Naar hoofdinhoud

B LT -01- Algemeen - TheModus Suite LT (Nordined LT)

How to - Bouwkunde LT

Laatst gewijzigd op 20 mei 2021

INHOUDSOPGAVE



Algemeen

Wat is NOR-Bouwtechniek LT


Met NOR-Bouwtechniek LT kan snel een bestektekening worden opgezet met plattegrond, doorsnede en aanzichten. 


Bouwtechniek is bedoeld voor

  • Bouwbedrijven
    Het snel kunnen opzetten van plattegronden is vooral van belang zolang de architect nog niet alle relevante plattegronden, met daarop alleen de voor de installateur relevante informatie, op floppy kan aanleveren.
  • Gebouwbeheerders
    Om snel plattegronden vanaf papier in te brengen.


Functionaliteit

NOR-Bouwtechniek LT is ontwikkeld op basis van NOR-Onderlegger LT en heeft de volledige functionaliteit van NOR-Onderlegger LT:

  • opzetten willekeurig stramienplan;
  • plaatsen stramienlabels en hoofdmaatvoering;
  • plaatsen kolommen (vierkant, rechthoek, rond, staalprofiel);
  • gevels en dragende wanden;
  • plaatsen binnenwanden, systeemwanden
  • maken van wandaansluitingen en hoekoplossingen;
    • plaatsen deuren en ramen
    • trappen
    • plaatsen sanitaire toestellen
    • geven van ruimtenummering en genereren bruto en netto ruimteoppervlak volgens NEN2580


Daarnaast kent deze applicatie de volgende functies

  • plaatsen van wanden met arcering
  • plaatsen van spouwmuurisolatie
  • arcering wanden is afhankelijk van materiaalsoort en tekenschaal
  • bewerkingsfuncties voor wanden met arcering, zoals hoekoplossingen
  • mogelijkheid tot het definiëren van meerdere bouwfasen met verschillende tekenschalen
  • plaatsen van aanzichten van ramen / puien 
  • maken van kozijnstaten
  • Tekenen van onderdelen van de elektrische installatie (woningbouw)
  • Arceren ruimten naar bedrijfsorgaan, ruimtesoort en ruimtegebruik
Bewerkingsfuncties van NOR-Bouwtechniek LT zoals het arceren van wanden zijn niet uit te voeren op tekeningen van NOR-Onderlegger LT.
Dit komt doordat binnen NOR-Bouwtechniek LT extra informatie aan de wanden is toegevoegd en doordat extra wandlagen worden gebruikt t.b.v. de arceringsfuncties. Deze ontbreken bij NOR-Onderlegger LT.


Terug naar Inhoudsopgave


Beschrijving scherm, knoppen en rolmenu's


NOR-Bouwtechniek LT wordt ‘bovenop’ het scherm van AutoCAD LT getoond als een zwevende  Knoppenbalk. Door inklikken op de bovenste balk kan deze Knoppenbalk worden verplaatst. De icon-knoppen geven Rolmenu's  de tekst-knoppen Rolmenu's en dialoogvensters.


De menubalk kent twee verschillende indelingen met in het midden specifieke icon-knoppen en met rechts dezelfde tekst-knoppen. Met de twee linker knoppen kan de gewenste indeling actief gemaakt worden.

  • Plattegronden
  • Aanzichten en doorsneden


Knoppen voor gedeelte Plattegrond


KnopMenu / WerkingKnopMenu / Werking
Activeren menu voor plattegronden

Stramienen

Kolommen op stramien

Kolommen vrij

Stramienen verwijderen

Spouwmuur

Overige wanden

Woningscheidende wand


DeurenRamen

Trap Recht Enkel

Trap Recht Dubbel

Wenteltrap

Hoektrap

Installatie (Sanitair, Elektra)

Meubilair (Zithoeken, Eethoeken, Bedden), 

Omgeving (Bomen, Struiken)


Plaats label

Wijzig label

Overzicht ruimtelabels

Overnemen gegevens

Ruimtedefinities (Genereren, Tekenen)

Denkbeeldige wand



        

Knoppen voor gedeelte Aanzichten en Doorsnede


KnopMenu / WerkingKnopMenu / Werking
Activeren menu voor aanzichten en doorsneden

Plaatsen stramienen voor aanzichten en doorsneden

Plaatsen peilmaten

Verwijderen stramienen

Samenstellen en plaatsen kozijnen

Op geselecteerde laag:

Dubbele lijnen tekenen

Tekenen algemeen

Optrekken 3D (aanmaken van een aparte 3D-tekening)

Beeld (Bekijken tekening in 3D)

            

Knoppen op gedeelte Algemeen


KnopMenu / WerkingKnopMenu / Werking

Opnieuw plaatsen van laatst gekozen symbool

Met rechter muistoets te wisselen tussen
[ Plaats ] en [ Speciaal ]

Kopieren, incl. wanden

Bewerk wanden, trappen, overig

Algemene symbolen

Stempelkoppeling

 - Stempel bijwerken

 - Instellingen

Bewerk teksten

Kleuren in tekening wijzigen

Algemeen

Symbolen toevoegen

Wijzigen menu

Actief maken laag

Laag uit zetten

Laag van element wijzigen

Lagenbeheer 

Laaginst. Opvragen/Opslaan

Laagstructuur naar CAS3

Instellingen maatvoering

Plaatsen bematingen

Object Snap voor NOR-BLT

Beeldovergang

Tekening-, Algemene en Pad-instellingen

 - o.a. materiaalinstellingen

 - instelling CAS-versie

Informatie tekening/applicatie

Onderhoeken koppelen

Andere LT-applicatie starten bij huidige tekeningHandleiding op het scherm

Beëindigen


Terug naar Inhoudsopgave


Algemene werking

NOR-Bouwtechniek LT stuurt AutoCAD LT aan: er wordt als het ware indirect getekend.

De kale AutoCAD-commando’s, via AutoCAD-menu, knoppenbalken of via toetsenbord blijven altijd beschikbaar.

 

Voorbeelden van commandovensters; bij tekenen wand, bewerken wanden en plaatsen deur:


Knop in commandovensterFunctietoetsShortcut menu (rechter muistoets)
Knop [ OK ]<F11>OK
Knop [ Opnieuw ] of [ Volgend ]<Ctrl><F11>Opnieuw of Volgend
Knop [ Stoppen ] <F12>Stoppen


Algemene werking 

  1. Via Knoppenbalk NORDINED LT start U de verschillende tekenfuncties.
  2. In vervolgmenu’s en vensters vult U gegevens in of kiest U waarden en instellingen
  3. Wat U moet doen wordt aangegeven in een apart commandovenster.
    In de tekening moet u lijnen tekenen (polylijn, rood), wijst U plaatsingspunten aan, of selecteert u lijnen.
  4. De aangegeven handeling kunt U op 3 manieren bevestigen:
    • in dat commandovenster klikken op knop [ OK ] 
    • met functietoets <F11>;
    • met de rechter muistoets het shortcutmenu oproepen en daar OK selecteren
      Het voor AutoCAD normale afsluiten van een selectie met <Enter> is dus niet nodig.
  5. Dan wordt getekend. Hierbij worden in het AutoCAD-commandoveld onder in het scherm de uitgevoerde commando’s getoond.


Plaatsvast en maatvast tekenen

  • met standaard  AutoCAD hulpmiddelen


KnopWerkingKnopWerking

Objectsnap

Instellen optie

ENDpoint

Eindpunt lijn

INTersection

Snijpunt lijnen


MIDpoint

Midden lijn/boog

PERpendicular

Haaks op lijn

CENter

Middelpunt

TANgent

Rakend aan

QUAdrant

Kwartier

INSertion point

Invoegpunt

NODe

‘getekend’ punt

NEArest

Op lijn, cirkel

NONe

Uitschakelen opties

APParent iNTersectionEXTension
Parallel

Temporary Tracking point

Startpunt/Invoegpunt t.o.v. vast punt verschuiven

FROMpoint

Vanaf punt (referentiepunt)


  • met Object Snap tracking 


De AutoCAD-optie Object SnapTracking werkt handig voor het plaatsen met behulp van een referentiepunt.


Verplaatsen en kopiëren


  • Standaard plaatsings- en kopieerfuncties AutoCAD
    • <MOVE> - verplaatsen
    • <COPY>, Multiple - enkelvoudig en meervoudig kopiëren
    • <ARRAY>, Rectang - rooster-kopiëren, rechthoekig
    • <ARRAY>, Polar - rooster-kopiëren, rond

Bewerkingsfuncties

  • Standaard bewerkingsfuncties AutoCAD
    • <ERASE> - verwijderen
    • <STRETCH> - uitrekken
  • Speciale bewerkingsfuncties NOR-Bouwtechniek LT
    • met knop [ Bewerk ]
      • Kopiëren (incl. wanden),
        voor het kopiëren van gedeelten uit de tekening waarin ook wanden zijn opgenomen.
      • Bewerk wanden en isolatie
        • Hoek-oplossing
        • T-splitsing en kruising wanden
        • Helen van lijnen (van 2 in elkaars verlengde liggende lijnen 1 lijn maken)
      • Bewerken teksten
    • met knop [ Arcering ]
      • Opnieuw arceren van wanden
    • met knop [ Lagen ]
      • elementen op andere laag zetten

Wat kan er fout gaan

  • Als vroegtijdig een tekenfunctie wordt afgebroken kan in een aantal gevallen de Knoppenbalk NOR-Bouwtechniek LT onvindbaar zijn.
    • Verklein het AutoCAD-venster met knop [ - ]  rechtsboven in het venster tot knop in de Start-balk
    • Vergroot AutoCAD weer door op knop [ AutoCAD ] in de Start-balk te klikken.
  • AutoCAD commando <UNDO> alleen gebruiken om standaard AutoCAD-commando’s ongedaan te maken.
    Bij een NOR-Bouwtechniek LT-commando worden een groot aantal AutoCAD-commando’s opgebouwd: met <UNDO> is dan niet meer te zien tot hoever teruggegaan moet worden. Dat kan tot onverwachte gevolgen leiden.
    Gebruik <ERASE> voor het ongedaan maken van NOR-Bouwtechniek LT-commando’s.
  • Herhaling van commando’s door <ENTER> en rechter muistoets:
    laatste AutoCAD-commando (van NOR-Bouwtechniek LT-commando) wordt uitgevoerd en niet het volledige BLT-commando.

Terug naar Inhoudsopgave


Speciale plaatsingsfuncties


Binnen NOR-Bouwtechniek LT zijn voor het plaatsen van kolommen, sanitaire toestellen, elektra-symbolen, inventaris en beplantingen speciale plaatsingsfuncties beschikbaar.

  • Langs een wand, onder aangeven van totalen en h.o.h.-afstanden
  • Verdelen aantallen in x- en y-richting over een aan te geven gebied
  • Centreren aantallen in x- en y-richting met opgegeven h.o.h. afstanden

Deze vensters verschijnen na selectie van een symbool in de iconenvensters bij klikken op knop [ Plaats Speciaal ].

 


Plaatsen 1 symbool op wand

   

 

   

  1. Kies symbool via knoppenbalk (installatiegroep) en vervolgens in iconenvenster
  2. Klik op knop [ Plaats Speciaal ]
  3. Selecteer Tabblad 'Wand'
  4. Selecteer icon 'Wand, 1x'
  5. Geef in venster op:
    • Rotatie
    • Afstand tot wand (in mm op plot)
    • Wandmontage symbool te plaatsen (alleen bij armaturen)
    • Wand selecteren (door lijn, polylijn of symbool aan te wijzen; geldt niet voor Xref)
  6. Klik op knop [ OK ]
    • Bij optie 'Wand selecteren' niet aangevinkt:
      • Teken de basislijn op de wand: Klikpunten 1. en 2.
      • Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>
      • Bepaal aan welke zijde van de basislijn en op welke positie het symbool moet komen. Klikpunt 3.
      • Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>
        Het symbool wordt vanuit Klikpunt 3 loodrecht op de basislijn geplaatst op de aangegeven afstand van die basislijn.
    • Bij optie 'Wand selecteren' aangevinkt:
      • Selecteer de wand (lijn, polyline of symbool – niet van Xref) op de positie waarop het symbool geplaatst moet worden
      • Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>
      • Bepaal aan welke zijde van de basislijn en op welke positie het symbool moet komen.  Klikpunt 3.
      • Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>
        Het symbool wordt op het punt geplaatst waar de lijn/polylijn geselecteerd op de aangegeven afstand van die basislijn.

Plaatsen meerdere symbolen op wand



Bij opgave h.o.h.=0 worden symbolen verdeeld over lengte basislijn (a-2a-2a-..-a)



Bij opgave h.o.h.=0 worden symbolen verdeeld over de wandlengte (a-2a-2a-..-a)


  1. Kies symbool via knoppenbalk (installatiegroep) en vervolgens in iconenvenster
  2. Klik op knop [ Plaats Speciaal ]
  3. Selecteer Tabblad 'Wand'
  4. Selecteer icon 'Wand', 'Rij'
  5. Geef de plaatsingsgegevens op in het venster:
    • Aantal symbolen
    • Rotatie
    • Afstand tot wand (in mm op plot)
    • Wandmontage symbool te plaatsen (alleen bij armaturen)
    • Wand selecteren (door lijn, polylijn of symbool aan te wijzen; geldt niet voor Xref)
  6. Klik op knop [ OK ]
  7. Teken de basislijn op de wand, in de richting van de te plaatsen symbolen
    Klikpunten 1. en 2.
    • Bij optie 'Wand selecteren' niet aangevinkt:
      • Teken de basislijn op de wand: Klikpunten 1. en 2. in richting van de te plaatsen symbolen
      • Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>
      • Bepaal aan welke zijde van de basislijn de symbolen moeten komen en geef de positie van het eerste symbool aan: Klikpunt 3.
      • Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>
      • Vanuit Klikpunt 3 wordt, loodrecht op de basislijn, het eerste symbool geplaatst op de aangegeven afstand van die basislijn.
    •     Bij optie 'Wand selecteren' aangevinkt:
      • Selecteer de wand (lijn, polyline symbool – niet van Xref) waarop het symbool geplaatst moet worden: Klikpunt 1.
      • Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>
      • Bepaal de positie van het eerste symbool: Klikpunt 2.
      • Geef de richting aan en aan welke zijde van de wand de symbolen moeten komen: Klikpunt 3.
      • Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>


Verdelen, 1 symbool midden in ruimte


  1. Kies symbool via knoppenbalk (installatiegroep) en vervolgens in iconenvenster
  2. Klik op knop [ Plaats Speciaal ]
  3. Selecteer Tabblad 'Wand'
  4. Selecteer Tabblad 'Verdeel'
  5. Selecteer icon 'Verdeel', 'Midden'
  6. Geef in venster de rotatie op
  7. Klik op knop [ OK ]
  8. Wijs hoekpunt van ruimte aan (Klikpunt 1.)
  9. Wijs tegenoverliggend hoekpunt aan (Klikpunt 2.)
  10. Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>


Verdelen, meerdere symbolen gelijkmatig in ruimte


  1. Kies symbool via knoppenbalk (installatiegroep) en vervolgens in iconenvenster
  2. Klik op knop [ Plaats Speciaal ]
  3. Selecteer Tabblad 'Verdeel'
  4. Selecteer icon 'Verdeel', 'Haaks'
  5. Geef in venster de plaatsingsgegevens op
  6. Klik op knop [ OK ]
  7. Wijs hoekpunt van ruimte aan (Klikpunt 1.)
  8. Wijs tegenoverliggend hoekpunt aan (Klikpunt 2.)
  9. Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>


Verdelen, meerdere symbolen gelijkmatig in schuine ruimte

  1. Kies symbool via knoppenbalk (installatiegroep) en vervolgens in iconenvenster
  2. Klik op knop [ Plaats Speciaal ]
  3. Selecteer Tabblad 'Verdeel'
  4. Selecteer icon 'Verdeel', 'Schuin'
  5. Geef in het venster de plaatsingsgegevens op:
    • Aantal symbolen horizontaal en verticaal, 
    • Rotatie (t.o.v. lijn tussen Klikpunten 1. en 2.)
  6. Klik op knop [ OK ]
  7. Wijs hoekpunt van ruimte aan (Klikpunt 1.)
  8. Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>
  9. Wijs hoekpunt in Richting 1(X) aan (Klikpunt 2.)
  10. Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>
  11. Wijs hoekpunt in Richting 2(Y) aan (Klikpunt 3.)
  12. Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>


Centreren, meerdere symbolen in ruimte

  1. Kies symbool via knoppenbalk (installatiegroep) en vervolgens in iconenvenster
  2. Klik op knop [ Plaats Speciaal ]
  3. Selecteer Tabblad 'Centreer'
  4. Selecteer icon 'Centreer', 'Haaks'
  5. Geef in het venster de plaatsingsgegevens op:
    • Aantal symbolen horizontaal en verticaal
    • Rotatie
    • h.o.h.-afstand horizontaal en verticaal
  6. Klik op knop [ OK ]
  7. Wijs hoekpunt van ruimte aan (Klikpunt 1.)
  8. Wijs tegenoverliggend hoekpunt aan (Klikpunt 2.)
  9. Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>


Centreren, meerdere symbolen in schuine ruimte


  1. Kies symbool via knoppenbalk (installatiegroep) en vervolgens in iconenvenster
  2. Klik op knop [ Plaats Speciaal ]
  3. Selecteer Tabblad 'Centreer'
  4. Selecteer icon 'Centreer', 'Schuin'
  5. Geef op:
    • Aantal symbolen horizontaal en verticaal
    • Rotatie (t.o.v. lijn tussen Klikpunten 1. en 2.)
    • h.o.h.-afstand horizontaal en verticaal
  6. Klik op knop [ OK ]
  7. Wijs hoekpunt van ruimte aan (Klikpunt 1.)
  8. Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>
  9. Wijs hoekpunt in X-richting aan (Klikpunt 2.)
  10. Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>
  11. Wijs hoekpunt in Y-richting aan (Klikpunt 3.)
  12. Klik op knop [ OK ] in commandovenster, of toets <F11>

Terug naar Inhoudsopgave



Bij Cadac maken we onderscheid tussen Sales, Service & Support. Sales & Service vinden wij vanzelfsprekend. Wij helpen u met de aanschaf van uw product, dienst, training of expert en zorgen ervoor dat u probleemloos aan de slag kunt. Gratis en voor niets. U kunt zorgeloos met uw software starten, wij zorgen ervoor dat u het meeste uit uw software kunt halen.

Loopt u tegen technische softwareproblemen aan? Dan kunt u gebruik maken van Cadac Support. Door de juiste informatie in te dienen kunnen wij u zo snel mogelijk helpen

Stel een vraag

Waar heeft u een vraag over?

Kies een locatie

Europa

Wereld