Naar hoofdinhoud

Hoe start ik met AutoCAD (LT)

Getting started

Laatst gewijzigd op 17 maart 2022

U heeft een nieuwe AutoCAD (LT) licentie aangeschaft. U wilt nu de eerste stappen weten hoe u met de software moet omgaan.


Dit artikel is gebaseerd op de Autodesk pagina: The Hitchhiker's Guide to AutoCAD


Indien u nog niet bekend bent met AutoCAD of AutoCAD LT maakt u middels deze handleiding kennis met de essentiële commando's om een 2D tekening te kunnen maken. Het is ook een goede gelegenheid om uw bestaande kennis van AutoCAD (LT) op te frissen indien u slechts sporadisch gebruik maakt van AutoCAD (LT)


Deze handleiding behandeld volgende onderwerpen:


Basis functies (Basics)

Bekijk de basis functies van AutoCAD en AutoCAD LT.


Nadat u AutoCAD (LT) hebt gestart, klikt u op het tabblad 'Start' op:

  • [ New ] om een nieuwe tekening te beginnen
  • [ Openen ] om aan een bestaande tekening te werken.


Tabbladen tekenen

De nieuwe tekening, Tekening1, begint op een nieuw tabblad dat zich net boven het tekengebied bevindt. U kunt op de tabbladen klikken om te schakelen tussen verschillende geopende tekeningbestanden en het tabblad Start.

Een asterisk (*) naast de naam van de tekening geeft aan dat de tekening moet worden opgeslagen. Een snelle manier om een tekening te sluiten, is door op het  [ X ] (kruisje) op het tabblad te klikken.


Ga uw gang en experimenteer met het starten en openen van tekeningen en het schakelen tussen de tabbladen. U kunt de tekentabs ook slepen om ze opnieuw te ordenen.


Het lint (Ribbon)

AutoCAD (LT) bevat een standaard lint (Ribbon) met tabbladen aan de bovenkant van de applicatie. U hebt toegang tot bijna alle opdrachten die in deze handleiding worden gepresenteerd vanaf het tabblad 'Start'. Daarnaast bevat de werkbalk 'Snelle toegang' die hieronder wordt weergegeven bekende opdrachten zoals New, Open, Save, Print en Undo maken.



De commandoregel (Commandline)

De kern van het programma is de commandoregel (Commandline), dat normaal gesproken onder aan het toepassingsvenster is gepositioneerd. In het opdrachtvenster worden opdrachten, opties en berichten weergegeven.

U kunt opdrachten rechtstreeks in de commandoregel (Commandline) invoeren in plaats van het lint (Ribbon), de werkbalken (Toolbars) en de menu's te gebruiken. Veel oude gebruikers geven de voorkeur aan deze methode.


Merk op dat wanneer u een opdracht begint te typen, deze automatisch wordt aangevuld. Wanneer er meerdere mogelijkheden zijn zoals in onderstaand voorbeeld, kunt u uw keuze maken door erop te klikken of door de pijltjestoetsen te gebruiken en vervolgens op <Enter> of de <spatiebalk> te drukken.


De muis

De meeste mensen gebruiken een muis als aanwijsapparaat, maar andere apparaten hebben vergelijkbare bedieningselementen.


Tip: Wanneer u naar een optie zoekt, probeer dan met de rechtermuisknop te klikken. Afhankelijk van waar u uw cursor plaatst en of u een commando actief hebt, biedt het snelmenu (Shortcut menu) dat wordt weergegeven relevante opdrachten en opties.

Nieuwe tekeningen

U kunt eenvoudig voldoen aan industrie- of bedrijfsnormen door instellingen op te geven voor tekst, afmetingen, lijntypen en verschillende andere functies. Dit ontwerp van het terras in de achtertuin geeft bijvoorbeeld twee verschillende dimensiestijlen weer.


Al deze instellingen kunnen worden opgeslagen in een tekeningsjabloonbestand (Drawing Template). Klik op [ New ] om uit verschillende tekeningsjabloonbestanden (drawing templates) te kiezen:


Gebruik acad.dwt of acadlt.dwt voor tekeningen die ervan uitgaan dat uw eenheden inches zijn.

Gebruik acadiso.dwt of acadltiso.dwt voor tekeningen die ervan uitgaan dat uw eenheden millimeter zijn.


De "Tutorial" sjabloonbestanden (templates) in de lijst zijn eenvoudige voorbeelden voor de architecturale of mechanische ontwerpdisciplines met zowel imperiale (i) als metrische (m) versies. U kunt ermee experimenteren wanneer u begint met het maken van dimensies.


De meeste bedrijven gebruiken tekeningsjabloonbestanden (drawing templates) die voldoen aan de bedrijfsnormen. Ze zullen vaak verschillende tekeningsjabloonbestanden (drawing templates) gebruiken, afhankelijk van het project of de klant.


Maak uw eigen tekensjabloonbestand

U kunt elk tekeningbestand (.dwg) opslaan als een tekeningsjabloonbestand (.dwt). Om een nieuw tekeningsjabloonbestand te maken op basis van een bestaande, opent u het bestaande tekeningsjabloonbestand, wijzigt u het en slaat u het opnieuw op met een andere bestandsnaam.

Als u onafhankelijk werkt, kunt u uw tekeningsjabloonbestanden ontwikkelen om aan uw werkvoorkeuren te voldoen en instellingen voor extra functies toevoegen als u er vertrouwd mee raakt. Om een bestaand tekeningsjabloonbestand te wijzigen, klikt u op [ Openen ], specificeert u Tekeningsjabloon (*.dwt) in het dialoogvenster 'Bestand selecteren' en kiest u het tekeningsjabloonbestand (*.dwt).


Belangrijk: Als uw bedrijf al een set tekeningsjabloonbestanden (drawing templates) heeft gemaakt, neem dan contact op met uw CAD-manager voordat u deze wijzigt.

Eenheden

Nadat u een nieuwe tekening bent begonnen, bepaalt u eerst wat de lengte van een eenheid voorstelt: een inch, een voet, een centimeter, een kilometer of een andere lengte-eenheid. De onderstaande objecten kunnen bijvoorbeeld twee gebouwen vertegenwoordigen die elk 125 voet lang zijn, of ze kunnen een gedeelte van een mechanisch onderdeel vertegenwoordigen dat in millimeters wordt gemeten.


Instellingen weergave eenheid

Nadat u hebt besloten welke lengte-eenheid u wilt gebruiken, kunt u met de opdracht UNITS verschillende weergave-instellingen voor eenheden regelen, waaronder de volgende:


  • Formaat (of Type). Een decimale lengte van 6.5 kan bijvoorbeeld worden ingesteld om in plaats daarvan te worden weergegeven als een fractionele lengte van 6-1 / 2.
  • Precisie. Een decimale lengte van 6.5 kan bijvoorbeeld worden ingesteld om weer te geven als 6.50, 6.500 of 6.5000.

Als u van plan bent om in feet en inches te werken, gebruikt u de opdracht UNITS om het eenheidstype in te stellen op Architectonisch, en wanneer u objecten maakt, specificeert u hun lengte in inches. Als u van plan bent metrische eenheden te gebruiken, laat u het eenheidstype ingesteld op Decimaal. Het wijzigen van het formaat en de precisie van de eenheid heeft geen invloed op de interne precisie van uw tekening. Het heeft alleen invloed op hoe lengtes, hoeken en coördinaten worden weergegeven in de gebruikersinterface.


Tip: Als u een instelling voor de eenheidsweergave of een andere instelling wijzigt, kunt u de instellingen opslaan in een tekeningsjabloonbestand. Anders moet u de instellingen voor elke nieuwe tekening wijzigen.

Model schaal

Maak uw modellen altijd op ware grootte (schaal 1:1). De term 'model' verwijst naar de geometrie van uw ontwerp. Een tekening bevat de modelgeometrie samen met de aanzichten, opmerkingen, afmetingen, toelichtingen, tabellen en het titelblok dat in de lay-out wordt weergegeven.


U geeft de schaal op voor het afdrukken van een tekening op een vel van standaardformaat later, wanneer u de lay-out maakt.


Aanbevelingen

  • Om 'Help' te openen met informatie over de opdracht die wordt uitgevoerd, drukt u gewoon op <F1>.
  • Druk op <Enter> of de <spatiebalk> om de vorige opdracht te herhalen.
  • Om verschillende opties te zien, selecteert u een object en klikt u met de rechtermuisknop of klikt u met de rechtermuisknop op een gebruikersinterface-element.
  • Druk op <Esc> om een lopende opdracht te annuleren of als u het gevoel heeft dat u vastloopt. Als u bijvoorbeeld in het tekengebied klikt voordat u een opdracht invoert, ziet u iets als het volgende:
  • Druk op <Esc> om deze voorselectie te annuleren.


Bekijken (View)

Verschuiven en in-/uitzoomen tot verschillende weergaven in een tekening.
Bekijken en aanpassen van tekeningen vanaf andere locaties (online).

Geometrie (Geometry)

Creëer basis geometrie zoals lijnen, cirkels en gearceerde gebieden.

Precisie (Precision)

Stel de juiste precisie in per model.

Lagen (Layers)

Organiseer de tekening door objecten toe te kennen aan lagen.

Eigenschappen (Properties)

Het is mogelijk om eigenschappen, zoals kleur of lijn type, toe te kennen aan individuele objecten of dit op te nemen als standaard laageigenschappen.

Aanpassen (Modify)

Het uitvoeren van aanpassingsfuncties zoals objecten  verwijderen, verplaatsen en inkorten/verlengen tot andere objecten.

Symbolen (Symbols)

Invoegen van symbolen en details in de tekening vanuit commerciële online bronnen of eigen ontwerpen.

Opmaak (Layout)

Geef één of meerdere verschaalde weergaven van het ontwerp op op een gestandaardiseerde papierafmeting genaamd een 'layout'.

Bijschrift (Annotate)

Creëer bijschriften, teksten, opmerkingen of verwijzingen. Bewaar en stel Stijl instellingen in op naam.

Bemating (Dimension)

Creëer verschillende soorten bematingen en stel hiervoor voorkeurstijlen in.

Print

Bewaar een tekening door deze te printen op een printer/plotter of als bestand (pdf). Stel hiervoor voorkeursstijlen in.


Wilt u meer weten neem dan contact op met uw account manager of bezoek onze Cadac Store om uzelf in te schrijven voor een AutoCAD basis cursus.


Bij Cadac maken we onderscheid tussen Sales, Service & Support. Sales & Service vinden wij vanzelfsprekend. Wij helpen u met de aanschaf van uw product, dienst, training of expert en zorgen ervoor dat u probleemloos aan de slag kunt. Gratis en voor niets. U kunt zorgeloos met uw software starten, wij zorgen ervoor dat u het meeste uit uw software kunt halen.

Loopt u tegen technische softwareproblemen aan? Dan kunt u gebruik maken van Cadac Support. Door de juiste informatie in te dienen kunnen wij u zo snel mogelijk helpen

Stel een vraag

Waar heeft u een vraag over?

Kies een locatie

Europa

Wereld