Naar hoofdinhoud

CV & Lucht LT -04- CV-installatie - TheModus Suite LT (Nordined LT)

How to - CV & Lucht LT

Laatst gewijzigd op 20 mei 2021

INHOUDSOPGAVE



CV-installatie

Tekenen en coderen van leidingen


Na keuze voor de CV-installatie (Groep 55/56) kunnen leidingen voor koeling, CV en/of stoom worden getekend. Aangegeven kan worden of de leiding(en) flexibel zijn.

Met het zetten van een basislijn worden dan een enkele leiding of een combinatie van leidingen getekend. Bij een combinatie van leidingen kan aangegeven worden of de basislijn samenvalt met de linkerkant, het midden of de rechterkant van de leiding-combinatie.

Leidingcombinaties kunnen worden opgeslagen. Als een leidingcombinatie als standaard is aangemerkt zal het venster direct worden gevuld met die gegevens.

Leidingen kunnen groepsgewijs worden gecodeerd. Flexibels kunnen niet worden gecodeerd.


Koeling en CV geven beide de keus uit alle leidingen, echter anders gesorteerd.
Teken het leiding-tracé tot een wijziging in diameter. Begin van daaruit opnieuw met het tekenen voor het vervolg.
De bovenste leiding in het venster is de meest linkse leiding in de bundel. De offset wordt toegepast t.o.v. de basislijn. Met andere woorden:
- Basislijn is Links, offset is aan linkerkant van de bundel (dus naar rechts)
- Basislijn is Rechts, offset is aan rechterkant van de bundel (dus naar links)
- Basislijn is Midden, offset van de bundel is naar links.


   

Tekenen enkele leiding

  • Selecteer knop (CV) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  1. Selecteer knop (Koeling) of (CV/Stoom) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Kies in Rolmenu 'Enkele leiding'
  3. Kies in venster 'leidingtype', 'diameter' en 'peilmaat'
  4. Klik op knop [ OK ]
  5. Teken basislijn
    • als hele (poly)lijn fout is getekend
      • klik op knop [ Opnieuw ]
    • als lijnstuk fout is getekend,
      • type:  u   gevolgd door <Enter>
  6. Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>


Voor de juiste plaatsbepaling is gebruik van de standaard AutoCAD-optie Tracking of From point aan te raden:
Klik op knop Tracking  of From point ,
Bepaal met een van de andere snap-opties (end, mid, int etc.) een 'vast punt'
Geef de afstand op tot het gewenste plaatsingspunt.


Tekenen combinatie van leidingen (nieuwe samenstelling)

  • Selecteer knop (CV) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  1. Selecteer knop (Koeling) of (CV/Stoom) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Kies in Rolmenu 'Combinatie leidingen'
    Als een leidingcombinatie als standaard is ingesteld zullen die leidingen in venster Leidingen worden getoond. Met knop [ Wissen ]  kunnen deze gegevens worden verwijderd uit het venster.
  3. Bepaal de gewenste leidingcombinatie
  4. Bepaal leidingtype, diameter en peilmaat van 1e leiding
  5. Klik op knop [ Selecteer leiding ]
    geselecteerde leidingen komen in venster
  6. Bepaal type, diameter, peilmaat en h.o.h. afstand volgende leiding
    • gegevens van geselecteerde leidingen zijn te wijzigen:
      • dubbelklik op te wijzigen gegeven
      • wijzig gegeven in venster
      • klik op knop [ OK ] in venster
      • Klik op knop [ Selecteer leiding ] om meer leidingen toe te voegen
    • Om de opgegeven leidingcombinatie voor later gebruik te bewaren:
      • Klik op knop [ Opslaan ]
      • Geef de combinatie een naam in venster 'Save As'
        standaard extensie is .cle, bestand komt in map ..\Wlt
      • Klik op knop [ Save ] in venster Save As
    • Om de opgegeven leidingcombinatie als standaard instelling op te slaan
      • Klik op knop [ Standaard ]
      • Klik op knop [ Ja ] in het vervolg-venster
  7. Bepaal de positie van de leidingen t.o.v. de basislijn, eventueel met een Offset
    • Links
    • Midden
    • Rechts
    • Offset (verspringing t.o.v. de tekenlijn)
  8. Vink eventueel aan dat de leiding(en) als flexibels moeten worden getekend
    • Klik op knop [ … ]
    • Selecteer
      • Kromme: de segmenten van de leidingen worden als een vloeiende lijn getekend
      • Afgerond: hoeken in het leidingverloop worden afgerond; geef de afronding op
  9. Klik op knop [ OK ] om leidingen te tekenen
  10. Teken basislijn
    • als hele (poly)lijn fout is getekend
      • klik op knop [ Opnieuw ]
    • als lijnstuk fout is getekend,
      • type:  u (undo) gevolgd door <Enter>
  11. Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>
Voor de juiste plaatsbepaling is gebruik van de standaard AutoCAD-optie Tracking of From point aan te raden:
Klik op knop Tracking  of From point ,
Bepaal met een van de andere snap-opties (end, mid, int etc.) een 'vast punt'
Geef de afstand op tot het gewenste plaatsingspunt.


Tekenen combinatie van leidingen (met de standaard combinatie)

  • Selecteer knop (CV) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  1. Selecteer knop (Koeling) of (CV/Stoom) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Kies in Rolmenu 'Combinatie leidingen'
    Als een leidingcombinatie als standaard is ingesteld zullen die leidingen in venster Leidingen worden getoond.
    • De gegevens van de leidingen van de standaardcombinatie zijn te wijzigen:
      • dubbelklik op te wijzigen gegeven
      • wijzig gegeven in venster
      • klik op knop [ OK ] in venster
      • Klik op knop [ Selecteer leiding ] om meer leidingen toe te voegen
  3. Klik op knop [ OK ] om leidingen te tekenen
  4. Teken basislijn
    • als hele (poly)lijn fout is getekend
      • klik op knop [ Opnieuw ]
    • als lijnstuk fout is getekend,
      • type:  u (undo) gevolgd door <Enter>
  5. Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>
Voor de juiste plaatsbepaling is gebruik van de standaard AutoCAD-optie Tracking of From point aan te raden:
Klik op knop Tracking  of From point ,
Bepaal met een van de andere snap-opties (end, mid, int etc.) een 'vast punt'
Geef de afstand op tot het gewenste plaatsingspunt.


Tekenen combinatie van leidingen (met opgeslagen combinatie)

  • Selecteer knop (CV) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  1. Selecteer knop (Koeling) of (CV/Stoom) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Kies in Rolmenu 'Combinatie leidingen'
    Als een leidingcombinatie als standaard is ingesteld zullen die leidingen in venster Leidingen worden getoond. Met knop [ Wissen ]  kunnen deze gegevens worden verwijderd uit het venster.
  3. Klik op knop [ Ophalen ]
  4. Selecteer de gewenste combinatie <naam>.cle in het venster 'Open'
  5. Klik op knop [ OK ] om leidingen te tekenen
  6. Teken basislijn
    1. als hele (poly)lijn fout is getekend
      1. klik op knop [ Opnieuw ]
    2. als lijnstuk fout is getekend,
      1. type:  u (undo) gevolgd door <Enter>
  7. 7.    Klik op knop [OK] in commandovenster, of toets <F11>
Voor de juiste plaatsbepaling is gebruik van de standaard AutoCAD-optie Tracking of From point aan te raden:
Klik op knop Tracking  of From point ,
Bepaal met een van de andere snap-opties (end, mid, int etc.) een 'vast punt'
Geef de afstand op tot het gewenste plaatsingspunt.


Coderen leidingen

  • Selecteer knop (CV) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  1. Selecteer knop (Koeling) of (CV/Stoom) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Kies in Rolmenu 'Coderen leidingen'
  3. Selecteer te coderen leidingen (crossing-optie)
  4. Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>


Terug naar Inhoudsopgave


Vloerverwarming – opties


Voor het tekenen van de vloerverwarming zijn de volgende opties beschikbaar:

 


  1. Lagen op basis van groepen
    • Bij het tekenen kan een Verdeler nummer en een groepsnummer worden toegekend. Per te tekenen vloerveld kan het groepsnummer automatisch worden verhoogd.
    • Deze optie maakt het mogelijk dat per groep een sublaag wordt gebruikt
    • De te gebruiken kleuren kunnen met een template worden ingelezen met keuze Instellingen in menu Opties in venster 'Vloerverwarming'
    • Bij deze instelling worden de aanvoer en retour leidingen in 1 kleur (en lijntype) gezet;
      als deze optie 'uit' staat worden aanvoer en retour met verschillende kleur en lijntype getekend
  2. Positie van groepsnummer automatisch
    • Bij het bijschrijven van de groepsnummering kan het groepsnummer automatisch midden in het vloerveld worden geplaatst, anders moet het groepsnummer handmatig worden geplaatst.
  3. Bij patroon automatisch offset toepassen
    • Bij het tekenen van het vloerveld kan automatisch een offset worden toegepast: U kunt dan de wandlijnen als vloerveld opgeven. De offset is de Legafstand.
  4. Instellingen
    • Opgave van aantal te gebruiken kleuren, en opgave van te gebruiken kleurnummers
    • Template bestand regelt de layout van Excelsheet die gebruikt wordt voor het plaatsen van de legendatekst bij de vloervelden. 
    • De omschrijving is default: Vloerverwarming Groep x-y 
      (x=nummer verdeelblok; y=nummer groep)
      Een deel van de tekst is te vervangen in het gedeelte 'Zoek tekst / Vervang tekst'.

Terug naar Inhoudsopgave


Vloerverwarming tekenen

De vloerverwarming kan getekend worden, of volgens een patroon worden gelegd. 

Bij dit patroon kan een gebied aangegeven worden waarin leidingen verdicht worden gelegd.

Vervolgens kan de leidinglengte worden geteld.


 

Tekenen vloerverwarming

  • Selecteer knop (CV) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  1. Selecteer knop (CV/Stoom) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Kies 'Vloerverwarming' in Rolmenu
  3. Selecteer in venster 'Vloerverwarming' (niet bij Optie Lagen op basis van groepen)
    • Aanvoer, eventueel (halverwege) automatisch te splitsen in A & R
    • Retour, eventueel (halverwege) automatisch te splitsen in R & A
    • Aanvoer + Retour
      • Wel/Niet aan elkaar verbinden van de aanvoer en retourleiding
  4. Geef verdere gegevens op:
    • Diameter (in mm)
    • Lengte op de rol (in m')
      • 0 = geen controle op lengte leiding. 
        Deze optie gebruiken om vanuit de verdeler de slang naar de ruimte te brengen.
        Als reeds leidinglengten geteld zijn wordt die hoeveelheid opgeteld bij de te tekenen leidingen.
    • Legradius (standaard = ½ legafstand)
    • Bij leggen Aanvoer+Retour:
      • Opgave basislijn (linker leiding, rechter leiding, tussen leidingen)
      • Legafstand
      • Welke de aanvoerleiding is (in de tekenrichting)
  5. Geef een verdelernummer en groepnummer op, en vink zonodig aan dat automatisch moet worden doorgenummerd 
  6. Klik op knop [ Tekenen ]
  7. Geef het hoekpunt van de ruimte op
  8. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
  9. Teken de basislijn
  10. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>


Tekenen vloerverwarming in patroon

  • Selecteer knop (CV) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  1. Selecteer knop (CV/Stoom) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Kies 'Vloerverwarming' in Rolmenu
  3. Selecteer 'Patroon' in venster 'Vloerverwarming'
    • Slakkenhuis patroon
      • Rechthoekig met lengtecontrole
      • Als geen rechthoekig patroon: dan kan eventueel een gebied voor verdicht te leggen worden opgegeven
    • Meanderpatroon (rechthoekige ruimten)
  4. Geef verdere gegevens op:
    • Diameter ( in mm)
    • Lengte op de rol (in m')
      • 0 = geen controle op lengte leiding
    • Legafstand (in mm)
    • Legradius (standaard = ½ legafstand)
    • Welke de aanvoerleiding is (in de tekenrichting)
  5. Geef een verdelernummer en groepnummer op, en vink zonodig aan dat automatisch moet worden doorgenummerd 
  6. Klik op knop [ Tekenen ]
  7. Geef het hoekpunt van de ruimte op
  8. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
  9. Teken de basislijn (de hoekpunten van het te leggen patroon)
    Zorg er voor dat de basislijn een "gesloten" vlak maakt.
    Bij het eerste getekende lijnstuk komt de vloerverwarming de ruimte in.
    Bij sommige complexe ruimten kan het voorkomen dat het patroon niet goed bepaald kan worden. Dit kan als volgt worden opgelost:
    - Probeer de tegenovergestelde tekenrichting, of
    - Deel de ruimte op in meerdere aparte secties.
  10. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
    Indien de totale lengte groter is dan de lengte op de rol komt de vraag: Doorgaan?
    • Klik op
      • knop [ Ja ] om door te gaan
      • knop [ Nee ]om het tekenen af te breken
        Indien is opgegeven dat leidingen verdicht moeten worden gelegd:
        • Geef de hoekpunten van het rechthoekige gebied op,
          of
        • teken met een polylijn het gebied
  11. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>


Tellen van de leidingen van de vloerverwarming

Deze telling is bedoeld voor een snelle controle op de lengte van de geselecteerde slangen. Telling in aparte secties gebeurt in het standaard telvenster via knop [Tel].


  • Venster 'Vloerverwarming' is actief
  1. Klik op knop [ Tellen ] in venster 'Vloerverwarming'
  2. Selecteer de Aanvoer en/of de Retourleiding op de tekening
  3. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
Van de geselecteerde leidingen wordt de lengte in het venster Vloerverwarming getoond.
De getelde lengte wordt bij de nog te tekenen vloerverwarming opgeteld voor de controle van de lengte rol.
Met knop [ Reset ] wordt de telling op nul (0) gezet.

Terug naar Inhoudsopgave


Vloerverwarmingsleidingen bewerken


Slangen van de vloerverwarming kunnen aan elkaar worden verbonden.

Een getekende slang van de vloerverwarming kan worden opgebroken worden in secties van op te geven lengten.

Een getekende slang van de vloerverwarming kan op een aan te geven punt worden opgeknipt.

Tip: Om een andere slang op een bepaald punt in een slang/patroon op te kunnen nemen moet de slang worden opgeknipt en vervolgens worden verbonden.


Voor het opknippen of opbreken van slangen mag het standaard AutoCAD commando <BREAK> niet worden gebruikt omdat hierdoor gegevens voor bewerkingen en tellingen verloren gaan.


 

Slangen verbinden

Vloerverwarming getekend
  • Selecteer knop (CV) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  1. Selecteer knop (CV/Stoom) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Kies 'Vloerverwarming' in Rolmenu
  3. Klik op knop [ Verbinden ] in venster 'Vloerverwarming'
  4. Selecteer de twee te verbinden slangen
  5. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
  6. Selecteer de volgende twee slangen
    of
    klik op knop [ Stoppen ] in het commandovenster, of toets <F12>


Slangen opbreken met sectie van op te geven lengte

Vloerverwarming getekend
  • Selecteer knop (CV) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  1. Selecteer knop (CV/Stoom) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Kies 'Vloerverwarming' in Rolmenu
  3. Klik op knop [ Opbreken ] in venster 'Vloerverwarming'
  4. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
  5. Geef de lengte van de sectie op
  6. Klik op knop [ OK ]
  7. Selecteer de volgende slang
    of
    klik op knop [ Stoppen ] in het commandovenster, of toets <F12>


Slangen opknippen op aan te wijzen punt

Vloerverwarming getekend
  • Selecteer knop (CV) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  1. Selecteer knop (CV/Stoom) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Kies 'Vloerverwarming' in Rolmenu
  3. Klik op knop [ Opknippen ] in venster 'Vloerverwarming'
  4.  Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
  5. Selecteer het volgende knippunt
    of
    klik op knop [ Stoppen ] in het commandovenster, of toets <F12>


Wijzigen Aanvoer <-> Retour

Vloerverwarming getekend
  • Selecteer knop (CV) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  1. Selecteer knop (CV/Stoom) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Kies 'Vloerverwarming' in Rolmenu
  3. Klik op knop [ Wissel A<->R ] in venster 'Vloerverwarming' 
  4. Selecteer het vloerveld (beide slangen)
  5. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
  6. Selecteer het volgende vloerveld
    of
    klik op knop [ Stoppen ] in het commandovenster, of toets <F12>

Terug naar Inhoudsopgave


Vloerverwarming – groepsnummers


De vloerverwarming kan een verdelernummer en groepsnummer mee krijgen.

Het groepsnummer kan automatisch geplaatst worden (midden in het vloerveld, of kan handmatig bij het vloerveld worden geplaatst.

Via de telstaat kunnen de gegevens bij de vloervelden geplaatst worden. 

Hierbij wordt voor de layout gebruik gemaakt van een template in Excel-formaat.

 

 

Groepsnummers wijzigen

Vloerverwarming getekend
  • Selecteer knop (CV) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  1. Selecteer knop (CV/Stoom) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Kies 'Vloerverwarming' in Rolmenu
  3. Klik in venster 'Vloerverwarming' in vak 'Groepsnummering' op knop [ Wijzigen ] 
  4. Selecteer de slangen
  5. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
  6. Geef het groepnummer op in venster 'Wijzigen groepsnummer'
  7. Klik op knop [ Ok ]in het venster
    Indien al eerder een groepsnummer was geplaatst op tekening wordt dit niet aangepast. Dat zichtbare groepsnummer moet eerst verwijderd worden en vervolgens moet het nieuwe groepsnummer op tekening worden geplaatst.
  8. Selecteer de volgende slangen
    of
    klik op knop [ Stoppen ] in het commandovenster, of toets <F12>

Groepsnummers op tekening plaatsen

Vloerverwarming getekend
Groepsnummer toegekend
Oude (niet meer accurate) groepsnummers eerst verwijderen
  • Selecteer knop (CV) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  1. Selecteer knop (CV/Stoom) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Kies 'Vloerverwarming' in Rolmenu
  3. Klik in venster 'Vloerverwarming' in vak 'Groepsnummering' op knop [ Bijschrijven ] 
  4. Selecteer de slangen
  5. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
    • Indien bij de opties was opgegeven om de groepsnummers automatisch te plaatsen worden de groepsnummers midden in het vloerveld geplaatst
    • Indien geen automatische plaatsing is opgegeven
      Plaats het groepsnummer
  6. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
    Indien al eerder een groepsnummer was geplaatst op tekening wordt dit niet aangepast. Dat zichtbare groepsnummer moet eerst verwijderd worden en vervolgens moet het nieuwe groepsnummer op tekening worden geplaatst.
  7. Selecteer de volgende slangen
    of
    klik op knop [ Stoppen ] in het commandovenster, of toets <F12>


Vloerverwarmingsgegevens op tekening plaatsen

Vloerverwarming getekend
Groepsnummer toegekend
  1. Selecteer knop [ Tel ] op Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Selecteer keuze 'Tellen'
  3. Klik op knop [ Tellen ] in venster 'Tellen'
  4. Selecteer de te tellen vloervelden
  5.  Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
  6.  Selecteer in vak 'Exporteren naar' keuze 'Tekening'
  7. Klik op knop [ Exporteren ]
  8. Plaats de legenda op de tekening
    Venster 'Tellen' verschijnt weer.
  9. Verlaat het venster door klikken op knop [ Sluiten ]

Terug naar Inhoudsopgave


CV-Verdeelblok plaatsen


Voor het aansluiten van leidingen kan een verdeelblok worden geplaatst.

   


Plaatsen CV-Verdeelblok

  • Selecteer knop (CV) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  1. Selecteer knop (CV/Stoom) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Kies in Rolmenu 'CV-Verdeelblok'
    • Geef het aantal groepen en de h.o.h.-afstanden van de aansluitpunten op
    • Geef op of de aanvoer en retour gescheiden moet worden.
    • Geef op of het verdeelblok als block geplaatst moet worden (of in losse onderdelen).
  3. Klik op knop [ OK ]
  4. Teken de basislijn
  5. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>
    Het verdeelblok wordt getekend.

Terug naar Inhoudsopgave


Plaatsen radiatoren


Radiatoren van diverse fabrikanten kunnen worden geselecteerd, waarbij voor de radiatorselectie gebruik gemaakt wordt van een Nordined-database, of van een selectielijst van GA-Bink.

De selectie kan worden gemaakt op basis van een warmte-afgifte-berekening volgens Euronorm EN 442 en de oude NBN 232.

Radiatoren worden inclusief de aansluitpunten geplaatst, maar zijn afzonderlijke symbolen.

Indien alleen aansluitpunten (op de juiste onderlinge afstand) nodig zijn plaats dan toch de radiator en aansluitpunten, en verwijder vervolgens de radiator.

 

    

Radiator plaatsen

  • Selecteer knop (CV) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  1. Selecteer knop (Radiator) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Selecteer 'Plaatsen' in het rolmenu
    • Stel zonodig het andere warmteafgifteberekingsprogramma in
      • Klik op menu Opties in het venster
      • Selecteer Afgifte norm wijzigen
        Gemeld wordt welke norm nu actief is: EN442 of NBN 232
      • Klik op knop [ OK ]
    • Kies zonodig een ander radiatorselectieprogramma in venster Radiator selectie
      (Zie Radiatorselectie via Bink)
  3. Selecteer radiator in venster Radiator selectie
    • Type-bepaling
      • Bepaal type radiator
      • Bepaal fabrikant
      • Bepaal de soort
      • Bepaal  het model
      • aansluiting
      • peilmaat onderkant radiator
    • Radiatorselectie
      • Geef kamertemperatuur, aanvoer- en retourtemperatuur
      • Geef transmissieverlies en aantal radiatoren op
        Dit levert gewenste warmte-afgifte per radiator
      • Klik 'Filter' aan
        Beschikbare radiatoren voor de berekende warmte-afgifte worden binnen zekere grenzen getoond.
        min./max. lengte en hoogte, min. ondercapaciteit en max. overcapaciteit in %-age
        Met knop [ Wijzig filter ] zijn deze grenswaarden in te stellen.
      • Selecteer radiator
  4. Klik op knop [ OK ]
  5. Kies in venster 'Plaats speciaal' wijze van plaatsen en bepaal maten
  6. Klik op knop [ OK ]
  7. Teken hulplijn op wand voor richting van de radiatoren op de wand.
    • Klikpunten 1. en 2.
  8. Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>
  9. Bepaal plaats van eerste radiator (hoekpunt radiator)
    • klik in de ruimte op de juiste X-coördinaat (bij horizontale plaatsing) (Klikpunt 1.)
    • vanuit de aan te klikken plaats wordt loodrecht op de eerder getekende hulplijn het beginpunt genomen;
    • daarvandaan wordt de opgegeven afstand tot de wand genomen voor de feitelijke plaatsing van de radiator.
  10. Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>


Radiator vervangen

  • Selecteer knop (CV) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  1. Selecteer knop (Radiator) Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Selecteer 'Plaatsen' in het rolmenu
  3. Selecteer nieuwe radiator in venster 'Radiator selectie'
    • Type-bepaling
      • bepaal type radiator
      • bepaal fabrikant
      • aansluiting
      • peilmaat onderkant radiator
    • Radiatorselectie
      • geef kamertemperatuur, aanvoer- en retourtemperatuur
      • geef transmissieverlies en aantal radiatoren op
        Dit levert gewenste warmte-afgifte per radiator
      • Klik 'Filter' aan
        Beschikbare radiatoren voor de berekende warmte-afgifte worden binnen zekere grenzen getoond.
        min./max. lengte en hoogte, min. ondercapaciteit en max. overcapaciteit in %-age
        Met knop [ Wijzig filter ] zijn deze grenswaarden in te stellen.
      • Selecteer radiator
  4. Klik op knop [ OK ]
  5. Klik in venster op knop [ Vervang Radiator ] 
  6. Selecteer de te vervangen radiatoren inclusief de aansluitpunten
  7. Klik op knop [ OK ] in het commandovenster, of toets <F11>

Terug naar Inhoudsopgave


Radiatorselectie via Bink


Radiatoren kunnen behalve uit de standaard Nordined database ook uit een externe lijst gekozen worden. Meegeleverd wordt een lijst van Bink. Deze lijst kan ook als basis gebruikt worden om een eigen selectielijst aan te maken.

Als voorbeeld van een eigen selectielijst staat In map ..\Wlt\ bestand Voorbeeld-radiator.csv
Dit bestand kan onder andere in MS-Excel of met Notepad worden aangepast.


Ophalen selectiebestand

  • Als venster 'Radiator selectie (Warmteafgifte volgens NBN 236 of EN 442)' actief is:
    • Selecteer 'Keuze radiator selectieprogramma' in venster 'Radiator Selectie...'
    • Selecteer 'Radiatorselectie via Bink' in het rolmenu
    • Maak deze wijze van selecteren eventueel standaard door keuze 'Standaard' in rolmenu 'Ophalen radiatoren'.
  • Als functie 'Radiator plaatsen' nog niet gestart is:
    • Selecteer knop (Radiator) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
    • Selecteer 'Plaatsen' in het rolmenu

      Venster 'Radiatorselectie Bink' verschijnt.

  1. Selecteer 'Ophalen radiatoren' in venster 'Plaatsen radiatorselectie Bink'
  2. Selecteer 'Ophalen radiatoren Bink Selectie' in het rolmenu
  3. Selecteer het te gebruiken .csv bestand en klik op knop [ Open ]
  4. Geef het type 'Aansluitpunten radiator' en 'Peilmaat onderzijde' op
  5. Klik op knop [ Plaats ] of knop [ Plaats Speciaal ]
  6. Kies in venster 'Plaats speciaal' de wijze van plaatsen en bepaal maten
  7. Klik op knop [ OK ]
  8. Teken hulplijn op wand voor richting van de radiatoren op de wand.
    • Klikpunten 1. en 2.
  9. Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>
  10. Bepaal plaats van eerste radiator (hoekpunt radiator)
    • klik in de ruimte op de juiste X-coördinaat (bij horizontale plaatsing) (Klikpunt 1.)
    • vanuit de aan te klikken plaats wordt loodrecht op de eerder getekende hulplijn het beginpunt genomen;
    • daarvandaan wordt de opgegeven afstand tot de wand genomen voor de feitelijke plaatsing van de radiator.
  11. Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>

Terug naar Inhoudsopgave


Aansluiten radiatoren op leidingen


Aansluitingen van geplaatste radiatoren op getekende leidingen zijn te genereren; op aansluitingen kunnen pijlenworden geplaatst.

   


Radiatoren aansluiten

  • Selecteer knop (CV) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  1. Selecteer knop (Radiator) Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Selecteer 'Leid. op Radiator' in menu
  3. Geef de aansluitdiameter op in venster Aansluiten radiator
  4. Geef de aftakmethode en de sprong op
  5. Klik op knop [ OK ]
  6. Selecteer aan te sluiten Aansluitpunten (Window-optie)
  7. Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>
  8. Selecteer leidingen waarop aangesloten moet worden
  9. Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>

Het aansluitpunt wordt haaks op de leiding aangesloten; op het snijpunt wordt de leiding opgeknipt.De aansluitpunten mogen ook binnen het symbool zitten (opgenomen in het symbool).

Pijlen plaatsen op aansluitingen

  • Selecteer knop (CV) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  1. Selecteer knop (Radiator) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Selecteer 'Pijl op Aansl.' in menu
  3. Selecteer aan te sluiten Aansluitpunten / Pijlen (Window-optie)
  4. Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>
  5. Geef in dialoogvenster op:
    • Stromingsrichting (omhoog of omlaag)
    • Positie van de pijl (boven, onder of doorgaand)
    • Of ook pijlen moeten worden vervangen
  6. Klik op knop [ OK ]


Pijl vervangen door aansluitpunt

  • Selecteer knop (CV) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  1. Selecteer knop (Radiator) Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Selecteer 'Aansl. op Pijl' in menu
  3. Selecteer type pijl in venster
  4. Klik op knop [ OK ] in selectievenster
  5. Selecteer leiding waarop pijl moet worden geplaatst
  6. Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>

Terug naar Inhoudsopgave


Coderen van radiatoren


Radiatoren kunnen automatisch worden gecodeerd. De lengte, hoogte, aantal panelen met en zonder ribben worden als volgt aangegeven:

    2268-400-11    lengte 2268, hoogte 400, 1 paneel met ribben

    2268-400-11-1320W    lengte 2268, hoogte 400, 1 paneel met ribben, afgifte 1320 W

Bij de Algemene instellingen kan opgegeven worden of de warmteafgifte wel/niet bij de codering wordt vermeld.


Codering bij radiator plaatsen

  • Selecteer knop (CV) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  1. Selecteer knop (Radiator) Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Selecteer Coderen radiatoren in menu
  3. Selecteer te coderen radiatoren
  4. Geef de positie van de eerste codering op
    Vraag: zelfde positionering voor de overige.
    • Ja
      • Klik op knop [ Ja ]
      • Teksten worden allemaal neergezet.
    • Nee
      • Klik op knop [ Nee ]
      • Geef per radiator de positie op
      • Klik na elke radiator telkens op knop [ Volgende ] in het commandovenster 


Lengte

Breedte

Type radiator

Afgifte

Lengte radiator

Breedte radiator

1* = 1 paneel
2* = 2 panelen

*0 = zonder ribben
*1 = 1 paneel met ribben
 *2 = 2 panelen met ribben

Warmte-afgifte

Terug naar Inhoudsopgave


Plaatsen appendages, ketels, vaten


Appendages ketels, vaten, etc.kunnen worden geplaatst als los symbool, of in een reeds getekende lijn, waarbij de lijn onderbroken wordt.

  • Ketels/Vaten
  • Afsluiters
  • Pompen
  • Koeling
  • Lucht
  • Inductieunits
  • Meet en Regel
  • Diversen
  • Ondersteuningen
  • Aansluitpunten
  • Pijlen

 

Plaatsen appendages 

  • Selecteer knop (CV) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  1. Selecteer knop (Symbolen) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Selecteer 'Appendages' in menu
  3. 3.    Selecteer te plaatsen symbool
  • Klik op knop [ Plaats ]voor 'vrije' plaatsing.
    • Plaats symbool
    • Klik op knop [ OK ] of knop [ Volgend ] in commandovenster
  • Klik op Knop [ Plaats in lijn ]voor plaatsing op lijn, de lijn wordt onderbroken.
    • Selecteer leiding daar waar appendage moet komen
    • Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>


Plaatsen CV-ketels en drukvaten

  • Selecteer knop (CV) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  1. Selecteer knop (Symbolen) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Selecteer 'Ketels/Vaten' in menu
  3. Selecteer te plaatsen ketel/drukvat
  4. Klik op knop [ Plaats ] of [ Plaats speciaal ]
  5. Plaats ketel/drukvat op tekening
  6. Geef rotatie op


Plaatsen pijlen

  • Selecteer knop (CV) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  1. Selecteer knop (Symbolen) in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Selecteer 'Pijlen' in menu
  3. Selecteer type pijl in selectievenster
  4. Klik op knop [ OK ]
  5. Selecteer leiding, daar waar nieuwe pijl moet komen
  6. Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>

Terug naar Inhoudsopgave


Bewerken CV-leidingen


Getekende leidingen kunnen worden gewijzigd.

 

CV-Leidingen bewerken

  1. Selecteer knop [ Bewerk ] in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Kies optie 'Bewerk CV'
  3. Geef in vak 'Leidingen' in venster 'Bewerk CV' aan wat bewerkt moet worden
    Er kan slechts 1 gegeven tegelijk worden aangepast.
    • Onderbreken: leiding wordt in tweeën geknipt
    • Helen: 2 leidingen worden geheeld tot 1 leiding
      De leidingen moeten in elkaars verlengde liggen
  4. Klik op knop [ OK ]
  5. Selecteer te bewerken leiding(en)
    • Bij 'Verbinden Vloerverwarming':
      • Selecteer eerst de toevoerleidingen en daarna de leidingen in het patroon (i.v.m. het juist maken van de afrondingen
        Dit kan ook vanuit het venster van Vloerverwarming.
  6. Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>

Terug naar Inhoudsopgave


Koppeling leidingberekening Bink


De getekende leidingen kunnen worden geëxporteerd om te worden berekend met Bink leidingberekening. In het exportbestaan staan alle cv-, koel- en andere leidingen.

Na berekening kunnen de leidingdiameters op tekening aangepast worden via een import van de berekening, of kunnen de leidingen (op een nieuwe tekening) worden ingevoegd. 

   


Exporteren leidingen

  1. Selecteer knop [ Bewerk ] in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Selecteer 'Leidingberekening Bink' in het rolmenu
  3. Geef op tabblad 'Exporteren' op
  4. Selecteer welke soort leidingen geëxporteerd moeten worden
  5. Klik op knop [ Exporteren leidingen ]
  6. 6.    Geef de naam van het exportbestand op
    • Standaard naam: <projectnaam>_<leidingtype>.nki
  7. Klik op knop [ Save ]
  8. Selecteer alle te berekenen leidingen op tekening
  9. Klik op knop [ OK ]in het commandovenster, of toets <F11>
    Eventueel komt melding voor knooppunten zonder aansluiting; deze kunnen worden gemarkeerd. Het exportbestand kan nu ingelezen worden in Bink Leidingberekening.
  10. Klik op knop [ Sluiten ] in venster 'Koppeling Leidingberekening Bink'


Importeren leidingberekening

  1. Selecteer knop [ Bewerk ] in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Selecteer 'Leidingberekening Bink' in het rolmenu
  3. Klik in tabblad 'Importern' op knop [ Ophalen ]
  4. Selecteer in het venster het importbestand
  5. Klik op knop [ Open ]
  6. Vink in venster 'Koppeling Leidingberekening Bink' aan of de diameter bij de leidingen geplaatst moet worden (bij midden van het lijnstuk)
    • In de oorspronkelijke tekening
      • Klik op knop [ Leidingen Vervangen ]
        De leidingendiameters (van de berekende leidingen) worden in de tekening vervangen.
      • Haal het volgende importbestand op
        of
        klik op knop [ Sluiten ] om het venster te verlaten
    • In een nieuwe tekening
      • Klik op knop [ Leidingen Invoegen ]
        De leidingen worden op de tekening geplaatst.
      • Haal het volgende importbestand op
        of
        klik op knop [ Sluiten ] om het venster te verlaten

Terug naar Inhoudsopgave


Overbrengen pijlen naar andere tekening


Pijlen van en naar een andere verdieping kunnen worden verzameld, en vervolgens worden ingelezen in de tekening van de onderliggende of bovenliggende verdieping. In die tekening moet dan vervolgens de richting van de pijlen worden omgekeerd.


 

Pijlen overbrengen naar tekening van andere verdieping

  1. Selecteer knop [ Bewerk ] in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  2. Kies optie 'Bewerk CV'
  3. Geef in vak 'Pijlen' in venster 'Bewerk CV' aan welke pijlen moeten worden overgebracht
    • Verzamel Boven:
      uit de tekening worden alle pijlen die naar/van boven komen/gaan gekopieerd en weggeschreven in een bestand. Een bestandsnaam moet worden opgegeven.
    • Verzamel Onder:
      uit de tekening worden alle pijlen die naar/van onder komen/gaan gekopieerd en weggeschreven in een bestand. Een bestandsnaam moet worden opgegeven
  4. Klik op knop [ OK ]
  5. Sluit de tekening af (dit hoeft niet onmiddellijk te gebeuren)

    In tekening van bovenliggende of onderliggende verdieping pijlen inlezen 
  6. Start de tekening van de bovenliggende of onderliggende verdieping
  7. Selecteer knop [ Bewerk ] in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  8. Kies optie 'Bewerk CV'
  9. Selecteer in vak 'Pijlen' in venster 'Bewerk CV' 
    • Ophalen Pijlen:
      In de actieve tekening worden de uit de tekening van de onderliggende of bovenliggende verdieping gekopieerde pijlen ingevoegd. De juiste bestandsnaam moet daarbij worden opgegeven.
  10. Klik op knop [ OK ]

    Pijlen omdraaien  
  11. Selecteer knop [ Bewerk ] in Knoppenbalk NOR-CV & Lucht LT
  12. Kies optie 'Bewerk CV'
  13. Selecteer in vak 'Pijlen' in venster 'Bewerk CV' 
    • Draai Pijl:
      Draait de pijl aansluiting.
  14. Klik op knop [ OK ]


Terug naar Inhoudsopgave



Bij Cadac maken we onderscheid tussen Sales, Service & Support. Sales & Service vinden wij vanzelfsprekend. Wij helpen u met de aanschaf van uw product, dienst, training of expert en zorgen ervoor dat u probleemloos aan de slag kunt. Gratis en voor niets. U kunt zorgeloos met uw software starten, wij zorgen ervoor dat u het meeste uit uw software kunt halen.

Loopt u tegen technische softwareproblemen aan? Dan kunt u gebruik maken van Cadac Support. Door de juiste informatie in te dienen kunnen wij u zo snel mogelijk helpen

Stel een vraag

Waar heeft u een vraag over?

Kies een locatie

Europa

Wereld