegeven (via knop [ Bewerk ]) worden de verticale lengten niet meegeteld.
De bovenste leiding in het venster is de meest linkse leiding in de bundel.
De offset wordt toegepast t.o.v. de basislijn. Met andere woorden
- basislijn is Links, offset is aan linkerkant van de bundel (dus naar rechts)
- basislijn is Rechts, offset is aan rechterkant van de bundel (dus naar links)
- basislijn is Midden, offset van de bundel is naar links.

 


Commandovenster, hierin altijd commando's en selecties bevestigen via knop [ OK ] of toets <F11>


Opgeven Z-waarde voor tekenen verticale leidingen in stappen van 50, 100 en 500mm

Voorbeeld: +500 geeft @0,0,500


Tekenen enkele leiding

  • Selecteer icon-knop  (Enkel-lijnig) in Knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  1. Selecteer icon-knop  (Leidingen) in Knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Enkele leiding' in het rolmenu
  3. Selecteer soort leiding in het venster 'Leidingen'
    • Afvoer
    • Tapwater
    • Gassen
    • Brand
  4. Selecteer type leiding en geef diameter en peilmaat op
  5. Klik op knop [ OK ]
  6. Teken basislijn (opeenvolgende lijnstukken)
    • als verticale leiding getekend moet worden:
      Geef verandering in peilmaat aan in venster Z-Waarde.
      (2x klikken op -500 levert verticale leiding van 1000mm op)
    • als hele (poly)lijn fout is getekend:
      klik op knop [Opnieuw]  in het commandovenster
    • als lijnstuk fout is getekend:
      type: u   gevolgd door <Enter>
  7. Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>
    De getekende polylijn wordt vervangen door de gewenste leiding met afschuiningen in de haakse bochten van de afvoerleidingen.
    Telkens aanééngesloten leidingdelen tekenen.

Tekenen combinatie van leidingen

    Selecteer icon-knop   (Enkel-lijnig) in Knoppenbalk NOR-Sanitair LT

  1. Selecteer icon-knop   (Leidingen) in Knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Combinatie' in het rolmenu
    Als een leiding combinatie als standaard is ingesteld zullen die leidingen in venster Leidingen worden getoond. Met knop [ Wissen ] kunnen deze gegevens worden verwijderd uit het venster
  3. Selecteer soort leiding in het venster Leidingen
    • Afvoer
    • Tapwater
    • Gassen
    • Brand
  4. Selecteer type leiding en geef diameter en peilmaat op
  5. Geef de H.O.H.-afstand op
  6. Klik op knop [ Volgende Leiding ] in vak 'Combinatie Leiding'
  7. Herhaal stap 3. t/m stap 6. voor elke volgende leiding van de combinatie
    • Gegevens van geselecteerde leidingen zijn te wijzigen:
      • dubbelklik op te wijzigen gegeven
      • wijzig gegeven in venster
      • klik op knop [ OK ] in venster
      • Klik op knop [ Selecteer leiding ] om meer leidingen toe te voegen
    • Om de opgegeven leidingcombinatie voor later gebruik te bewaren:
      • Klik op knop [ Opslaan ]
      • Geef de combinatie een naam in venster 'Save As'
        standaard extensie is .cle, bestand komt in directory ..\Slt)
      • Klik op knop [ Save ] in venster 'Save As'
    • Om de opgegeven leidingcombinatie als standaard instelling op te slaan
      • Klik op knop [ Standaard ]
      • Klik op knop [ Ja ] in het vervolg-venster
  8. Geef op of de basislijn samenvalt met de linkerleiding, de rechterleiding, of het hart van de leidingcombinatie.
  9. Klik op knop [ OK ] om leidingen te tekenen
  10. Teken basislijn (opeenvolgende lijnstukken)
    Bij leidingcombinaties kan geen verandering in Z-waarde worden opgegeven.
    • als hele (poly)lijn fout is getekend:
      klik op knop [ Opnieuw ] in het commandovenster, of toets <F11> 
    • als lijnstuk fout is getekend:
      type: u   gevolgd door <Enter> 
  11. Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>
    De getekende polylijn wordt vervangen door de gewenste leidingcombinatie met afschuiningen in de haakse bochten van de afvoerleidingen.
    Telkens aanééngesloten leidingdelen tekenen

Tekenen combinatie van leidingen (met standaard combinatie )

  • Selecteer icon-knop   (Enkel-lijnig) in Knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  1. Selecteer icon-knop   (Leidingen) in Knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Combinatie' in het rolmenu
    Als een leidingcombinatie als standaard is ingesteld zullen die leidingen in venster 'Leidingen' worden getoond.
    • De gegevens van de leidingen van de standaardcombinatie zijn te wijzigen:
      • dubbelklik op te wijzigen gegeven
      • wijzig gegeven in venster
      • klik op knop [ OK ] in venster
      • Klik op knop [ Selecteer leiding ] om meer leidingen toe te voegen
  3. Klik op knop [ OK ] om leidingen te tekenen
  4. Teken basislijn
    • als hele (poly)lijn fout is getekend:
      klik op knop [ Opnieuw ]
    • als lijnstuk fout is getekend:
      type: u   gevolgd door <Enter>
  5. Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>
    Voor de juiste plaatsbepaling is gebruik van de standaard AutoCAD-optie Tracking of Frompoint aan te raden:
    Klik op knop Tracking of Frompoint ,
    Bepaal met een van de andere snap-opties (end, mid, int etc.) een 'vast punt'
    Geef de afstand op tot het gewenste plaatsingspunt.


Tekenen combinatie van leidingen (met opgeslagen combinatie)

  • Selecteer icon-knop   (Enkel-lijnig) in Knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  1. Selecteer icon-knop   (Leidingen) in Knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Combinatie' in het rolmenu
    Als een leidingcombinatie als standaard is ingesteld zullen die leidingen in venster Leidingen worden getoond. Met knop [ Wissen ]  kunnen deze gegevens worden verwijderd uit het venster.
  3. Klik op knop [ Ophalen ]
  4. Selecteer de gewenste combinatie <naam>.cle in het venster 'Open'
  5. Klik op knop [ OK ] om leidingen te tekenen
  6. Teken basislijn
    • als hele (poly)lijn fout is getekend:
      klik op knop [ Opnieuw ]
    • als lijnstuk fout is getekend:
      type: u gevolgd door <Enter>
  7. Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>
    Voor de juiste plaatsbepaling is gebruik van de standaard AutoCAD-optie Tracking of Frompoint aan te raden:
    Klik op knop Tracking of Frompoint ,
    Bepaal met een van de andere snap-opties (end, mid, int etc.) een 'vast punt'
    Geef de afstand op tot het gewenste plaatsingspunt.

Tekenen leidingen als flexibels

  • Selecteer icon-knop   (Enkel-lijnig) in Knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  1. Selecteer icon-knop   (Leidingen) in Knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Enkele leiding' of 'Combinatie' in het rolmenu
  3. Geef de specifieke gegevens op (soort, afmetingen, peil; bij combinatie: de verschillende leidingen en h.o.h. afstanden)
  4. Vink aan 'Flexibel'
  5. Klik op knop [ … ]
  6. Selecteer de gewenste optie
    • Kromme
    • Afgerond
  7. Indien gekozen 'Afgerond':
    geef de afrondingsstraal op en klik op knop [ OK ]
  8. Klik op knop [ OK ] om de leidingen te tekenen
  9. Teken de basislijn
  10. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
    Het getekende leidingverloop wordt omgezet naar een vloeiende lijn (bij optie Kromme) of de hoeken worden afgerond (bij optie Afgerond).


Terug naar Inhoudsopgave


Bewerken leidingen (enkellijnig)


Getekende leidingen kunnen van soort worden gewijzigd; diameter en peilmaat kunnen worden aangepast.

Leidingen kunnen door bochten en T-stukken verbonden worden; bij T-aansluitingen van leidingen op verschillend peil wordt tevens de verticale leiding getekend.

Leidingen kunt u verlengen of inkorten met het AutoCAD-commando <STRETCH>.

 


Wijzigen soort, diameter of peilmaat

  1. Selecteer knop [ Bewerk ] in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Bewerk Enkellijnig' het rolmenu
  3. Selecteer op tabblad 'Leidingen' één van de volgende items:
    • Wijzig soort
    • Wijzig Diameter
    • Wijzig Peilmaat
  4. Selecteer of geef de nieuwe waarde op
  5. Klik op knop [ OK ]
  6. Selecteer de aan te passen leidingen
  7. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>


Onderbreken van kruisende leidingen

  1. Selecteer knop [ Bewerk ] in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Bewerk Enkellijnig' het rolmenu
  3. Selecteer 'Onderbreken' op tabblad 'Leidingen' 
  4. Klik op knop [ OK ]
  5. Selecteer de doorgaande leiding, daarna de te onderbreken leidingen
  6. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>


Helen leidingen

De leidingen moeten in elkaars verlengde liggen (en met dezelfde peilmaat)
  1. Selecteer knop [ Bewerk ] in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Bewerk Enkellijnig' het rolmenu
  3. Selecteer 'Onderbreken' op tabblad 'Leidingen'
  4. Klik op knop [ OK ]
  5. Selecteer de doorgaande leiding, daarna de te onderbreken leidingen
  6. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>


Genereren zakbocht/stijgleiding (90º)

Dit is in feite een T-aansluiting in het verticale vlak
  1. Selecteer knop [ Bewerk ] in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Bewerk Enkellijnig' het rolmenu
  3. Selecteer 'Zakbocht/Stijgleiding 90' op tabblad 'Leidingen' 
  4. Klik op knop [ OK ]
  5. Selecteer de doorgaande leiding en vervolgens de aansluitende leiding
  6. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>


Genereren bocht

Als leidingen op verschillend peil liggen wordt een verticale leiding er tussen geplaatst.
  1. Selecteer knop [ Bewerk ] in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Bewerk Enkellijnig' het rolmenu
  3. Selecteer 'Bocht' op tabblad 'Leidingen' 
  4. Klik op knop [ OK ]
  5. Selecteer de eerste leiding en vervolgens de tweede leiding
  6. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>


Genereren T-stuk

Als leidingen op verschillend peil liggen wordt een verticale leiding er tussen geplaatst.

1.    Selecteer knop [ Bewerk ] in knoppenbalk NOR-Sanitair LT

2.    Selecteer 'Bewerk Enkellijnig' het rolmenu

3.    Selecteer 'T-stuk' op tabblad 'Leidingen'

4.    Geef eventueel op dat het een instortleiding betreft

5.    Klik op knop [ OK ]

6.    Selecteer de doorgaande leidingen en vervolgens de aansluitende leiding(en)

7.    Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>


Symbool op leiding aansluiten

De aansluiting wordt haaks op de leiding getekend.
Als leiding en symbool op verschillend peil zitten wordt ook de verticale leiding getekend.
  1. Selecteer knop [ Bewerk ] in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Bewerk Enkellijnig' het rolmenu
  3. Selecteer 'Symbool op leiding aansluiten' op tabblad 'Leidingen' 
  4. Geef eventueel op dat het een instortleiding betreft
  5. Klik op knop [ OK ]
  6. Selecteer de leiding(en) en het er op aan te sluiten symbool(en)
  7. Klik op knop [ OK ]
  8. Selecteer de volgende leiding + symbool
    of
    klik op knop [ Stoppen ]
Voor de bepaling van de aan te sluiten leiding wordt op aanwezigheid van een type ASP binnen het symbool gezocht, wordt niets gevonden, dan wordt voor de bepaling de laag van het symbool gebruikt.
Voor de te gebruiken diameter van de aansluitleiding worden de instellingen uit ..\SLT\B\Tappunt.ini, onder sectie [Aansluit] gebruikt. Deze instellingen zijn aan te passen.

Terug naar Inhoudsopgave


Koppeling leidingberekening Bink


De enkellijnig getekende leidingen kunnen worden geëxporteerd om te worden berekend met Bink leidingberekening. Voor elk leidingtype moet een apart exportbestand worden aangemaakt.

Een startpunt moet worden opgegeven; bij het aanmaken van het exportbestand  wordt gecontroleerd op losse eindpunten en niet-verbonden leidingen. Deze zullen niet worden opgenomen in het exportbestand, maar kunnen wel worden gemarkeerd zodat het leidingwerk kan worden verbeterd.

De leidingen met een diameter=0 worden berekend; als de diameter > 0 wordt deze diameter als “vaste” waarde aangehouden.

Na berekening kunnen de leidingdiameters op tekening aangepast worden via een import van de berekening, of kunnen de leidingen (op een nieuwe tekening) worden ingevoegd. 

 

 

Exporteren leidingen

  1. Selecteer knop [ Bewerk ] in Knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Leidingberekening Bink' in het rolmenu
  3. Geef op tabblad 'Exporteren'op
    • projectgegevens
    • welk type leidingen geëxporteerd moeten worden (koudwater, warmwater, etc.)
    • in welk materiaal het werk uitgevoerd moet worden
  4. Klik op knop [ Startpunt plaatsen ]
  5. Selecteer de leiding van waaruit de berekening moet gaan starten
  6. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
    Het startpuntsymbool wordt op tekening geplaatst.
    Het venster
    'Koppeling Leidingberekening Bink' verschijnt weer.
  7. Klik op knop [ Exporteren leidingen ]
  8. Geef de naam van het exportbestand op
    • Standaard naam: <projectnaam>_<leidingtype>.nki
  9. Klik op knop [ Save ]
  10. Selecteer alle te berekenen leidingen op tekening
  11. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
    Er volgt een controle op eindpunten zonder aansluiting en op niet-aangesloten leidingen. Fouten kunnen zonodig gemarkeerd worden: losse eindpunten met een vette cirkel en de niet-aangesloten leidingen (losse takken) door een vette lijn.
    De niet aangesloten leidingen en losse eindpunten worden niet opgenomen in het exportbestand.
    Het exportbestand kan nu ingelezen worden in Bink Leidingberekening.
  12. Klik op knop [ Sluiten ] in venster 'Koppeling Leidingberekening Bink'


Verwijderen markeringen

  • Selecteer knop [ Bewerk ] in Knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  • Selecteer 'Markering verwijderen' in het rolmenu
  • Selecteer het gebied waarbinnen de markeringen moeten worden verwijderd
  • Klik op knop [ OK ] in het commandovenster


Importeren leidingberekening

  1. Selecteer knop [ Bewerk ] in Knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Leidingberekening Bink' in het rolmenu
  3. Klik in tabblad 'Importeren' op knop [ Ophalen ]
  4. Selecteer in het venster het importbestand:
    Standaard naam: berekening.<projectnaam>_<leidingtype>.nki
  5. Klik op knop [ Open ]
  6. Vink in venster 'Koppeling Leidingberekening Bink'aan of de diameter bij de leidingen geplaatst moet worden (bij midden van het lijnstuk)
    • In de oorspronkelijke tekening:
      • Klik op knop [ Leidingen Vervangen ]
        De leidingendiameters (van de berekende leidingen) worden in de tekening vervangen.
      • Haal het volgende importbestand op
        of
        klik op knop [ Sluiten ] om het venster te verlaten
    • In een nieuwe tekening:
      • Klik op knop [ Leidingen Invoegen ]
        De leidingen worden op de tekening geplaatst.
      • Haal het volgende importbestand op
        of
        klik op knop [ Sluiten ] om het venster te verlaten

Terug naar Inhoudsopgave


Controle peilen in 3D


Met standaard AutoCAD commando's is de tekening in 3D zichtbaar te maken. Leidingen, pijlen en symbolen worden op een bepaalde peilhoogte geplaatst; de bouwkundige onderlegger is meestal in 2D getekend (peilmaat = 0).

 

Instellen 3D

  • Installatie enkellijnig getekend; tekening in 2D zichtbaar.
  1. Kies in AutoCAD-menubalk View, keuze 3D Viewpoint Presets 
  2. Selecteer Iso View SW, SE, NE of NW in het vervolgmenu
    Gezien vanuit Zuidwest, Zuidoost, Noordoost, Noordwest
Vanuit Toolbar View zijn de 3D-views nog sneller in te stellen.
De commando's ZOOM en PAN zijn gewoon te gebruiken.


Terug naar 2D

  • Installatie enkellijnig getekend; tekening in 3D zichtbaar.
  1. Kies in AutoCAD-menubalk View, keuze 3D Viewpoint Presets 
  2. Selecteer Top in het vervolgmenu.
De tekening wordt dan weer in 2D getoond (XY-vlak) 

Terug naar Inhoudsopgave


Plaatsen pijlen (enkellijnig)


Pijlen voor afvoeren, gasleidingen, tapwaterleidingen en brandleidingen kunnen worden geplaatst.

 

Plaatsen pijl op leiding

  • Selecteer icon-knop   (Enkel-lijnig) in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  1. Selecteer icon-knop  (Symbolen) in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Pijlen divers' in het rolmenu
  3. Selecteer in het iconenmenu:
    • Pijlen Afvoer
    • Pijlen Water
    • Pijlen Gas
    • Pijlen brand
  4. Selecteer pijl in het iconen-venster
  5. Klik op knop [ Plaats op Leiding ]
  6. Bepaal invoegpunt op leiding
    Default OSNAP-instelling is <nearest>
  7. Klik op [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>


Plaatsen pijl (los)

  • Selecteer icon-knop   (Enkel-lijnig) in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  1. Selecteer icon-knop   (Symbolen) in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Pijlen divers' in het rolmenu
  3. Selecteer in het iconenmenu
    • Pijlen Afvoer
    • Pijlen Water
    • Pijlen Gas
    • Pijlen brand
  4. Selecteer pijl in het iconen-venster
  5. Klik op knop [ Plaats ]
  6. Selecteer de leidingsoort op in het venster
  7. Selecteer het type leiding
  8. Geef de peilmaat op in het venster
  9. Klik op knop [ OK ]
  10. Bepaal invoegpunt
  11. Klik in het commandovenster voor:
    • plaatsen van volgende (identieke) pijl op knop [ Volgend ] 
    • stoppen op knop [ OK ]
      of
      knop [ Stoppen ] 

Terug naar Inhoudsopgave


Overbrengen pijlen naar andere tekening


Pijlen naar een hogere of naar een lagere verdieping kunt u opslaan in een bestand. In de tekening van die hogere of lagere verdieping kunt u die pijlen dan weer inlezen. Vervolgens moet u dan de pijlen draaien.

 


Pijlen van een verdieping verzamelen in een apart bestand

  1. Selecteer knop [ Bewerk ] in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Bewerk Enkellijnig' in het rolmenu
  3. Selecteer Tabblad 'Pijlen
    • Verzamel boven: voor pijlen t.b.v. bovenverdieping
    • Verzamel benedenvoor pijlen t.b.v. benedenverdieping
  4. Klik op knop [ OK ] 
  5. Geef een bestandsnaam op en klik op knop [ OK ]

Ophalen pijlen in tekening van boven- of benedenverdieping

  1. Sluit oorspronkelijke tekening af.
  2. Open tekening van boven- of benedenverdieping
  3. Kies knop [ Bewerk ] in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  4. Selecteer 'Bewerk Enkellijnig' in het rolmenu
  5. Selecteer keuze 'Ophalen Pijlen' in Tabblad 'Pijlen' 
  6. Geef naam op van verzamelde pijlen
  7. Klik op knop [ OK ] 
  8. Geef een bestandsnaam op
  9. Klik op knop [ OK ]

Omdraaien pijlen

  1. Selecteer knop [ Bewerk ] in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Bewerk Enkellijnig' in het rolmenu
  3. Selecteer keuze 'Draai Pijlen' in Tabblad 'Pijlen' 
  4. Selecteer pijlen en klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
    De richting van de geselecteerde pijlen wordt omgedraaid.

Terug naar Inhoudsopgave


Plaatsen symbolen (enkellijnig)


Symbolen voor Afvoer-, tapwater-, gas- en brandbestrijdingssystemen kunnen worden geplaatst. Bij plaatsing op een leiding worden leidingsoort, leidingtype en peilmaat overgenomen. Bij vrije plaatsing moet u die gegevens in een dialoogvenster opgeven.

Algemene tapwatersymbolen zijn te vinden via Tapwater Alg. onder icon-knop   (Sanitaire inventaris)

 

Plaatsen symbool op leiding

  • Selecteer icon-knop   (Enkel-lijnig) in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  1. Selecteer icon-knop   (Symbolen) in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer in het rolmenu
    • Afvoer Symbolen
    • Tapwater Symbolen
    • Afsluiters
    • Gas symbolen
    • Brandsymbolen
  3. Selecteer in het iconen-venster de gewenste groep
  4. Selecteer symbool in het iconen-venster
  5. Klik op knop [ Plaats op Leiding ]
  6. Bepaal invoegpunt op leiding
    Default OSNAP-instelling is <nearest>
  7. Klik op [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>

Plaatsen symbool (los)

  • Selecteer icon-knop   (Enkel-lijnig) in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  1. Selecteer icon-knop   (Symbolen) in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer in het rolmenu
    • Afvoer Symbolen
    • Tapwater Symbolen
    • Afsluiters
    • Gas symbolen
    • Brandsymbolen
  3.  Selecteer in het iconen-venster de gewenste groep
  4. Selecteer symbool in het iconen-venster
  5. Klik op knop [ Plaats ]
  6. Selecteer de leidingsoort op in het venster
  7. Selecteer het type leiding
  8. Geef de peilmaat op in het venster
  9. Klik op knop [ OK ]
  10. Bepaal invoegpunt
  11. Klik in het commandovenster voor:
    • plaatsen van volgende (identieke) pijl op knop [ Volgend ] 
    • stoppen; klik op knop [ OK ]
      of
      knop [ Stoppen ] 

Terug naar Inhoudsopgave


Plaatsen sanitaire inventaris


Vaste sanitaire inventaris, algemene tapwatersymbolen kunnen worden geplaatst.

 


Vaste sanitaire inventaris plaatsen

  • Selecteer icon-knop   (Enkel-lijnig) in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  1. Selecteer icon-knop   (Sanitaire inventaris) in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer in het rolmenu:
    • Toilet/Bidet
    • Bad/Douche
    • Wastafel/Fontein
    • Spoelbakken
  3. Selecteer symbool in het iconen-venster
  4. Klik op knop [ Plaats ] 
  5. Plaats symbool op de tekening en geef de rotatie op
  6. Klik in het commandovenster voor:
    • plaatsen van volgende (identieke) pijl op knop [ Volgend ] 
    • stoppen; klik op knop [ OK ]
      of
      knop [ Stoppen ]


Algemene tapwatersymbolen plaatsen

  • Selecteer icon-knop   (Enkel-lijnig) in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  1. Selecteer icon-knop   (Sanitaire inventaris) in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Tapwater alg.' in het rolmenu
  3. Selecteer symbool in het iconen-venster
  4. Klik op knop [ Plaats ] 
  5. Plaats symbool op de tekening en geef de rotatie op
  6. Klik in het commandovenster voor:
    • plaatsen van volgende (identieke) pijl op knop [ Volgend ] 
    • stoppen: Klik op knop [ OK ]
      of
      knop [ Stoppen ] 

Terug naar Inhoudsopgave


Plaatsen Hydrofoor


Op de schema-tekening van de installatie kan een hydrofoor worden geplaatst. Na opgave van het aantal pompen wordt de hydrofoor-installatie automatisch getekend.

 


Hydrofoorinstallatie plaatsen

  • Selecteer icon-knop   (Enkel-lijnig) in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  1. Selecteer icon-knop   (Sanitaire inventaris) in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Hydrofoor' in het rolmenu
  3. Geef in het venster het aantal pompen op
  4. Klik op knop [ OK ]
  5. Geef het basispunt voor de hydrofoor op in de tekening
    (zie tekening: klikpunt 1., van eerste pomp) 
  6. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
De hydrofoor wordt opgebouwd met het aantal opgegeven pompen.

Terug naar Inhoudsopgave


Volumestroom tapwater symbolen

Ten behoeve van de aangeven van het Legionella-risico kunnen volumestroom gegevens, gebruikersfrequentie en omschrijvingen worden toegevoegd aan tapwatersymbolen. 

De volumestroomgegevens worden bij de koppeling leidingberekening gebruikt.

De gegevens kunnen zichtbaar gemaakt worden.

In de algemene instellingen kan worden opgegeven, dat de tapwatersymbolen direct na het plaatsen gecodeerd kunnen worden.

 


Volumestroom gegevens toekennen

  1. Selecteer knop [ Bewerk ] in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Bewerk enkellijnig' in het rolmenu
  3. Selecteer 'Volumestroom codering tapwater' op tabblad 'Leidingen' in venster 'Bewerk enkellijnig'
  4. Klik op knop [ OK ]
  5. Selecteer het type te coderen tapwater symbool
  6. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
    Indien het symbool nog niet is voorzien van de benodigde attributen wordt dit gemeld. Moeten de attributen worden toegevoegd?
    • Klik op knop [ OK ]
      De attributen worden toegevoegd.
  7. Geef in venster 'Volumestroom tapwatertoestellen' de gegevens op
  8. Geef met een vinkje op welke gegevens zichtbaar moeten worden
  9. Klik op knop [ OK ]
  10. Selecteer de symbolen waaraan de gegevens moeten worden toegevoegd
  11. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
    De gegevens worden toegevoegd;
    venster
    'Volumestroom tapwatertoestellen' wordt weer geopend.
  12. Klik op knop [ Selecteren ] om het volgende type symbool te selecteren
    of
    klik op knop [ Annuleren ] om te stoppen.

Terug naar Inhoudsopgave


Coderen leidingen (enkellijnig)


De codes van de leidingen kunnen automatisch uit de tekening worden uitgelezen en op tekening worden bijgeschreven. Het is ook mogelijk zelf coderingen op te geven

De coderingen worden langs de diagonaal van het opgegeven gebied op de leidingen geplaatst. De leidingen worden niet onderbroken.

 


Leidingen automatisch coderen

  • Selecteer icon-knop   (Enkel-lijnig) in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  1. Selecteer icon-knop   (Leidingen) in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Coderen' in het rolmenu
  3. Maak 'Automatisch' in vak 'Functie' actief
  4. Klik op knop [ OK ]
  5. Selecteer de te coderen leidingen met een selectievenster
  6. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
    • Als er ongecodeerde leidingen zijn geselecteerd
      • Geef een eigen code op in het pop-up venster
      • Klik daarna op knop [ OK ]


Leidingen vrij coderen

  • Selecteer icon-knop   (Enkel-lijnig) in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  1. Selecteer icon-knop   (Leidingen) in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Coderen' in het rolmenu
  3. Selecteer 'Vrij' in vak 'Functie' 
  4. Geef in vak 'Codering'  de codering op
  5. Klik op knop [ OK ]
  6. Selecteer de te coderen leidingen met een selectievenster
  7. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>

Terug naar Inhoudsopgave


Telstaten en calculaties (enkellijnig)


Leidingen en hulpstukken kunnen geteld worden. Op de zaagstaat/tellijst worden totaaltellingen gemaakt. De zaagstaat/tellijst kan worden afgedrukt, als bestand worden weggeschreven of op de tekening worden geplaatst.


De telling van leidingen plus hulpstukken kan worden geëxporteerd naar InstallOffice of Syntess. Zowel de geselecteerde enkellijnige als dubbellijnige elementen worden geëxporteerd.


Vanuit het venster kan MS-Excel worden gestart, waarbij de telstaat wordt ingelezen.

 


Tellen leidingen en /of symbolen

  1. Selecteer knop [ Tellen ] in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Tel enkellijnig' in het rolmenu
  3. Geef in venster 'Tellen'op wat er geteld moet worden
    • Leidingen
    • Symbolen
    • Symbolen met volumestroom
  4. Klik op knop [ Tellen ]
  5. Selecteer de te tellen leidingen of hulpstukken in de tekening
    Alle selectie methoden zijn bruikbaar (aanklikken, <window>, <crossing>, <all>)
  6. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
    De tellijst wordt in venster 'Tellen' zichtbaar.
  7. Geef in venster 'Tellen'op wat er moet gebeuren
    • Wegschrijven naar bestand:
      1. Selecteer 'Bestand' 
      2. Klik op knop [ Exporteren ]
      3. Geef de naam van het bestand op in venster 'Telstaat'
      4. Klik op knop [ Bewaar ] in venster 'Telstaat'
        Er komt de melding dat het bestand is weggeschreven.
      5. Klik op knop [ OK ] in meldingvenster
    • Afdrukken op printer
      1. Selecteer 'Printer'
      2. Klik op knop [ Exporteren ]
      3. Selecteer de printer
    • Plaatsen lijst op tekening
      1. Selecteer 'Tekening'
      2. Klik op knop [ Exporteren ]
        De tellijst komt aan de kruisdraden te hangen
      3. Plaats de tellijst op de tekening
        De tellijst wordt geplaatst met tekststijl MONOTXT.
    • Telstaat overbrengen naar MS-Excel
      1. Selecteer 'MS-Excel'
      2. Klik op knop [ Exporteren ]
        MS-Excel wordt gestart waarbij de telstaat wordt ingelezen.
    • Afsluiten van de tellijst
      1. Klik op knop [ Sluiten ]


Exporteren telstaat naar InstallOffice of Syntess

  1. Selecteer knop [ Tel ] in knoppenbalk NOR-Sanitair LT
  2. Selecteer 'Tel enkellijnig' in het rolmenu
  3. Selecteer 'Calculatie' in venster 'Tellen'en bepaal het calculatieprogramma:
    1. InstallOffice
    2. Syntess
  4. Klik op knop [ Tellen ]
  5. Selecteer de te tellen leidingen of hulpstukken in de tekening
    Alle selectie methoden zijn bruikbaar (aanklikken, <window>, <crossing>, <all>)
  6. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
    De tellijst wordt in venster Tellen zichtbaar.
  7. Selecteer [ Cadlink ]
  8. Klik op knop [ Exporteren ]
  9.  Geef directory en naam van het exportbestand op, <naam>.tls, in venster 'Telstaat'
  10. Klik op knop [ Bewaar ] in venster 'Telstaat'
    Er komt de melding dat het bestand is weggeschreven.
  11. Klik op knop [ OK ] in het meldingvenster
  12. Klik op knop [ Sluiten ] voor verlaten van venster 'Tellen'


Terug naar Inhoudsopgave



Bij Cadac maken we onderscheid tussen Sales, Service & Support. Sales & Service vinden wij vanzelfsprekend. Wij helpen u met de aanschaf van uw product, dienst, training of expert en zorgen ervoor dat u probleemloos aan de slag kunt. Gratis en voor niets. U kunt zorgeloos met uw software starten, wij zorgen ervoor dat u het meeste uit uw software kunt halen.

Loopt u tegen technische softwareproblemen aan? Dan kunt u gebruik maken van Cadac Support. Door de juiste informatie in te dienen kunnen wij u zo snel mogelijk helpen

Stel een vraag

Waar heeft u een vraag over?

Kies een locatie

Europa

Wereld